- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14085
- Uitspraakdatum 08 oktober 2004
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Appellanten hebben bij conclusie tot uitlating over het proces-verbaal van de Verkiezingscommissie de dato 3 september 2002 doen zeggen dat zij zich kunnen terugvinden in de werkwijze alsook in het resultaat van de verkiezingen zoals is gehouden op 2 september 2002, zoals is vervat in het proces-verbaal de dato 3 september 2002 en dat zij zich voor het overige, opgemeld proces-verbaal betrekking hebbend, refereren aan het oordeel van het Hof, zal het Hof appellanten alsnog niet ontvankelijk verklaren in het door hen tegen het vonnis van de Kantonrechter in het Derde Kanton de dato 12 september 1996 aangetekend appel nu zij daar, naar thans blijkt, geen belang meer bij hebben.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL NO. 14085.
I. DE COÖPERATIEVE LANDBOUW ONDERNEMING NICKERIE G.A., rechtspersoon, gevestigd en kantoorhoudende in het distrikt Nickerie, en
II.a. [Appellant sub A], wonende te [plaats],
b. [Appellant sub B], wonende in het [district],
c. [Appellant sub C], wonende in het [district], allen ten deze domicilie kiezende te Paramaribo, voor wie als hun aller gemachtigde optrad, Mr.B.A.Halfhide die thans vervangen wordt door Mr.I.D.KANHAI, advokaat,
appellanten in conventie en
in reconventie,
t e g e n
A. [Geïntimeerde sub A], wonende aan [straatnaam 1] in het [district],
B. [Geïntimeerde sub B], wonende aan [straatnaam 2] in het [district], en
C. [Geïntimeerde sub C], wonende aan [straatnaam 2] in het [district], voor wie als hun aller gemachtigde optreedt, Mr.B.G.BECKLES, advokaat,
geïntimeerden in conventie
en in reconventie,
De Waarnemend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien ’s Hofs interlocutoire vonnissen van 7 december 2001 en 2 april 2004 tussen partijen gewezen en uitgesproken;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Overwegende, dat het Hof overneemt en verwijst naar hetgeen bereids
in ’s Hofs laatstvermeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;
Overwegende, dat ter bevolen en gehouden comparitie van partijen zijn verschenen, de heer [appellant sub A], voorzitter van appellanten en advokaat Mr.L.H.R.Rogers, voorzitter van de verkiezingscommissie Cooperatieve Landbouw Onderneming Nickerie G.A., die hebben verklaard gelijk in de daarvan hier als ingelast te beschouwen processen-verbaal staat gerelateerd;
Overwegende, dat de gemachtigden van partijen een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating heeft genomen, waarna het Hof vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
in conventie en in reconventie:
Overwegende, dat het Hof volhardt bij het tussenvonnis van 2 april 2004 en hetgeen dienaangaande is overwogen;
Overwegende, dat Mr.Lesley Henry Ruben Rogers, advokaat bij het Hof van Justitie, ter terechtzitting van het Hof van Justitie van 16 juli 2004 verschenen, in zijn hoedanigheid van Voorzitter van de Commissie ter voorbereiding en het houden van verkiezingen voor de Cooperatieve Landbouw Onderneming Nickerie G.A. heeft verklaard gelijk in het daarvan opgemaakt proces-verbaal is gerelateerd, wordende de inhoud daarvan als in dit vonnis letterlijk herhaald en geinsereerd aangemerkt;
Overwegende, dat nu appellanten bij conclusie tot uitlating over het proces-verbaal van de Verkiezingscommissie de dato 3 september 2002
bij wege van uitlating hebben doen zeggen dat zij zich kunnen terugvinden in de werkwijze alsook in het resultaat van de verkiezingen zoals gehouden op 2 september 2002, zoals vervat in het proces-verbaal de dato 3 september 2002 en dat zij zich voor het overige, opgemeld proces-verbaal betrekking hebbend, refereren aan het oordeel van het Hof, zal het Hof appellanten alsnog niet ontvankelijk verklaren in het door hen tegen het vonnis van de Kantonrechter in het Derde Kanton de dato 12 september 1996 aangetekend appel nu zij daar, naar thans blijkt, geen belang meer bij hebben;
RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:
In conventie en in reconventie:
Verklaart appellanten alsnog niet ontvankelijk in het door hen ingesteld appel tegen het vonnis van de Kantonrechter in het Derde Kanton in conventie en in reconventie gewezen en uitgesproken te Paramaribo de dato 12 september 1996;
Veroordeelt appellanten in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van geintimeerden gevallen en begroot op SRD 250.
Met inbegrip van het door het Hof aan hun advokaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekend salaris van SRD 250.
Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van appellanten eveneens op SRD 250.
Aldus gewezen door: Mr.J.R Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.K.Pultoo en Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag 8 oktober 2004, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh, Fungerend-Griffier.