SRU-HvJ-2025-17

  • Instantie Hof van Justitie
  • Zaaknummer CIVAR no. 2023H00129
  • Uitspraakdatum 15 augustus 2025
  • Publicatiedatum 11 september 2026
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Op verzoek van de vader wordt de omgangsregeling voor zijn twee kinderen uitgebreid, omdat deze in het belang van de kinderen moet worden geacht. De voogdijvoorziening zoals vastgesteld door de kantonrechter die de vader tot toeziend voogd heeft benoemd, blijft in stand.

    Familierecht, omgangsregeling, bemiddeling Bureau voor Familierechtelijke Zaken.

Uitspraak

CIVAR no. 2023H00129

HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME

BESCHIKKING

In de zaak van

[APPELLANT],
wonende in [Plaats],
appellant,
hierna te noemen: ”de vader’,
gemachtigde: mr. K.J. Kraag-Brandon, advocaat,

tegen

[GEÏNTIMEERDE],
wonende in [Plaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: ”de moeder”,
gemachtigde: mr. Murwin Dubois, advocaat,

inzake het hoger beroep van de door de kantonrechter in het eerste kanton tussen partijen gegeven beschikking van 9 november 2022 (AR. no. 200015 en Civarnummer 202000485) spreekt de Fungerend-President, in naam van de Republiek, de navolgende beschikking uit.

 

1. Het procesverloop

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

het schrijven van de appellant waaruit blijkt dat hij tegen voormelde beslissing hoger

beroep heeft ingesteld;

de processen-verbaal van het verhoor van partijen gehouden op 21 juni 2023 en van

de voortzetting daarvan op 11 augustus – en 14 december 2023 en 25 juli -, 2 augustus

– en 18 oktober 2024 en 24 april – en 10 juli 2025.

1.2    De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2. De ontvankelijkheid van het beroep

De beroepen beschikking is gedateerd 9 november 2022. De man heeft op 23 november 2022 appèl aangetekend en is derhalve ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.

3. De vordering in hoger beroep

De man vordert, zo begrijpt het hof, dat het hof in hoger beroep de beschikking van 9 november 2022 in dier voege wijzigt dat de omgangsregeling wordt uitgebreid.

4. De feiten

4.1 De minderjarigen [Kind 1] en [Kind 2] zijn op [geboortedatum] geboren uit de moeder en zijn erkend door de vader. De ouders hebben in concubinaat geleefd.

4.2 De moeder is voogdes van de minderjarigen en bij beschikking van de kantonrechter in het eerste kanton in de onderhavige procedure, van 9 november 2022, is de vader benoemd tot toeziend voogd over de minderjarigen. In de hiervoor bedoelde beschikking is een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen vastgesteld.

5. De beoordeling

5.1 Tijdens de behandeling van deze zaak in hoger beroep is door de vader aan de orde gesteld dat de in de beschikking opgenomen omgangsregeling niet voldoende is, dat hij de minderjarigen te weinig ziet en dat de moeder zich niet houdt aan de omgangsregeling.

5.2 Het hof heeft met partijen afspraken gemaakt teneinde een goede omgangsregeling op gang te brengen en heeft op de zittingen de omgangsregeling geëvalueerd. Het Bureau voor Familierechtelijke zaken heeft gedurende de behandeling van de zaak in hoger beroep als bemiddelende instantie opgetreden, heeft ook de bezoekregeling geëvalueerd en aan het hof zowel mondeling als schriftelijk rapportage uitgebracht.

5.3 Het hof overweegt dat uit de verklaringen van partijen en het Bureau voor

Familierechtelijke zaken blijkt dat de frequentie van de omgangsregeling zoals die gedurende de behandeling van de zaak in hoger beroep met partijen is besproken en op 24 april 2025 nader is voorgesteld, in het belang van de minderjarigen moet worden geacht.

Om die reden zal de onder punt 5.2 van de beschikking opgenomen omgangsregeling worden gewijzigd. Voor het overige zal de beschikking in stand blijven.

5.4 Het hof zal de overige stellingen en weren van partijen niet verder bespreken nu dat niet tot een ander oordeel zal leiden.

6. De beslissing

Het hof

6.1 Vernietigt partieel de beschikking van de kantonrechter in het eerste kanton van 9 november 2022 in de zaak bekend onder A.R.no. 200025 in dier voege dat het bepaalde onder punt 5.2 wordt vernietigd;

en opnieuw rechtdoende:

6.2 Bepaalt dat onder punt 5.2 van de beschikking de volgende omgangsregeling wordt vastgesteld tussen de vader en de minderjarigen:

”5.2 Het bezoek:

  • om het ene weekend op de zaterdag of de zondag (naar eigen keus van partijen) van 10.30 uur v.m. tot 18.30 uur n.m. waarbij de vader de minderjarigen bij de grootmoeder ophaalt en de vader de minderjarigen na afloop van het bezoek weer bij de grootmoeder afzet;

De belmomenten:

  • gedurende de week zullen er telkens 2 (twee) belmomenten zijn, waarbij de grootmoeder telefonisch contact legt met het telefoonnummer van de vader en ervoor zorgt draagt dat de kinderen in een rustige omgeving zijn;

De feestdagen:

  • partijen zullen over het bezoek van de minderjarigen op één van de kerstdagen (1ste  kerstdag of 2e kerstdag) en één van de dagen van de jaarwisseling (oudjaarsdag of nieuwjaarsdag) en de paasdagen onderling afspraken maken;
  • over vaderdag en de jaardagen van de vader en de minderjarigen zullen partijen onderling afspraken maken.”

6.3 Bepaalt dat de beschikking voor het overige in stand blijft.

Aldus gegeven door mr. S.S.S. Wijnhard, Fungerend-President, mr. J.M. Jensen en mr. A.C. Johanns, Leden, en door de Fungerend-President uitgesproken op vrijdag 15 augustus 2025 ter openbare terechtzitting van het Hof van Justitie, in tegenwoordigheid van de Fungerend-Griffier, dhr. R.S. Dewkalie, LL.B.

w.g. R.S. Dewkalie     w.g. S.S.S. Wijnhard

 

Bij de uitspraak ter terechtzitting is verschenen advocaat mr. K.J. Kraag-Brandon, gemachtigde van appellant, terwijl geïntimeerde noch in persoon noch bij gemachtigde is verschenen.

Voor afschrift

De Griffier van het Hof van Justitie,

mr. M.E. van Genderen-Relyveld