SRU-K1-2017-3

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-143501
  • Uitspraakdatum 03 april 2017
  • Publicatiedatum 19 mei 2019
  • Rechtsgebied Burger-overheid
  • Inhoudsindicatie

    Indien sprake is van uitgifte van het recht van grondhuur op domeingrond, kan de Staat in rechte worden betrokken door belanghebbenden met betrekking tot dat recht. De huurkoopovereenkomst waaruit de verbintenissen tot betaling van de huurkoopsom en de levering van het perceel voortvloeien is gesloten tussen [Naam 1] in privé en als gevolmachtigde van [Naam 2], en [Naam 3] enerzijds en [Eiser] anderzijds. Indien eiser een materiele aanspraak heeft en hij het subjectief recht dat hem toekomt wil effectueren, dan kan hij in het onderhavige geval de wederpartij of erfgenamen van de wederpartij in rechte betrekken. De beginselen van burgerlijke rechtsvordering en de wet bieden geen aanknopingspunten voor het aannemen van voldoende concreet belang bij het uitoefenen van een actierecht door eiser tegen de Staat.

    SJB augustus 2018

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON

A.R. no. 14-3501
03 april 2017

Vonnis in de zaak van:

[Eiser ]
wonende te [district],
eiser,
gevolmachtigde: mr. H.H. Vreden,

tegen

DE STAAT SURINAME, in rechte vertegenwoordigd door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie van Suriname, kantoorhoudende aan de Henck Arronstraat no. 1 te Paramaribo,
gedaagde,
gemachtigde: voorheen mr. Ch.N. Mijnals, advocaat, die zich op 01 juni 2015 heeft onttrokken; vervolgens mr. E. Naarendorp, advocaat, die zich op 06 juli 2015 heeft gesteld en op 02 mei 2016 heeft onttrokken; thans mr. N.U. van Dijk die zich op 02 mei 2016 heeft gesteld.

1. Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken:

– het inleidend verzoekschrift dat op 04 augustus 2014 met bijlagen op de griffie der kantongerechten is ingediend;
– de mondelinge conclusie van eis d.d. 20 oktober 2014;
– de conclusie van antwoord d.d. 16 februari 2015;
– de conclusie van repliek d.d. 16 maart 2015;
– conclusie van dupliek d.d. 06 juli 2015;
– de rolbeschikking tot het houden van een comparitie van partijen d.d. 04 april 2016;
– het proces-verbaal van de gehouden comparitie van partijen d.d. 07 oktober 2016;
– de conclusie tot uitlating zijdens eiser d.d. 05 december 2016.

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer

2.1 Eiser vordert, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

– de verklaring voor recht dat eiser door verjaring de eigendom heeft verkregen van het perceel gelegen in het district Suriname te Afdeling I Sectie Mattonshoop no.’s 195 en 196 (hierna het perceel);
– veroordeling van gedaagde om binnen een maand na betekening van het vonnis mee te werken aan de overschrijving van het perceel op naam van eiser in de openbare registers;
– te bepalen dat een kopie van het vonnis wordt overgeschreven in de registers van het hypotheekkantoor.

2.2 De grondslag

Aan zijn vordering heeft eiser de grondslag gelegd dat hij het perceel bij huurkoopovereenkomst van 18 februari 1975 tegen een bedrag van Srg 3.060, – van [Naam 1] heeft gekocht. In 1983 heeft eiser de huurkoopsom afbetaald, maar [Naam 1] noch diens erfgenamen hebben het perceel aan hem geleverd. Eiser beroept zich op verkrijgende verjaring, omdat hij reeds langer dan 30 jaren te goeder trouw het voortdurend bezit van het perceel heeft.

2.3 Het verweer

Gedaagde voert verweer daarop, indien en voor zover van belang, in het navolgende teruggekomen zal worden.

3. De beoordeling

3.1 Gedaagde heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van eiser en voert als meest verstrekkend verweer dat eiser onvoldoende belang heeft bij diens vorderingen tegen de Staat in de voorliggende zaak. Gedaagde beroept zich op het adagium point d’interet, point d’action en voert daarbij aan dat de Staat op geen enkele wijze betrokken is dan wel betrokken is geweest bij de huurkoopovereenkomst van 18 februari 1975 die aan de onderhavige vorderingen ten grondslag ligt. Ook is nimmer sprake geweest van een procedure tussen eiser en de Staat waaruit een recht van eiser op het perceel is voortgevloeid. Nota bene staat niet vast dat aan eiser het recht tot overschrijving van het perceel rechtmatig toekomt.

3.2 Ter comparitiezitting van 07 oktober 2016 heeft de gevolmachtigde van de Staat, mevrouw Agard, Y.I., onder meer verklaard dat onderzoek door haar gepleegd heeft uitgewezen dat het betreffend onroerend goed een perceel betreft met de titel van eigendom. Voorts heeft zij aangevoerd dat de Staat, meer specifiek het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer, domeingrond met het daarop gevestigd recht van grondhuur uitgeeft. Indien sprake is van uitgifte van het recht van grondhuur op domeingrond, kan de Staat in rechte worden betrokken door belanghebbenden met betrekking tot dat recht.

3.3 De huurkoopovereenkomst waaruit de verbintenissen tot betaling van de huurkoopsom en de levering van het perceel voortvloeien, is gesloten tussen [Naam 1] in privé en als gevolmachtigde van [Naam 2], en [Naam 3] enerzijds en [Verzoeker] anderzijds. Indien eiser een materiele aanspraak heeft en hij het subjectief recht dat hem toekomt wil effectueren, dan kan hij in het onderhavige geval de wederpartij of erfgenamen van de wederpartij in rechte betrekken.

3.4 Eiser gaat er echter vanuit dat nu een orgaan dat onderdeel is van de Staat, belast is met de overschrijving van onroerende goederen in het kadastrale register en daarom zal moeten meewerken aan de overschrijving, hij, eiser, de Staat in rechte kan betrekken. Voor deze gedachtegang van eiser, in casu beoordeeld in het verband van de feiten en omstandigheden als hiervoor overwogen, bieden de beginselen van burgerlijke rechtsvordering en de wet evenwel geen aanknopingspunten voor het aannemen van voldoende concreet belang bij het uitoefenen van een actierecht door eiser tegen de Staat.

3.5 Eiser zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen tegen de Staat.

3.6 Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

3.7 Eiser zal in de proceskosten worden verwezen

4. De beslissing

4.1 Verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tegen gedaagde.

4.2 Veroordeelt eiser in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagde gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Bradley, kantonrechter lid-plaatsvervanger in het eerste kanton, en in het openbaar uitgesproken op maandag 03 april 2017 te Paramaribo, in van aanwezigheid de griffier.

w.g. S. Andea w.g. S.J.S. Bradley