De kantonrechter heeft GOw2 Energy Suriname N.V. vandaag, 5 juni 2026, veroordeeld om de brandstoflevering aan de luchtvaartmaatschappij KLM binnen een dag te hervatten totdat in een arbitrageprocedure definitief wordt beslist over het geschil tussen partijen. Indien GOw2 hieraan geen vervolg geeft dient zij een dwangsom van SRD 100.000,- te betalen tot een maximum van SRD 3.000.000,-. Hiertegen over is ook beslist dat KLM bij elke brandstoflevering voldoet aan de betaling van de hoeveelheid geleverde brandstof en de concessievergoeding van USD 0.30 per gallon aan GOw2.
De zaak draait om een geschil tussen de KLM en GOw2 waarbij GOw2 de levering van brandstof aan de vliegtuigen van de KLM die de Johan Adolf Pengel luchthaven aandoen had stopgezet. Dit gebeurde nadat de KLM het verschil van de verhoogde concessievergoeding niet meer wilde betalen. Beide partijen hebben eerder een Aviation Fuel Supply Agreement (AFSA) afgesloten voor de levering van brandstof.
De KLM vorderde dat GOw2 binnen twee dagen na de uitspraak de regelgeving waarop de concessievergoeding, en de verhoging daarvan, is gebaseerd schriftelijk meedeelt op straffe van een dwangsom. Ook vorderde zij dat deze vergoeding wordt opgeschort. Tevens werd gevorderd dat GOw2 wordt verboden om de brandstoflevering stop te zetten aan KLM op straffe van een dwangsom.
Volgens de KLM zorgt de stopzetting van de brandstoflevering voor grote onzekerheid en is dit in strijd met de bestaande overeenkomst tussen KLM en GOw2 aangezien KLM wel betaalt voor de levering van brandstof en alleen de betaling van de verhoogde concessievergoeding heeft opgeschort.
Volgens GOw2 moest de KLM op basis van het contract naar de Internationale Court of Arbitration van International Chamber of Commerce (ICC). Ook voldoet volgens GOw2 het verzoekschrift van de KLM niet aan artikel 111 nieuwe Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (NRv). Op basis hiervan verzocht GOw2 de kantonrechter om de vordering af te wijzen.
De kantonrechter maakte gebruik van de aan haar toegekende bevoegdheid door het opleggen van de eerder genoemde ordemaatregel aangezien zij niet bevoegd is om inhoudelijk te oordelen over het geschil tussen partijen.
Paramaribo, 5 juni 2026
Communicatie Unit Hof van Justitie