Uitspraak hoger beroep strafzaken verdachten Hoefdraad, Kromosoeto, Van Trikt, Angnoe en Hausil van 19 januari 2026

Op 19 januari 2026 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de hoger beroep strafzaken van de verdachten G. Hoefdraad, G. Kromosoeto, R. Van Trikt, A. Angnoe en F. Hausil. Aan de verdachten waren onder meer de feiten deelneming aan een criminele organisatie, opzettelijke overtreding van de Anti-corruptiewet, valsheid in geschrifte en ambtsverduistering ten laste gelegd.

Het Hof heeft in de strafzaak tegen de verdachte Hoefdraad beslist dat het vonnis van het Hof in eerste aanleg van 17 december 2021 wordt bevestigd met uitzondering van de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf in eerste aanleg is het vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaren met handhaving van het bevel tot gevangenneming. In de strafzaak tegen de verdachte Kromosoeto heeft het Hof beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg, gewezen op 31 januari 2022, wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf is het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Ten aanzien van de verdachte Van Trikt heeft het Hof beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg ook wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf en de uitgesproken verbeurdverklaring van het onroerend goed gelegen aan de Krakalaan no. 11 te Paramaribo. Ten aanzien daarvan is het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Tevens is de teruggave gelast van het inbeslaggenomen onroerend goed gelegen aan de Krakalaan aan de rechthebbende (n). In de strafzaak tegen de verdachte Angnoe is beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg ook wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter uitgesproken verbeurdverklaring van eerdergenoemd onroerend goed gelegen aan de Krakalaan no. 11 te Paramaribo. Ten aanzien daarvan is het vonnis van de kantonrechter vernietigd en opnieuw rechtdoende is de teruggave gelast van het inbeslaggenomen onroerend goed aan de Krakalaan aan de rechthebbende(n). Zowel aan Van Trikt als aan Angnoe is ingevolge het bepaalde in artikel 54e van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opgelegd om het bedrag van Euro 625.000,- (Zeshonderd en vijfentwintigduizend Euro), des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te betalen aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. In de strafzaak van de verdachte Hausil heeft het Hof ook beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien daarvan is het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Volgens het Hof hebben de verdachten zich gedurende langere periode schuldig gemaakt aan grootschalige corruptie door doelbewust misbruik te maken van hun positie. Zij hadden slechts oog voor hun eigen financieel gewin en hebben daarbij geen rekening gehouden met de gevolgen van hun handelen voor de Staat Suriname.

De waarnemend procureur-generaal had in de strafzaak tegen de verdachte Hoefdraad het Hof gevraagd om het vonnis van 17 december 2021 uitgesproken door het Hof van Justitie in eerste aanleg inzake politieke ambtsdragers te bevestigen. In de strafzaak tegen de verdachten Kromosoeto en Van Trikt werd aan het Hof gevraagd om de verdachte te veroordelen en dezelfde straf op te leggen als was gevraagd in eerste aanleg en ook zijn gevangenneming te gelasten. In de strafzaak tegen de verdachte Angnoe vroeg het Openbaar Ministerie het Hof om het vonnis in eerste aanleg tegen deze verdachte te bevestigen. In eerste aanleg werd de verdachte op 31 januari 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar onder aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest en een geldboete van SRD 150.000,= of subsidiair twaalf maanden hechtenis. In de strafzaak tegen de verdachte Hausil vroeg het Openbaar Ministerie het Hof om het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg van 31 januari 2022 te vernietigen en de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van drie jaar onder aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest en een geldboete van SRD 100.000,= of subsidiair tien maanden hechtenis. De vernietiging werd gevorderd omdat de kantonrechter in eerste aanleg voor twee feiten de deelnemingsfiguur van medeplichtigheid bewezen heeft geacht in plaats van medeplegen, hetgeen de waarnemend procureur-generaal in hoger beroep wel bewezen acht.

De raadsman van de verdachte Hoefdraad vroeg het Hof primair om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren vanwege ne bis in idem doordat DNA voor de tweede keer heeft beslist over de staat van inbeschuldigingstelling van de verdachte terwijl het eerste besluit in stand is gebleven. Daarenboven is de verdachte niet gehoord alvorens het besluit is genomen. Hij vroeg het Hof om het vonnis in eerste aanleg te vernietigen, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging. Door de raadslieden van de verdachte Kromosoeto werd aan het Hof het verzoek gedaan om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten. De raadslieden van de verdachte Van Trikt vroegen primair om nietigverklaring van de dagvaarding en subsidiair om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en ten derde bepleitten zij vrijspraak van de gehele tenlastelegging. De raadslieden van de verdachte Angnoe eisten vrijspraak van de ten laste gelegde feiten en vernietiging van de verbeurdverklaring van het bedrijfspand en het bedrijfsvoertuig van het bedrijf Orion. De raadsman van de verdachte Hausil vroeg tijdens zijn pleidooi dat de dagvaarding van zijn cliënte nietig moet worden verklaard. Hij vroeg het Hof verder om het vonnis in eerste aanleg te vernietigen en zijn cliënte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging.

De verdachte Hoefdraad werd in eerste aanleg op 17 december 2021 door het Hof veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, het betalen van een geldboete van SRD 500.000,- te vervangen door 12 maanden hechtenis. De vordering van het Openbaar Ministerie tot het instellen van een Strafrechtelijk Financieel Onderzoek en de machtiging daartoe werden toegewezen en werd zijn gevangenneming bevolen. De verdachte Kromosoeto werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 150.000,- te vervangen door 12 maanden hechtenis en handhaving van het bevel tot gevangenhouding. De verdachte Van Trikt werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 500.000,- te vervangen door 16 maanden hechtenis, terugbetaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ad Euro 625.000,- door de verdachten Van Trikt en Angnoe, verbeurdverklaring van het pand aan de Krakalaan en een voertuig en handhaving van het bevel tot gevangenhouding. De verdachte Angnoe werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 150.000,- te vervangen door 12 maanden hechtenis, terugbetaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ad Euro 625.000,- door de verdachten Van Trikt en Angnoe, verbeurdverklaring van het pand aan de Krakalaan en een voertuig en handhaving van het bevel tot gevangenhouding. De verdachte Hausil werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 100.000,- te vervangen door 10 maanden hechtenis en handhaving van het bevel tot gevangenhouding.

Lees ook de vorige berichten: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-hoefdraad-van-17-maart-2025/ https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-kromosoeto-van-2l-oktober-2024/ https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-angnoe-van-21-oktober-2024/

 

Paramaribo, 26 januari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Slotsessie Hof van Justitie; Strengthening the (criminal) justice system in Suriname

26 januari 2026

Tijdens de slotsessie Strengthening the (criminal) justice system in Suriname op 20 januari 2026 sprak mr. I. Lachitjaran, rechter en Hoofd Opleiding, enorme waardering uit aan de verschillende instituten, rechters en medewerkers van de verschillende organisaties die hebben bijgedragen aan het succes van het door de EU gefinancierde project Verstrekking van het (straf)rechtssysteem in Suriname. Ook de stille krachten werden niet vergeten.

De een deel van de mensen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het project

Volgens Lachitjaran en mr. M. Groenendijk, rechter en Technisch coördinator Opleidingsprogramma’s, zijn de resultaten niet uit te drukken in cijfers. Het project heeft gezorgd voor bevordering van theoretische kennis en praktische vaardigheden bij de verschillende rechters in opleiding. Ook is duurzaamheid verankerd doordat er kennis lokaal is overgedragen. De volgende concrete resultaten zijn bereikt:

  • Er zijn 15 rechters opgeleid in het rechtsgebied civiel;
  • Er zijn 14 rechters versneld opgeleid in de rechtsgebieden straf en civiel;
  • Er is praktijkbegeleiding verzorgt voor rechters in opleiding door rechters uit Nederland;
  • Er zijn 11 schrijfjuristen opgeleid bij civiel;
  • 46 griffiers hebben de opleiding praktische vaardigheden gevolgd;
  • Ook zijn 6 lokale mentoren opgeleid die in de toekomst aan rechters in opleiding praktijkbegeleiding kunnen verzorgen.

De sprekers hebben ingezoomd op hoe het zo ver kwam met het project vanaf de opstart, maar ook de hobbels die zijn doorlopen. Mr. L. Valk gaf in het slotwoord aan waarom de opleiding tot rechter belangrijk is. Volgens hem zullen er met de komst van oil and gas en een derde rechtsinstantie binnen enkele jaren meer rechters nodig zijn waardoor een voortzetting van het project zeker niet overbodig zou zijn.

Mr. dr. L. Valk vertelt over zijn ervaring als praktijkbegeleider

Tijdens de plenaire sessie werden deelnemers van de verschillende opleidingen en cursussen in de gelegenheid gesteld om hun ervaringen te delen. De verschillende actoren spraken de hoop uit dat het project kan worden voortgezet zodat de effectiviteit, efficiëntie en het vertrouwen van de samenleving in de Rechterlijke Macht kan worden verbeterd.

Dit project betrof een samenwerking tussen het Centrum voor Internationale Juridische Samenwerking (CILC), de Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse politie, het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR) en het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). Het project werd uitgevoerd in de periode mei 2022 tot januari 2026 met als doel het versterken van het Surinaams (straf)rechtssysteem door de professionele capaciteiten te vergroten, institutionele structuren te versterken en de samenwerking binnen de hele justitieketen te bevorderen.


 

Congres Modernisering Rechterlijke Macht

23 januari 2026

Tijdens het congres gehouden op 22 januari 2026 hebben het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie en de Nationale Assemblee discussies gevoerd over het instellen van een derde rechterlijke instantie alsook de versterking van het Openbaar Ministerie. Het congres had als doel om tools aan te reiken zodat er tot een goede besluitvorming kan worden gekomen over de modernisering van de Rechterlijke Macht.

In het eerste blok werden er inleidingen verzorgd over het thema ‘Visie met betrekking tot de instelling, inrichting en werking van een derde instantie’. De inleidingen werden verzorgd door mr. dr. H. Fernandes Mendes, mr. S. Essed, mr. L. Valk, mr. Y. Buruma en Caribbean Court of Justice (CCJ). Het CCJ werd vertegenwoordigd door de President honorable Mr. Justice W. Anderson, honorable Mr. Justice P. Jamadar en G. Figaro-Jones.

Fernandes Mendes, die zich intensief bezighoudt met de constitutionele ontwikkelingen in Suriname, sprak tijdens zijn inleiding over de voor- en nadelen van de instelling van een derde instantie en ook de vormgeving daarvan. Hij is er voorstaander van dat bij de instelling de grondwettelijke relatie met de twee andere machten wordt bevestigd. Ook pleit hij ervoor dat de positie van het Constitutioneel Hof wordt betrokken bij de verschillende wetsvoorstellen en dat deze gelijktijdig worden behandeld. Volgens Fernandes Mendes zal hiermee voorkomen worden dat de Grondwet en andere wetten de Rechterlijke Macht aangaande binnen korte termijn wederom wijziging behoeven.

Een deel van de aanwezigen tijdens het congres

Essed, die namens de Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) haar betoog hield, ging in op de verschillen tussen het instellen van een eigen derde rechterlijke instantie en de aansluiting bij het CCJ. Volgens haar kan het document dat de SOVA heeft opgemaakt helpen bij de institutionele keuzes die er gemaakt moeten worden en vloeien daaruit ook voort de rechtsstatelijke randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden.

Valk ging in zijn presentatie in op de functies die deze derde instantie zou moeten gaan vervullen en waarmee er rekening moet worden gehouden bij de inrichting ervan. Volgens hem kan de instelling van de derde instantie zorgen voor rechtsontwikkeling, rechtseenheid, rechtsbescherming en het vergroten van het vertrouwen in de rechtsstaat. Valk is sinds 2004 betrokken als docent bij de opleiding van rechters en schrijfjuristen in Suriname. Daarnaast heeft hij diverse cursussen en masterclasses verzorgt over het Nieuw Burgerlijk Wetboek en is hij lid van de adviesraad van het Surinaams Juristenblad en van het comité van aanbeveling van de Stichting Vrienden van het Surinaams Recht.

Tijdens zijn inleiding ging Buruma, die gepensioneerd raadsheer van de Hoge Raad der Nederlanden is, in op enkele bijzonderheden in strafrechtelijke zaken bij de invoering van een derde instantie waarbij het belang van onafhankelijke rechtspleging voorop staat. Ook sprak hij over het invoeren van een verlofstelsel en het eventueel instellen van een parket bij deze instantie.

De moderator C. Jadnanansingh luistert samen met de leden van het panel naar de vragen uit de zaal

Het CCJ ging tijdens hun presentatie in op de mogelijkheden voor Suriname om gebruik te maken van de derde instantie van het CCJ en de positie van het CCJ in de regio en internationaal. Zij gaven ook een volledige uiteenzetting hoe de derde instantie (het Surinaams Hooggerechtshof) bij het CCJ eruit zou kunnen gaan zien, volledig ingericht naar de civil law traditie met civil law rechters uit de rechtsfamilie te procederen in het nederlands met zittingsplaats ook in Paramaribo.

Het tweede blok ging over het thema ‘Inrichting en werking van een gemoderniseerd Openbaar Ministerie’. Tijdens deze blok zijn er inleidingen verzorgd door mr. G. van der Burg, mr. G. Paragsingh en mr. E. Bos.

Inleider Van der Burg, die Procureur-Generaal was bij het College van Procureur-Generaals in Nederland, ging in op de totstandkoming en werking van het College van Procureur-Generaals van het Openbaar Ministerie in Nederland met nadruk op het gevolg ervan waarbij er dus ook reorganisatie van het Openbaar Ministerie nodig was. Verder zoomde hij ook in op de wettelijke regeling en de verhouding tussen het College en de Minister van Justitie en Veiligheid in Nederland.

V.l.n.r. mr. S. Essed, mr. G. Paragsingh, mr. E. Bos, mr. dr. H. Fernandes Mendes, hon. mr. Justice P. Jamadar, ms. G. Figaro-Jones en mr. dr. L. Valk

De procureur-generaal van Suriname, Paragsingh, gaf in haar inleiding een weergave van de huidige inrichting en samenstelling van het Openbaar Ministerie. Ook gaf zij een uiteenzetting hoe het Openbaar Ministerie de moderne inrichting voor ogen ziet. Volgens haar is een roulerende procureur-generaal, verruiming van advocaten-generaals en de instelling van een raad ter ondersteuning van het parket de ideale situatie.

Bos, die werkzaam is als Coördinerend Advocaat-Generaal bij het Parket van de Procureur-Generaal in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, ging in op de organisatiestructuur, de taken, bevoegdheden, benoemingen en interne afspraken die gelden binnen het OM Carib. Ook sprak zij over het vervolgingsbeleid en de samenwerking tussen de Procureur-Generaals binnen het Koninkrijk der Nederlanden en de uitdagingen daarbij.

De tools die zijn voortgevloeid uit het congres en nodig zijn voor verdere besluitvorming zijn in een document opgenomen dat zal worden gedeeld met de verschillende betrokken actoren.


 

BEHANDELING STRAFZAAK POLITIEAMBTENAREN PIKIN SARON VAN 14 OKTOBER 2025

Op 14 oktober 2025 heeft de kantonrechter de strafzaak tegen de verdachten  R.A., J.K., K.L., S.W., K.v.B., S.d.J. en R.W. behandeld. Het betreft de politieambtenaren die verdacht worden van het doodschieten van de personen van Wolfjager en Dijksteel bij Pikin Saron op 2 mei 2023. De zaak stond voor getuigenverhoor. Alle zeven verdachten waren aanwezig.

Er waren twee getuigen opgeroepen voor verhoor. Eén getuige is verschenen en is verhoord. De verklaring van de tweede getuige werd voorgelezen door de kantonrechter.

Na afloop van de zitting is bepaald dat de zaak zal worden voortgezet op 18 november 2025 om 9.00 uur met het verhoor van de verdachten.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-politieambtenaren-pikin-saron-van-19-augustus-2025/

 

Paramaribo, 6 januari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

BEHANDELING STRAFZAAK VERMISTE MANNEN VAN 12 november en 10 december 2025

Op 12 november 2025 is de strafzaak tegen de verdachten S.S., D.B., G.S., H.K., R.T., L.P., A.K., R.K. en M.M. behandeld door de kantonrechter. Deze zaak heeft betrekking op twee manspersonen van respectievelijk 64 en 47 jaar die sinds 25 mei 2024 worden vermist.

Aan de verdachten zijn de navolgende strafbare feiten ten laste gelegd: deelneming aan een criminele organisatie, voorbereidingshandelingen met betrekking tot de uitvoer van drugs, uitvoer van cocaïne of poging daartoe, dan wel het aanwezig hebben van cocaïne en overtreding van de Vuurwapenwet. De zaak stond voor het pleidooi van de raadslieden.

Op 12 november is het pleidooi gehouden door een deel van de raadslieden.

Op 10 december 2025 is de zaak weer behandeld en vond het vervolg van het pleidooi plaats, door de overige raadslieden.

De zaak is uitgesteld naar de zitting van 28 januari 2026 en 25 februari 2026. Op die dagen zal worden gerepliceerd. Daarbij zal de vervolging ingaan op hetgeen de raadslieden bij pleidooi hebben aangevoerd.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-vermiste-mannen-van-12-november-2025/

 

Paramaribo, 17 december 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

BEHANDELING STRAFZAAK VERDACHTE Z.Q. van 10 DECEMBER 2025

Op 10 december 2025 is de strafzaak tegen de verdachte Z.Q. behandeld door de kantonrechter. Hem werd verweten dat hij op 24 februari 2024 opzettelijk een man van het leven had beroofd in een winkelzaak aan de Dr. Sophie Redmondstraat. Subsidiair werd hem zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbend, verweten. Het ging om een incident waarbij Z.Q. in een worsteling geraakte met man, waarvan Z.Q. had gezien dat hij een winkeldief was. Z.Q. hield de man in een wurggreep op de grond totdat de politie zou arriveren. De man kwam te overlijden.

De kantonrechter heeft de uitspraak gedaan in deze zaak.

De rechter oordeelde dat niet bewezen kan worden dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld met het doel om de man te doden of hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De verdachte wilde de dief tegenhouden totdat de politie zou arriveren. Er was sprake van noodzaak en handelen ter bescherming van zijn eigendommen.

De rechter heeft de verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

Lees ook het vorige bericht: Behandeling strafzaak verdachte Z.Q. van 19 augustus 2025 – Hof van Justitie

 

Paramaribo, 17 december 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling hoger beroep strafzaak Pikin Saron van 9 december 2025

Op 9 december 2025 is de behandeling in hoger beroep voortgezet van de strafzaak tegen de verdachten J.A., J.H., G.Z., R.M. en M.M. De zaak betreft misdrijven gepleegd in Pikin Saron op 2 mei 2023. De zaak stond voor getuigenverhoor.

Er zouden vier getuigen worden gehoord. Het betrof getuigen à decharge, dat zijn getuigen die door de advocaten zijn voorgesteld. Van de vier getuigen is één getuige, een politie ambtenaar, verschenen. Deze getuige is gehoord. De raadslieden zagen af van de getuigen die niet waren verschenen.

Naar aanleiding van een verzoek tot invrijheidstelling van de verdachten, door de raadslieden gedaan in oktober 2025, heeft het Hof beslist dat de verdachten voorlopig in vrijheid gesteld zullen worden. Het Hof wees er daarbij op dat er nog geen oordeel is over de schuld of onschuld van de verdachten en dat de zaak verder behandeld zal worden.

Ook wees het Hof erop dat bij een eventuele bewezenverklaring een straf zal worden opgelegd. Indien die straf hoger mocht zijn dan de tijd die in detentie is doorgebracht, zal betrokkene de straf alsnog verder moeten uitzitten.

Het Hof gaf aan dat de verdachten bij elke zitting aanwezig moeten zijn.

De zaak wordt op 13 januari 2026 voortgezet om 9.30 uur. Op die dag zal nog een getuige worden gehoord waarna de verdachten gehoord zullen worden.

Lees ook het vorige bericht: Behandeling Hoger Beroep strafzaak Pikin Saron 21 oktober 2025 – Hof van Justitie

 

Paramaribo, 16 december 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachten Martinus e.a. van 10 december 2025

Op 10 december 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachten J. Martinus, alias “Bordo/Money Hond”, C. Jongaman, alias “Keppie”, P. Phoeli, alias “Moena”, R. Phoeli, alias “Rampie”, en A. Gau-Gau. De zaken stonden voor uitspraak.

In deze zaak ging het om het verwijt dat de verdachten zouden hebben deelgenomen aan een criminele organisatie, voorbereidingen zouden hebben gepleegd voor invoer van drugs, dan wel 450 kilo cocaine zouden hebben ingevoerd, personen bedreigd zouden hebben en een vliegtuig verborgen, begraven zouden hebben.

Ten aanzien van de verdachte J. Martinus achtte de kantonrechter bewezen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor invoer, de invoer van de cocaine, de bedreiging en het verbergen, dan wel begraven van het vliegtuig. Aan hem is een gevangenisstraf opgelegd van 12 jaren, een geldboete van SRD.90.000,=, en indien de boete niet wordt betaald, 8 maanden hechtenis. Ook is de gevangenneming van de verdachte gelast.

Ten aanzien van C. Jongaman achtte de kantonrechter bewezen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan invoer van drugs, bedreiging en het verbergen, dan wel begraven van een vliegtuig. Aan hem is een gevangenisstraf opgelegd van 6 jaren, een geldboete van SRD.60.000,=, en indien de boete niet wordt betaald, 5 maanden hechtenis.

Ten aanzien van de gebroeders Phoeli achtte de kantonrechter bewezen dat deze zich schuldig hebben gemaakt aan het verbergen, dan wel begraven van een vliegtuig. Aan hen is een gevangenisstraf opgelegd van twintig weken waarvan vijf voorwaardelijk.

Ten aanzien van de verdachte A. Gau-Gau achtte de kantonrechter bewezen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereiding voor de invoer van drugs, medeplichtigheid bij invoer van drugs, bedreiging en het verbergen, dan wel begraven van een vliegtuig. Aan hem is een gevangenisstraf opgelegd van 6 jaren, een geldboete van SRD.60.000,=, en indien de boete niet wordt betaald, 5 maanden hechtenis.

Lees ook het vorige bericht: Behandeling strafzaak verdachten Martinus e.a. van 23 juli 2025 – Hof van Justitie

 

Paramaribo, 17 december 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Koningspaar bezoekt Hof van Justitie tijdens staatsbezoek aan Suriname

1 december 2025

 

Op maandag 1 december 2025 heeft de President van het Hof van Justitie Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en Hare Majesteit Koningin Máxima der Nederlanden ontvangen op het Hof van Justitie aan het Onafhankelijkheidsplein.

Bij het bezoek waren ook aanwezig de President van de Republiek Suriname en haar echtgenoot. Verder de bestuursleden en de unit-coördinatoren van de rechtspraak, de Procureur-generaal bij het Hof van Justitie en andere ketenpartners van de rechtspraakfamilie alsook de begeleidende delegatie van het Koninklijk huis en van de President van de Republiek van Suriname.

Het bezoek aan het Hof van Justitie is onderdeel van het officieel staatsbezoek aan Suriname op uitnodiging van de President van de Republiek Suriname.

Tijdens het 30 minuten durende bezoek heeft de President van het Hof van Justitie stilgestaan bij de rol van de rechtspraak die, zoals opgenomen in de Grondwet, belast is met de geregelde afdoening van alle rechtszaken. Gewezen is op de toegankelijkheid van de rechtspraak waarbij thans in vier districten recht wordt gesproken. Ook is ingegaan op de strategische samenwerkingsverbanden met de rechterlijke machten van Nederland en het Caribisch gebied. “Op dit moment zijn er in samenwerking met de Raad voor de Rechtspaak twee raio-opleidingen gaande.” Met deze capaciteitsversterking hoopt het Hof in 2027 over 57 rechters te beschikken wat moet resulteren in tijdige en verdere decentralisatie van de rechtspraak.

Zijne Majesteit de Koning Willem-Alexander heeft grote waardering geuit voor het feit dat de Rechterlijke Macht onafhankelijk is en zich beijvert om de gelijkkwaardigheid van partijen in processen te waarborgen.

De ontvangst van het Koninklijk Paar op het Hof van Justitie symboliseert het wederzijds respect en de waarde van de rechtspraak binnen de trias politica in de Surinaamse samenleving.

 


 

BEHANDELING STRAFZAAK 500 KILO COCAÏNE IN COCKPIT VAN SLM-TOESTEL van 12 NOVEMBER 2025

Op 12 november 2025 behandelde de kantonrechter de strafzaak tegen de verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. Zij worden beschuldigd van het overtreden van de Wet Verdovende Middelen, in het bijzonder de uitvoer van circa 500 kilo cocaïne, aangetroffen in een ruimte achter de cockpit van een toestel van de SLM waar de boordcomputers zich bevinden. De zaak stond voor pleidooi.

De raadsman van A.O., G.R. en D.P. voerde het pleidooi. Daarbij stelde hij dat er geen wettig bewijs is dat zijn cliënten betrokken waren bij het uitvoeren van drugs.

Tijdens de vorige zitting hebben de advocaten van L.G., G.B. en S.D. hun pleidooi voorgedragen.

De verdediging van de overige verdachten heeft uitstel gevraagd.

De zaak wordt voortgezet op 14 januari 2026. Op die dag zal het pleidooi voor de overige verdachten worden gehouden.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-500-kilo-cocaine-in-cockpit-slm-toestel-van-13-augustus-2025/

 

Paramaribo, 28 november 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie