SRU-HvJ-2008-12

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer G.R. no. 14207
  • Uitspraakdatum 01 augustus 2008
  • Publicatiedatum 10 april 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Anders dan appellant betoogt, is het Hof van oordeel dat een scheiding en deling procedure tussen rechthebbenden in een boedel, waarbij ter afwikkeling van die scheiding en deling een onzijdig persoon is benoemd zoals in kwestie, in het algemeen – bijzondere omstandigheden daargelaten – niet in de weg staat aan een vordering en dus afwikkeling van een boedel tussen dezelfde partijen op grond van artikel 1103 Burgerlijk Wetboek (BW) juncto de artikelen 567 t/m 571 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Uitspraak

                      

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME.

GENERALE ROL NO. 14207.

 

[appellant], wonende te [plaats] aan de [straatnaam 1], voor wie als gemachtigde optreedt, mr. F. Kruisland, advocaat, 

appellant,

 t   e  g  e  n 

 

  1. [Geïntimeerde sub 1], wonende in de Verenigde Staten van Amerika [straatnaam 2], Miami 33193, Florida;
  2. [Geïntimeerde sub 2], echtgenote van de eiser sub 1 en wonende in de Verenigde Staten van Amerika [straatnaam 2], Miami 33193, Florida;
  3. [Geïntimeerde sub 3], wonende aan de [straatnaam 3] in Nederland;
  4. [Geïntimeerde sub 4], wonende te Utrecht aan de [straatnaam 3] in Nederland;              
  5. [Geïntimeerde sub 5], wonende te Vlaardingen aan de [straatnaam 4] in Nederland;
  6. [Geïntimeerde sub 6], wonende te Utrecht aan de [straatnaam 5] in Nederland;
  7. [Geïntimeerde sub 7], wonende te Utrecht aan de [straatnaam 6] in Nederland, ten deze domicilie kiezende te Paramaribo aan de Einaarstraat no.8 ten kantore van mr. F.F.P. Truideman, door wie tot hun aller gemachtigde is gesteld, mr. F.F.P. Truideman, advocaat,

    geïntimeerden,

 

De Fungerend-President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, de navolgende beschikking uit:

(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hoven interlocutoire beschikkingen van  21 april 2006 en 15 februari 2008 tussen partijen gegeven;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

In deze zaak is er op  15 februari 2008 een tussenbeschikking gegeven. Voor het procesverloop tot en met die datum wordt verwezen naar hetgeen vermeld staat onder de kop: Het procesverloop in hoger beroep, in die beschikking.

Het verdere procesverloop

Bij voormelde tussenbeschikking is beslist dat de griffier diende te bewerkstelligen dat de zg. Griffiersbrief ex artikel 119 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Brv) in het geding zou worden gebracht;

Van de griffier is op 10 maart 2008 per schrijven bericht verkregen dat beschikkingen inzake openbare verkopen niet per griffiersbrief worden verstrekt aan belanghebbenden;

Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om zich hieromtrent uit te laten ter rolle, waarbij zij zich op 4 april bij monde van hun respectieve gemachtigden hebben gerefereerd aan het oordeel van het Hof en beschikking hebben gevraagd, waarvan de uitspraak op heden.

De rechtsoverwegingen

Appellant heeft op 2 juli 2004 appel aangetekend tegen de beschikking van de Kantonrechter gewezen tussen partijen op 26 mei 2004, bekend onder A R no. 031854. In  het dictum van voormelde beschikking is bepaald dat deze binnen 4 weken na dagtekening ter kennis van de gerekestreerde (thans appellant) diende te worden gebracht. Niet kan worden vastgesteld in hoeverre partijen dan wel hun gemachtigden bij de uitspraak van de beschikking aanwezig waren.

Aangezien de griffier der Kantongerechten met veronachtzaming van de plicht tot mededeling en het bepaalde in artikel 569 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, heeft aangegeven dat er in zijn algemeenheid geen mededelingen worden gedaan van dergelijke beschikkingen aan partijen op de voet van artikel 119 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Brv), leidt het Hof daaruit af dat deze mededeling in concreto ook niet is gedaan aan gerekestreerde (thans appellant) en ook nimmer zal worden gedaan, weshalve enig verwijt aan appellant dat hij te laat of te vroeg zou zijn met zijn appel a priori misplaatst is; appellant is ontvankelijk in zijn appel;

Anders dan appellant betoogt, is het Hof van oordeel dat een scheiding en delingsprocedure tussen rechthebbenden in een boedel, waarbij ter afwikkeling van die scheiding en deling een onzijdig persoon is benoemd zoals in kwestie, in het algemeen – bijzondere omstandigheden daargelaten – niet in de weg staat aan een vordering en dus afwikkeling van een boedel tussen dezelfde partijen op grond van artikel 1103 Burgerlijk Wetboek (BW) juncto de artikelen 567 t/m 571 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Brv.) (vide ook HR 9 mei 1980 NJ 1981 no 283);

Beide procedures hebben immers ten doel en waarborgen een snelle en goede afwikkeling van een boedel, waar geen der deelgenoten verplicht zijn in te blijven (vide artikel 1093 van het Burgerlijk Wetboek BW).

Aangezien appellant noch in eerste aanleg (waar hij bovendien niet is verschenen om te worden gehoord) noch in hoger beroep bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd, welke tot het oordeel zouden kunnen voeren dat de scheiding en delingsprocedure middels een onzijdig persoon in kwestie voorkeur verdient boven een openbare verkoop op de voet van artikel 1103 Burgerlijk Wetboek (BW) en hij zonder bericht van verhindering, bovendien niet blijkt te verschijnen ten kantore van de notaris ter afwikkeling van de boedel zoals hij dat zou wensen, zal onder aanvulling van gronden de beschikking waarvan beroep, bevestigd worden;

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Bevestigt onder aanvulling van gronden de beschikking van de Kantonrechter gegeven in het Eerste kanton d.d. 26 mei 2004 onder A R no. 031854, waarvan beroep;

 

Aldus gegeven  door de heren: mr. I.H.M.H. Rasoelbaks, Fungerend-President, mr. D.D. Sewratan, Lid en mr. A.A. Hermelijn, Lid-Plaatsvervanger en 

w.g. I.H.M.H. Rasoelbaks

 

door mr. J.R. von Niesewand, President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 1 augustus 2008, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Brijobhokun, Fungerend-Griffier.

 

w.g. R.R. Brijobhokun      

wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de President niet in staat het vonnis te ondertekenen.              

 

Partijen, appellant vertegenwoordigd door advocaat  mr. R.C.A. Bleau namens zijn gemachtigde, advocaat mr. F. Kruisland en geïntimeerden vertegenwoordigd door advocaat mr. D. Chocolaad namens hun gemachtigde, advocaat mr. F.F.P. Truideman, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.

 

Voor afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie,

mr. M.E. van Genderen-Relyveld.