- Instantie Hof van Justitie
- Zaaknummer A-569
- Uitspraakdatum 19 januari 2007
- Publicatiedatum 21 juni 2023
- Rechtsgebied Ambtenarenrecht
-
Inhoudsindicatie
De beschikking van verweerder mist een deugdelijke grondslag en een onderbouwing, zodat deze door het Hof van Justitie is vernietigd.
Uitspraak
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
A-569
[Verzoekster], wonende te [plaats] aan [adres] [woonwijk] ten deze domicilie kiezende aan de Koninginnestraat no.10, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.A.R.Baarh, advokaat,
verzoekster,
t e g e n
DE STAAT SURINAME, Ministerie van Justitie en Politie, in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, kantoorhoudende te Paramaribo te zijner Parkette aan de H.A.E. Arronstraat no.3, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.R.M.F.Oemar, advokaat,
verweerder,
De Waarnemend-President spreekt in deze zaak in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:
(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;
Gezien ‘s Hovens interlocutoir vonnis van 21 juli 2006 tussen partijen gewezen en uitgesproken;
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ‘s Hovens voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;
Overwegende, dat ter bevolen en gehouden comparitie van partijen zijn verschenen, verzoekster in persoon bijgestaan door haar gemachtigde, advokaat Mr.A.R.Baarh, advokaat Mr.I.S.Asarfi-Lalji namens advokaat Mr.R.Oemar, gemachtigde van verweerder, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd;
Overwegende, dat ter terechtzitting van 5 januari 2007, de gemachtigden van partijen hebben gepersisteerd bij hun stellingen en om vonnis hebben gevraagd;
Overwegende, dat het Hof vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.
TEN AANZIEN VAN HET RECHT:
Overwegende, dat, naar uit het proces-verbaal van het verhoor van partijen in Raadkamer van het Hof van Justitie de dato 4 november 2005, blijkt, de gemachtigde van verweerder, N.Jhagru, Opper Penitentiair-Ambtenaar alstoen onder meer heeft verklaard: ”Voorts vermeld ik erbij dat in het verweerschrift van de Staat Suriname de dato 8 juli 2004 onder meer is verzocht om haar akte te verlenen om een correctie in de considerans en in het dictum van de beschikking van 10 februari 2004 te doen plegen. Instede van 15 september 2003 tot en met 3 oktober 2003 moet gelezen worden 18 september 2003 tot en met 26 september 2003. Voor het overige persisteer ik bij het ingediend verweerschrift;
Overwegende, dat het Hof, naar aanleiding van het zijdens verweerder ter gelegenheid van voormeld verhoor verklaarde, opmerkt, dat de motivering van de beschikking niet met de werkelijkheid in overeenstemming blijkt en die beschikking derhalve een deugdelijke grondslag mist;
Overwegende, dat, verzoekster voorts verweten wordt zich op 29 september 2003 indisciplinair te hebben gedragen tegen over haar meerdere, zonder evenwel dit verwijt met feiten te hebben onderbouwd;
Overwegende toch, dat verweerder in de gewraakte beschikking duidelijk feiten c.q. handelingen had moeten aangeven door verzoekster alstoen begaan die als indiciplinair gedrag zouden kunnen worden gekwalificeerd;
Overwegende, dat naar het oordeel van het Hof een deugdelijke motivering dat met zich bracht;
Overwegende, dat verzoekster tot slot verweten wordt dat zij zonder toestemming van de dienstleiding dienstfaciliteiten beschikbaar heeft gesteld aan derden;
Overwegende, dat verzoekster ten dien aanzien tijdens het verhoor in raadkamer de dato 4 november 2005 heeft verklaard: ”Op 29 september 2003 was ik op kantoor voor het verrichten van mijn werkzaamheden. Op die bewuste dag kwam een kennis van mij op kantoor en deed mij het verzoek te helpen met het typen van een brief. Aangezien ik het nogal druk had met mijn werkzaamheden heb ik haar aangeboden zelf de brief uit te typen op mijn computer. Het hoofd van de afdeling waar ik werkzaam ben, de heer Rozen, was er op dat moment niet”;
Overwegende, dat, naar wijders uit de verklaring van verzoekster blijkt, de kennis van haar wel op de computer gewerkt heeft;
Overwegende, dat zijdens verweerder tijdens het verhoor in Raadkamer voormelde verklaring van verzoekster niet is weersproken zodat het Hof van de juistheid daarvan uitgaat;
Overwegende, dat van het zonder toestemming van de dienstleiding dienstfaciliteiten beschikbaar hebben gesteld aan derden, dan ook geen sprake is geweest; van een motivering die met de werkelijkheid in overeenstemming zou zijn, is ook geen sprake; ook te dien aanzien mist de beschikking een deugdelijke grondslag;
Overwegende, dat het Hof na al het vorenoverwogene beslissen zal als in het dictum van dit vonnis te melden;
RECHTDOENDE IN AMBTENARENZAKEN:
Vernietigt de beschikking van de Minister van Justitie en Politie de dato 10 februari 2004 [nummer 1];
Aldus gewezen door: Mr.J.R.VON NIESEWAND, Waarnemend-President, Mr.Drs.C.C.L.A.VALSTEIN-MONTNOR en Mr.H.E.STRUIKEN, Leden en door de Waarnemend-President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 19 januari 2007, in tegenwoordigheid van Mr.G.A.KISOENSINGH-JANGBAHADOERSINGH, Fungerend-Griffier.
w.g.G.A.Kisoensingh-Jangbahadoersingh w.g.J.R.Von Niesewand
Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen advokaat Mr.L.Patterson namens advokaat Mr.A.R.Baarh, gemachtigde van verzoekster terwijl verweerder noch bij gemachtigde noch bij vertegenwoordiger is verschenen.
M.H.