- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14109
- Uitspraakdatum 06 februari 2004
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Appellant is blijkens de desbetreffende verklaring van de Griffier der Kantongerechten op 27 april 1999 in hoger beroep gekomen van het op 13 oktober 1998 gewezen vonnis bij welks uitspraak hij blijkens verklaring van de Griffier in persoon aanwezig was, zodat hij gerekend vanaf de dag der uitspraak 197 dagen nadien in beroep is gekomen, terwijl de wet slechts een termijn van dertig dagen toestaat. Appellant is derhalve niet-ontvankelijk in het ingestelde beroep.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL NO. 14109
[Appellant], wonende [straatnaam 1] in het [district], voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.B.A.Halfhide, advokaat,
appellant,
t e g e n
[Geïntimeerde], wonende aan [straatnaam 2] te ’s Gravenhage Nederland, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.E.A.Glunder, advokaat,
geintimeerde,
De Waarnemend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien de stukken van het geding waaronder:
- het in afschrift overgelegd vonnis van de Kantonrechter in het Derde Kanton van 13 oktober 1998 tussen partijen gewezen;
- het proces-verbaal van de Griffier van het Derde Kanton van 27 april 1999, waaruit blijkt van het instellen van hoger beroep;
Gehoord partijen bij monde van haar respectieve advokaten;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Overwegende, dat uit de stukken van het geding in eerste aanleg blijkt dat [geïntimeerde] als eisende partij in eerste aanleg zich bij verzoekschrift tot de Kantonrechter in het Derde Kanton heeft gewend, daarbij stellende:
- Dat eiser de navolgende vordering wenst in te stellen tegen:
De heer [appellant], wonende [straatnaam 1] in het [district], gedaagde;
- Dat blijkens hierbij in fotocopie overgelegde schuldbekentenis en gebruikersverklaring eiser aan gedaagde verkocht en geleverd heeft, gelijk gedaagde van eiser gekocht en ontvangen heeft twee tractoren van het merk Ford van respectievelijk het type 6600 en 7700 en serie no. B962798 en B320488 zulks voor de koopsom van Sf.10.000.000,– (Tien miljoen gulden);
- Dat gedaagde zich verplicht heeft om op uiterlijk 31 mei 1997 de koopsom te betalen, doch ondanks herhaalde aanmaningen in der minne weigert om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, waardoor eiser genoodzaakt is de tussen partijen bestaande overeenkomst via de rechter te ontbinden, de litigieuze tractoren door middel van een revindicatoir beslag terug te vorderen;
- Dat deze vordering derhalve opeisbaar is geworden.
- Dat gedaagde met deze twee tractoren zijn rijstarealen in totaal 100 hectaren heeft bewerkt en nog steeds bewerkt en daaruit voordeel en winst voor zich zelf heeft behaald, integenstelling tot verzoeker die inkomsten heeft moeten derven door de wanprestatie van gedaagde.
- Dat de kosten om één hectare rijst areaal te bewerken bedraagt Sf.80.000,– (tachtig duizend gulden) aan huurgelden voor een tractor en uitgaande van 2 seizoenen, aangezien gedaagde de tractoren sinds 28-02-1995 in zijn bezit heeft, levert dat een kostenbesparing van 16.000.000,–(Zestien miljoen gulden) op voor gedaagde.
- dat eiser, door de wanprestatie van gedaagde zijn verkoopgelden à Sf.10.000.000,– (Tien miljoen Surinaamse gulden) niet kan ontvangen en de rente daarop moet ontberen en deze twee tractoren ook niet heeft kunnen verhuren voor de bewerking van rijst arealen voor zich zelf en derden en derhalve zodoende aan inkomsten heeft gederfd Sf.16.000.000,– (ZESTIEN MILJOEN GULDEN.
- Dat, na daartoe van de Kantonrechter toestemming te hebben bekomen bij beschikking d.d. 28-1-1998 eiser ter verzekering van zijn vordering bij exploit no.38 d.d. 6-3-1998 van de deruwaarder bij het Kantongerecht in het Derde Kanton in het distrikt Nickerie, de heer P.BHAROS voormelde beschikking aan gedaagde heeft betekend en conservatoir beslag heeft doen leggen op in het proces-verbaal genoemde roerende goederen.
- Dat voormeld beslag thans van waarde dient te worden verklaard.
Overwegende, dat de eisende partij op deze gronden heeft gevorderd dat bij vonnis:
a. Gedaagde zal worden veroordeeld om aan eiser te voldoen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting het bedrag groot Sf.16.000.000.—(Zestien miljoen gulden) vermeerderd met de wettelijke rente à 6% ’s jaars vanaf dag der indiening tot die der algehele voldoening.
b. Het gelegde conservatoir beslag van waarde zal worden verklaard.
c. Gedaagde zal worden veroordeeld in de kosten van het geding.
d. Het vonnis uitvoerbaar zal worden verklaard bij voorraad op de minuut op alle dagen en uren.
Overwegende, dat de gemachtigde van gedaagde zich aan de zaak heeft onttrokken;
Overwegende, dat de gedaagde niet gereageerd heeft op de Griffiersbrief en ook niet in persoon ter terechtzitting is verschenen;
Overwegende, dat de Kantonrechter bij vonnis van 13 oktober 1998 op de daarin opgenomen gronden:
A. Gedaagde heeft veroordeeld om aan eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van f.16.000.000,– (ZESTIEN MILJOEN GULDEN) vermeerderd met de wettelijke rente hierover ad 6% ’s jaars vanaf 12 maart 1998 tot aan de dag der algehele voldoening.
B. Dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard;
C. Vanwaarde heeft verklaard het door de deurwaarder bij het Hof van Justitie, P.Bharos, bij exploit de dato 6 maart 1998 no.38, gelegd conservatoir beslag.
Gedaagde heeft verwezen in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser begroot op f.47.701,25;
Overwegende, dat blijkens hogervermeld proces-verbaal [appellant] in hoger beroep is gekomen van voormeld eindvonnis van 13 oktober 1998;
Overwegende, dat bij exploit van deurwaarder M.Sitaram van 31 juli 2000 aan geintimeerde aanzegging van het ingestelde hoger beroep is gedaan, terwijl uit de ten processe aanwezige stukken blijkt, dat de rechtsdag voor de behandeling der zaak in hoger beroep voor het Hof van Justitie aan partijen is aangezegd;
Overwegende, dat ten dage voor pleidooi peremptoir bepaald, de gemachtigde van appellant een pleitnota heeft overgelegd, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;
Overwegende, dat ten dage voor antwoord pleidooi peremptoir bepaald, advokaat Mr.M.Castelen namens, advokaat Mr.E.A.Glunder het Hof heeft medegedeeld, dat laatstgenoemde geen kontakt heeft gehad met zijn client;
Overwegende, dat het Hof vonnis in de zaak aanvankelijk had bepaald op 7 november 2003, doch nader heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT :
Overwegende, dat appellant blijkens de desbetreffende verklaring van de Griffier der Kantongerechten op 27 april 1999 in hoger beroep is gekomen van het op 13 oktober 1998 gewezen vonnis bij welks uitspraak hij blijkens verklaring van de Griffier in persoon aanwezig was, zodat hij gerekend vanaf de dag der uitspraak 197 dagen nadien in beroep is gekomen, terwijl de wet slechts een termijn van dertig dagen toestaat;
Overwegende, dat appellant derhalve niet ontvankelijk is in het ingestelde beroep en de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van geintimeerde gevallen zal moeten dragen;
RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP:
Verklaart appellant niet ontvankelijk in het door hem ingestelde beroep tegen het vonnis van de Kantonrechter in het Eerste Kanton op 13 oktober 1998 gewezen;
Veroordeelt hem in de kosten aan de zijde van geintimeerde op de procedure in hoger beroep gevallen tot dusver begroot op SRD……..
Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van de appellant op SRD……
Aldus gewezen door: Mr.J.R.Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.K.Pultoo en Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 6 februari 2004, in tegenwoordigheid van Mr.M.E.Van Genderen-Relyveld, Substituut-Griffier.
Partijen, appellant vertegenwoordigd door advokaat Mr.N.P.K.Tjin A Djie namens zijn gemachtigde, advokaat Mr.B.A.Halfhide en geintimeerde vertegenwoordigd door advokaat Mr.K.J.Brandon namens zijn gemachtigde, advokaat Mr.E.A.Glunder, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.