- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14096
- Uitspraakdatum 20 februari 2004
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Een gerechtelijke aktie van een werknemer tegen een beschikking van de Minister van Arbeid is uitgesloten, omdat de bevoegdheid van de Minister de rechtspositie van de werknemer niet raakt wordende die rechtspositie immers uitsluitend beheerst door de arbeidsrechtelijke verhouding met de werkgever en de daarop van toepassing zijnde rechtsregels, neergelegd in de artikelen 1613 a BW.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL NO. 14096
[Appellant], wonende in het [district] aan [straatnaam], ten deze domicilie kiezende te Paramaribo aan de Grote Combéweg no.25-27, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.F.F.P.Truideman, advokaat,
appellant,
t e g e n
DE STAAT SURINAME met name HET MINISTERIE VAN ARBEID, rechtspersoon, ten deze vertegenwoordigd wordende door de heer Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende te zijnen Parkette aan de Gravenstraat no.3 te Paramaribo, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.H.E.Struiken, advokaat,
geintimeerde,
De Waarnemend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien ’s Hofs interlocutoir vonnis van 21 maart 2003 tussen partijen gewezen en uitgesproken;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ’s Hofs voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;
Overwegende, dat ter bevolen en gehouden comparitie van partijen zijn verschenen, appellant in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde advokaat Mr.F.F.P.Truideman en advokaat Mr.H.E.Struiken, gemachtigde van de Staat Suriname, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen proces-verbaal staat gerelateerd;
Overwegende, dat de gemachtigde van appellant hierna een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating heeft genomen; hebbende advokaat Mr.H.E.Struiken gepersisteerd bij zijn stellingen, waarna partijen vonnis hebben gevraagd, waarvan de uitspraak aanvankelijk was bepaald op 20 juni 2003, doch nader heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat appellant in onderdeel a van het petitum vordert, dat voor recht wordt verklaard dat de dienstbetrekking tussen hem – appellant – en de Surinam American Industries (SAIL) nog steeds voortduurt;
Overwegende, dat appellant door het gevorderde in onderdeel a van het petitum een declaratoire uitspraak van het Hof verlangt;
Overwegende, toch, dat declaratoir de beslissing is welke strekt tot het vaststellen wat omtrent een rechtsverhouding rechtens is;
Overwegende, dat, naar blijkt, appellant zijn vordering tegen geintimeerde blijkens de aantekening van de Griffier op 13 oktober 1995 heeft ingediend;
Overwegende, dat appellant bij het op 11 april 2003 gehouden verhoor desgevraagd heeft verklaard in het jaar 1996 door de direktie van SAIL te zijn ontslagen;
Overwegende, dat nu appellant in het jaar 1996 is ontslagen en de dienstbetrekking tussen hem en de Surinam American Industries Ltd (SAIL) in het jaar 1996 door zijn ontslag is beëindigd, dient toewijzing van het in onderdeel a van het petitum gevorderde achterwege te blijven kunnende het Hof immers anno 2004 niet meer geven, een beslissing hiertoe strekkende dat een dienstbetrekking, die in het jaar 1996 door ontslag van de werknemer rechtens beëindigd is, nog steeds voortduurt;
Overwegende, dat Wij ten aanzien van het in onderdeel b van het petitum gevorderde opmerken, dat een gerechtelijke aktie van een werknemer tegen een beschikking van de Minister van Arbeid als voormeld uitgesloten is omdat de bevoegdheid van de Minister de rechtspositie van de werknemer niet raakt wordende die rechtspositie immers uitsluitend beheerst door de arbeidsrechtelijke verhouding met de werkgever en de daarop van toepassing zijnde rechtsregels, neergelegd in de artikelen 1613 a BW;
Overwegend, dat de Kantonrechter, zij het op andere gronden, appellant terecht niet ontvankelijk verklaard heeft in zijn vordering;
Overwegende, dat het Hof, bespreking van de tegen het beroepen vonnis de dato 17 maart 1998 ontwikkelende grieven als niet langer relevant geheel in het midden latend, dat vonnis, zij het onder aanvulling en verbetering van rechtsgronden, zal bevestigen;
Gezien de betrekkelijk wetsartikelen;
RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:
Bevestigt, onder aanvulling en verbetering van rechtsgronden, het vonnis door de Kantonrechter in het Eerste Kanton op 17 maart 1998 tussen partijen gewezen waarvan beroep;
Veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van geintimeerde gevallen en begroot op sf….
Met inbegrip van het door het Hof aan zijn advokaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekende salaris van sf….
Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van de appellant eveneens op sf……..
Aldus gewezen door: Mr.J.R.Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.A.I.Ramnewash en Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 20 februari 2004, in tegenwoordigheid van Mr..M.E.Van Genderen-Relyveld, Substituut-Griffier.