SRU-K1-2020-39

  • Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
  • Zaaknummer A.R. no. 20 - 3567
  • Uitspraakdatum 03 december 2020
  • Publicatiedatum 10 december 2020
  • Rechtsgebied Civiel recht
  • Inhoudsindicatie

    Vonnis in Kort geding, Kredietovereenkomsten, Samenwerkingsvereenkomst, Opeisbare vordering, Tenuitvoerlegging van het vonnis.
    De verhouding tussen partijen wordt beheerst door de samenwerkingsovereenkomst.
    Er kan niet alleen op basis van de kredietovereenkomsten worden geoordeeld dat eiser een opeisbare vordering heeft.

Uitspraak

HET KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON
A.R. no 20-3567
03 december 2020

Vonnis in kort geding in de zaak van

DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP KIRPALANI’S N.V., rechtspersoon, 
gevestigd en kantoorhoudende te Paramaribo aan de Maagdenstraat no. 17, 
eiseres in conventie in kort geding,
gedaagde in reconventie in kort geding,
hierna te noemen: “Kirpalani’s”,
gemachtigde: mr. A.M. Linger, advocaat, 

tegen

A. [naam BV], rechtspersoon, 
statutair gevestigd te 3011 TA Rotterdam aan de Blaak 40 in Nederland,
kantoorhoudende in [district 1] aan [adres 1],

B. [naam NV ], rechtspersoon, 
gevestigd en kantoorhoudende in [district 1] aan [adres 1],

C. [naam Stichting], rechtspersoon, 
gevestigd en kantoorhoudende in [district 1 aan [adres1],
gedaagden in conventie in kort geding,
eisers in reconventie in kort geding,
hierna respectievelijk te noemen: “de BV, de NV en de Stichting”,
gemachtigde: mr. A.E. Debipersad, advocaat.

1. Het verloop van de procedure
1.1 Dit blijkt uit de volgende processtukken en/of – handelingen:

  • het verzoekschrift, dat met producties op 10 november 2020 ter griffie der kantongerechten is ingediend;
  • de mondelinge conclusie van eis d.d. 19 november 2020;
  • de conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie met producties  en uitlating producties;
  • de conclusie van antwoord in reconventie en uitlating producties

1.2 De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.1. Bij onderhandse akte gedateerd 04 juni 2018 zijn Kirpalani’s en de de BV en de NV een kredietovereenkomst aangegaan voor het bedrag van US$ 2.250.000,– .

2.2. Bij onderhandse akte van 06 september 2018 is een addendum horende bij de overeenkomst van 04 juni 2018 overeengekomen waarbij de geldlening is uitgebreid tot de som van US$ 3.000.000,–.

2.3. Bij onderhandse akte de dato 8 april 2019 heeft Kirpalani’s ter verbruikleen kredietruimte tot de som van € 600.000,– aan de BV en de NV ter beschikking gesteld. 

2.4.  Bij vonnis in kort geding van de Kantonrechter in het Eerste Kanton de dato 

01 oktober 2020 in de zaak bekend onder A.R. [nummer 1] heeft de kantonrechter onder meer als volgt beslist:

“5.1. gelast de stopzetting van de openbare verkooop van de bij exploot [no.02] van deurwaarder L. Gangaram Panday gedateerd 15 augustus 2020, omschreven goederen welke openbare verkoop zal plaatsvinden op 08 oktober 2020 om 10.00 uur op het kantoor van notaris mr. V. Gangaram Panday of diens plaatsvervanger, aan de Julianastraat no. 21 te Paramaribo.
5.2. gelast de stopzetting van de openbare verkooop van de bij exploot [no.03] van deurwaarder L. Gangaram Panday gedateerd 15 augustus 2020, omschreven goederen welke openbare verkoop zal plaatsvinden op 08 oktober 2020 om 10.00 uur op het kantoor van notaris mr. V. Gangaram Panday of diens plaatsvervanger, aan de Julianastraat no. 21 te Paramaribo.
5.3. schorst alle door gedaagde (lees: Kirpalani’s) te treffen executie maatregelen op de percelen toebehorende aan de stichting, in afwachting van een uitspraak van de bodemrechter in de zaak bekend als [AR nummer].
5.4. veroordeelt gedaagde tot een dwangsom van SRD 1.00.000,–(…) voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het bepaalde in sub 5.1 t/m 5.3 van dit vonnis tot een maximum van SRD 5.000.000,– (…).
5.5. veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers voor de kosten voor rechtsbijstand van US$ 10.800,– (…) inclusief 8% omzetbelasting.
5.6. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
5.7. veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding aan de zijde van eisers gevallen en tot op heden begroot op SRD 700,– (…).
5.8. wijst af het meer of anders gevorderde.”

2.5. De in executoriale vorm uitgegeven grosse van bovenvermeld vonnis is bij exploot [no. 04] van de deurwaarder bij het Hof van Justitie H. Chiragally de dato 08 oktober 2020  aan Kirpalani’s betekend en is aan haar onder meer bevel gedaan om binnen twee dagen aan requiranten tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de bedragen van US$ 10.800,– en SRD 700,–. 

2.6. Bij exploot [no.05] van de deurwaarder bij het Hof van Justitie S.W. Niekoop LL.B. de dato 21 oktober 2020  is aan [ de BV. ] en de [naam bedrijf] betekend een schrijven van de gemachtigde van Kirpalani’s waarin voor zover van belang staat:

“ (…) Krachtens de kredietovereenkomsten de dato 18 mei 2019, 04 juni 2018 en 08 april 2019 is de [naam bedrijf]. thans geheten [ de NV] en [de BV]. beiden hierna te noemen “DVE” de bedragen ad USD 3.438.133,77 (…) en EURO 676.231,38 (…) verschuldigd aan Kirpalani. De verschuldigde bedragen zijn reeds opeisbaar. 
Ingevolge het vonnis d.d. 01 oktober 2020 bekend onder A.R. [nummer 1] is Kirpalani verschuldigd aan DVE de opeisbare bedragen ad USD 10.800,– (…) en SRD 700,–(…).
Bij deze deelt Kirpalani DVE mede dat zij ingevolge artikel 1446 van het Burgerlijk Wetboek overgaat tot compensatie van het door haar verschuldigd bedrag aan DVE met het bedrag, welke DVE aan Kirpalani verschuldigd is.
Betekende dus dat de bedragen USD 10.800,– (…) en SRD 700,–(…) in mindering worden gebracht van de bedragen USD 3.438.133,77 (…) en EURO 676.231,38 (…).”

2.7. Bij schrijven gedateerd 05 november 2020 van de gemachtigde van de BV, de NV en de Stichting aan de gemachtigde van Kirpalani’s staat voor zover van belang:

“(…) Artikel 1446 BW is hier niet van toepassing simpelweg omdat Kirpalani geen opeisbare vordering heeft, terwijl mijn clienten dat wel hebben op de Uwe!
Uw aandacht voorts voor het feit dat u onnodig [de Stichting] betrekt in dezeconstructie, vermits zij geen schuldenares is. Mutatis mutandis is Kirpsalani wel schuldenaar van de voornoemde Stichting, e.e.a. blijkt uit het eerdergenoemd vonnis. Het beroep op compensatie zijdens Kirpalani is dan ook evident onjuist. Clienten wensen m.b.t. het voormelde niet meer in conclaaf met Kirpalani te treden en hebben de executie ingezet.”

2.8. Bij exploot [no.06] van de deurwaarder bij het Hof van Justitie S.S. Saheblal de dato 05 november 2020 is er executoriaal beslag gelegd op de in het exploit opgesomde aan Kirpalani’s toebehorende roerende goederen.  

3. De vorderingen, de grondslagen van de vorderingen en het verweer 

3.1.1. De vordering in conventie  

Kirpalani’s vordert dat bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad:

I. de BV, de NV en de Stichting, zullen worden gelast om binnen 1 x 24 uur na het dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter vast te stellen termijn, de ten verzoeke van de BV, de NV en de Stichting gelegd executoriale beslag bij deurwaardersexploot [no.06] d.d. 05 november 2020 van de deurwaarder Stephen Soerdjpersad Saheblal op te heffen, op straffe van een dwangsom van SRD 10.000,– per dag voor iedere dag dat gedaagden in gebreke blijven aan het vonnis te voldoen.

II. de BV, de NV en de Stichting te verbieden over te gaan tot de verkoop van de in beslag genomen roerende goederen aangezegd bij deurwaardersexploot no. [no.06] d.d. 05 november 2020 van de deurwaarder Stephen Soerdjpersad Saheblal, welke verkoop zal plaatsvinden te Paramaribo op 04 december 2020 aan de Keizerstraat no. 160-166 ter plaatse der inbeslagneming.

III. de BV, de NV en de Stichting te veroordelen om bij wege van voorschot en tegen behoorlijk van kwijting aan Kirpalani’s te betalen het bedrag van US$ 10.800,– vermeerderd met de wettelijke rente van 6% ’s jaars vanaf de dag van rechtsingang tot aan die der algehele voldoening. Kosten rechtens.

3.1.2. De vordering in reconventie  

De BV, de NV en de Stichting vorderen dat bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad, Kirpalani’s te veroordelen om bij wege van voorschot aan hen te betalen het bedrag van US$ 5.400,–, vermeerderd met 8% Omzetbelasting en de wettelijke rente ad 6% per jaar vanaf 19 november 2020 tot en met de dag der algehele voldoening daarvan. Kosten rechtens.

3.2. De grondslagen van de vorderingen 
3.2.1. in conventie

Kirpalani’s heeft aan de vordering naast de vaststaande feiten ten grondslag gelegd dat zij met de B.V. en de N.V. kredietovereenkomsten is aangegaan, waarbij zij kredieten heeft verstrekt en de B.V. en de N.V. de kredieten hebben ontvangen. De aan Kirpalani’s verschuldigde bedragen op grond van de kredietovereenkomsten zijn opeisbaar. Zowel de vordering van Kirpalani’s als de vordering van de B.V. en de N.V. staan vast en zijn opeisbaar, zodat de wettelijke schuldvergelijking kan intreden. 

Kirpalani’s heeft na het bevel gedaan bij exploot van de deurwaarder bij het Hof van Justitie H. Chiragally de dato 08 oktober 2020 [no.04], betaald middels compensatie en is niets verschuldigd aan de BV, de NV en de Stichting.

De BV, de NV en de Stichting hebben desondanks bij exploit [no.06] van de deurwaarder bij het Hof van Justitie S.S. Saheblal de dato 05 november 2020 executoriaal beslag gelegd op de in het exploot opgesomde aan Kirpalani’s toebehorende roerende goederen. 

De BV, de NV en de Stichting maken misbruik van hun executie bevoegdheid en hebben deze executie bevoegdheid uitgeoefend met als doel Kirpalani’s zowel financiele – als imago schade toe te brengen. De beslagen dienen dan ook opgeheven te worden en de aangezegde executoriale verkoop dient stopgezet te worden. Kirpalani’s heeft een spoedeisend belang bij een voorziening in kort geding aangezien de onrechtmatige verkoop van de in berslag genomen roerende gioederen zal geschieden op vrijdag 04 december 2020.    

Kirpalani’s lijdt schade vanwege de noodzakelijke kosten welke zij heeft moeten maken voor het inroepen van rechtsbijstand om de opheffing van het door De BV, de NV en de Stichting gelegd onrechtmatig beslag te vorderen. 

3.2.2. in reconventie

De BV, de NV en de Stichting hebben aan de vordering ten grondslag gelegd dat Kirpalani’s door te weigeren het vonnis van 01 oktober 2020 na te komen, te kwader trouw handelt en een onrechtmatige daad pleegt, als gevolg waarvan de BV, de NV en de Stichting schade lijden, bestaande uit de advocaatkosten. Kirpalani’s wist reeds voor de beslaglegging c.q. aangekondigde executie dat haar beroep op compensatie geen kans van slagen zou hebben en heeft er toch ervoor gekozen niet te voldoen aan het vonnis en om de BV, de NV en de Stichting thans opzettelijk op te zadelen met een proces. De BV, de NV en de Stichting hebben een spoedeisend belang bij hun vordering. 

3.3. Het verweer in conventie en in reconventie

Op het in conventie en reconventie gevoerd verweer zal voor zover nodig hierna  worden ingegaan. 

4. De beoordeling

4.1. Gelet op de onderlinge samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie hierna gezamenlijk worden behandeld. 

4.2. Bij vonnis gedateerd 01 oktober 2020 is Kirpalani’s veroordeeld tot betaling aan de BV, de NV en de Stichting van de kosten voor rechtsbijstand van US$ 10.800,– inclusief 8% omzetbelasting alsook de kosten van het geding begroot op SRD 700,–. Kirpalani’s heeft zich beroepende op de tussen partijen bestaande kredietovereenkomsten op het standpunt gesteld dat zij een opeisbare vordering heeft op de BV en de NV en dat de BV en de NV op grond van het vonnis een opeisbare vordering hebben op haar en zij derhalve op grond van artikel 1446 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), de vordering compenseert. 

4.3. De BV, de NV en de Stichting hebben aangevoerd dat er een samenwerkingsovereenkomst tussen Kirpalani’s en de BV en de NV is gesloten en dat Kirpalani’s aldus niet alleen kredietverschaffer is en dat niet gesteld noch gebleken is dat het door Kirpalani’s geinvesteerd kapitaal reeds opeisbaar is en concluderen dat het beroep van Kirpalani’s op artikel 1446 BW onjuist is.     

4.4. De kantonrechter merkt op dat de samenwerkingsovereenkomst niet ten processe is overgelegd. De kantonrechter overweegt dat op procespartijen de verplichting rust om voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.  De kantonrechter merkt op dat Kirpalani’s slechts gewag maakt van de krediet-overeenkomsten en met geen woord rept over de samenwerkingsovereenkomst . 

In het vonnis van 01 oktober 2020 worden bepaalde artikelen uit de samenwerkings-overeenkomst geciteerd. In het vonnis staat onder meer: “In artikel 1.2 en 1.3 van de samenwerkingsovereenkomst is door partijen gesteld dat gedaagde (lees: Kirpalani’s), de BV en de NV bij akten van 4 juni en van 20 september 2018 een overeenkomst zijn aangegaan die voorzag in het verstrekken aan de NV door gedaagde van een investeringskrediet van US$ 3,000,000 (…).Voorts is in artikel 1.4 door partijen gesteld “..dat de gewenste inbreng van Kirpalani’s bij de uitvoering van het project verder ging dan de kale financiering…” voorts is in artikel 2.3 bedongen: “Elke afzonderlijke kredietovereenkomst maakt deel uit van deze samenwerkingsovereenkomst en wordt beheerst door de principes van deze overeenkomst.” (..). artikel 1.4 waarin het volgende is gesteld: “Gaandeweg de uitvoering van de plannen bleek dat de gewenste inbreng van Kirpalani’s bij de uitvoering van het project verder ging dan de kale financiering en dat de wederzijdse betrokkenheid bij het project het karakter van een structurele samenwerking had. Partijen achten het nodig hun onderlinge verhouding en afspraken met betrekking tot het “Kippie-project” nader vast te leggen in deze samenwerkings-overeenkomst.”

Uit de conclusie van antwoord in conventie alsook uit het hierboven geciteerde uit het vonnis, waarbij de kantonrechter opmerkt dat de aangehaalde passage betreft een letterlijke aanhaling uit de samenwerkingsovereenkomst en niet het oordeel van de kantonrechter, is het aannemelijk dat Kirpalani’s niet alleen kredietverschaffer van de BV en de NV doch ook investeerder en zakelijke partner van de BV en de NV is. De kredietovereenkomsten staan derhalve niet los van de samenwerkings-overeenkomst,  doch maakt elke afzonderlijke kredietovereenkomst deel uit van de samenwerkingsovereenkomst en wordt beheerst door de principes van de samenwerkingsovereenkomst.

4.5. De kantonrechter overweegt dat sec op grond van de kredietovereenkomsten, verondersteld zou kunnen worden dat Kirpalani’s een opeisbare vordering heeft op de BV en de NV. Echter nu, zoals hiervoren overwogen, de verhouding tussen partijen wordt beheerst door de samenwerkingsovereenkomst, en Kirpalani’s niet alleen kredietverschaffer is van de BV en de NV doch ook investeerder en zakelijke partner van de BV en de NV, kan niet zondermeer worden geoordeeld dat alleen op basis van de kredietovereenkomsten, die bovendien niet los staan van de samenwerkings-overeenkomst doch deel uitmaken van die samenwerkingsovereenkomst en worden beheerst door de principes van de samenwerkingsovereenkomst , Kirpalani’s een opeisbare vordering heeft. Kirpalani’s heeft derhalve niet aannemelijk gemaakt dat zij een opeisbare vordering heeft. 

4.6. De kantonrechter is van oordeel dat de BV, de NV en de Stichting, zich terecht op het standpunt stellen dat er geen sprake is van een opeisbare vordering van Kirpalani’s en het beroep op compensatie onjuist is.    

4.7. De kantonrechter acht op grond van het vorenoverwogene de conclusie van Kirpalani’s dat de BV, de NV en de Stichting hun bevoegdheid tot het leggen van executoriaal beslag zouden hebben misbruikt, niet gerechtvaardigd. 

4.8. De kantonrechter is van oordeel dat de BV, de NV en de Stichting geen misbruik van hun bevoegdheid maken door tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 01 oktober 2020 over te gaan. Zij hebben een in redelijkheid te respecteren belang bij gebruikmaking van hun bevoegdheid om tot de tenuitvoerlegging van het vonnis over te gaan. 

4.9. De slotsom is dat de gevraagde voorzieningen van Kirpalani’s strekkende tot opheffing van het executoriale beslag en het verbieden om tot de verkoop van de in beslag genomen roerende goederen over te gaan, zullen worden geweigerd. 

4.10. De vorderingen tot veroordeling van de BV, de NV en de Stichting en Kirpalani’s in de advocaatkosten zal als niet op de wet te zijn gegrond, worden afgewezen. 

Ons rechtssysteem kent geen verplichte procesvertegenwoordiging. Het is een vrije keuze van partijen geweest om zich in rechte te doen bijstaan en de gemaakte kosten moeten zij zelf dragen. 

4.11. Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen nadere bespreking meer, nu dat niet tot een andere beslissing kan leiden. 

4.12. Kirpalani’s zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld en in reconventie zullen de BV, de NV en de Stichting als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten moeten dragen. 

5. De beslissing

De kantonrechter in kort geding

5.1 in conventie 

5.1.1 Weigert de gevraagde voorzieningen.

5.1.2 Veroordeelt Kirpalani’s in de proceskosten aan de zijde van de BV, de NV en de Stichting gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil. 

5.2 in reconventie 

5.2.1 Weigert de gevraagde voorziening.

5.2.2 Veroordeelt de BV, de NV en de Stichting in de proceskosten aan de zijde van Kirpalani’s gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op nihil. 

Aldus gewezen door mr. R.G. Chatterpal, kantonrechter in kort geding en uitgesproken door mr. A.C. Johanns, kantonrechter-plaatsvervanger in kort geding, ter openbare terechtzitting van het kantongerecht in het eerste kanton te Paramaribo van donderdag 03 december 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.