SRU-HvJ-2008-2

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer A-635
  • Uitspraakdatum 18 april 2008
  • Publicatiedatum 10 april 2026
  • Rechtsgebied Ambtenarenrecht
  • Inhoudsindicatie

    Het is in rechte niet komen vast te staan dat verzoeker blijvend ongeschikt is zijn betrekking te vervullen, waarin verweerder – overigens geheel ten onrechte – aanleiding vond verzoeker eervol te ontslaan, zodat verzoeker tegen het ontslagbesluit, genomen bij beschikking van de Minister van Justitie en Politie, dan ook terecht is opgekomen.

Uitspraak

 HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

A-635 

[Verzoeker], wonende aan [straatnaam] te [plaats], ten deze domicilie kiezende te Paramaribo aan de Zwartenhovenburgstraat No. 237 beneden, ten kantore van mr. S. Dulam, voor wie als gemachtigde optreedt, mr. S. Dulam, advocaat,

verzoeker,

t  e  g  e  n 

DE STAAT SURINAME, rechtspersoon, in rechte vertegenwoordigd wordende door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie van Suriname in diens Parket te Paramaribo aan de Henck Arronstraat (voorheen Gravenstraat) No. 3, voor wie als gemachtigde optreedt, mr. R. D. Zweevel, advocaat,

verweerder,

 

De President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:

(Kosteloos) Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien de stukken;

Gehoord partijen;

 TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Overwegende, dat  [verzoeker] zich bij verzoekschrift tot het Hof van Justitie heeft gewend, daarbij stellende:

  1. dat aan de verzoeker adspirant agent van politie in vaste dienst bij het Korps Politie Suriname van het Ministerie van Justitie en Politie te Paramaribo bij  beschikking van d.d. 21 december 2006 afkomstig van het voormeld  Ministerie eervol ontslag is verleend uit de Staatsdienst;
  2. dat aan de verzoeker de voormelde beschikking is uitgereikt op 28 maart 2007;
  3. dat blijkens de voormelde beschikking de verzoeker o.g.v. artikel 69 lid 2 sub f van de personeelswet is ontslagen;
  4. dat de verzoeker zich niet kan verenigen met het voormeld ontslag aangezien  blijkens de verklaring van Dr. R. Th. Haarloo, Psychiater van  d. d. 23 april 2007 de verzoeker periodiek arbeidsongeschikt is verklaard en/of gedeeltelijk geschikt is om zijn beroepsarbeid te verrichten. Uit de  overgelegde verklaring blijkt ook dat de verzoeker sedert 1991 bekend is op  de psychiatrische polikliniek van het Psychiatrisch Centrum Suriname;
  5. dat pertinent onwaar is dat de verzoeker blijvend arbeidsongeschikt is en dat de geneeskundige verklaring van d. d. 09 november 2006 waarvan de  verweerder gewag maakt, in strijd is met de waarheid waardoor het voormeld ontslag niet in stand kan blijven en is derhalve nietig;
  6. voorts wordt de geneeskundige verklaring van de geneeskundige Commissie  van d. d. 09 november 2006 van intellectueel valsheid beticht. Deze verklaring is geheel in strijd met de verklaring van Dr. R. Th. Haarloo, Psychiater waar de verzoeker onder medische behandeling is;
  7. blijkens de verklaring van Dr. R. Th. Haarloo, Psychiater is de verzoeker gedeeltelijk geschikt om zijn beroepsarbeid  te verrichten, blijkt ook uit het feit dat verzoeker jarenlang aangepaste werkzaamheden verricht voor het  Ministerie van Justitie en Politie. De voormelde verklaring wordt hierbij overgelegd met het verzoek aan de rechter deze letterlijk, herhaald en geïnsereerd te willen beschouwen;
  8. de verzoeker is periodiek arbeidsongeschikt verklaart o.g.v. het feit dat  hij lijdende is aan chronische psychiatrische ziekte welke hij heeft  opgelopen o.a. tijdens de binnenlandse oorlog, waar hij als politieman in vuurgevecht was met de groep van R. Brunswijk, de Tucayana’s en de  huurlingen. Daarbij komt ook  nog dat de verzoeker ten tijde van de vliegramp gekoelde lijken moest aanschouwen in de Medisch Wetenschappelijk Instituut (M.W.I.). De binnenlandse oorlog en de  vliegramp heeft zwaar op zijn zenuwen gewerkt waardoor hij geestelijk was afgezwakt doch absoluut niet blijvend arbeidsongeschikt;
  9. dat het voorvermeld ontslag nietig is en is in strijd met een der beginselen  van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheidsbeginsel, wat hierop neerkomt  dat de verweerder zo  zorgvuldig mogelijk handelen moet in  dier voege dat ook aan het belang van de burger geen schade wordt toegebracht door onzorgvuldig met dit belang om te springen;
  10. dat het voormeld ontslag op grond van het voorgaande niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd;
  11. dat verzoeker blijkens hierbij overgelegde  certificaat van onvermogen niet bij machte is de kosten van deze procedure te bestrijden;

Overwegende, dat verzoeker op deze gronden heeft gevorderd:

  1. dat hem toestemming zal worden verleend teneinde kosteloos te mogen procederen;
  2. dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad de beschikking van  d. d. 21 december 2006 nietig zal worden verklaard;
  3. dat de verweerder zal worden gelast de verzoeker zijn rechtens toekomende  bezoldiging met alle daaraan verbonden emolumenten uit te keren, vanaf 27 april 2007 en daarmee voort te gaan, tot de dienst betrekking  tussen de Staat Suriname en verzoeker op een rechtmatige wijze zal zijn beëindigd;
  4. dat de verweerder zal worden veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van SRD 1000,– per dag voor iedere dag dat de verweerder nalatig blijft gevolg te geven aan het door het Hof te wijzen vonnis, Kosten rechtens.

Overwegende, dat van de Staat Suriname vervolgens, na 1 (één) keer verlenging van de termijn voor het indienen van het verweerschrift, binnen de wettelijke gestelde termijn een verweerschrift ter Griffie heeft ingediend, waarin het navolgende wordt aangevoerd:

  1. Verweerster (lees: Verweerder) ontkent en betwist al hetgeen wat niet uitdrukkelijk door haar (lees: hem) wordt erkend, onder aanbod van bewijs haren (lees: zijnen) stellingen.
  2. Verweerster (lees: verweerder) erkent het gestelde in sub 1, 2 en 3 van het inleidend verzoekschrift.
  3. Naar aanleiding van het gestelde in sub 4 en 5 van het inleidend verzoekschrift voert verweerster (lees: verweerder) het volgende verweer:

Dat zij (lees: hij) de verklaring van de psychiater niet in twijfel trekt, maar het blijkt dat ondanks, verzoeker gedeeltelijk zijn beroepsarbeid kon verrichten, hij de arbeid niet verrichtte wegens ziekte. Verweerster (lees: verweerder) overlegt de presentiestaat en attestenstaat waaruit het gestelde  blijkt, met het verzoek om de inhoud hiervan ingelast en geïnsereerd te willen  beschouwen. Verzoeker is meerdere malen naar de keuringscommissie verwezen, maar heeft zijn diensten niet hervat daar hij attesten bleef inleveren.

  1. Eveneens blijkt uit de verklaringen van de geneeskundige Commissie welke worden overgelegd met het verzoek deze als hier ingelast en geinsereerd te willen beschouwen dat er met de ziekte van verzoeker altijd rekening is gehouden en hem dan ook  vrijstelling van  dienst is verleend.
  2. Verweerster (lees: verweerder) ontkent met klem het gestelde in sub 6 van het inleidend verzoekschrift. Het is conform de wet dat de werknemer die langer dan twee maanden ziekte verlof heeft voor de keuringscommissie dient te verschenen (lees: verschijnen) en een algehele keuring ondergaat. Dat  de overwegingen die ten grondslag liggen aan het feit dat verzoeker arbeidsongeschikt is  verklaard niet alleen zijn van geneeskundige aard, het feit dat verzoeker reeds 19 jaar in dienst is, maar zijn arbeid  niet of nauwelijks heeft  verricht vanwege voortdurende ziekte  dient uit het oogpunt van realiteit arbeidsongeschikt verklaard te worde.
  3. Verweerster (lees: verweerder) ontkent  in zoverre het gestelde in sub 7 van het inleidend verzoekschrift dat verzoeker ondanks de verklaring van de Psychiater de bedongen gedeeltelijk arbeid niet verrichtte zoals er wordt aangegeven.
  4. Wegens gebrek aan verificatoren kan verweerster (lees: verweerder) het gestelde in sub 8 van het inleidend verzoekschrift noch erkennen noch ontkennen.
  5. Gelet op het voorgaande is de geslagen beschikking niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, de beschikking heeft een deugdelijk gemotiveerd grondslag en kan derhalve niet nietig verklaard worden.

Overwegende, dat verweerder op deze gronden heeft geconcludeerd:

dat verzoeker niet zal worden ontvangen in zijn vordering als zijnde  ongegrond en onbewezen.

Overwegende, dat ingevolge s’ Hoven beschikking van 12 september 2007, ten dage voor verhoor van partijen bepaald, in Raadkamer zijn verschenen, verzoeker in persoon, bijgestaan door  zijn gemachtigde, advokaat mr. S. Dulam, advokaat mr.R.D.Zweevel, gemachtigde van verweerder en mevr. [naam], Onder-Inspecteur van Politie namens het Korps Politie Suriname, die hebben verklaard gelijk in het daarvan opgemaakte – hier als ingelast te beschouwen – proces-verbaal staat gerelateerd; 

Overwegende, dat ter terechtzitting van 7 december 2007, de gemachtigde van verzoeker, advokaat mr. S. Dulam een psychiatrisch rapport heeft overgelegd, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat ter terechtzitting van 4 januari 2008, de gemachtigde van verweerder, advocaat mr. R. D. Zweevel een hier als geïnsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating heeft genomen, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd; 

Overwegende, dat de gemachtigden van partijen, advocaten mr. S. Dulam en mr. R. D. Zweevel respectievelijk hebben gepersisteerd bij repliek en dupliek pleidooi, waarna het Hof vonnis in de zaak had bepaald op 18 april 2008, doch nader op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat, naar uit het procesdossier blijkt, verzoeker, Adspirant Agent van Politie, in vaste dienst bij het Korps Politie Suriname op grond van de verklaring van de geneeskundige commissie de dato 9 november 2006 ingevolge artikel 69 lid 2 sub f van de Personeelswet bij besluit,  genomen bij beschikking van de Minister van  Justitie en Politie de dato 21 december 2006, K. A. No. 2263/06, eervol ontslag uit Staatsdienst is verleend;

Overwegende, dat verzoeker, tegen voormeld ontslagbesluit opkomend onder meer heeft verzocht om nietigverklaring  van gemeld besluit op grond van feiten, aan diens vordering ten grondslag gelegd, welke feiten in dit vonnis als letterlijk herhaald en geïnsereerd worden aangemerkt;

Overwegende, dat verweerder, zich op grond van aan zijn verweer ten grondslag gelegde stellingen die eveneens in dit vonnis als letterlijk herhaald en geïnsereerd worden aangemerkt, tegen toewijzing van het verzoek van verzoeker heeft verzet;

Overwegende, dat de bij verweerschrift de dato 25 juli 2007, overgelegde Geneeskundige Verklaring de dato 9 november 2006, alsvolgt luidt:

Betreffende ziekteverlof:

De Geneeskundige Commissie, bedoeld bij artikel 5 b juncto artikel; 38 van de Volksgezondheidsdienstverordening 1938a (G. B. No. 131) en krachtens de G. R. van 14 augustus 1939 No. 2687 (G. B. No. 53) aangewezen als de Commissie van geneeskundigen, bedoeld bij artikel 7 van het “West-Indisch verlof besluit 1942” (G.B. 1925 No. 2), zoals het luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen en aanvullingen ingevolge G. B. 1932 No. 104, verklaart onderzocht te hebben de persoon van:

[verzoeker]

volgens  opgave geboren in het district Commewijne op 9 september 1964 in 

‘s Lands vaste dienst als Adspirant Agent van Politie en bevonden te hebben:

dat vrijstelling van dienst wegens ziekte voor herstel van gezondheid voor de tijd van 8 t/m 31 januari; 2 t/m 22 maart; 15 april t/m 20 juni; 22 juli t/m 11 augustus 2004; 1 januari  t/m 30 nov. 2006 noodzakelijk is;

Paramaribo, 9 nov. 2006

De Commissie voornoemd

Getekend

Drs. R. A. Ramkhelawan

Voorzitter

Gynaecoloog

Getekend

Secretaris

Overwegende, dat, anders dan in de ontslagbeschikking als ontslaggrond is aangevoerd, in de verklaring van de Geneeskundige Commissie van 9 november 2006, waarvan de inhoud in extenso is overgenomen in dit vonnis, geenszins is vermeld dat verzoeker blijvend ongeschikt is zijn betrekking te vervullen;

Overwegende, dat nu in rechte niet is komen vast te staan, dat verzoeker blijvend ongeschikt is zijn betrekking te vervullen, waarin verweerder – overigens geheel ten onrechte – aanleiding vond verzoeker eervol te ontslaan, komt verzoeker tegen het ontslagbesluit, genomen bij beschikking van de Minister van Justitie en Politie de dato 21 december 2006 [kenmerk], dan ook terecht op;

Overwegende, dat nu verzoeker door het in het onderhavige geding gebracht Certificaat van Onvermogen de dato 4 april genoegzaam aannemelijk gemaakt heeft niet bij machte te zijn de kosten van dit proces te dragen, zal het Hof verstaan, dat hem – verzoeker – is vergund ten deze kosteloos te procederen;

RECHTDOENDE IN AMBTENARENZAKEN:

Verstaat dat verzoeker is vergund ten deze kosteloos te procederen;

Verklaart nietig het besluit, genomen bij beschikking van de Minister van Justitie en Politie de dato 21 december 2006 [kenmerk], waarbij verzoeker op grond van de verklaring van de Geneeskundige Commissie de dato 9 november 2006 ingevolge artikel 69 lid 2 sub f van de Personeelswet, eervol ontslag uit staatsdienst is verleend;

 

Aldus gewezen door: mr. J. R. Von Niesewand, President, mr. A. A. Hermelijn en mr. A. Charan, Leden-Plaatsvervanger en door de President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 18 april 2008, in tegenwoordigheid van mr. R. R. Brijobhokun, Fungerend-Griffier.

 

Partijen, verzoeker vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, advocaat mr. S. Dulam en verweerder vertegenwoordigd door advocaat mr. S. S. Bikharie namens zijn gemachtigde, advocaat  mr. R. D. Zweevel zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.