SRU-HvJ-2023-21

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer Artikel 54c Sv.
  • Uitspraakdatum 18 augustus 2023
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Strafrecht
  • Inhoudsindicatie

    Het Hof verwerpt het beroep tegen de beslissing van de Rechter-Commissaris die de inverzekeringstelling van een verdachte wegens overtreding van de Wet Verdovende Middelen rechtmatig had verklaard. Het Openbaar Ministerie had aan de raadsman van verdachte een onjuiste datum opgegeven voor de voorgeleiding, waardoor de verdachte bij de behandeling van de rechtmatigheidstoetsing door de Rechter-Commissaris geen rechtsbijstand had. Het Hof is van oordeel dat de inverzekeringstelling ondanks deze onzorgvuldigheid rechtmatig is, nu uit het dossier voldoende feiten en omstandigheden blijken die een redelijk vermoeden van schuld door de verdachte opleveren aan de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten.

    Wet Verdovende Middelen, rechtmatigheid inverzekeringstelling

Uitspraak

HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

BESCHIKKING IN RAADKAMER VOOR STRAFZAKEN,

(Ex artikel 54 c van het Wetboek van Strafvordering)

OP HET HOGER BEROEP VAN DE APPELLANT, [APPELLANT], tegen de beschikking van de Rechter – Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten d.d. 15 augustus 2023 ter zake de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling (ex artikel 54 a van het Wetboek van Strafvordering).

Grondslag van de inverzekeringstelling

Appellant voornoemd is op 11 augustus 2023 in verzekering gesteld ter zake overtreding van de artikelen 188 van het Wetboek van Strafrecht; 3 lid 1a en b onder sub A, B en C van de Wet Verdovende Middelen; 3 lid 1a en b onder sub A, B en C van de Wet Verdovende Middelen jo 72; 3 lid 1a en b onder sub A, B en C van de Wet Verdovende Middelen jo 73; 3 lid 1a en b onder sub A, B en C juncto 11 juncto 12 van de Wet Verdovende Middelen; 3 lid 1a en b onder sub A, B en C juncto 11 juncto 12 van de Wet Verdovende Middelen jo 72; 3 lid 1a en b onder sub A, B en C juncto 11 juncto 12 van de Wet Verdovende Middelen jo 73;

Het verloop van de behandeling

Het Hof heeft kennis genomen van het beroepschrift d.d. 17 augustus 2023 en de inhoud van het (voorlopig) strafdossier.

Vervolgens heeft het Hof bij beschikking van 17 augustus 2023 bepaald dat de behandeling van het hoger beroep in raadkamer op vrijdag 18 augustus 2023 om 11.00 uur des voormiddags zal plaatsvinden.

Op de hiervoor vermelde datum heeft de behandeling van het hoger beroep in raadkamer plaatsgevonden, waarbij zijn gehoord;

– de waarnemend Procureur-Generaal, mr. N. Maikoe, namens het Openbaar

Ministerie.

– de advocaat van de appellant, mr. J. Kraag.

– de appellant (telefonisch).

Beschikking van de Rechter – Commissaris

Bij beschikking d.d. 15 augustus 2023 heeft de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de Kantongerechten de inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.

Ontvankelijkheid van de appellant

De beschikking van de rechter-commissaris is gedateerd 15 augustus 2023. Het beroepschrift tegen de beschikking van de rechter-commissaris is op 17 augustus 2023 ingediend bij de griffier van de rechter-commissaris, die het onmiddellijk heeft doorgeleid naar de griffier van het Hof van Justitie; hierdoor is het beroep binnen de in artikel 54c lid 1 van het wetboek van Strafvordering vastgestelde termijn ingediend, zodat appellant ontvankelijk is in zijn appèl.

De grieven van appellant

De raadsman heeft namens de appellant grieven opgeworpen, met het oog op vernietiging van de beschikking van de Rechter-Commissaris en opnieuw rechtdoende de onmiddellijke invrijheidstelling van de appellant te gelasten.

De grieven van appellant komen – verkort en zakelijk weergegeven – op het volgende neer:

  • De rechten van de verdachte zijn geschonden. Er werd mij verteld dat de voorgeleiding en toetsing zou plaatsvinden op dinsdag, terwijl die heeft plaatsgevonden op woensdag. Hierdoor heeft de Rechter-Commissaris de inverzekeringstelling van mijn cliënt getoetst zonder dat mijn cliënt rechtsbijstand heeft kunnen genieten en zich heeft kunnen verweren. De Rechter-Commissaris heeft de inverzekeringstelling rechtmatig verklaard.
  • Nergens in een goede rechtsorde is het zo, dat de raadsman niet in contact kan komen met de verdachte zonder uitgebreid en gedetailleerd aan te geven waarom niet.
  • De vervolging is onzorgvuldig omgegaan met het belang van mijn cliënt. De belangenafweging moet intensief en uitputtend gedaan worden.
  • Er staat nergens in de wet dat de raadsman bij de behandeling van de rechtmatigheidstoetsing door de Rechter-Commissaris in verband met de beperking, niet aanwezig mag zijn.
  • Mijn cliënt was niet op de hoogte van de juiste inhoud van de vaten en hij wist ook niet dat het voor duistere praktijken gebruikt zou worden.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft naar aanleiding van de grieven, onder meer het volgende aangevoerd:

  • De beperking brengt met zich mee dat bij de daarop volgende handelingen die verricht zullen worden o.a. het horen en voorgeleiden van de verzoeker/verdachte, de raadsman niet aanwezig zal zijn.
  • De beperking is opgelegd vanwege de complexiteit van de zaak.
  • Er zijn feiten en omstandigheden die hebben geleid dat verzoeker/verdachte als verdachte wordt aangemerkt. Die feiten en omstandigheden zijn allemaal verwoord in de processen-verbaal die in het dossier zijn.
  • De Rechter-Commissaris heeft niet blindelings een beslissing genomen. De Rechter-Commissaris heeft ambtshalve ook zijn verantwoordelijkheden. De vordering is gedaan en er zijn stukken aan de Rechter-Commissaris ter hand gesteld waaruit het een en ander zou moeten blijken.
  • De raadsman en verzoeker/verdachte zijn niet bekend met de inhoud van de stukken, omdat de wet ons die mogelijkheid geeft om dat gedeelte af te schermen.
  • Er is nog onderzoeksbelang. Het is nl. zo dat er in deze zaak een GVO gevorderd is en dat er nog confrontatieverhoren moeten plaatsvinden tussen de mede verdachten en verzoeker/verdachte. De verzoeker/verdachte heeft het een en ander toegegeven m.b.t. tot zijn rol in het geheel, maar ontkent een andere gedeelte waar zijn medeverdachten een andere versie geven van het verhaal.
  • Als er een verkeerde datum aan de raadsman is gegeven t.a.v. de voorgeleiding en de toetsing door de Rechter-Commissaris dan geef ik toe dat dat een slechte dienstverlening is van het OM. Dit wil niet zeggen dat de inverzekeringstelling of verlenging van de inverzekeringstelling onrechtmatig is.

Wij vragen u het verzoek van de verdachte af te wijzen en de beschikking d.d. 15 augustus 2023 van de Rechter-Commissaris, mr. M. Mettendaf te bevestigen.

De beoordeling

Naar aanleiding van de grieven van appellant en het standpunt van de vervolgingsambtenaar op de grieven stelt het Hof het volgende voorop.

Overwegende, dat in de visie van het Hof de beperking van het vrije verkeer tussen raadsman en appellant niet belet, dat appellant zich mag laten verdedigen door zijn raadsman.

Overwegende, dat de onzorgvuldigheid van het Openbaar Ministerie nl. het geven van een onjuiste datum aan de raadsman waardoor de raadsman appellant niet heeft kunnen bijstaan bij de rechtmatigheidstoetsing van de inverzekeringstelling, niet tot gevolg heeft dat de inverzekeringstelling onrechtmatig is.

Overwegende, dat het Hof na inzage van de inhoud van het dossier van oordeel is, dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn gebleken welke een redelijk vermoeden van schuld opleveren tegen appellant voor de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten en dat de inverzekeringstelling rechtmatig is.

Overwegende, dat het Hof op grond van al het voorgaande het ingestelde hoger beroep ongegrond zal verklaren en de beschikking d.d. 15 augustus 2023 van de Rechter-Commissaris, mr. M. Mettendaf zal bevestigen.

DE BESLISSING IN HOGER BEROEP

HET HOF:

Verklaart het hoger beroep van appellant [APPELLANT], ongegrond.

Bevestigt de beschikking van de Rechter-Commissaris gegeven d.d. 15 augustus 2023.

Deze beschikking is gegeven te Paramaribo op 18 augustus 2023 in raadkamer van het Hof van Justitie door:

A. Charan, Fungerend-President, A.C. Johanns, lid en mr. L. Ravenberg, lid-plaatsvervanger, in tegenwoordigheid van de ad-hoc fungerend-griffier mw. Z. de Lisle LL.B.

w.g. Z. de Lisle    w.g. A. Johanns
                              w.g. R. Elgin
                              w.g. J. Kasdipowidjojo

 

Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van het Hof van Justitie,
Namens deze

(mr. E.M. Ommen-Dors)
Substituut-Griffier