- Instantie Kantongerecht Eerste Kanton
- Zaaknummer CIVAR no. 202504949
- Uitspraakdatum 31 december 2025
- Publicatiedatum 13 januari 2026
- Rechtsgebied Civiel recht
-
Inhoudsindicatie
Een eis in kort geding kan worden toegewezen wanneer onmiddellijke maatregelen nodig zijn en de afloop van een gewone procedure niet kan worden afgewacht. Pinnacle Timber Products NV e.a. hebben spoedeisend belang aangetoond, omdat hun vrachtschip met houtlading voor de haven van India ligt en zonder certificaten grote schade dreigt.
Voor de export van planten en plantaardige producten vanuit Suriname is volgens de Plantenbeschermingswet van Suriname van S.B. 2020 no. 78 een fytosanitair certificaat vereist. Al jarenlang werden verschillende houtsoorten onder de verzamelterm “Mora roundlogs” geëxporteerd, hoewel India alleen Maclura tinctoria als Mora erkent. De Staat concludeerde in 2020 dat de andere houtsoorten die onder die (verzamel)benaming naar India worden verscheept daar verboden houtsoorten zijn, althans die mogen daar niet geïmporteerd worden. In 2023 besloot de Staat dat voor houtexporten naar India onder de naam ”Mora”, een graceperiode in te stellen en wel tot en met 31 oktober 2023. Daarmee bevestigt de Staat dat de houtexporten niet volgens de regels of officiële procedures plaatsvonden en meer nog, stelt hij een overgangsperiode in waarbij de houtexporteur tijdelijk worden ontzien en waarin de houtexportregels en/of sancties (nog) niet strikt zullen worden toegepast.
Echter bleek dat de overgangsperiode, die naar haar aard tijdelijk had moeten zijn, een permanent karakter kreeg. Door jarenlang certificaten af te geven onder de verzamelbenaming heeft de Staat gerechtvaardigd vertrouwen gewekt bij exporteurs. Door de abrupte beëindiging, zonder overgangsregeling, handelde de Staat in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; Plantenbeschermingswet van Suriname (S.B. 2020 no. 78)
Uitspraak
KANTONGERECHT IN HET EERSTE KANTON
CIVAR no. 202504949
31 december 2025
vonnis in de kort geding zaak van:
a. PINNACLE TIMBER PRODUCTS NV,
b. GREEN WOOD WORLD NV,
c. HARMONY TIMBER NV,
d. WINTRIP INTERNATIONAL NV,
e. BAKHUIS FOREST NV,
f. ATLANTIC ASIA RESOURCES NV
allen gevestigd te Paramaribo en in het district Wanica,
hierna te noemen: Pinnacle Timber Products NV e.a.,
gemachtigden: mr. drs. Boedhoe, Shiraz en mr. Joan M. Nibte
tegen
DE STAAT SURINAME, met name HET MINISTERIE VAN LANDBOUW, VEETEELT EN VISSERIJ, in rechte vertegenwoordigd door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, gevestigd te Paramaribo te diens Parkette aan de Limesgracht no 92
gevestigd te Paramaribo,
gedaagde,
hierna te noemen: de Staat.
gemachtigden: S. Nanda LLB en mr. D. Jairam, verbonden aan het Bureau Landsadvocaten.
- Het verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken en/of handelingen:
- het inleidend verzoekschrift dat met producties op 29 december 2025 op de Griffie der Kantongerechten is ingediend;
- de conclusie van eis d.d. 30 december 2025;
- de mondelinge akte van eiswijziging;
- de mondelinge conclusie van antwoord en uitlating eiswijziging;
- het proces-verbaal van het mondeling afpleiten van de gemachtigden van partijen d.d. 30 december 2025.
1.2. De uitspraak is hierna bepaald op heden.
- De feiten
2.1 Pinnacle Timber Products NV e.a. zijn professionele houtexporteurs, die reeds jaren structureel rondhout exporteren naar India. Voor de uitvoer van hout naar India is het fytosanitaire certificaat een essentiële en onmisbare schakel in de exportketen.
2.2 Zonder een door het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (voortaan LVV) afgegeven fytosanitaire certificaat is het voor Pinnacle Timber Products NV e.a. onmogelijk om bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken (voortaan KKF) een Certificaat van Oorsprong te verkrijgen. Dit document is nodig voor internationale handel en inklaringen in India.
2.3 De Staat met name LVV heeft gedurende de afgelopen jaren aan houtexporteurs die daaraan voldoen, i.c. aan Pinnacle Timber Products NV e.a. een fytosanitair certificaat afgegeven, voor de export van verschillende houtspecies. Op het fytosanitaire certificaat werden de verschillende houtspecies aangeduid met de verzamelterm ”Mora roundlogs”.
2.4 LVV weigert thans de afgifte van het fytosanitaire certificaat aan Pinnacle Timber Products NV e.a. onder de jarenlang gehanteerde benaming ”Mora roundlogs” te verstrekken. Pinnacle Timber Products NV e.a. kregen op 27 oktober 2025 een schriftelijke mededeling van de Staat, waarin o. a. is aangegeven dat ter waarborging van de integriteit van de National Plant Protection Organization (verder NPPO) van Suriname, met ingang van die datum bepaalde vereisten voor de export van hout en houtproducten, s trikt nageleefd dienen te worden. Als gevolg hiervan kunnen Pinnacle Timber Products NV e.a. geen Certificaat van Oorsprong van KKF verkrijgen. De inklaring van het rondhout in India kan zonder een fytosanitair certificaat niet plaatsvinden.
- De vordering, de grondslag daarvan en het verweer daarop
3.1 Pinnacle Timber Products NV e.a. verzoeken de kantonrechter – na eiswijziging – om in vonnis in kort geding:
Primair:
a. de Staat te veroordelen, c.q. te gelasten om binnen één (1) x 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, de vereiste fytosanitaire certificaten eenmalig ter beperking van de door Pinnacle Timber Products NV e.a. te lijden schade af te geven aan Pinnacle Timber Products NV e.a. voor alle reeds uitgevoerde en thans onderweg zijnde houtladingen bestemd voor India;
b. te bepalen dat deze certificaten, conform het jarenlang gevoerde en bestendige gebruik, worden afgegeven aan Pinnacle Timber Products NV e.a. onder de benaming ”Mora roundlogs”;
c. aan het gevorderde onder a en b een dwangsom te verbinden van SRD 5.000.000,- (vijf miljoen Surinaamse Dollar) per uur en of elke keer dat de Staat hierin weigerachtig of nalatig is;
Subsidair:
a. de Staat te veroordelen c.q. te gelasten om binnen één (1) x 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, schriftelijk vast te stellen dat de graceperiode voor houtexporten onder de naam Mora roundlogs” wordt verlengd tot en met 15 januari 2026 of tot een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn;
b. aan het gevorderde onder a en b een dwangsom te verbinden van SRD 5.000.000,- (vijf miljoen Surinaamse Dollar) per uur en of elke keer dat de Staat hierin weigerachtig of nalatig is;
Primair en subsidiair:
a. de Staat te veroordelen in de proceskosten;
b. indien nodig, een of meer beslissingen te nemen zoals het de kantonrechter geraden voorkomt desnoods met aanvulling van de rechtsgronden;
c. het vonnis tot uitvoerbaar bij voorraad te verklaren op de minuut en op alle dagen en uren.
3.2 Pinnacle Timber Products NV e.a. leggen – zakelijk weergeven – aan hun vorderingen ten grondslag dat door de Staat Suriname, in het bijzonder LVV, gedurende langere periode een consistent, kenbaar en ononderbroken beleid is gevoerd, waarbij aan Pinnacle Timber Products NV e.a. en andere exporteurs in gelijke positie, fytosanitaire certificaten zijn afgegeven voor de export van rondhout naar India, onder de benaming ”Mora roundlogs”. Deze langdurige en consequente praktijk kan als bestendig gebruik worden gekwalificeerd en heeft bij Pinnacle Timber Products NV e.a. een opgewekt en gerechtvaardigd vertrouwen doen ontstaan, dat ook bij voortzetting van hun reguliere exportactiviteiten, zoals bij alle voorgaande exporten, door de Staat wederom de vereiste fytosanitaire certificaten zouden worden verstrekt.
3.3 Pinnacle Timber Products NV e.a. hebben hun bedrijfsvoering, internationale contracten en financiële verplichtingen aantoonbaar afgestemd op dit bestendig overheidsoptreden. Onder deze omstandigheden mochten zij er redelijkerwijs op vertrouwen dat de Staat dit beleid niet plotseling, zonder voorafgaande aankondiging, zonder deugdelijk grondslag en zonder overgangsregeling, zou wijzigen.
3.4 Pinnacle Timber Products NV e.a. hebben elk de vereiste Mora-certificaten zoals gebruikelijk bij LVV aangevraagd, doch de Staat weigert thans om de benodigde certificaten onder de zogeheten naam “Mora roundlogs” af te geven. Een reeds maandenlang voorbereide en uitgevoerde verscheping die thans onderweg is naar India, met een volume van 15.380,485 kubieke meter rondhout zal op 01 januari 2026 in de haven van India te Deendayal Port Kandla aankomen, zonder een fytosanitair certificaat. Die lading zal niet kunnen worden ingeklaard met als gevolg veel schade voor Pinnacle Timber Products NV.
3.5 Bij dat besluit van de Staat is totaal geen rekening gehouden met de op dat moment reeds gepleegde voorbereidingen door Pinnacle Timber Products NV e.a. in verband met de verscheping van het rondhout naar India, welke voorbereidingen ruim vóór 27 oktober 2025 zijn gepleegd en niet zonder meer kunnen vallen onder deze abrupte beleidsinstructie van de Staat. Zo heeft bijvoorbeeld Green Wood World NV op 25 augustus 2025 een exportcontract gesloten met een koper. Een voorschot van de koper werd ontvangen op 15 september 2025, waarna deze koper alle voorbereidingen heeft getroffen om volgens het exportcontract een schip bij een reder te huren. Op 6 november 2025 werd een Letter of Credit (LC) geopend. De LC fungeert als bankgarantie waarbij betaling plaatsvindt, zodra de exporteur de vereiste documenten via zijn bank overlegt aan de bank van de koper. Omdat de fytosanitaire certificaten en Certificaten van Oorsprong ontbreken, is niet voldaan aan de documentvoorwaarden en is betaling tot op heden uitgebleven, ondanks het feit dat het schip reeds op 1 januari 2026 zal aankomen in Deendayal Port (Kandla), India. De LC heeft hierdoor feitelijk zijn functie verloren.
3.6 Lopende internationale verplichtingen die Pinnacle Timber Products NV e.a. hebben kunnen niet worden nagekomen. Grote investeringen die Pinnacle Timber Products NV e.a. reeds hebben gepleegd dreigen verloren te gaan en reeds voorbereide exporten raken totaal gefrustreerd. Pinnacle Timber Products NV e.a. lijden op deze wijze grote schade waardoor de continuïteit van hun ondernemingen in groot gevaar komt te staan. Ook hebben deze exporteurs reeds maanden terug substantieel geïnvesteerd in het oogsten, verwerken en gereedmaken van houtblokken voor export. Als zij deze lading niet tijdig kunnen exporteren, c.q. leveren aan de koper, dan kunnen zij daardoor niet beschikken over hun eigen gelden, hetgeen leidt tot ernstige liquiditeitsproblemen en financiële druk.
3.7 Het spoedeisend belang is evident en actueel, nu Pinnacle Timber Products NV e.a. door het uitblijven van de certificering direct worden geconfronteerd met ernstige economische schade, contractuele aansprakelijkheid en onomkeerbare reputatieschade, alsook dreigende faillissementen. Het niet kunnen inklaren leidt tot contractbreuk jegens vaste afnemers, het ontstaan van boetes en schadeclaims, alsmede het reële risico van internationale geschillen en arbitrageprocedures. Vanwege het ontbreken van de vereiste fytosanitaire certificaten zal er geen inklaring kunnen plaatsvinden, waardoor dagelijks demurragekosten van $ 16.500,- per dag in rekening zullen worden gebracht.
3.8 Pinnacle Timber Products NV e.a. wensen alleen voor deze keer in het bezit gesteld te worden van een fytosanitair certificaat vanwege de reeds voorbereide en verscheepte hoeveelheid rondhout. Pinnacle Timber Products NV e.a. hebben deze kwestie uitvoerig besproken met de Staat, o.a. de minister van LVV die geen oor heeft voor het nijpend en acuut probleem waarmee Pinnacle Timber Products NV e.a. thans te kampen hebben. Er rest Pinnacle Timber Products NV e.a. niets anders dan een vordering in kort geding tegen de Staat in te stellen met het verzoek een voorziening te treffen ter beperking van hun te lijden aanzienlijke en onomkeerbare schade.
3.9 Gelet op deze omstandigheden hebben Pinnacle Timber Products NV e.a. er spoedeisend belang bij dat een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt gegeven.
3.10 De Staat voert verweer stellende – zakelijk weergegeven – dat ze op 27 oktober 2025 een schriftelijke algemene bekendmaking stuurde naar alle houtexporteurs waarin o. a. is aangegeven dat ter waarborging van de integriteit van de NPPO van Suriname, met ingang van die datum bepaalde vereisten voor de export van hout en houtproducten, strikt nageleefd dienen te worden.
3.11 Op de verdere stellingen en weren van partijen zal de kantonrechter hierna, zover nodig ingaan.
- De beoordeling
Spoedeisend belang en noodzaak verkort vonnis
4.1 Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 226 lid 1 Rv). Hiervan is sprake als er onmiddellijke maatregelen nodig zijn en de afloop van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Pinnacle Timber Products NV e.a. hebben hun spoedeisend belang bij toewijzing van de vordering ter zitting voldoende onderbouwd. Zij hebben onder meer gesteld dat hun vrachtschip met hun lading aan hout praktisch voor de haven in India voor anker ligt en dat dit ingeklaard moet worden. Indien de vereiste documenten niet vóór 01 januari 2026 voorhanden zijn, zullen Pinnacle Timber Products NV e.a. grote schade lijden waardoor de continuïteit van hun ondernemingen in groot gevaar komt te staan. Aangezien het spoedeisend belang gemotiveerd is gesteld en niet is betwist, worden Pinnacle Timber Products NV e.a. in hun vordering in kort geding ontvangen.
4.2 Gegeven het gesteld en niet betwist spoedeisend belang is beslist om op de dag van de behandeling van onderhavige zaak op 30 december 2025 een uitspraak te doen bij wege van gelijk te verstrekken verkort vonnis, in het belang van een voorspoedige executie van het vonnis. Aldus geschiedde en wordt hier het vonnis met de overwegingen voltooid.
De regels en procedures werden niet strikt nageleefd
4.3 Voor de export van planten en plantaardige producten vanuit Suriname is volgens de Plantenbeschermingswet van Suriname van S.B. 2020 no. 78 een fytosanitair certificaat vereist. Pinnacle Timber Products NV e.a. zijn houtexporteurs, die reeds jaren rondhout exporteren naar India. Voor de uitvoer van hout naar India is dus dat fytosanitaire certificaat een noodzakelijke vereiste. De Staat weigert thans de afgifte van het fytosanitaire certificaat aan Pinnacle Timber Products NV e.a. onder de jarenlang gehanteerde benaming ”Mora roundlogs” te verstrekken.
4.4 Volgens Pinnacle Timber Products NV e.a. gebeurt het al langer dan 15 jaar dat de Staat het fytosanitaire certificaat aan houtexporteurs afgeeft waarbij verschillende houtsoorten aangeduid werden met de verzamelterm ”Mora roundlogs of Mora Wood”. Volgens de Staat gebeurde dat inderdaad maar is de periode korter en wel 5 tot 6 jaar. Tevens is er volgens de Staat een document inhoudende 289 houtsoorten en houtproducten die naar India geëxporteerd mogen worden. Daarvan komen maar vier in Suriname voor en wel Mora wood (Maclura tinctoria), Groenhart, Purperhart en Mahoniehout. Echter worden andere houtsoorten al vele jaren naar India verscheept onder de verzamelterm “Mora wood” terwijl dat niet toegestaan is. In het jaar 2022 heeft de NPPO van India op een vraag van de NPPO van Suriname daarover, bevestigd dat de wetenschappelijke naam Maclura tinctoria alleen wordt gebruikt voor Mora Wood en niet voor andere houtsoorten. In hun e-mailbericht gedateerd 01 september 2020 meldt die NPPO althans “India’s Ministry of Agriculture & Farmers Welfare” dat er geen verzamelterm ”Mora roundlogs of Mora Wood” bestaat. De Staat concludeert dan ook dat de andere houtsoorten die onder die (verzamel)benaming naar India worden verscheept daar verboden houtsoorten zijn althans die mogen daar niet geïmporteerd worden.
4.5 Het is daarom de vraag waarom deze werkwijze, met name het hanteren van de verzamelterm ”Mora roundlogs of Mora Wood” ook voor andere houtsoorten, al jaren wordt gehanteerd door de houtexporteurs maar ook door de Staat. Want na het e-mailbericht van 01 september 2020 (zie 4.4.) van de counterpart van NPPO Suriname in India, is die werkwijze van het naar India verschepen van diverse houtsoorten onder de verzamelterm “Mora wood” onverkort voortgezet en zijn er dus fytosanitaire certificaten onder die benaming aan houtexporteurs verstrekt.
4.6 Bijkans een jaar na voornoemde verduidelijking van NPPO India stuurt de Staat een brief aan de houtexporteurs en wel van 08 augustus 2023 ondertekend door de Waarnemend Directeur Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en Verwerking. Daarin wordt vermeld dat LVV heeft besloten voor houtexporten naar India onder de naam ”Mora”, een graceperiode in te stellen en wel tot en met 31 oktober 2023. Daarmee bevestigt de Staat dat de houtexporten niet volgens de regels of officiële procedures plaatsvonden en meer nog, stelt hij een overgangsperiode in waarbij de houtexporteur tijdelijk worden ontzien en waarin de houtexportregels en/of sancties (nog) niet strikt zullen worden toegepast. Feit is dat in die graceperiode, de status-quo van het “niet volgens boekje” handelen van zowel de Staat als houtexporteurs mocht worden gecontinueerd en dus mochten in die periode, houtexporten doorgaan onder die voornoemde verzamelterm.
4.7 Echter bleek dat de overgangsperiode, die naar haar aard tijdelijk had moeten zijn, een permanent karakter kreeg. Dit kwam doordat houtexporten, op de hierboven geschetste wijze, onverminderd bleven plaatsvinden. De Staat heeft na het verstrijken van de graceperiode de gehanteerde werkwijze voortgezet, zonder daaraan paal en perk te stellen. Dit terwijl de in zijn schrijven van 8 augustus 2023 genoemde respijtperiode, juist bedoeld was om de houtbranche te reguleren en dus de gewraakte werkwijze te beëindigen.
De bevoegdheid van de Staat om ordening brengen
4.8 De voornoemde door de Staat en de houtexporteurs gehanteerde werkwijze verdient juridisch geen schoonheidsprijs nu blijkt dat al jaren houtexporten plaatsvonden onder de verzamelterm ”Mora roundlogs of Mora Wood” terwijl het schijnbaar (ook) om andere houtsoorten ging. Het is daarom volkomen begrijpelijk dat de Staat hierin ordening wilde brengen. De kantonrechter stelt voorop dat de Staat bevoegd is regelgeving te maken ter ordening van de houtsector. Deze bevoegdheid ontslaat de Staat echter niet van de plicht de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen.
Vertrouwensbeginsel
4.9 Bij schrijven van de Staat gedateerd 27 oktober 2025 aan Pinnacle Timber Products NV e.a. bericht de Staat de houtexporteurs dat de reeds geldende regels en procedures voor de export van hout en houtproducten strikt zullen worden nageleefd en gehandhaafd. Hij bericht verder dat deze bepalingen reeds van kracht waren maar dat in de praktijk bleek dat de uitvoering niet conform de vereisten plaatsvond. Vaststaat dat de Staat gedurende lange periode (zie 2.3.) actief fytosanitaire certificaten aan Pinnacle Timber Products NV e.a. heeft verstrekt onder de benaming ”Mora roundlogs”. Door deze consistente handelwijze heeft de Staat bij Pinnacle Timber Products NV e.a. het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hun exportactiviteiten op die wijze voortgang konden vinden dan wel dat ze net als eerder, een graceperiode zou hanteren. De abrupte beëindiging van deze werkwijze, zonder adequate overgangsregeling is daarmee in strijd met het vertrouwensbeginsel. Niet is gesteld of gebleken dat de Staat bij de abrupte beëindiging van de door beide partijen gehanteerde werkwijze, rekening heeft gehouden met reeds op dat moment gepleegde voorbereidingen door Pinnacle Timber Products NV e.a. in verband met de verscheping van het rondhout naar India, welke voorbereidingen mogelijk ruim vóór 27 oktober 2025 zijn gepleegd. Niet is gebleken dat de Staat zich er van heeft vergewist welke gevolgen (schade, contractbreuk etc.) een dergelijke abrupte beëindiging van de gehanteerde werkwijze, voor de houtexporteurs zou kunnen hebben. De maatregel leidt tot onevenredige gevolgen voor houtexporteurs met reeds lopende verplichtingen. De kantonrechter oordeelt dat een dergelijke abrupte beëindiging van een jarenlange bestendige praktijk zonder overgangsregeling niet als redelijk kan worden aangemerkt.
Zorgvuldigheidsbeginsel
4.10 Niet is gebleken dat de Staat voorafgaand aan zijn besluit een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Niet is gebleken dat de relevante en legitieme belangen van houtexporteurs systematisch zijn geïnventariseerd, dat rekening is gehouden met lopende contracten en transporten of dat alternatieven zijn onderzocht (gefaseerde invoering, uitzonderingen, schadebeperking). Daarmee is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
Rechtszekerheidsbeginsel
4.11 Na een jarenlange bestendige praktijk mochten houtexporteurs van de Staat verwachten dat beleidswijzigingen tijdig aan hen kenbaar zou worden gemaakt en met een redelijke overgangstermijn zouden worden ingevoerd. Gezien de aard van internationale houtexport is dit nalaten van de Staat desastreus voor de houtexporteurs en ondermijnt de rechtszekerheid.
Evenredigheidsbeginsel
4.12 De abrupt door de Staat getroffen maatregel treft houtexporteurs met reeds onomkeerbare investeringen, maakt geen onderscheid tussen nieuwe en lopende transacties die al in volle gang zijn en leidt tot grote financiële schade. Pinnacle Timber Products NV e.a. heeft twee brieven beide gedateerd 29 december 2025 overgelegd. In die twee, niet door de Staat betwiste brieven, wordt door twee verschepers van de lading gemeld dat het fytosanitaire certificaat nodig is, afgegeven voor de houtsoort Mora, de verzamelnaam voor alle houtsoorten die worden gebruikt voor Surinaamse houtblokken die naar India worden geëxporteerd. De brieven vermelden verder:
“Dit is al meer dan 15 jaar een gangbare praktijk in de houthandel tussen India en Suriname. Bij uitblijven van de voornoemde fytosanitaire certificaten zal door de Indiase autoriteiten geen toestemming worden gegeven om aan te meren of de lading te lossen. Zonder deze certificaten zal het schip voor onbepaalde tijd voor anker moeten blijven liggen. Dit zal leiden tot hoge demurragekosten (noot van de rechter: dit zijn kosten die in rekening worden gebracht wanneer een schip, langer dan afgesproken wordt opgehouden in een haven) van USD 16.500,- per dag die voor rekening zijn van de verlader. Indien niet binnen enkele dagen een reactie wordt ontvangen, zal de lading terug naar Suriname moeten worden gedeporteerd of in zee gedumpt. Het terugbrengen naar Suriname, kan resulteren in een vrachtprijs van ongeveer USD 200 per m³ of meer, aangezien het moeilijk is om schepen te vinden die naar het Caribisch gebied varen vanwege de huidige oorlogssituatie tussen de VS en Venezuela. Wij verzoeken u uw overheid te verzoeken om een eenmalige vrijstelling voor de reeds geladen boomstammen op het schip. We kunnen alle toekomstige zendingen naar India stopzetten totdat we goedkeuring krijgen voor de nieuwe soort, conform het beleid van LVV Suriname.”
De kantonrechter stelt vast dat Pinnacle Timber Products NV e.a. als rechtstreeks gevolg van het besluit aanzienlijke schade zullen lijden, welke schade het normale ondernemersrisico te boven gaat. Daarmee staat het middel (onmiddellijke stopzetting) niet in redelijke verhouding tot het doel (ordening van de houtsector).
Slotsom
4.12 Het bestreden besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en kan in deze vorm geen stand houden. De kantonrechter zal daarom de Staat gelasten om binnen één (1) x 24 uur na betekening van dit vonnis, de vereiste fytosanitaire certificaten eenmalig af te geven aan Pinnacle Timber Products NV e.a. voor alle reeds uitgevoerde en thans onderweg zijnde houtladingen bestemd voor India, ter beperking van de door hen te lijden schade. Tevens dat deze certificaten, conform het jarenlang gevoerde en bestendige gebruik, moeten worden afgegeven aan Pinnacle Timber Products NV e.a. onder de benaming ”Mora roundlogs” dit alles onder verbeurte van een dwangsom van SRD 1.000.000,- (een miljoen Surinaamse dollar) als in het dictum te melden.
De proceskosten
4.13 Gelet op de uitkomst van de procedure zal de Staat worden veroordeeld om aan Pinnacle Timber Products NV e.a. te betalen het bedrag van SRD 13.350,- aan proceskosten en gemachtigdensalaris (SRD 50,- aan vastrecht, SRD 5.800,- aan oproepingskosten en SRD 7.500,00 aan liquidatietarief bij korte gedingen).
- De beslissing
5.1 gelast de Staat om binnen één (1) x 24 uur na betekening van dit vonnis, de vereiste fytosanitaire certificaten eenmalig af te geven aan Pinnacle Timber Products NV e.a. voor alle reeds uitgevoerde en thans onderweg zijnde houtladingen bestemd voor India, ter beperking van de door hen te lijden schade;
5.2 bepaalt dat deze certificaten, conform het jarenlang gevoerde en bestendige gebruik, worden afgegeven aan Pinnacle Timber Products NV e.a. onder de benaming ”Mora roundlogs”;
5.3 veroordeelt de Staat tot het betalen van een dwangsom van SRD 1.000.000,- (een miljoen Surinaamse dollar) per uur voor elke keer dat de Staat weigerachtig of nalatig is te voldoen aan het besliste onder 5.1. en 5.2.
5.4 veroordeelt de Staat om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Pinnacle Timber Products NV e.a. te betalen het bedrag van SRD 13.350,- (dertienduizend driehonderdvijftig Surinaamse dollar) aan proceskosten en gemachtigdensalaris uitgaande van het liquidatietarief bij korte gedingen;
5.5 verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren;
5.6 weigert het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen en ter openbare terechtzitting uitgesproken op woensdag 31 december 2025 te Paramaribo door de kantonrechter in kort geding in het eerste kanton, mr. R.M. Praag, in aanwezigheid van de griffier.