SRU-HvJ-2008-9

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer G.R. no. 14322
  • Uitspraakdatum 18 januari 2008
  • Publicatiedatum 10 april 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Het is het Hof gebleken dat deze zaak niet spoedeisend is en in ieder geval zonder groot laat staan onherstelbaar nadeel uitstel gedoogde, zal het Hof alsnog doende hetgeen de Kantonrechter in kort geding had moeten doen, onder vernietiging van het tussen partijen gewezen en uitgesproken vonnis de dato 27 april 2006 – partijen naar de gewone wijze van rechtspleging verwijzen ten einde voort te procederen.

Uitspraak

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

GENERALE ROL NO.14322 

 

ESSO STANDARD OIL S.A. LIMITED (BAHAMAS), rechtspersoon naar het recht van de Bahamas, mede kantoorhoudende aan de van ’ t Hogerhuysstraat no.17 te Paramaribo, ten deze domicilie kiezende aan de Costerstraat no.27, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.R.J.Blufpand, advokaat,

appellant in Kort Geding,                             

                                 t   e  g  e  n 

[Geïntimeerde], wonende aan [adres], ten deze domicilie kiezende aan de Matagauriweg no.2 ten kantore van Mr.H.O.J.Lowe, voor wie als gemachtigde optreedt, Mr.H.O.J.Lowe, advokaat,

geintimeerde in Kort Geding,

 

De President spreekt in deze zaak, in Naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit:

(Betalend) Het Hof van Justitie van Suriname;

Gezien ’s Hovens interlocutoir vonnis van 24 augustus 2007 tussen 

partijen gewezen en uitgesproken;

TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Verwijzende naar en overnemende hetgeen bereids in ’s Hovens voormeld vonnis is overwogen en beslist en voorts;

Overwegende, dat ter comparitiezitting van 16 november 2007, de Rechter-Commissaris  het voorstel doet aan beide procespartijen om over een lumpsum te onderhandelen. Uitdrukkelijk deelt de Rechter-Commissaris mede dat partijen niet over het kosten aspect gaan onderhandelen, waarna de zaak verwezen werd naar de comparitiezitting van 23 november 2007 inzake voortzetting comparitie van partijen;

Overwegende, dat ter comparitiezitting van 23 november 2007, de gemachtigde van appellante, advokaat Mr.R.J.Blufpand heeft verklaard: “Woensdag j.l. 21 november 2007 hebben wij, mijn collega en ik, een bespreking gevoerd in Hotel Torarica. Er is uitgebreid gesproken over wat partijen verdeeld houdt, maar er is geen overeenstemming bereikt. Namens appellante wordt het Hof verzocht in de onderhavige zaak vonnis te wijzen”, waarna de zaak verwezen werd naar de rolzitting van 7 december 2007 inzake uitlating zijdens geïntimeerde;

Overwegende, dat de gemachtigde van geïntimeerde een hier als geinsereerd aan te merken schriftelijke conclusie tot uitlating omtrent schikking heeft overgelegd, waarvan de inhoud hier als ingelast dient te worden beschouwd;

Overwegende, dat het Hof hierna vonnis in de zaak heeft bepaald op heden.

TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

Overwegende, dat nu de zijdens het Hof ondernomen poging partijen in de onderhavige  zaak tot een vergelijk te doen komen, tevergeefs is geweest, zal het Hof, conform het zijdens partijen gedaan verzoek daartoe, beslissen als in het dictum van dit vonnis te melden;

Overwegende, dat nu, naar het Hof gebleken is, deze zaak niet spoedeisend is en in ieder geval zonder groot, laat staan onherstelbaar nadeel uitstel gedoogde, zal het Hof alsnog doende hetgeen de Kantonrechter in kort geding had moeten doen, onder vernietiging van het tussen partijen gewezen en uitgesproken vonnis de dato 27 april 2006 – partijen naar de gewone wijze van rechtspleging verwijzen ten einde voort te procederen;

Overwegende, dat het Hof de kosten van het onderhavige geding in beide instanties ten laste brengt van de  partij die uiteindelijk in het ongelijk zal worden gesteld;

RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP IN KORT GEDING:

Vernietigt het vonnis van de Kantonrechter in Kort Geding, gewezen en uitgesproken in de zaak tussen geïntimeerde als de eiser en appellante  als gedaagde en bekend in het  Algemeen Register onder nummer 05/5017;

EN VOORTS OPNIEUW RECHTDOENDE:

Verwijst partijen naar de gewone wijze van rechtspleging ten einde voort te procederen;

Brengt de kosten van het onderhavige Kort Geding in beide instanties ten laste van diegene van partijen die uiteindelijk in het ongelijk zal worden gesteld;

Aldus gewezen door de heren: Mr.J.R.Von Niesewand, President, Mr.D.D.Sewratan, Lid en Mr.A.Charan, Lid-Plaatsvervanger  en door de President uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie van Vrijdag, 18 januari 2008, in tegenwoordigheid van Mr.R.R.Brijobhokun, Fungerend-Griffier.

          

Partijen, vertegenwoordgd door hun respectieve gemachtigden, advokaten Mr.R.J.Blufpand en Mr.H.O.J.Lowe, zijn bij de uitspraak ter terechtzitting verschenen.