- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14187
- Uitspraakdatum 15 juli 2005
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Het buitengewoon rechtsmiddel van request-civiel is evenwel niet voorzien in de Personeelswet (geldende tekst 1986), zodat waar het vonnis van het Hof van Justitie, als gerecht in ambtenarenzaken, de dato 5 maart 2004, waarvan de eiser bij request-civiel (en niet appellante zoals in het rekest is gesteld) herroeping diende te vragen, en niet vernietiging daarvan, krachtens de Personeelswet is gewezen, eiser bij request-civiel reeds op deze grond in zijn vordering niet ontvankelijk is.
Immers, uit de gehele regeling van de rechtsmiddelen blijkt dat een vonnis niet anders aantastbaar kan zijn dan op grond van een in de wet (in casu de Personeelswet) geregeld middel.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
GENERALE ROL NO. 14187.
De STAAT SURINAME, met name het Ministerie van FINANCIEN, ten deze in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende te zijner Parkette aan de Henck Arronstraat no.3 in het distrikt Paramaribo, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.J.Kraag, advokaat,
eiser bij rekest-civiel,
t e g e n
[Gedaagde], wonende te [plaats] aan de [straatnaam], ten deze domicilie kiezende aan de Koninginnestraat no.10, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.A.R.Baarh, advokaat,
gedaagde in rekest-civiel,
De Waarnemend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien de stukken van het geding waaronder:
- ’s Hovens vonnis van 5 maart 2004 tussen partijen gewezen en uitgesproken;
- het verzoekschrift van appellante (lees: eiser) in Rekest Civiel van 3 juni 2004;
- de conclusies van antwoord, repliek en dupliek genomen naar aanleiding van het sub 2 genoemd rekest;
TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:
Overwegende, dat uit de stukken van het geding voor zoveel thans van belang blijkt, dat appellante (lees: eiser bij rekest civiel) zich bij verzoekschrift tot het Hof heeft gewend, daarbij stellende:
- Van verweerder in eerste aanleg, thans appellante (lees: eiser bij rekest civiel), is door geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel), destijds verzoeker, gevorderd dat zij hem tegen behoorlijk bewijs van kwijting moest betalen zijn salaris, zoals dat vanaf augustus 1986 is aangepast, te rekenen van 01 augustus 1986 een en ander onder verbeurte van een dwangsom van Sf.500.000,– voor iedere dag dat verweerster nalatig mocht blijken het te wijzen vonnis uit te voeren;
- Nadat in eerste aanleg het verweerschrift bij Uw Hof is ingediend en het verhoor van partijen meerdere malen heeft plaatsgevonden, althans schriftelijk is geconcludeerd, heeft Uw Hof appellante (lees: eiser bij rekest civiel) veroordeeld het salaris aan geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) te betalen;
- Alvorens na te noemen grief tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis te ontwikkelen, wenst appellante (lees: eiser bij rekest civiel) de door haar in eerste aanleg aangevoerde feiten nog aan te vullen bij rekest-civiel procedure;
- Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) is sinds jaar en dag, voor de aanleg van zijn vordering in eerste aanleg bezitter van de Nederlandse nationaliteit en volgens de bevolkingsadministratie te Utrecht Nederland, aldaar metterwoon gevestigd, zoals blijkt uit een fotokopie van een afschrift uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de gemeente Utrecht, die hierbij wordt overgelegd met het verzoek de inhoud daarvan als hier letterlijk herhaald en geinsereerd te willen beschouwen, en is dit gegeven appellante (lees: eiser bij rekest civiel) bekend geworden na 05 maart 2004; (prod.1)
- Voorts wenst appellante (lees: eiser bij rekest civiel) haar in eerste aanleg gevoerd verweer als volgt aan te vullen en te vermeerderen: Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) is werkschuw of heeft een ander inkomen, daar hij het zonder salaris van de Belastingsdienst moest stellen. Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft gewacht om 10 (tien) jaren na dato de onderhavige vordering aanhangig te maken met het oog op het naderen van zijn 60 jarige leeftijd in het jaar 2007, zodat hij nog drie jaren zou moeten arbeiden daar dat een gevolg is van uitspraak van Uw Hof. Gezien de exorbitante levensstijl van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) is het niet goed mogelijk dat hij geen inkomsten elders dan bij de Belastingdienst (De Staat) genereert. Duidelijk wenst appellante (lees: eiser bij rekest civiel) te stellen dat het salaris van de geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) vanaf april 1989 werd geblokkeerd en niet, zoals hij ten onrechte heeft beweerd, vanaf augustus 1986;
- Voorts wenst appellante (lees: eiser bij rekest civiel) tegen het vonnis van Uw Hof d.d. 05 maart 2004 bekend ter Griffie van het Hof van Justitie onder A-No.459, van welk vonnis appellante (lees: eiser bij rekest civiel) nog niet over een exemplaar beschikt bij rekest-civiel procedure overeenkomstig artikel 292 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op te komen en de navolgende grief te ontwikkeling;
GRIEF:
Ten onrechte heeft Uw Hof overwogen dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) rechtens aanspraak maakt op salaris over de periode van augustus 1986 t/m heden, gedurende welke periode hij geweigerd heeft arbeid ten behoeve van De Staat te verrichten, althans geen arbeid heeft verricht of kan verrichten, ook al omdat hij geen ambtenaar is in de zin der Wet nu hij de Surinaamse Nationaliteit niet bezit en metterwoon in Nederland gevestigd is;
TOELICHTING:
Het is rechtens niet mogelijk dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) als bezitter van de Nederlandse nationaliteit metterwoon aldaar in de gemeente Utrecht gevestigd, als ambtenaar in loondienst is van de Overheid van Suriname en wel op grond van het feit dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft gezwegen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit reeds lang voordat hij of toen hij de vordering in prima aanhangig maakte bij Uw Hof als Ambtenaren gerecht, waardoor hij bedrog of arglist heeft gepleegd, daar hij anders geen aanspraak zou kunnen maken op enig salaris, te meer hij zijns ondanks geen arbeid daarvoor heeft verricht en hij gedurende het gehele proces heeft beweerd dat hij metterwoon in Suriname aan de [straatnaam] te Paramaribo was gevestigd en nimmer is verhuisd en het hem verbaasde dat hij de brief van 08 maart 1989 [kenmerk] van de Inspekteur der Belastingen niet heeft ontvangen, ofschoon die brief niet als onbesteld is geretourneerd aan de Belastingsdienst. Eveneens wenst appellante (lees: eiser bij rekest civiel) tegen het voormeld vonnis van Uw Hof bij rekest-civiel procedure op te komen vanwege het feit dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) het bewijs van inschrijving in de bevolkingsadministratie van de gemeente Utrecht in Nederland, alsmede zijn nationaliteitsverklaring heeft achtergehouden en niet in het proces heeft gebracht.
Overwegende, dat de eiser bij rekest civiel op deze gronden heeft gevorderd:
dat het vonnis op 05 maart 2004 door het Hof van Justitie te Paramaribo als Ambtenarengerecht, uitgesproken tussen appellante (lees: eiser bij rekest civiel) als verweerder en geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) als eiser (lees: verzoeker) en opnieuw rechtdoende, geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) alsnog zijn vordering zal worden ontzegd alszijnde ongegrond dan wel niet bewezen of allereerst hem niet ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering, met veroordeling van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) in de kosten van beide instanties, Kosten rechtens, zal worden vernietigd;
Overwegende, dat bij exploit van deurwaarder H.B.Blijd-Verwey van 5 maart 2005 een afschrift van het verzoekschrift is uitgereikt aan geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel);
Overwegende, dat ten dage voor de behandeling bepaald, geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) voor antwoord heeft gezegd:
- Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) is Nederlander maar hij woont vanaf 04 december 1985 metterwoon in Suriname, zoals blijkt uit de verklaring van het Hoofd van het Bureau Kwatta van het Centraal Bureau Burgerzaken d.d. 06 april 2005.
- Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) is op 02 oktober 1990 gehuwd met [naam 1] in het Ressort Distrikt [district], in Suriname, zoals blijkt uit het bewijs van huwelijksvoltrekking.
- Op 15 november 1999 is uit het voormeld huwelijk van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) en zijn echtgenote geboren het kind [naam 2] te Paramaribo, zoals blijkt uit het bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister.
- De echtgenote van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel), [naam 1], is vanaf 15 februari 1985 in dienst van De Staat Suriname bij het Ministerie van Volksgezondheid, Direktoraat Milieubeheer, zoals blijkt uit de werkgeversverklaring d.d. 06 april 2005.
- De gegevens vermeld in het afschrift uit de Gemeentelijke basisadministratie te Utrecht Nederland kloppen niet en zijn onjuist voor zover zij stellen dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) daadwerkelijk in Nederland woont.
- Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) is niet werkschuw en hij heeft zich altijd aangemeld en bereid getoond te arbeiden voor de Staat Suriname als ambtenaar.
- Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft in het proces dat geleid heeft tot het vonnis van het Hof van Justitie d.d. 05 maart 2004
A-459, reeds de bronnen van zijn inkomen aangegeven t.w. pensioen van zijn overleden echtgenote, [naam 3], zie kopie familieboekje en inkomen van zijn huidige echtgenote, vide werkgeversverklaring van zijn echtgenote vermeld in het 5e sustenu van dit afschrift. Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft geen exorbitante levensstijl en hij ervaart de aanvallen van de Staat Suriname als laag bij de grond. Maar als de Staat Suriname zich op deze wijze etaleert, dan zij het zo!
- Er is uit en treure aangegeven dat het salaris van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) vanaf augustus 1986 is geblokkeerd. In het proces voor de ambtenarenrechter heeft appellante (lees: eiser bij rekest civiel) dit niet betwist of ontzenuwd. Dit verhaal is tardief omdat deze feitelijke grondslag niet is bedrog of aperte rechterlijke fout in de zin van het rekest civiel.
- Geen enkele wettelijke regeling belet geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) om ambtenaar te zijn in dienst van de Staat Suriname in de zin van de Personeelswet.
- De Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen de Republiek Suriname en het Koninkrijk der Nederlanden, Paramaribo, 25 november 1975, Verdragenblad van de Republiek Suriname, 1981 no.1, verplicht in artikel 5 lid 2 de Staat Suriname om personen bedoeld in het eerste lid van artikel 5 van die Toescheidingsovereenkomst te allen tijde met hun gezin onvoorwaardelijk tot de Republiek Suriname toe te laten en daar in alle opzichten als Surinamer te worden behandeld. Ook op basis van deze Toescheidingsovereenkomst is geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) in Surinaamse dienst benoembaar. De conclusie uit het voorgaande is dat de Staat Suriname er ten onrechte van uitgaat dat de Nederlandse nationaliteit van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) een beletsel vormt voor geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel om in Surinaamse dienst ambtenaar te zijn in de zin van de Personeelswet.
- Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft nooit en te nimmer geweigerd arbeid ten behoeve van de Staat Suriname te verrichten. Deze blote stelling van de Staat Suriname is al in het proces voor de Ambtenarenrechter uitvoering (lees: uitvoerig) aan de orde gekomen en kan niet als bedrog of aparte rechterlijke fout in de zin van het rekest civiel worden aangemerkt. Geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft voldoende aangetoond dat hij reeds voor 1985 in Suriname woont en werkt en sindstoen zijn woonplaats heeft.
- Ten onrechte gaat de Staat Suriname ervan uit dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) heeft verzwegen dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. Eerstens rijst de vraag of geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) een rechtsplicht heeft om bij indiensttreding ongevraagd zijn nationaliteit op te geven. Tweedens is het bezit van de Nederlandse Nationaliteit geen beletsel om ambtenaar te zijn in de zin van de personeelswet terwijl ten derde de Toescheidingsovereenkomst het recht op behandeling in alle opzichten als Suriname toekent aan geintimeerde
(lees: gedaagde in rekest civiel). De toelaatbaarheid van een vordering bij het Ambtenarengerecht steunt op de status van ambtenaar en niet op de nationaliteit van de aanlegger.
- Alle door geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) aangehaalde en overgelegde bescheiden worden hier als letterlijk herhaald en geinsereerd beschouwd.
Overwegende, dat geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) op deze gronden voor antwoord heeft geconcludeerd:
dat de Staat Suriname (lees: eiser bij rekest civiel) in zijn vordering niet zal worden ontvangen althans hem deze zal worden ontzegd als ongegrond en onbewezen;
Overwegende, dat partijen vervolgens bij conclusies van repliek en dupliek, welke geacht moeten worden te dezer plaatse te zijn ingelast, haar stellingen nader hebben toegelicht en verdedigd, hebbende de gemachtigde van geintimeerde (lees: gedaagde in rekest civiel) bij dupliek pleidooi produkties overgelegd, waarvan de inhoud alsmede die van de overgelegde produkties hier als ingelast dient te worden beschouwd;
Overwegende, dat de gemachtigde van appellante (lees: eiser bij rekest civiel) hierna een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating heeft genomen;
Overwegende, dat partijen vonnis hebben gevraagd, waarvan de uitspraak werd bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat het buitengewoon rechtsmiddel van request-civiel zich in het onderhavige geding richt tegen het door het Hof van Justitie, als gerecht in ambtenarenzaken, dat in eerste en hoogste aanleg oordeelt over vorderingen, op 5 maart 2004 gewezen en uitgesproken vonnis in de zaak van [gedaagde] als verzoeker tegen De Staat Suriname als verweerder, bekend onder nummer A-458;
Overwegende, dat bij gemeld vonnis eiser bij request-civiel gelast werd binnen 2(twee) weken na de uitspraak van dat vonnis te bevorderen, dat wordt hervat de betaling aan de gedaagde in request-civiel van zijn aangepast salaris vanaf 1 augustus 1986 tot en met de dag waarop aan hem, gedaagde in request-civiel, eervol ontslag zal zijn verleend uit Staatsdienst, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van 100 SRD per dag dat eiser bij request-civiel nalaat aan dat vonnis te voldoen;
Overwegende, dat gemeld rechtsmiddel evenwel niet voorzien is in de Personeelswet (geldende tekst 1986), zodat waar het vonnis van het Hof van Justitie, als gerecht in ambtenarenzaken, de dato 5 maart 2004, waarvan de eiser bij request-civiel ( en niet appellante zoals in het rekest is gesteld) herroeping diende te vragen, en niet vernietiging daarvan enz……………..enz……………, krachtens de Personeelswet is gewezen, eiser bij request-civiel reeds op deze grond in zijn vordering niet ontvankelijk is;
Overwegende immers, dat uit de gehele regeling van de rechtsmiddelen blijkt dat een vonnis niet anders aantastbaar kan zijn dan op grond van een in de wet (in casu de Personeelswet) geregeld middel;
Overwegende, dat de wettelijke regeling van de rechtsmiddelen in zoverre exclusief is;
Overwegende, dat het Hof de eiser bij request-civiel als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van dit proces zal laten dragen;
RECHTDOENDE IN REKEST CIVIEL:
Verklaart de eiser bij request-civiel niet – ontvankelijk in het door hem gedaan verzoek;
Veroordeelt de eiser bij request-civiel in de kosten van dit proces, aan de zijde van gedaagde in request-civiel gevallen en begroot op SRD 150,-;
Met inbegrip van het door het Hof aan zijn advokaat voor het door hem gehouden pleidooi toegekende salaris van SRD 150,-;
Bepalende het Hof het salaris van de advokaat van de eiser bij request-civiel eveneens op SRD 150,-;
Aldus gewezen door: Mr.J.R.Von Niesewand, Waarnemend-President, Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor en Mr.I.H.M.H.Rasoelbaks, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 15 juli 2005, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh, Fungerend-Griffier.
Partijen, vertegenwoordigd door hun respectieve gemachtigden, advokaten, Mr.J.Kraag en Mr.A.R.Baarh, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.