SRU-K1-2018-14

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer AR-181165
  • Uitspraakdatum 29 juni 2018
  • Publicatiedatum 18 oktober 2019
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Kort geding. Opzegging van de overeenkomst is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar, met name gelet op inbreuk op vertrouwensrelatie.

Uitspraak

KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON
A.R. No. 18-1165
29 juni 2018

Vonnis in kort geding in de zaak van:

NV CHABHIE LOGISTIEK & DISTRIBUTIE SURINAME,
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo,
eiseres,
gemachtigde: mr. D.S. Kraag, advocaat,

tegen

NV ENERGIEBEDRIJVEN SURINAME, handelende onder de namen EBS en Ogane,
gevestigd te Paramaribo,
gedaagde,
gevolmachtigde: mr. N. Bergraaf, jurist.

1. Het verloop van het proces
1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en/of -handelingen:

  • het inleidend verzoekschrift dat met producties op 19 maart 2018 op de griffie der kantongerechten is ingediend;
  • de conclusie van eis, die mondeling is genomen op 22 maart 2018;
  • de conclusie van antwoord, met producties;
  • de conclusie van repliek en uitlating;
  • de conclusie van dupliek.

1.2 De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De feiten
2.1 Eiseres is hoofddepothouder. Vanaf het jaar 1971 maakte gedaagde gebruik van de diensten van de voorganger van eiseres.

Daar gedaagde nog gebruik wenste te maken van de diensten van eiseres en eiseres op haar beurt de dienstverlening aan gedaagde wenste voor te zetten, hebben partijen hun onderlinge rechtsverhouding op 15 juli 2015 nader geregeld bij overeenkomst.

In de overeenkomst is, voor zover voor de beslissing van belang, in artikel 1 lid 3 opgenomen: “Het rayon van de hoofddepothouder omvat het volgende gebied in de Districten Paramaribo en Wanica, in het noorden begrensd door het Saramaccakanaal, in het westen door de Bomaweg, in het zuiden de Helena Christinaweg, in het oosten door de Surinamerivier, inclusief Livorno, Dijkveld, Domburg La Vigilantia. In het laatstgenoemd rayon zijn de in bijlage 1 aan deze overeenkomst genoemde depothouders actief. De N.V. EBS behoud zich het recht voor om gascylinders te leveren in onderhavig rayon.”,

in artikel 1 lid 4:
De N.V. EBS is bevoegd hetzij in het kader van een door te voeren algehele of regionale reorganisatie der bestaande rayon-indeling, hetzij in verband met de aanstelling van nieuwe depothouders – in dat geval in overleg met de hoofddepothouder en steeds zoveel mogelijk rekening houdende met de belangen van de hoofddepothouder en de door deze gekweekte goodwill – de grenzen van het in lid 3 van dit artikel genoemde rayon te wijzigen en opnieuw vast te stellen.
Wijzigingen zullen steeds schriftelijk aan de hoofddepothouder worden medegedeeld en daarna gacht integrerend deel uit te maken van deze overeenkomst”,

in artikel 11:
De hoofddepothouder is verplicht de N.V. EBS onverwijld schriftelijk in kennis te stellen, indien de distributie in diens rayon stagneert en maatregelen ter opheffing van de stagnatie voor te stellen. Tevens moet de hoofddepothouder ervoor zorgdragen dat de stagnatie zo snel en efficient mogelijk wordt opgeheven.”,

en in artikel 13:
1. Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.Partijen zijn bevoegd deze overeenkomst tussentijds bij aangetekend schrijven te beëindigen, met inachtneming van een opzeggingstermijn van 3 (drie) maanden.

3. (…)

4. Indien één de partijen toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen onder deze overeenkomst en de tekortkoming niet ongedaan kan worden gemaakt of niet ongedaan wordt gemaakt binnen redelijk termijn, nadat zij door de andere partij schriftelijk in gebreke is gesteld, is de ander partij bevoegd, deze overeenkomst zonder tussenkomst van de rechter te beëindigen.

2.2 In december 2016 heeft gedaagde aan alle hoofddepothouders, inclusief eiseres, kenbaar gemaakt over te zullen stappen naar een nieuw distributiesysteem en uit dien hoofde de overeenkomst met de depothouders zal wijzigen. In dat kader heeft eiseres op diverse data respectievelijk d.d. 20 januari 2017, 03 juli 2017,
17 augustus 2017, 23 augustus 2017, 02 september 2017 en 27 november 2017 haar standpunten ter zake per email aan gedaagde kenbaar gemaakt.

2.3 Op 27 november 2017 heeft gedaagde als volgt op de laatste mail van eiseres gereageerd:
Hierbij delen wij u mede dat in aanloop op ons nieuw distributie systeem, u vooralsnog verantwoordelijk wordt gesteld voor de distributie van gas. In de bijlage vind u de depothouders. Door het wegvallen van een aantal depothouders, vanwege het niet tekenen van onze nieuw aangeboden overeenkomst, heeft er een verschuiving plaatsgevonden.
Bij deze het verzoek om binnen uw omgeving, nieuwe depothouders te identificeren om zodoende de gasvoorziening naar de samenleving toe te optimaliseren.

2.5 Vanaf 05 maart 2018 krijgt eiseres geen ladingen meer van gedaagde.
Op 07 maart 2018 heeft eiseres gedaagde in gebreke gesteld om de overeenkomst op juiste wijze na te komen. In navolging daarop ontvangt eiseres op 13 maart 2018 bij exploit van een deurwaarder een schrijven van gedaagde, met de mededeling dat de overeenkomst op 15 juli 2015 wordt beëindigd en de samenwerking op 12 juni 2018. Als reden tot opzegging heeft gedaagde het volgende in het schrijven vermeld:
(…)
De inhoud van uw email bericht dat wij op 07 maart 2018 hebben ontvangen is tegen de achtergrond van het bovenstaande volstrekt onbegrijpelijk, aangezien u op 01 maart jl., moedwillig en zonder voorafgaande mededeling aan de verantwoordelijken op het emplacement van Ogane, geweigerd heeft om de op u rustende contractuele verplichting tot distributie van het gas te vervullen, waardoor de distributie door uw weigering ernstig in gevaar is gebracht.

Uw weigering is als een complete verassing aangekomen, aangezien uw vertegenwoordiger, althans de vertegenwoordiger van Chabhie N.V. op aangeven van de leiding van Ogane op voornoemde datum op het emplacement aanwezig was met 2 trucks en bijkans 1000 stuks gascilinders.

In het telefonisch onderhoud dat hierop is gevolgd heeft u geweigerd om het gas te distribueren, om redenen alszou de distributie in kwestie verlieslatend zijn vanwege het feit dat de arbeiders dubbel zouden moeten worden betaald.

Deze houding heeft de distributie ernstig in gevaar gebracht en is dan ook volstrekt onacceptabel en in strijd met de tussen partijen bestaande overeenkomst. Het vertrouwen in een richtige en correcte uitvoering van de overeenkomst is volledig komen weg te vallen.

Het verwijt dat u de N.V. EBS maakt, als zou zij de overeenkomst hebben geschonden en of te kwader trouw zou zijn uitgevoerd wordt dan ook met klem ontkend. Integendeel bent u degene die heeft nagelaten om uw hoofdverplichting, nl. De distributie van het gas, te vervullen.

Voortzetting van de overeenkomst is dan ook niet langer gewenst.

De N.V. EBS ziet zich in het algemeen belang en mede vanwege haar maatschappelijke verantwoordelijkheid genoodzaakt de overeenkomst d.d. 15 juli 2015 conform artikel 13 lid 2 met u te beeindigen, met in achtneming van een opzegtermijn van 3 maanden, met dien verstande dat de samenwerking tussen de N.V. EBS en u, althans de N.V. Chabhie Logistiek en Distributie Suriname, officieel zal eindigen op 12 juni 2018.

Lopende zaken zullen in deze periode moeten worden afgewikkeld.

3. De vordering, de grondslag daarvan en het verweer
3.1 Eiseres vordert om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te gelasten om binnen 1×24 uur na het wijzen van dit vonnis de overeenkomst met eiseres na te leven in dier voege dat eiseres wederom in de gelegenheid wordt gesteld om op de gebruikelijke in de overeenkomst genoemde wijze, conform de in de overeenkomst genoemde voorwaarden als ook in de daarvoor aangewezen gebieden gasbommen namens gedaagde te distribueren, zulks onder verbeurte van een direct opeisbare dwangsom ad SRD 5.000,- voor iedere dag of keer dat gedaagde in gebreke mocht blijven gevolg te geven aan dit vonnis.

3.2 Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde een onrechtmatige daad jegens haar pleegt. Daartoe stelt zij, tegen de achtergrond van de feiten vermeld onder 2, onder meer het volgende:

  • de opzeggingsbrief vanuit Ogane d.d. 27 november 2017 is niet rechtsgeldig, omdat de overeenkomst van 15 juli 2015 uitsluitend door de directie van gedaagde kan worden opgezegd, ontbonden of anderszins worden aangepast;
  • het nieuw ingevoerde distributie systeem is onrechtmatig. De uitvoering daarvan is onredelijk en in strijd met de goede trouw; de overeenkomst is een duurovereenkomst en dient volgens staande jurisprudentie bij de uitvoering van een overeenkomst de duur van de overeenkomst, de wijze van naleving en de figuur van de persoon mee te wegen bij de uitvoering c.q. aanpassing van een overeenkomst;
  • als gevolg van dit handelen van gedaagde lijdt eiseres schade.

Als spoedeisend belang stelt eiseres dat gedaagde haar bewust elke mogelijkheid ontneemt om inkomsten te genereren waardoor het voortbestaan van haar bedrijf in gevaar wordt gebracht.

3.3 Gedaagde heeft verweer gevoerd. De kantonrechter komt op dit verweer, voor zover voor de beslissing van belang, hierna in de beoordeling terug.

4. De beoordeling
4.1 Het spoedeisend belang van eiseres blijkt uit de aard van de vordering zelf. Daarom zal zij worden ontvangen in het kort geding.

4.2 Eiseres bestempelt het schrijven van gedaagde d.d. 27 november 2017 als te zijn een opzegging aan de zijde van gedaagde van de overeenkomst, welke opzegging zij niet rechtsgeldig acht. Uit de inhoud van dit schrijven leidt de kantonrechter geenszins af dat de overeenkomst van 15 juni 2017 is opgezegd. Wat de kantonrechter wel uit de inhoud van deze brief afleidt is het nieuw door gedaagde in te voeren distributiesysteem. In dat kader had gedaagde, zoals de kantonrechter uit de inhoud van de emails van eiseres gericht aan gedaagde kan afleiden, de overeenkomst gewijzigd. Uit de inhoud van de emails die eiseres aan gedaagde heeft verricht blijkt ondubbelzinnig dat eiseres zich vanaf het begin tegen het nieuwe distributiesysteem heeft verzet, omdat zij zich daarin niet kan terugvinden. Dat eiseres zich steeds hiertegen heeft verzet leidt de kantonrechter uit de volgende passages van de emails, in het bijzonder uit de mail van:

  • 20 januari 2017: “Uit bovenstaande moge het duidelijk zijn dat wij maandag 23 januari 2017 de nieuwe overeenkomst niet zullen tekenen. Wij zullen dat niet publiekelijk bekend maken, want wij zijn van mening dat onderhandelingen tussen 2 partijen besloten moeten zijn.”;
  • 03 juli 2017: “Wij dachten dat onze feiten en argumenten u overtuigd hadden en dat u daarom de in juni 2015 getekende overeenkomst, ongemoeid heeft gelaten. Nu uw standpunt kennelijk anders is verzoek ik u schriftelijk te reageren op onze beide brieven/mails. Ons standpunt was en is dat wij eind Juni 2015 een overeenkomst hebben getekend en binnen 2 jaar een nieuwe overeenkomst aangaan onnodig is.”;
  • 23 augustus 2017: “Wij willen u ook verzoeken om voorstellen schriftelijk te doen, per mail naar mij. Gesprekken kunnen tot misverstanden lijden. Wij wensen u veel sterkte en wijsheid bij het oplossen van de vele problemen die u heeft.”;
  • 27 november 2017: “Wij verschillen van mening over de werkwijze. Oplossingen voor problemen die lijden tot slechtere distributie en ellende zijn geen oplossingen. Wij kennen het land, het werk, de spelers en de gevaren. In het uiterste geval zullen wij, zeer tegen onze zin, over moeten gaan tot binnen dan wel buitengerechtelijke acties om Ogane zich aan de overeenkomst te houden.
    (…) Wij hopen dat u de wijzigingen aan ons voorbij laat gaan en anders deze schriftelijk voor te stellen. Vooralsnog zeggen wij tegen alle mondelinge verzoeken en voorstellen: NEE..”.

4.3 Gedaagde voert aan dat zij zich op grond van artikel 1 lid 4 van de overeenkomst het recht heeft voorbehouden om indien nodig en of noodzakelijk blijkt, de rayon indeling te reorganiseren. Tevens op artikel 1 lid 3 dat gedaagde zich het recht heeft voorbehouden om binnen het rayon dat voor de implementatie van het nieuwe distributiesysteem aan eiseres was toegewezen gascilinders te leveren.

Het uitgangspunt van artikel 1 lid 4 is dat de regie van de distributie en de bevoorrading een aangelegenheid van gedaage behoort te zijn om in het bijzonder schaarste uit te sluiten. Vanwege de problemen waarmee gedaagde bij de distributie op basis van de rayon-indeling geconfronteerd werd, welke problemen van dien aard waren dat de dienstverlening naar de winkeliers en de samenleving in ernstige mate te wensen overliet en mitsdien de distributie van het gas niet optimaal geschiedde met als gevolg dat er telkens en bij herhaling een schaarste dreigde te ontstaan, was gedaagde genoodzaakt tot een nieuw distributiesysteem over te gaan. Deze problemen waren bij eiseres bekend.

In het nieuw distributiesysteem, met welk systeem op 15 januari 2018 van start is gegaan, is gedaagde afgestapt van het rayonsysteem en is de distributie thans gebaseerd op een rouleersysteem, waardoor winkeliers de mogelijkheid hebben om un bestelling bij gedaagde te plaatsen en beter kan worden ingespeeld op de behoefte van de consument door erop toe te zien dat er een gelijke spreiding van gas plaatsvindt naar gelang de behoefte in de verschilldende gebieden.

In het nieuw distributiesysteem heeft gedaagde de hoofddepothouders ontlast van de verplichting om controle uit te oefenen op de depothouders betreffende de naleving van de ter zake geldende regels en bestaande afspraken en berust de verantwoordelijkheid thans geheel bij gedaagde.

Voorts voert gedaagde aan dat zij voldoende overlegmomenten met de hoofddepothouders heeft ingebouwd en het steeds eiseres is geweest die bij die overlegmomenten verstek heeft laten gaan.

Vanwege deze niet constructieve houding van eiseres en het incident van 01 maart 2018 heeft zij geen vertrouwen meer in eiseres en heeft zij de overeenkomst bij schrijven op 13 maart 2018 met ingang van 05 juli 2018 opgezegd. Tegen dit gemotiveerd verweer heeft eiseres niet veel ingebracht dan te blijven volharden in haar stelling dat op grond van artikel 1 lid 4 de wijzigingen schriftelijk dienen te geschieden. De kantonrechter stelt voorop dat een heel essentieel bouwsteen in elke rechtsrelatie vertrouwen is. Uit de inhoud van de emails van eiseres in reactie op het door gedaagde aangekondigde nieuw in te voeren distributiesysteem leidt de kantonrechter af dat eiseres zich, zoals gedaagde terecht opwerpt, niet constructief heeft opgesteld, met het gevolg dat er spanningen tussen partijen zijn ontstaan. Het opzeggen van de overeenkomst onder de hiervoor geschetste omstandigheden acht de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar. Gedaagde heeft overigens met inachtneming van artikel 13 lid 2 van de overeenkomst de opzegtermijn in acht genomen. Hetgeen hiervoor is overwogen brengt de kantonrechter tot het voorlopig oordeel dat gedaagde met het opzeggen van de overeenkomst rechtsgeldig is en dus niet onrechtmatig. Om die reden kan de door eiseres gevraagde voorziening niet worden toegewezen.

4.4 Eiseres zal, in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing
De kantonrechter:

5.1 Weigert de gevraagde voorziening.

5.2 Veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezenen ter openbare terechtzitting uitgesproken door de kantonrechter in het eerste kanton, mr. S.M.M. Chu, op vrijdag 29 juni 2018 te Paramaribo in aanwezigheid van de fungerend- griffier.