SRU-HvJ-2005-11

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer A-499
  • Uitspraakdatum 01 april 2005
  • Publicatiedatum 10 april 2026
  • Rechtsgebied Ambtenarenrecht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof merkt op dat het krachtens artikel 79 van de Personeelswet mede in verband met artikel 82 lid 3 wettelijk bevoegd is een besluit van de overheid tegen een ambtenaar genomen nietig te verklaren, en een termijn te stellen, waarbinnen een nieuw besluit moet worden genomen, indien sprake is van strijd met enig in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME    

A-499

 

[Verzoeker], wonende aan de [straatnaam] in het [district], voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.S.Mangroelal, advokaat,

verzoeker,

t e g e n

DE STAAT SURINAME,  met name het Ministerie van Defensie, in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende aan de Henck Arronstraat no.3 in het distrikt Paramaribo, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.Sh.Mahadew,

verweerder,

 

De Waarnemend-President spreekt in deze zaak in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:

(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hofs interlocutoir vonnis van 19 november 2004 tussen partijen gewezen en uitgesproken;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ’s Hofs voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;

Overwegende, dat ter bevolen en gehouden comparitie van partijen zijn verschenen, verzoeker in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde, advokaat Mr.S.Mangroelal en Mr.M.H.Van Lingen, vertegenwoordigster van verweerder, bijgestaan door Mr.Sh.Mahadew, gemachtigde van de Staat Suriname, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd;

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusies tot uitlating hebben genomen, waarna  het Hof vonnis  in de zaak heeft bepaald op heden.

 TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat het Hof volhardt bij het tussenvonnis van 19 november 1994 en hetgeen dienaangaande is overwogen;

Overwegende, dat partijen bij de van 14 januari 2005 daterende inlichtingencomparitie verschenen, hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakt proces-verbaal is gerelateerd, wordende  de inhoud van voormeld proces-verbaal als in dit vonnis letterlijk herhaald en geinsereerd  aangemerkt;

Overwegende, dat, naar uit het proces-dossier blijkt, verzoeker, alstoen gewezen Eerste Luitenant in vaste dienst in de funktie van Hoofd Inwendige dienst op het Ministerie van Defensie, ingedeeld bij de  Landmacht, bij resolutie van de President van de Republiek Suriname de dato 17 januari 2004 [kenmerk], te rekenen van 1 januari 1996 bevorderd is tot Kapitein;

Overwegende, dat verzoeker blijkens de daaraan ten grondslag gelegde feiten, die als in dit vonnis letterlijk herhaald en geinsereerd worden aangemerkt, in onderdeel 1 van het petitum heeft gevorderd, hem – verzoeker – met terugwerkende kracht te benoemen in de funktie van Kapitein te rekenen vanaf 1 maart 1991 dan wel vanaf het moment dat het Hof in goede justitie geraden zal achten;

Overwegende, dat het Hof, naar aanleiding van voormeld gevorderde opmerkt, dat het krachtens artikel 79 van de Personeelswet mede in verband met artikel 82, lid 3 wettelijk bevoegd is een besluit van de overheid tegen een ambtenaar genomen nietig te verklaren, en een termijn te stellen, waarbinnen een nieuw besluit moet worden genomen, indien sprake is van strijd met enig in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur;

Overwegende, dat, naar blijkt uit de aan verzoeker zijn vordering ten grondslag gelegde stellingen, hij zich niet kan verenigen met het bij de resolutie van 17 januari 2004 [kenmerk] genomen besluit voor wat betreft de datum van ingang van zijn bevordering tot Kapitein, te weten 1 januari 1996, instede van 1 maart 1991;

Overwegende, dat het Hof van oordeel is dat verzoeker mogelijk succes zou hebben met zijn actie indien hij ingevolge artikel 79 van de Personeelswet in verband met artikel 82 lid 3 had gevorderd nietig verklaring van de resolutie van 17 januari 2004 en tevens dat een termijn wordt gesteld waarbinnen een nieuw besluit zou worden genomen, waarbij de datum van verzoeker zijn bevordering tot Kapitein in zou gaan op 1 maart 1991, indien uit de aard der zaak ook zou zijn komen vast te staan, dat in strijd met enig in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur zou zijn gehandeld;

Overwegende, dat nu verzoeker niet de daarnet aangegeven rechtsgang heeft gevolgd en de resolutie van de President van de Republiek Suriname de dato 17 januari 2004 [kenmerk] van kracht gebleven is, dient het in onderdeel 1 van het petitum gevorderde te worden afgewezen;

Overwegende immers, dat toewijzing van het in onderdeel I van het petitum gevorderde niet zou kunnen plaatsvinden zonder in strijd te handelen met de Personeelswet c.q. eerder gemelde wettelijke voorschriften;

Overwegende, dat nu het in de onderdelen 2,3 en 4 van het petitum gevorderde sequeel is van het in onderdeel 1 daarvan gevorderde, dat zal worden afgewezen, dient het gevorderde in de onderdelen 2, 3 en 4 van het petitum hetzelfde lot te ondergaan;

Gezien de betrekkelijke wetsartikelen;

RECHTDOENDE IN AMBTENARENZAKEN:

Wijst de vordering van de verzoeker af;

 

Aldus gewezen door: Mr.J.R.Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.K.Pultoo en Mr.Drs.C.C.L.A. Valstein-Montnor, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 1 april 2005, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh, Fungerend-Griffier.

 

     Verzoeker vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, advokaat Mr.S.Mangroelal is bij de uitspraak ter terechtzitting  verschenen, terwijl de verweerder noch bij gemachtigde noch bij vertegenwoordiger  verschenen is.