SRU-K1-1996-3

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-956566
  • Uitspraakdatum 18 januari 1996
  • Publicatiedatum 10 juni 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    (Goede trouw arbeidsovereenkomst)
    Arbeidsovereenkomst bepaalt dat overplaatsing mogelijk is mits arbeidsvoorwaarden op nieuwe standplaats ongewijzigd blijven dan wel gelijkwaardig zijn.
    Gelet op de taakomschrijving is in casu sprake van een functiewijziging waarover tenminste vooroverleg met werknemer had dienen plaats te vinden.
    Bovendien geen sprake van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden nu op oorspronkelijke standplaats, in tegenstelling tot nieuwe standplaats, recht op vrije ongemeubileerde huisvesting inclusief water en elektriciteit onderdeel van de arbeidsvoorwaarden vormden.
    Ook uit brieven van werknemer mag geen onvoorwaardelijke instemming met overplaatsing worden afgeleid. Werkgever handelt derhalve niet te goeder trouw door werknemer gebonden te achten.

Uitspraak

Kantonrechter Eerste Kanton
18 januari 1996, A.R. 956566
(Mr. J.R. von Niesewand)

De Kantonrechter spreekt in naam van de Republiek het volgende vonnis uit in de zaak aanhangig tussen:

[eiseres], wonende in [district 1], ten deze domicilie kiezende aan de Mr. F. Lim A Postraat no. 1, gemachtigde: Mr. M.I. Vos, advocaat, eiseres in kort geding,

tegen

Landbouwmaatschappij Patamacca N.V. rechtspersoon, gevestigd te Paramaribo, kantoorhoudende aan de Mr. F.H.R. Lim A Postraat no. 26, gemachtigde: Mr. F.F.P. Truideman, advocaat, gedaagde in kort geding,

1. Procesgang
Bij verzoekschrift ingekomen ter griffie op 20 november 1995 heeft eiseres gevorderd dat de Kantonrechter in kort geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

  • Gedaagde zal veroordelen om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting bij wege van voorschot te voldoen het aan eiseres toekomend loon en de daarbij behorende emolumenten, en wel met ingang van 1 augustus 1995 tot aan de rechtmatige beëindiging van de arbeidsrelatie;
  • gedaagde zal bevelen om alle bij de [staffunctie] te [plaats] behorende voorzieningen, in het bijzonder medische voorzieningen en het gebruik van transport- en communicatiemiddelen, aan eiseres te doen toekomen, althans eiseres daarvoor in aanmerking te doen stellen, althans het gebruik daarvan niet aan eiseres te onthouden;
  • gedaagde zal bevelen om binnen 1 x 24 uur na vonniswijzing, althans binnen een door de Kantonrechter te bepalen termijn, aan eiseres haar privé-post, hetwelk zich onder gedaagde bevindt, te doen afgeven, en na te laten door gedaagde namens eiseres in ontvangst te nemen post en poststukken langer onder zich te houden dan strikt noodzakelijk is;
  • gedaagde zal veroordelen om indien zij nalaat aan de in sub II en III te geven bevelen uitvoering te geven danwel zich daartegen in gedraagt, aan eiseres bij wege van dwangsom een bedrag te betalen van f.100.000,– (eenhonderdduizend gulden) per dag of per keer.

Een en ander kosten rechtens.

Gedaagde heeft tegen die vordering middels een conclusie van antwoord verweer gevoerd, onder overlegging van producties.

Eiseres heeft hierna op 4 december 1995 mondeling doen repliceren en gedaagde mondeling doen dupliceren en hebben Wij ter zelfde zitting een comparitie gehouden, waarbij eiseres en [naam] namens de gedaagde een verklaring hebben afgelegd als in het opgemaakt proces-verbaal is verwoord.

Vervolgens hebben partijen zich op 21 december 1995 en op 8 januari 1996 nader uitgelaten en vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak bepaald is op heden.

2. Motivering
2.1 Vaststaande feiten

Tussen partijen is in rechte als niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, deels blijkend uit de overgelegde producties, het volgende komen ,vast te staan:

  • Tussen partijen is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten ingaande 1 maart 1994 voor de duur van drie jaar, dus eindigend op 1 maart 1997.
  • Eiseres is conform de in het geding gebrachte taakomschrijving in dienst genomen in de [staffunctie].
  • Bij schrijven van 12 juli 1995 heeft gedaagde eiseres schriftelijke medegedeeld dat besloten is haar met ingang van 24 juli 1995 over te plaatsen naar de GPOV N.V. te Paramaribo, met als standplaats Paramaribo. Bij brief van 12 juli 1995 heeft de GPOV N.V. eiseres bericht dat zij na overplaatsing zou worden aangesteld in de [functie] Landbouwkundige Zaken.
  • Eiseres heeft bij brief van 13 juli 1995 en 28 juli 1995 haar bezwaren tegen de overplaatsing met name t.a.v. haar standplaats kenbaar gemaakt, doch bericht te zullen trachten een woning in [district 2] te vinden, binnen een aangegeven termijn.
  • Bij schrijven van 7 augustus 1995 heeft de gemachtigde van eiseres gedaagde bericht de sub d genoemde brieven van eiseres namens haar in te trekken.
  • Eiseres is tot nog toe gunstig beoordeeld door de werkgever in het kader van de jaarlijkse beoordelingen.

2.2. Standpunten van Partijen
Standpunten eiseres:

Eiseres stelt bezwaren te hebben tegen de overplaatsing naar [district 2] en tegen de functiewijziging van [staffunctie] tot [functie] Landbouwkundige Zaken, zulks omdat deze zonder vooroverleg is geschied en eiseres destijds juist met het oog op de vervulling van haar functie op [plaats] haar woning in [district 2] heeft opgegeven en passende woonruimte in [district 2] niet voorhanden is. Bovendien stelt eiseres dat de haar laatstelijk aangeboden functie meer van administratieve aard is, terwijl veldwerk zowel haar specialiteit is en verreweg haar voorkeur geniet. Eiseres stelt dat de GPOV niet als een gelieerde onderneming in de zin van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst kan worden opgemerkt. Zij stelt steeds bereid te zijn geweest en nog steeds bereid te zijn de bedongen arbeid te verrichten en vordert doorbetaling van loon sinds augustus 1995. Voorts vordert eiseres de medische voorzieningen te [plaats] en aldaar in het bezit van haar poststukken te worden gesteld.

Standpunten gedaagde:

Gedaagde stelt aan artikel 12 van de tussen partijen vigerende arbeidsovereenkomst de bevoegdheid te ontlenen tot overplaatsing van eiseres naar een andere standplaats in Suriname, hetzij op haar eigen onderneming hetzij bij gelieerde ondernemingen. Gedaagde merkt de GPOV in dit kader aan als een gelieerde maatschappij. Gedaagde stelt voorts dat eiseres blijkens haar aan gedaagde gerichte brieven van 13 juli 1995 en 28 juli 1995 onvoorwaardelijk met de overplaatsing heeft ingestemd. Gedaagde stelt voorts dat de aan eiseres aangeboden [functie] Landbouwkundige zaken niet administratief van aard is en gelijkwaardig aan haar huidige [staffunctie] en bovendien passend is bij haar opleiding en ervaring en dat deze gepaard zal gaan met veelvuldige veldbezoeken. Gedaagde beroept zich op het principe “geen werk geen loon” t.a.v de vordering van eiseres op doorbetaling van loon sinds augustus 1995. Voorts stelt gedaagde de medische voorzieningen in [district 2] te willen verschaffen en eiseres haar poststukken in [district 2] beschikbaar te stellen.

3. Beoordeling van het geschil

De Kantonrechter is van oordeel dat het spoedeisend karakter uit de aard der stellingen van eiseres haar vordering genoegzaam blijkt. De vraag die partijen verdeeld houdt is of gedaagde eiseres houden mag aan het schrijven van gedaagde aan eiseres d.d.12 juli 1995, kenmerk Pat. Intern [nummer 1] waarin eiseres wordt medegedeeld haar overplaatsing naar de GPOV N.V. te Paramaribo, met als standplaats Paramaribo, alsmede het schrijven van GPOV N.V. d.d. 12 juli 1995, kenmerk GPOV Intern [nummer 2] aan eiseres, waarin zij geïnformeerd wordt over haar nieuwe [functie] Landbouwkundige Zaken. De Kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst met name artikel 12, de mogelijkheid van overplaatsing openlaat, doch uitdrukkelijk bepaalt dat de arbeidsvoorwaarden op de nieuwe standplaats ongewijzigd zullen blijven danwel gelijkwaardig zullen zijn aan de tevoren geldende voorwaarden.

Gelet op de uitwendige taakomschrijving van de [staffunctie], die als hier letterlijk herhaald en geïnsereerd moet worden beschouwd is naar het voorlopig oordeel van de Kantonrechter sprake van een functiewijziging gelet op de taakomschrijving behorende bij de [functie] Landbouwkundige Zaken, welke, taakomschrijving eveneens als hier letterlijk herhaald en geïnsereerd dient te worden beschouwd. Een en ander geeft de Kantonrechter alle reden te oordelen, dat aan het besluit van gedaagde tot overplaatsing van eiseres tenminste vooroverleg met eiseres vooraf had moeten plaatsvinden.

Voorts is de Kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden nu op de standplaats [plaats] recht op vrije ongemeubileerde huisvesting inclusief gebruik van water en electriciteit onderdeel vormde van de arbeidsvoorwaarden, wat op de standplaats Paramaribo niet het geval is.

De Kantonrechter is wijders van oordeel dat uit de brieven van eiseres d.d. 13 en 28 juli 1995 zeker niet mag worden afgeleid haar onvoorwaardelijke instemming met de overplaatsing naar [district 2].

Gedaagde had, alle omstandigheden van het onderhavige geval inachtnemend, in redelijkheid niet tot het nemen van de beslissing, vastgelegd in het schrijven van 12 juli 1995 mogen komen en handelt dan ook niet te goeder trouw eiseres daaraan gebonden te achten.

Nu eiseres steeds bereid is geweest en nog is de bedongen arbeid te verrichten en de bodemrechter naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen andersluidende beslissing zal geven dan in casu zal worden gegeven, zal worden beslist als in het dictum te melden onder aantekening dat rekening zal worden gehouden met het bereids door eiseres ontvangen bedrag van f 100.000,– en onder verwijzing van gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit proces.

Rechtdoende
De Kantonrechter:

  • veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen het aan eiseres toekomend loon en de daarbij behorende emolumenten, en wel met ingang van 1 augustus 1995 tot aan de rechtmatige beëindiging van de arbeidsrelatie, een en ander onder aftrek van het bereids door eiseres ontvangen bedrag van f.100 000,–;
  • beveelt gedaagde om alle bij de [staffunctie] te [plaats] behorende voorzieningen, in het bijzonder medische voorzieningen en het gebruik van transport- en communicatiemiddelen, aan eiseres te doen toekomen;
  • veroordeelt gedaagde om, indien zij nalaat aan de sub 1 en sub 11 gegeven bevelen uitvoering te geven, aan eiseres bij wege van dwangsom een bedrag te betalen van f.100.000,– (een honderdduizend gulden) per dag.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Veroordeelt de gedaagde in de kosten van dit proces aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op f.3034,- (drieduizend vier en dertig gulden).

Weigert het meer of anders gevorderd