SRU-HvJ-2025-14

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer CIVAR no. 2022H00161
  • Uitspraakdatum 07 november 2025
  • Publicatiedatum 12 augustus 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Hoger beroep tegen het vonnis in kort geding waarin het verzoek van enkele voetbalclubs om de Surinaamse Voetbalbond te verbieden om een algemene ledenvergadering te houden is afgewezen. Het Hof verklaart de voetbalclubs niet ontvankelijk omdat zij in de pleitnota van het hoger beroep hun eis zodanig hebben gewijzigd dat deze zich niet meer leent voor behandeling in kort geding en bovendien het spoedeisend belang voor de voetbalclubs is komen te vervallen, omdat sinds het vonnis in kort geding al verschillende algemene ledenvergaderingen zijn gehouden.

Uitspraak

Civarno. 2022H00161

HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME
VONNIS

In de zaak van

A. HAPPY BOYS,
kantoorhoudend te Paramaribo,
B. REAL MOENGOTAPOE,
gevestigd in het district Marowijne,
C. SPORT- EN VORMINGSCENTRUM BLAUWGROND,
gevestigd te Paramaribo,
D. FLAMINGO,
kantoorhoudend in het district Para,
E. INTER MOENGO TAPOE,
kantoorhoudend te Paramaribo,
F. FLORA,
kantoorhoudend te Paramaribo,
G. MOENGO SPORT BOND,
kantoorhoudend te Paramaribo,
H. NOTCH,
kantoorhoudend in het district Wanica,
I. BOTOPASI,
kantoorhoudend te Paramaribo,
J. THE JUNIORS,
kantoorhoudend in het district Wanica, appellanten,
hierna: de voetbalclubs,
gemachtigde: mr. D.P.A. Landvreugd M.A., advocaat,

tegen

DE VERENIGING DE SURINAAMSE VOETBALBOND (S.V.B.),                      gevestigd en kantoorhoudend te Paramaribo, geïntimeerde,
hierna: de SVB,
gemachtigde: mr. A.R. Baarh, advocaat,
inzake het hoger beroep van het door de kantonrechter in het Eerste Kanton tussen partijen gewezen en uitgesproken vonnis in kort geding van 10 november 2022 (CIVAR 202202571) tussen de voetbalclubs als eisers en de SVB als gedaagde spreekt de Fungerend-President, in naam van de Republiek, het navolgende vonnis uit.

Het procesverloop in hoger beroep
Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken en/of handelingen:
– het proces-verbaal van 15 november 2022 van de Substituut-Griffier der Kantongerechten, waarin is vermeld dat de voetbalclubs tegen genoemd vonnis hoger beroep hebben ingesteld;
– de memorie van grieven van 1 december 2022, met producties;
– de memorie van antwoord van 6 januari 2023;
– de pleitnota, tevens houdende wijziging van eis, van 19 januari 2024, met producties;
– de antwoordpleitnota van 15 maart 2024, met producties;
– de repliekpleitnota tevens uitlating producties van 17 mei 2024, met producties;
– het dupliekpleidooi van 21 juni 2024.

De uitspraak is nader bepaald op heden.

De beoordeling in hoger beroep

  1. Het beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat de voetbalclubs daarin kunnen worden ontvangen.
  2. Bij hun inleidend verzoekschrift hebben de voetbalclubs, zakelijk weergegeven,
    gevorderd dat het de SVB zal worden verboden op 21 oktober 2022, althans op een andere dag voor de ALV dan wel de uitspraak van de kantonrechter, een buitengewone ALV te beleggen, op verbeurte van een dwangsom, en de SVB te gebieden binnen tien dagen na de uitspraak van de kantonrechter aan de voetbalclubs de ledenlijst van de SVB te overhandigen, alles met proceskosten en liquidatiekosten. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
  3. De voetbalclubs hebben tegen het vonnis waarvan beroep negen grieven aangevoerd en toegelicht. In hun pleitnota merken zij het volgende op: ”Sinds het vonnis waarvan beroep is gewezen is de situatie dusdanig gewijzigd waardoor het niet meer van belang is om vonnis te wijzen op de eis in prima zijdens Appellanten. De beoogde vergadering is al gehouden en tal van ontwikkelingen hebben zich voorgedaan waarbij leden van de SVB waaronder Appellanten ernstig in hun lidmaatschapsrechten worden beknot.” In verband hiermee verzoeken zij het Hof vonnis te wijzen op de vernieuwde eis: de SVB te verbieden binnen een termijn zoals voorgeschreven door de statuten van de SVB een Algemene Leden Vergadering van de SVB te beleggen met als agendapunt verkiezingen waarbij deze verkiezingen onder leiding van een door uw Hof in te stellen verkiezingscommissie zal worden gehouden onder verbeurte van een dwangsom van SRD 100.000,- per dag of deel van een dag voor iedere dag of deel van een dag of keer dat de SVB in strijd mocht handelen met te dezer zake te wijzen vonnis met veroordeling van de SVB in de proceskosten en de liquidatiekosten.
  4. De SVB voert ten eerste aan dat van de voetbalclubs Flamingo van deelname aan het Voetbalseizoen 2022-2023 is uitgesloten en Notch, Flora en Inter Moengo Tapoe bij brieven van respectievelijk 18 en 20 februari 2024 het lidmaatschap van de SVB hebben opgezegd. Zij dienen dan ook in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
  5. Voorts voert de SVB aan dat inmiddels een aantal Algemene Ledenvergaderingen heeft plaatsgehad. Zij constateert dat de voetbalclubs bij hun hoger beroep geen belang meer hebben. Voorts verzet zij zich tegen de wijziging van eis, aangezien deze met een goede procesorde in strijd is.
  6. Het Hof overweegt het volgende. Een wijziging van eis in hoger beroep is op zichzelf niet in strijd met een goede procesorde. Wel geldt dat het hoger beroep wordt gezien als een op de eerste aanleg voortbouwende instantie. Dat betekent dat partijen niet vrij zijn aan hun procesvoering een nieuwe wending te geven. In het onderhavige geval komt daar nog bij dat het om een vordering in kort geding gaat, waarbij een voorlopige voorziening wordt gevraagd in een situatie waarin een spoedige beslissing nodig is.
  7. Nu sinds het kort geding meer dan twee jaren zijn verlopen en inmiddels een aantal Algemene Ledenvergaderingen van de SVB heeft plaatsgehad, bestaat het spoedeisend belang bij de in oktober 2022 gevorderde maatregelen niet meer. Bovendien vergt de gewijzigde eis een onderzoek dat zich niet voor een kort geding, maar uitsluitend voor een behandeling in een bodemprocedure leent. Dit betekent dat de voetbalclubs in hun vordering in hoger beroep niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Net als de kantonrechter zal het Hof de proceskosten compenseren, omdat de voetbalclubs leden van de SVB zijn.

De beslissing in hoger beroep
Het Hof
– verklaart de voetbalclubs niet-ontvankelijk in hun vordering in hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van 10 november 2022 (CIVAR 202202571);

– bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten van het geding in hoger beroep dient te dragen.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. S.S.S. Wijnhard, Fungerend-President, mr. M.V. Kuldip Singh en mr. A.C. Johanns, Leden, en door mr. S.S.S. Wijnhard uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie op vrijdag 7 november 2025, in tegenwoordigheid van
dhr. R.S. Dewkalie, LL.B., Fungerend-Griffier.

w.g. R.S. Dewkalie       w.g. S.S.S. Wijnhard

Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen advocaat mr. S. Mangroelal namens advocaat mr. A.R. Baarh, gemachtigde van geïntimeerde, terwijl appellanten noch bij gemachtigde noch bij vertegenwoordiging is verschenen.

Voor afschrift
De Griffier van het Hof van Justitie,

 

Mr. M.E. van Genderen-RelyveldG