SRU-HvJ-2022-44

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer G.R. no. 15193
  • Uitspraakdatum 01 april 2022
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Hoger beroep in kort geding in een geschil tussen De Stichting Auteursrechten Suriname en Radio 10 over muziekauteursrechten. Het Hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 5 mei 2015. De stichting is niet bevoegd om de door stichting Stemra overgedragen auteursrechten op muziekwerken te handhaven via bemiddeling. Sinds de wetswijziging in 2015 is dit recht voorbehouden aan een vereniging met rechtspersoonlijkheid. Op grond van het overgangsrecht moeten verenigingen binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet aan alle eisen voldoen. Uit niets blijkt dat het de bedoeling is geweest die gelegenheid ook aan stichtingen te bieden.

Uitspraak

GR-15193

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

VONNIS

In de zaak van

 

De Stichting Auteursrechten Suriname,
gevestigd te Paramaribo,
appellante in kort geding,
verder te noemen: Sasur,
gemachtigde: mr. E. Naarendorp,

tegen

N.V. Radio 10,
gevestigd te Paramaribo,
geïntimeerde in kort geding,
verder te noemen: Radio 10,
gemachtigde: mr. D. Kraag, advocaat,

inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in het Eerste Kanton tussen Sasur als eiseres en Radio 10 als gedaagde in kort geding gewezen en uitgesproken vonnis van 7 april 2016 (A.R. No. 073983) spreekt de Fungerend-President, in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit.

 

Het procesverloop in hoger beroep

Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken en/of handelingen:

  • het proces-verbaal van 21 april 2016 van de griffier der kantongerechten, waarin is vermeld dat Sasur tegen voormeld vonnis hoger beroep heeft ingesteld;
  • de pleitnota van Sasur van 20 oktober 2017;
  • de antwoordpleitnota van Radio 10 van 2 februari 2018;
  • het repliekpleidooi van 18 mei 2018;
  • het dupliekpleidooi van 2 november 2018.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

De beoordeling 

  1. Het beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat Sasur daarin kan worden ontvangen.
  2. Tegen de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter zijn geen grieven aangevoerd. Het hof zal daarvan ook uitgaan.
  3. Het gaat in deze zaak om het volgende.

3.1 Sasur is een auteursrechtenorganisatie die tot doel heeft om de materiële en immateriële belangen van auteurs en hun rechtverkrijgenden, uitgevers en uitgeversbedrijven te bevorderen. 

3.2 Radio 10 exploiteert een radiostation en maakt via dat radiostation regelmatig muziekwerken openbaar.

3.3 Bij beschikking van 21 april 2005, gewijzigd bij beschikking van 17 mei 2006 heeft de minister van Justitie en Politie aan Sasur op de voet van het toen geldende artikel 30 bis van de Wet Auteursrecht 2013 toestemming gegeven om bedrijfsmatig bemiddeling te verlenen inzake muziekauteursrecht.

3.4 Een op 10 februari 2006 door Sasur en op 7 maart 2006 door Stichting Stemra ondertekende overeenkomst (verder de overeenkomst Sasur-Stemra) bepaalt onder meer het volgende (Sasur wordt aangeduid met SAS).

Artikel 2: non exclusief mandaat

  1. STEMRA verleent hierbij aan SAS het niet overdraagbare non-exclusieve recht om in het territorium van SAS (Suriname) toestemming te geven of te weigeren om het STEMRA repertoire op geluids- en/of beelddragers vast te leggen en te verspreiden, de voorwaarden vast te stellen voor het geven van die toestemming, in rechte op te treden tegen inbreuken op het STEMRA repertoire en al datgene te (doen) verrichten, zowel in als buiten rechte, waartoe STEMRA zonder deze Mandaatovereenkomst zelf gerechtigd zou zijn. Dit aan SAS verleende recht is aan SAS persoonlijk verbonden en derhalve niet overdraagbaar aan derden.
  2. SAS verleent hierbij aan STEMRA het niet overdraagbare non-exclusieve recht om in het territorium van STEMRA (Nederland) toestemming te geven of te weigeren om het SAS repertoire op geluids- en/of beelddragers vast te leggen en te verspreiden, de voorwaarden vast te stellen voor het geven van die toestemming, in rechte op te treden tegen inbreuken op het SAS repertoire en al datgene te (doen) verrichten, zowel in als buiten rechte, waartoe SAS zonder deze Mandaatovereenkomst zelf gerechtigd zou zijn. Dit aan STEMRA verleende recht is aan STEMRA persoonlijk verbonden en derhalve niet overdraagbaar aan derden.

3.5 Voormelde aan Sasur gegeven toestemming bedrijfsmatig bemiddeling te verlenen inzake muziekauteursrecht is in 2013 ingetrokken.

3.6 Bij wet van 17 april 2015 (S.B. 2015 no. 83), houdende nadere wijziging van de Wet Auteursrecht 1913 (G.B. no. 15, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 1981 no. 23), verder de wijzigingswet 2015, is artikel 30 bis van de Wet Auteursrecht vervangen door de artikelen 30 a tot en met i. Die bepalingen luiden – voorzover hier van belang – als volgt.

30a 1. Voor het verlenen van bemiddeling inzake muziekauteursrecht van makers en gebruikers is toestemming vereist van de Minister. De Minister verleent de toestemming indien is voldaan aan alle voorwaarden gesteld bij of krachtens deze wet, na advies door de Raad.

  1. Onder het verlenen van bemiddeling inzake muziekauteursrecht wordt verstaan het al dan niet op eigen naam, ten behoeve van de makers van muziekwerken of hun rechtverkrijgenden, sluiten of ten uitvoer leggen van overeenkomsten betreffende de uitvoering in het openbaar of de uitzending in een radio- of televisieprogramma, door tekens geluid of beelden van die muziekwerken, of hun verveelvoudigingen, in hun geheel of gedeeltelijk.

(….)

30c 1. Alleen gerechtigd tot bemiddeling inzake muziekauteursrecht is bevoegd de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging, opgericht naar Surinaams recht, zonder het oogmerk om winst te maken die kantoor houdt in Suriname en waarvan de leden zijn geregistreerd bij het Bureau Intellectuele Eigendom als te zijn de makers van muziekwerken.

(….)

Artikel II van de wijzigingswet 2015 behelst overgangsbepalingen. Lid 1 van artikel II luidt als volgt.

Verenigingen, die op grond van artikel 30 bis van Wet Auteursrecht 1913 vóór de inwerkingtreding van onderhavige wet toestemming is verleend om als bedrijf te bemiddelen inzake muziekauteursrecht, wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een periode van 3 maanden na inwerkingtreding van deze wet aan al het bepaalde in deze wet te voldoen.

3.7 Sasur heeft gevorderd Radio 10 te verbieden de muziekwerken I want to know what love is en Leave the message behind the door en enig ander muziekwerk, al dan niet in de oorspronkelijke versie, behorende tot het door Sasur beheerde repertoire, geheel of gedeeltelijk door middel van het door haar geëxploiteerde omroepstation, of op welke andere wijze dan ook, zonder de van Sasur verkregen toestemming openbaar te maken dan wel te veelvoudigen, alsmede Radio 10 te veroordelen tot betaling van een dwangsom en van de kosten van het geding.

3.8 Radio 10 heeft de vordering bestreden.

3.9 De kantonrechter heeft de gevraagde voorziening geweigerd.

4. Sasur heeft één grief aangevoerd tegen het vonnis waarvan beroep. Deze luidt als volgt.

Grief I

De Kantonrechter heeft ten onrechte in rechtsoverweging 3.4 het onderscheid tussen handhaving van het auteursrecht ex. art. 1 WA door de rechthebbende (de muziekauteur of diens rechtverkrijgende) en bemiddeling ex. art. 30a e.v. Wet Auteursrecht 1913, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2015 no. 83 (hierna WA) miskend en deze begrippen vereenzelvigd, door te overwegen dat Sasur als rechthebbende van de auteursrechten op de muziekwerken haar auteursrechten niet zonder toestemming tot bemiddeling ex. art. 30a e.v. WA mag handhaven.

Het hof zal voor zover nodig ook ingaan op de door Sasur gegeven toelichting op de grief.

5. Radio 10 bestrijdt de grief. Zij kan zich met het vonnis waarvan beroep verenigen en verzoekt het hof het vonnis te bevestigen. 

6. Het hof overweegt het volgende.

6.1 Sasur erkent dat zij niet meer ‘ten behoeve van rechthebbenden van muziekauteursrechten (kan) bemiddelen.’ Zij stelt echter dat zij haar vordering niet instelt uit hoofde van bemiddeling maar haar eigen auteursrechten op grond van artikel 1 WA wenst te handhaven. Haar zijn ‘krachtens art. 2 lid 1 van de overeenkomst tussen haar en de stichting Stemra auteursrechten op de muziekwerken uit het wereldrepertoire overgedragen – waaronder de auteursrechten op de muziekwerken “I want to know what love is” en “Leave the message behind”. (….) Sasur is derhalve rechthebbende van de muziekauteursrechten waarvoor zij van de Kantonrechter een verbod aan geïntimeerde tot openbaarmaking en verveelvoudiging heeft verzocht’, aldus nog steeds Sasur.

6.2 Sasur beroept zich op de overdracht van auteursrechten krachtens de overeenkomst Sasur-Stemra. Gelet op de inhoud van artikel 2 van die overeenkomst, hiervoor geciteerd, kan niet anders worden vastgesteld dan dat Sasur respectievelijk Stemra de rechten en bevoegdheden van de andere partij niet voor zich maar ten behoeve van die andere partij uitoefenen (dan wel ten behoeve van de rechthebbenden wier belangen die andere partij behartigt). Het uitoefenen van die rechten en bevoegdheden is niet anders op te vatten dan als het ‘ten uitvoer leggen’ van een overeenkomst (de overeenkomst Sasur-Stemra) betreffende de uitvoering in het openbaar of de uitzending in een radioprogramma in de zin van het hierboven geciteerde artikel 30a lid 2 WA zoals dat sinds de wijzigingswet luidt. 

6.3 Dit wordt ook bevestigd door de verdere inhoud van de overeenkomst Sasur-Stemra, bijvoorbeeld de benaming van de overeenkomst: ‘Mandaat overeenkomst’. Voorts bepaalt artikel 3 van die overeenkomst het volgende. 

Alle auteursrechtelijke vergoedingen, beloningen, schadevergoeding, compensatie, onkostenvergoedingen en andere bedragen die SAS zal incasseren of ontvangen in verband met het collectief beheer van de mechanische reproductierechten zullen door SAS worden beheerd ten behoeve van de rechthebbenden van zowel SAS als STEMRA en de wederkerige zusterorganisaties van STEMRA en zullen worden behandeld en gedistribueerd overeenkomstig zodanig voorwaarden zoals die van tijd tot tijd schriftelijk tussen SAS en STEMRA zullen worden overeengekomen.

De door SAS (en STEMRA) geïncasseerde vergoedingen worden derhalve ontvangen ten behoeve van de rechthebbenden en niet ten behoeve van SAS (en STEMRA) zelf.

6.4 Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat dit ‘ten uitvoer leggen’ van de overeenkomst Sasur-Stemra en het in dat verband door Sasur handhavend optreden onder de definitie van bemiddelen zoals opgenomen in voormeld artikel 30a lid 2 WA vallen. 

6.5 Tot dergelijke bemiddeling is alleen gerechtigd een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging als bedoeld in artikel 30c lid 1 WA. Aan die kwalificatie voldoet Sasur, een stichting, niet. 

6.6 Zij kan evenmin een beroep doen op de hiervoor geciteerde overgangsregeling van de wijzigingswet. Zij voert wel aan dat zij een stichting is en geen vereniging zoals genoemd in de overgangsbepaling. Uit niets valt echter af te leiden dat het de bedoeling is geweest de in die bepaling aan verenigingen als daar bedoeld geboden gelegenheid ook aan stichtingen te bieden. Gelet op de in artikel 30 a WA beoogde beperking tot ‘verenigingen waarvan de leden zijn geregistreerd bij het Bureau Intellectuele Eigendom als te zijn de makers van muziekwerken’ moet worden aangenomen dat de overgangsbepaling niet extensief mag worden geïnterpreteerd. Bovendien blijkt uit niets – Sasur stelt dat ook niet – dat Sasur ervoor gezorgd heeft dat zij – nog afgezien van de aard van haar rechtspersoonlijkheid (stichting in plaats van vereniging) – ervoor gezorgd heeft dat zij binnen drie maanden na inwerkingtreding van de wijzigingswet aan ‘al het bepaalde’ in die wet voldeed.

6.7 Een en ander brengt mee dat de kantonrechter de vorderingen terecht heeft afgewezen. De grief faalt derhalve.

6.8 Sasur voert nog aan dat de met de wijzigingswet ingevoerde bepalingen strijdig zijn met artikel 5 lid 2 van de Berner Conventie. Wat er in zijn algemeenheid ook zij van die stelling, het in die bepaling vervatte formaliteitenverbod (kort gezegd: ’buitenlandse’ werken worden in de aangesloten landen op gelijke wijze beschermd als binnenlandse werken) is in deze zaak niet aan de orde. De stelling van Sasur kan dan ook niet rechtvaardigen dat zij in afwijking van de wijzigingswet zou mogen handhaven en – gelet op het hiervoor overwogene: daarmee – bemiddelen in de zin van artikel 30a lid 2 WA.

7. Het hof zal het vonnis waarvan beroep bevestigen. Het hof zal Sasur, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van het hoger beroep.

De beslissing in hoger beroep

Het hof:

bevestigt het in deze zaak door de kantonrechter tussen partijen gewezen kortgedingvonnis van 7 april 2016 (A.R. No. 07-3983);

veroordeelt Sasur in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van Radio 10 gevallen en tot op heden begroot op nihil;

 

Dit vonnis is gewezen door mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, mr. A. Charan en mr. A.C. Johanns, leden, en door de Fungerend-President bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie op vrijdag 1 april 2022, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Berenstein BSc., Fungerend-Griffier.

 

w.g. S.C. Berenstein           w.g. D.D. Sewratan

 

Bij de uitspraak ter terechtzitting zijn verschenen advocaat mr. E. Naarendorp, gemachtigde van appellante en advocaat mr. R.A.W. Birtantie namens advocaat mr. D. Kraag, gemachtigde van geïntimeerde.

 

Voor Afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie,

mr. M.E. van Genderen-Relyveld