SRU-HvJ-2005-10

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer A-501
  • Uitspraakdatum 01 april 2005
  • Publicatiedatum 10 april 2026
  • Rechtsgebied Ambtenarenrecht
  • Inhoudsindicatie

    Het belasten van een ambtenaar met de waarneming van een leidinggevende taak door het daartoe bevoegde gezag wekt verwachtingen en impliceert dat de daarvoor vereiste formaliteiten zijn vervuld. Het achterwege daarvan laten zonder aan de ambtenaar mede te delen dat aan zijn taakvervulling een vormfout kleeft, die het intreden van wettelijk geregelde voordelen in de weg staat, in strijd is met het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur dat eist dat de andere partij eerlijk wordt behandeld.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME.

A-501                                                                                                          

[Verzoeker], wonende in het [district] aan [adres], ten deze domicilie kiezende aan de Einaarstraat no. 8, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.F.F.P.TRUIDEMAN, advokaat,

verzoeker,

t  e  g  e  n 

DE STAAT SURINAME, met name het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, ten deze vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie van Suriname, zetelende te zijner Parkette aan de Henck Arronstraat no.3, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.Sh.Mahadew,

verweerder,

De Waarnemend-President spreekt in deze zaak in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:

Betalend     

Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hofs interlocutoir vonnis van 3 december 2004 tussen partijen gewezen en uitgesproken;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ’s Hofs voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;

Overwegende, dat de door het Hof bevolen comparitie van partijen niet is gehouden;

Overwegende, dat de gemachtigde van verweerder ter terechtzitting van 21 januari 2005 een fotokopie van een brief afkomstig van de Minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij  heeft overgelegd, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusies tot uitlating hebben genomen – onder overlegging van produkties – waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat het Hof vonnis had bepaald op 18 maart 2005, doch nader op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat naar blijkt uit het procesdossier, verzoeker bij resolutie van de President van de Republiek Suriname de dato 10 november 1998 [kenmerk 1], destijds Stafambtenaar “A” 2e klasse in vaste dienst in de funktie van Ressortleider Nickerie-Oost op de Hoofdafdeling Regio-West van het Ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij [persoonnummer] ingevolge artikel 22 lid 1 sub a van de “Personeelswet” belast werd  met de waarneming van de funktie van Coordinator van de Hoofdafdeling Regio-West;

Overwegende, dat in het onderhavige geval waarin het gaat om de waarneming van een definitief opengevallen funktie, het bepaalde in artikel 22, 1ste lid, aanhef en sub 1 van toepassing is, luidende:“Een landsdienaar kan door of vanwege het bevoegde gezag met de waarneming van een funktie worden belast;

  1. voor de duur van een jaar, indien de funktie definitief is opengevallen en hij aan de wettelijke eisen van benoembaarheid daarin voldoet, terwijl daar, waar de waarneming langer dan een jaar heeft geduurd het 4e en 5e lid van hetzelfde artikel gelden. De daarin neergelegde bepalingen luiden:

“4. Indien een landsdienaar gedurende meer dan een maand achtereen belast is geweest met de waarneming van een funktie, en zijn salaris minder bedraagt dan het minimum waarop hij in geval van benoeming in die funktie aanspraak zou hebben, geniet hij voor de verdere duur van de waarneming een toelage overeenkomstig de daarvoor bij landsbesluit te stellen regelen.

  1. Zodra een landsdienaar gedurende meer dan een jaar in totaal een definitief opengevallen funktie heeft waargenomen en hij aan de wettelijke eisen voor benoembaarheid  daarin voldoet, wordt hij geacht, stilzwijgend in die funktie te zijn benoemd”;

Overwegende, dat niet ontkend kan worden, dat zowel voor het genieten van een waarnemingstoelage als voor het stilzwijgend benoemd geacht worden een aantal voorwaarden moet zijn vervuld. De eerste is dat de betrokken ambtenaar door of vanwege het bevoegde gezag met de waarneming van de funktie moet zijn belast;

Overwegende, dat dit in casu is geschied;

Overwegende, dat wijders opgemerkt zij, dat het belasten van een ambtenaar met de waarneming van een hogere, in casu leiding gevende taak door het daartoe bevoegde gezag verwachtingen wekt en impliceert, dat de daarvoor vereiste formaliteiten zijn vervuld;

Overwegende, dat het achterwege daarvan laten zonder aan de ambtenaar mede te delen dat aan zijn  taakvervulling een vormfout kleeft, die het intreden van wettelijk geregelde voordelen in de weg staat, in strijd is met het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur dat eist dat de andere partij eerlijk wordt behandeld;

Overwegende, voorts, dat nu geen argument voor het tegendeel is aangevoerd, moet worden aangenomen dat ook de andere voorwaarden in deze te weten het definitief opengevallen zijn van de waargenomen funktie en het voldaan hebben door verzoeker aan de wettelijke eisen van benoembaarheid zijn vervuld;

Overwegende, dat verzoeker, nu hij, naar gebleken is, voldeed aan alle wettelijke vereisten voor het bekleden van de funktie van Coördinator van de Hoofdafdeling Regio-West, aanspraak maakte op benoeming  in de rang van Hoofdambtenaar “A” 2e klasse, vanaf de dag dat hij langer dan een jaar belast is geweest met de waarneming van de funktie van Coordinator van de Hoofdafdeling Regio-West, dus met de ingang van 01 juli 1995 wordende hij geacht met ingang van die datum definitief te zijn benoemd in die funktie;

Overwegende, dat het Hof het in onderdeel a van het petitum gevorderde zal toewijzen nu de resolutie de dato 08 februari 2002 [kenmerk 2] niet alleen in strijd is met de wet c.q. de Personeelswet, doch ook met het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, dat besluiten ten nadele van betrokkenen, behoorlijk dienen te worden gemotiveerd, wat in casu  niet het geval is;

Overwegende, dat het Hof derhalve recht zal doen als in het dictum van dit vonnis te melden, nu het zijdens verweerder gevoerd verweer, waarvan de bespreking als volkomen irrelevant dan ook geheel in het midden kan blijven, het Hof niet tot een andere beslissing heeft doen komen;

RECHTDOENDE IN AMBTENARENZAKEN:

  1. Verklaart nietig de resolutie van 08 februari 2002 [kenmerk 2];
  2. Gelast verweerder om te doen geschieden de aanstelling en salariëring  van verzoeker, respectievelijk als Coordinator  van de Hoofdafdeling van Regio-West van het Ministerie van landbouw, Veeteelt en Visserij volgens het bepaalde in artikel 22 lid 5 van de Personeelswet en diens bevordering als Hoofdambtenaar “A” 2e klasse, volgens het Staatsblad van de Republiek Suriname  1992  nr.95, alles met ingang van 1 juli 1995;

Weigert hetgeen verzoeker meer of anders gevorderd heeft;

 

Aldus gewezen door :  Mr.J.R.Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.K.Pultoo en Mw.Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 1 april 2005, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh, Fungerend-Griffier.

 

Verzoeker vertegenwoordigd door advokaat Mr.H.A.M.Essed namens  zijn gemachtigde, advokaat Mr.F.F.P.Truideman is bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen, terwijl  verweerder noch bij gemachtigde noch bij vertegenwoordiger verschenen is.

                                                                                             M.H.