Certificaatuitreiking RAIO-Opleiding Zittende Magistratuur

4 augustus 2025

‘Een bijzonder moment’, noemde de Directeur van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging, mevr. S. Koole, de afronding van het theoretische gedeelte van de opleiding tot Rechterlijke Ambtenaren in Opleiding (RAIO). Gisteren, 28 juli 2025, mochten dertien RAIO’s hun certificaten in ontvangst nemen uit handen van de Directeur, nadat zij de opleiding waren gestart in 2022.

De RAIO’s met hun certificaten

De groep werd geprezen voor hun toewijding, discipline en doorzettingsvermogen. Vanaf het begin heeft de groep zich onderscheiden door serieus, gemotiveerd en uiterst professioneel te werk te gaan. De opleiders en begeleiders konden altijd rekenen op hun aanwezigheid. Volgens Koole getuigt dit van verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Meerdere docenten spraken hun bewondering uit voor de motivatie van de RAIO’s. Ze hebben zich ondanks de vele verleidingen en drukte gefocust op verdieping en kwaliteit volgens Koole. De opleiding tot rechterlijke ambtenaar vergt juridische scherpte, moreel kompas, reflectie en een open blik en de RAIO’s hebben laten zien dat zij deze eigenschappen bezitten.

De RAIO’s zijn inmiddels van start gegaan met de praktijk. De theoretische opleiding werd gefinancierd in het kader van het project ‘Strengthening the Criminal Justice System of Suriname.’ Ook het Hof van Justitie werd bedankt voor de goede samenwerking en coördinatie van de opleiding. Tot slot gaf Koole het volgende mee aan de gecertificeerden: ‘Blijf leren, blijf luisteren en blijf trouw aan de waarden die jullie gevormd hebben.’


 

Uitspraak strafzaak verdachten R.M. en K.R van 24 juli 2025

Op 24 juli 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachten R.M. en K.R., in verband met de vermiste toerist. Aan de verdachten waren de feiten moord (1A), het wegmaken van een stoffelijk overschot (2) en begunstiging (3) ten laste gelegd. Het strafbaar feit begunstiging komt hierop neer dat een verdachte een ander die een misdrijf heeft gepleegd, zou hebben geholpen, onder andere door het verbergen van bewijsmateriaal of het verstrekken van valse informatie aan de autoriteiten.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de verdachte R.M. alle drie feiten bewezen geacht en vorderde een gevangenisstraf van 30 jaren onvoorwaardelijk onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, handhaving van de gevangenhouding en teruggave van een inbeslaggenomen telefoon. Voor de verdachte K.R. achtte de vervolging het feit onder 3 van de tenlastelegging bewezen en vorderde een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 5 voorwaardelijk onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en teruggave van een inbeslaggenomen telefoon en auto.

De kantonrechter heeft het formeel verweer van de raadslieden van K.R. verworpen en de officier van justitie ontvankelijk geacht in de vervolging. Zij oordeelde daarbij dat de aanhouding van K.R. niet in strijd is geweest met de artikelen 7 en 8 van het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens en art. 14 van het BUPO Verdrag.

Met betrekking tot het inhoudelijke van de strafzaak had de raadsman van de verdachte R.M. tijdens het pleidooi de kantonrechter primair verzocht om de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging. Als er geen vrijspraak zou kunnen volgen volgens de rechter, vroeg de raadsman dat de verdachte een lagere straf wordt opgelegd dan genoemd door het OM en dat daarbij ook de persoonlijke omstandigheden en de proceshouding van de verdachte mee worden genomen.

De kantonrechter heeft de verdachte R.M. vrijgesproken van de feiten moord en het wegmaken van een stoffelijk overschot. Voor het feit genoemd onder 3 (begunstiging) van de tenlastelegging heeft de kantonrechter R.M. veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De kantonrechter heeft de verdachte K.R. vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Bij de bewijsmotivering heeft de kantonrechter overwogen dat de verdachte R.M. zich schuldig heeft gemaakt aan begunstiging door het helpen vernietigen en wegmaken van de camera box, het weggooien van een horloge en het schoonmaken van de woning. Door zijn handelen is de nasporing of vervolging van een ernstig misdrijf, namelijk doodslag, een stuk moeilijker gemaakt.

Volgens de kantonrechter heeft de verdachte K.R. steeds ontkend iets af te weten van de vermissing van het slachtoffer. Daarnaast is uit het onderzoek niet gebleken dat zij iets kon weten of wist over de vermissing van het slachtoffer.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachten-r-m-en-k-r-van-30-juni-2025/

 

Paramaribo, 1 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachte C.L. van 23 juli 2025

Op 23 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte C.L. voortgezet door de kantonrechter. Deze verdachte, die voorganger is bij een religieuze gemeente, wordt een zedenmisdrijf verweten. Het misdrijf is volgens de vervolging gepleegd jegens een lid van een andere gemeente dan die waar de verdachte lid van is. De zaak stond voor repliek van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de repliek gehouden en blijft erbij dat het wettig en overtuigend bewijs is geleverd voor het tenlastegelegde feit verkrachting. Het strafvoorstel van 4 jaren onvoorwaardelijk onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, zoals verwoord in het requisitoir, blijft volgens de officier van justitie overeind staan.

De behandeling van de zaak wordt voortgezet op 13 augustus 2025 voor dupliek van de raadsman van de verdachte.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-c-l-van-25-juni-2025/

 

Paramaribo, 1 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak fraude reisbureau Comfort Travel van 8 juli en 22 juli 2025

Op 8 juli 2025 is de strafzaak tegen de verdachte S.M. voortgezet door de kantonrechter. In de fraudezaak rond het reisbureau Comfort Travel Services wordt de verdachte beschuldigd van grootschalige oplichting van tientallen klanten. De zaak stond voor het pleidooi van de verdediging.

De advocaten van de verdachte hebben het pleidooi gehouden. Zij vroegen de kantonrechter om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het schenden van de beginselen van een goede procesorde. Volgens de verdediging is er sprake van willekeurige strafvervolging. Indien de kantonrechter het niet eens is met dit standpunt vroegen de advocaten om strafkorting op de gevorderde strafeis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft op een eerdere zitting in het requisitoir tegen S.M. een strafvoorstel gedaan van drie jaar onvoorwaardelijk en tevens geëist dat S.M. binnen twaalf maanden het geld terugbetaalt aan de benadeelden.

De verdediging deed een verzoek tot invrijheidstelling van de verdachte. De officier van justitie vroeg de kantonrechter dit verzoek af te wijzen. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen.

Op 22 juli 2025 is de zaak verder behandeld en heeft de officier van justitie de repliek gehouden.

De zaak is uitgesteld naar de zitting van 12 augustus 2025 voor de dupliek van de verdediging.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-fraude-reisbureau-comfort-travel-van-24-juni-2025/

 

Paramaribo, 1 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachte K.C. van 17 juli 2025

Op 17 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte K.C. die verdacht wordt van money-laundering, voortgezet door de kantonrechter. De zaak stond voor uitspraak van de kantonrechter op het wrakingsverzoek.

In deze zaak speelt dat de zaak was aangebracht bij een eerste kantonrechter. Die kantonrechter heeft een beslissing genomen op het bezwaar tegen de dagvaarding. Nadat het bezwaar in hoger beroep ongegrond is verklaard is de zaak voorgebracht bij een andere kantonrechter, niet de rechter die als eerst de zaak deed. De verdachte en de verdediging waren het er niet mee eens dat de zaak voor een andere rechter is voorgebracht. Die tweede kantonrechter is gewraakt. Op de wraking is op 17 juli 2025 de uitspraak gedaan door die tweede kantonrechter.

De kantonrechter heeft het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. Volgens de kantonrechter zijn er twee punten aangehaald bij het wrakingsverzoek. Op het eerste punt, inhoudende dat de vervolging op oneigenlijke gronden de zaak niet bij de eerste kantonrechter heeft aangebracht is al uitgebreid beslist in het tussenvonnis van 30 april 2025. Dat de raadslieden dit verweer wederom opwerpen als grondslag voor hun wrakingsverzoek is volgens de kantonrechter in strijd met de goede procesorde en levert ook geen grond op voor het wrakingsverzoek. Ten aanzien van punt 2 stelde de kantonrechter vast dat de raadslieden een deel van de motivering en beslissing van de kantonrechter in haar tussenvonnis van 30 april 2025, hebben gebruikt als grondslag voor hun wrakingsverzoek. De kantonrechter overwoog dat uit de onderbouwing van de verdachte over de wraking te halen is dat de verdachte de wraking heeft ingesteld omdat hij het oneens is met de beslissing van de kantonrechter en hij wil dat de zaak door de eerste kantonrechter behandeld moet worden. De kantonrechter verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is beslist dat een verdachte die het niet eens is met de beslissing en motivering van de kantonrechter,  niet over kan gaan tot het wraken van de kantonrechter, tenzij uit de motivering duidelijk blijkt van vooringenomenheid van de rechter bijvoorbeeld door de woordkeus, hetgeen in casu niet het geval is. Wraking mag volgens de Hoge Raad niet worden gebruikt om de ontevredenheid te uiten tegen een beslissing waar je het niet mee eens bent. Zo overwoog de kantonrechter.

Na de uitspraak over de wraking is de zaak op verzoek van de vervolging uitgesteld naar de zitting van 16 oktober 2025. De zaak staat dan voor het verdachtenverhoor. De raadslieden van verdachte hebben medegedeeld dat zij hoger beroep zullen aantekenen tegen de beslissing over de wraking van de kantonrechter.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-k-c-van-10-juli-2025/

 

Paramaribo, 28 juli 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Launch digitalisering Strafsector

24 juli 2025

Per 23 juli 2025 heeft de Rechtspraak Suriname een online zaaksregistratiesysteem geïntroduceerd in de strafsector. Het Registratie en Informatie Systeem Strafrecht afgekort RISS moet zorgen voor digitalisering en modernisering van de Rechtspraak in Suriname waarbij alles op één plek te vinden is. Dit systeem is in samenwerking met het Openbaar Ministerie tot stand gekomen, nadat er reeds een soortgelijk systeem in gebruik was genomen voor de civiele sector.

De president van het Hof van Justitie, mr. I. Rasoelbaks (zittend), bekijkt een dossier in het systeem onder toeziend oog van de directeur Bedrijfsvoering, de functioneel beheerders en rechters

Het systeem moet zorgen voor een zekere mate van transparantie en snelheid bij de behandeling van strafzaken waardoor belanghebbenden op efficiënte en effectieve wijze kunnen beschikken over informatie van rechtszaken. De applicatie is zodanig ontwikkeld dat het gehele proces van strafzaken wordt ondersteund door zowel het Hof van Justitie alsook door het Openbaar Ministerie.

Het heugelijk moment werd online gevolgd door de bijdragers van het systeem

De medewerkers van de verschillende Units van de Strafsector hebben via trainingen de informatie omtrent het gebruik en de werking van het systeem meegekregen. Ze hebben in het bijzonder geleerd hoe de verschillende zaken te registreren. Ook is er een digitale handleiding ontworpen die door de medewerkers kan worden geraadpleegd. De trainingen zijn verzorgd door André Steg, senior-adviseur van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius.


 

Open Monumentendag Hof van Justitie

23 juli 2025

In verband met Open Monumentendag op zondag 20 juli 2025 heeft het Hof van Justitie het gebouw aan het Onafhankelijkheidsplein no. 04 opengesteld voor het publiek. De activiteit wordt jaarlijks georganiseerd door Stichting Waaggebouw. Het thema dit jaar was ‘Bestuur en Politiek.’

De bezoekers werden in de gelegenheid gesteld om de eerste etage van het gebouw te bezichtigen. Het betrof de zittingszaal, de raadkamer, de gang en de binnentrap. De mensen kregen ook de mogelijkheid om plaats te nemen in de leeuwenstoel en foto’s te maken. De kinderen vonden dit heel interessant en simuleerden uit zichzelf rechtszaken. Ook de volwassen waren erg onder de indruk. Velen bezoekers wilden ook de bovenste verdieping en de begane grond bezichtigen. Er werden veel vragen gesteld en uitleg gegeven over de Rechtspraak in Suriname.

Het pand dateert van 1712. In 1740 werd een tweede huis gebouwd door Frans Laurens Wriedt. In 1772 werd het pand gekocht door het gouvernement voor F 30.000,- om te dienen als Paleis van Justitie. Op 3 november 1773 werd het pand officieel in gebruik genomen door het gouvernement. Inmiddels wordt er al 156 jaar Recht gesproken in het gebouw.

Verzoeken om het gebouw te bezichtigen en/of zittingen bij te wonen kunnen worden gericht aan de Communicatie Unit van het Hof van Justitie via het e-mailadres communicatie@rechtspraak.sr.

Hieronder treft u een fotocollage van de dag.

     

   

   

      

 

 

 

   


 

Uitspraak kortgedingzaak aannemingsmaatschappij Bailtali N.V. tegen de Staat Suriname van 10 juli 2025

Op 10 juli 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de kortgedingzaak van aannemingsmaatschappij Baitali N.V. (hierna Baitali) tegen de Staat Suriname, met name het Ministerie van Openbare Werken (hierna OW). De zaak draait om een openbare aanbesteding voor de aanleg van nieuwe wegen, gefinancierd door de Inter-American Development Bank (IDB), waarbij de inschrijving van Baitali volgens OW niet voldeed aan de voorwaarden waardoor het werk niet aan Baitali werd gegund.

Baitali was het niet eens met de afwijzing en stelde dat haar inschrijving ten onrechte en in strijd met de aanbestedingsregels van de IDB, alsook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, niet toewijsbaar was verklaard. Baitali stelde onder andere dat zij de laagste bieder was, met andere woorden, dat zij het werk voor de laagste prijs zou uitvoeren. Zij verzocht daarom om intrekking van de afwijzingsverklaring, voorts intrekking van het besluit op haar bezwaarschrift, intrekking van de officiële brief waarin het werk aan een andere aannemer is toegewezen, alsook staking van de uitvoering van het project door de andere aannemer. Baitali vroeg dat er pas verder wordt gegaan met het project als het werk alsnog aan haar wordt gegund of als de overheid een nieuw en eerlijk besluit neemt over de beoordeling van de aanbesteding. In beide gevallen eist Baitali een verbod op voortzetting van de aanbestedingsprocedure. Baitali heeft ook een dwangsom gevorderd.

De Staat verweerde zich door te stellen dat de gunning niet automatisch aan de laagste bieder toekomt en dat de inschrijving van Baitali is afgewezen omdat Baitali niet voldeed aan een zestal vereisten.

OW had bij de afwijzing zes redenen opgegeven namelijk: 

1. het uit te besteden werk was niet gespecificeerd;

2. de site- en projectmanager hadden onvoldoende werkervaring;

3. de verklaring over de werkmethode voldeed niet aan de technische specificaties;

4. de jaarrekening was niet gecontroleerd;

5. de vereiste minimale jaaromzet was niet aangetoond;

6. het risicoregister voldeed niet aan de vereisten.

Baitali heeft met betrekking tot deze zes punten in dit kort geding naar voren gebracht dat de conclusie van OW dat zij niet voldeed niet juist is. Zij is daarbij op elk punt ingegaan.

De kantonrechter heeft met betrekking tot de zes punten geoordeeld dat OW niet tot de conclusie kon komen dat Baitali niet voldeed. Zo heeft de kantonrechter geoordeeld dat OW van een verkeerd percentage is uitgegaan bij het totaal aan uit te besteden werk. De kantonrechter heeft overwogen dat, indien er sprake was van onduidelijkheden over het uit te besteden werk, opheldering gevraagd had moeten worden aan Baitali. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat het in het geding niet is gebleken dat de site- en projectmanager niet voldoende werkervaring hadden. Ook oordeelde de kantonrechter dat over de technische specificaties nadere opheldering gevraagd had moeten worden waardoor ten onrechte is besloten dat Baitali niet voldeed. Met betrekking tot het punt van de jaarrekening overwoog de kantonrechter dat het aannemelijk is geworden dat Baitali geen gecontroleerde jaarrekening hoefde over te leggen. Met betrekking tot de controle van de jaaromzet overwoog de kantonrechter dat OW nadere informatie had moeten opvragen als de overgelegde stukken niet voldoende waren om de jaaromzet te controleren. Met betrekking tot het laatste punt oordeelde de kantonrechter dat het risicoregister wel aan de vereisten voldeed.

De kantonrechter heeft de Staat bevolen om de afwijzingsverklaring, het besluit op het bezwaarschrift van Baitali en de officiële brief waarin het werk aan een andere aannemer is toegewezen in te trekken en over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijving van Baitali met inachtneming van dit vonnis en de uitvoering van een reeds aangegane aannemingsovereenkomst te staken totdat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden. De Staat is tevens veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter oordeelde dat de regels van de Inter-American Development Bank (IDB) gelden voor deze aanbesteding maar benadrukte dat dit niet betekent dat de overheid zich niet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur hoeft te houden.

 

Paramaribo, 21 juli 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak brandstichting panden Henk Arronstraat van 9 juli 2025

Op 9 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen verdachte R.P. in behandeling genomen door de kantonrechter. Deze zaak betreft opzettelijke brandstichting, waarbij een gebouw toebehorende aan de Staat Suriname, namelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, in brand zou zijn gestoken. De verdachte zou opzettelijk met een aansteker een hoeveelheid papier in contact hebben gebracht met brandbare stoffen. Als gevolg hiervan zijn 4 panden en 3 voertuigen geheel of gedeeltelijk verbrand. De zaak stond voor voordracht.

De officier van Justitie heeft de zaak voorgedragen. Aan de verdachte zijn de feiten brandstichting en brandstichting met als gevolg zwaar lichamelijk letsel tenlastegelegd.

Op 13 augustus 2025 wordt de zaak voortgezet met de inhoudelijke behandeling.

 

Paramaribo, 17 juli 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak mishandeling arrestanten cellenhuis politiepost Geyersvlijt van 9 juli 2025

Op 9 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen vijftien verdachten, waaronder politieambtenaren (KPS), leden van de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname (BBS) en het Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA), die ervan verdacht worden betrokken te zijn bij de mishandeling van arrestanten in het cellenhuis van politiepost Geyersvlijt, voortgezet door de kantonrechter. De zaak stond voor het laatste woord van de verdachten.

Van de vijftien verdachten hebben dertien zich aangesloten bij hun raadslieden en hebben daarmee aangegeven geen aanvullende verklaring te willen afleggen voor hun laatste woord. Twee verdachten waren afwezig. Die zullen op de volgende zitting, indien zij verschijnen, alsnog in de gelegenheid gesteld worden om het laatste woord te voeren.

De zaak is uitgesteld naar 13 augustus 2025. Op die dag staat de zaak voor uitspraak.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-mishandeling-arrestanten-cellenhuis-politiepost-geyersvlijt-van-12-februari-2025/

 

Paramaribo, 17 juli 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie