- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer G.R. no. 14101
- Uitspraakdatum 04 maart 2005
- Publicatiedatum 10 april 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Volgens artikel 44 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de beslissing inzake van wraking niet aan enig beroep onderworpen. Bovendien is het hoger beroep niet ingesteld door het afleggen of de schriftelijke indiening ter griffie van de Kantongerechten van een verklaring dat men van het middel van hoger beroep gebruik wil maken en wel tegelijk met het beroep van het eindvonnis, dat op 28 april 2000 is uitgesproken, maar door middel van het indienen van hoger bedoeld verzoekschrift en wel op een tijdstip waarop nog geen eindvonnis in de zaak, bekend onder A.R. nummer 994283, was uitgesproken. Rekestrant is dan ook niet ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitspraak
GENERALE ROL: 14101
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME:
Gelezen het door (wijlen) advocaat Mr. E.J. Bruma namens [naam 1] ingediend verzoekschrift, hetwelk op 2 november 1999 ter griffie van het Hof is ingekomen.
Gezien het proces-verbaal van het verhandelde in raadkamer van 4 mei 2001 en de overige stukken van het geding, waaronder de namens gerekestreerden genomen conclusie tot uitlating dd 1 juni 2001.
Het Hof overweegt als volgt:
Op grond van de gedingstukken staat het volgende vast[naam 2], [naam 3], [naam 5] hebben tegen de hierboven genoemde rekestrant alsmede tegen de Staat Suriname bij het Kantongerecht in het Eerste Kanton een vordering in kort geding aanhangig gemaakt. De zaak staat bekend onder AR nummer 994283. Bij de aanvang van de behandeling van die zaak heeft rekestrant een akte van wraking overgelegd. Bij die akte werd de Kantonrechter voor wie dat kort geding diende, Mr. J.R. von Niesewand, gewraakt. Genoemde Kantonrechter heeft het wrakingsverzoek behandeld en heeft bij vonnis van 25 oktober 1999 in het incident de voorgestelde wraking afgewezen en heeft in de hoofdzaak partijen gelegenheid gegeven om te pleiten en wel ter terechtzitting van diezelfde datum.
In het verzoekschrift heeft rekestrant verzocht dat het Hof alsnog zal beslissen over zijn wraking van de Kantonrechter in kort geding, Mr. J. von Niesewand, en dat aan hem zal worden medegedeeld of hij gehouden is voor de door hem gewraakte Rechter te verschijnen.
Gerekestreerden hebben, samengevat weergegeven het volgende aangevoerd:
- de artikelen 30-44 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kennen geen rechtstreekse verzoekschriftprocedure bij het Hof van Justitie voor zover de wraking van de Kantonrechter betreft;
- rekestrant kan geen eigen rechtsgang scheppen en moet de gewone regels van het hoger beroep voor vonnissen, ook die welke in een incident zijn gewezen, volgen;
- rekestrant ontbeert elk belang bij het verzoek, omdat de Kantonrechter in de zaak waarin het wrakingsverzoek is gedaan eindvonnis heeft gewezen op 28 april 2000, welk eindvonnis niet teniet gedaan kan worden door de enkele gegrondbevinding van het onderhavig verzoek.
Op de eerste, voor het verhoor van partijen, bepaalde dag heeft de rekestrant bij monde van advocaat mr. Baldew zijn verzoek gehandhaafd.
Het verzoek strekt ertoe om de beslissing van de Kantonrechter over de wraking aan hoger beroep te onderwerpen. Volgens artikel 44 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering evenwel is de beslissing inzake van wraking niet aan enig beroep onderworpen. Bovendien is het hoger beroep niet ingesteld door het afleggen of de schriftelijke indiening ter griffie van de Kantongerechten van een verklaring dat men van het middel van hoger beroep gebruik wil maken en wel tegelijk met het beroep van het eindvonnis, dat op 28 april 2000 is uitgesproken,maar door middel van het indienen van hoger bedoeld verzoekschrift en wel op een tijdstip waarop nog geen eindvonnis in de zaak AR nummer 994283 was uitgesproken. Rekestrant is dan ook niet ontvankelijk in het hoger beroep.
Het Hof tekent ten overvloede aan dat pogingen om tot een minnelijke regeling te geraken in de zaak AR 994283 (GR 14128) vruchteloos zijn gebleven.
B E S C H I K K E N D E:
Verklaart de rekestrant niet ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door: Mr.E.S.Ombre, Fungerend-President, Mr.K.Pultoo en Mr.Drs.C.C.L.A.Valstein-Montnor, Leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 4 maart 2005, door de Fungerend-President, Mr.K.Pultoo, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh, Fungerend-Griffier.