Behandeling strafzaak verdachte K.C. van 16 en 28 oktober 2025

Op 16 oktober 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte K.C. die verdacht wordt van money-laundering, voortgezet door de kantonrechter. De zaak stond voor verdachtenverhoor.

De raadslieden van de verdachten hebben de kantonrechter verzocht om de zaak uit te stellen. De kantonrechter heeft dit verzoek gehonoreerd.

Op 28 oktober 2025 zou de verdachte worden verhoord. Echter heeft de kantonrechter op die dag uitspraak gedaan in deze zaak omdat de verdachte op 24 oktober 2025 is overleden.

De kantonrechter heeft het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Volgens de kantonrechter is conform artikel  95 van het wetboek van strafvordering het recht tot strafvordering vervallen vanwege het overlijden van de verdachte.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-k-c-van-17-juli-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak brandstichting panden Henck Arronstraat van 28 januari 2026

Op 28 januari 2026 heeft de kantonrechter de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte R.P. voortgezet. Deze zaak betreft opzettelijke brandstichting, waarbij een gebouw toebehorende aan de Staat Suriname, namelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, in brand zou zijn gestoken. De verdachte zou opzettelijk met een aansteker een hoeveelheid papier in contact hebben gebracht met brandbare stoffen. Als gevolg hiervan zijn 4 panden en 3 voertuigen geheel of gedeeltelijk verbrand. De zaak stond voor ontvangst van de opgevraagde psychiatrische rapportage verklaring.

De verdere behandeling van de zaak is uitgesteld vanwege afwezigheid van de rechter die de zaak behandelt.

De zaak zal worden voortgezet op 25 februari 2026 en staat dan voor ontvangst van het rapport van de psychiater.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-brandstichting-panden-henck-arronstraat-van-12-november-en-10-december-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak brandstichting panden Henck Arronstraat van 12 november en 10 december 2025

Op 12 november en 10 december 2025 heeft de kantonrechter de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte R.P. voortgezet. Deze zaak betreft opzettelijke brandstichting, waarbij een gebouw toebehorende aan de Staat Suriname, namelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, in brand zou zijn gestoken. De verdachte zou opzettelijk met een aansteker een hoeveelheid papier in contact hebben gebracht met brandbare stoffen. Als gevolg hiervan zijn 4 panden en 3 voertuigen geheel of gedeeltelijk verbrand. De zaak stond voor ontvangst van de opgevraagde psychiatrische rapportage verklaring.

De kantonrechter heeft de strafzaak op beide dagen moeten uitstellen omdat de opgevraagde psychologische verklaring nog niet is ontvangen.

De strafzaak is vervolgens uitgesteld naar 28 januari 2026 in afwachting van het psychiatrisch rapport.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-brandstichting-panden-henck-arronstraat-van-13-augustus-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak 500 kilo cocaïne in cockpit van SLM-toestel van 28 januari 2026

Op 28 januari 2026 behandelde de kantonrechter de strafzaak tegen de verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. Zij worden beschuldigd van het overtreden van de Wet Verdovende Middelen, in het bijzonder de uitvoer van circa 500 kilo cocaïne, aangetroffen in een ruimte achter de cockpit van een toestel van de SLM waar de boordcomputers zich bevinden. De zaak stond voor de repliek van de officier van justitie in de strafzaak van de verdachten G.B. en G.R.. De raadsman van de verdachten R.T., D.P., L.G en A.O. zal op die dag ook dupliceren.

De behandeling van de zaak is uitgesteld vanwege afwezigheid van de rechter die de zaak behandelt.

De zaak is uitgesteld naar 25 februari 2026 voor de repliek van de officier van justitie in de strafzaak van de overige verdachten G.B. en G.R.. De raadsman van de verdachten R.T., D.P., L.G. en A.O. zal op die dag ook dupliceren.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-500-kilo-cocaine-in-cockpit-van-slm-toestel-van-14-januari-2026/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak 500 kilo cocaïne in cockpit van SLM-toestel van 14 januari 2026

Op 14 januari 2026 behandelde de kantonrechter de strafzaak tegen de verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. Zij worden beschuldigd van het overtreden van de Wet Verdovende Middelen, in het bijzonder de uitvoer van circa 500 kilo cocaïne, aangetroffen in een ruimte achter de cockpit van een toestel van de SLM waar de boordcomputers zich bevinden. De zaak stond voor pleidooi in de strafzaak van de verdachten G.B., G.R. en O.Z.

De raadsman van de verdachte G.B. en G.R. heeft de kantonrechter verzocht om uitstel voor het houden van het pleidooi. De kantonrechter heeft dit verzoek gehonoreerd peremptoir.

De officier van justitie heeft de repliek overgelegd in de strafzaak van de verdachten A.O., S.D., R.T., E.B. en D.P. In de repliek tegen de verdachte E.B. heeft de officier van justitie aangegeven dat hij persisteert bij het strafvoorstel in het requisitoir. De raadsman van de verdachte persisteert in zijn dupliek bij het pleidooi. In de strafzaak tegen de verdachte S.D. persisteert de officier van justitie ook bij het strafvoorstel dat eerder is gedaan. De advocaat van de verdachte heeft bij de dupliek ook gepersisteerd. In de repliek van verdachte R.T. en D.P. heeft de officier van justitie tijdens de repliek ook gepersisteerd bij hetgeen aangehaald is in het requisitoir. Tijdens de repliek van de verdachte A.O. heeft de officier van justitie ook gepersisteerd bij het strafvoorstel gedaan tijdens het requisitoir. De repliek van de verdachten G.B., G.R., O.Z. en L.G. zal de officier van justitie op de volgende zitting houden.

De raadsman van de verdachte O.Z. heeft vervolgens het pleidooi gehouden. Hij vroeg de kantonrechter om de verdachte integraal vrij te spreken van de gehele tenlastelegging vanwege het gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

De zaak wordt voortgezet op 28 januari 2026 met de pleidooi in de strafzaak van de verdachte G.B. en G.R. en de repliek van de officier van justitie in de strafzaak van de overige verdachten G.B., G.R., O.Z. en L.G. De raadsman van de verdachten R.T., D.P. en A.O. zal op die dag ook dupliceren.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-500-kilo-cocaine-in-cockpit-van-slm-toestel-van-12-november-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak Sunparklaan van 28 januari 2026

Op 28 januari 2026 heeft de kantonrechter de strafzaak behandeld tegen de verdachten K.S., J.A. en D.L. Deze zaak betreft een beroving gepleegd aan de Sunparklaan in juni van dit jaar. De verdachten worden beschuldigd van diefstal met geweldpleging, overtreding vuurwapenwet, witwassen en voorbereiding van cocaïnehandel. De zaak staat voor getuigenverhoor. De verdachte D.L. was niet aanwezig.

De behandeling van de zaak is uitgesteld vanwege afwezigheid van de rechter die de zaak behandelt.

De zaak is uitgesteld naar 25 februari 2026 voor getuigenverhoor.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-sunparklaan-van-12-november-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2206

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak vermiste mannen van 28 januari 2026

Op 28 januari 2026 is de strafzaak tegen de verdachten D.B., R.T. en L.P. behandeld door de kantonrechter. Deze zaak heeft betrekking op twee manspersonen van respectievelijk 64 en 47 jaar die sinds 25 mei 2024 worden vermist. Aan de verdachten zijn de navolgende strafbare feiten ten laste gelegd: deelneming aan een criminele organisatie, voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Wet Verdovende Middelen, uitvoer van cocaïne of poging daartoe, dan wel het aanwezig hebben van cocaïne en overtreding van de Vuurwapenwet. De zaak stond voor repliek. Alleen de verdachten D.B., R.T. en L.P. waren gedagvaard voor de zitting.

De behandeling van de zaak is uitgesteld vanwege afwezigheid van de rechter die de zaak behandelt.

De zaak is uitgesteld naar 25 februari 2026 voor repliek.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-vermiste-mannen-van-12-november-en-10-december-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling krijgsraad strafzaak verdachte Veira van 3, 11, 18 en 28 november en 15 en 22 december 2025

Op maandag 3 november 2025 heeft de krijgsraad de strafzaak tegen de verdachte D. Veira behandeld. De strafzaak heeft betrekking op een poging om R. Cairo van zijn vrijheid te beroven. De verdachte was toen als directeur van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) aangesteld en volgens het slachtoffer degene die de opdracht zou hebben gegeven om hem te ontvoeren. De zaak stond voor requisitoir.

De auditeur-militair verzocht om een kort uitstel, omdat hij nog niet gereed was om het requisitoir te presenteren. Het uitstel is verleend.

Hierna heeft de president van de krijgsraad aangegeven dat het slachtoffer R. Cairo bij de eerst volgende zitting als getuige zal worden gehoord.

Op 11 november 2025 heeft de krijgsraad de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte Veira voortgezet met het getuigenverhoor van het slachtoffer R. Cairo.

Op 18 november 2025 heeft de auditeur-militair het requisitoir gehouden in deze strafzaak. Volgens de auditeur-militair is er wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Hij vorderde een gevangenisstraf van 9 jaar onvoorwaardelijk en eiste de onmiddellijke gevangenneming van de verdachte.

Op 28 november 2025 hebben de raadslieden van de verdachte het pleidooi gehouden. Zij vroegen de kantonrechter om de verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde feiten.

Op 15 december 2025 heeft de auditeur-militair de repliek gehouden. Hij bleef bij zijn eerder uitgebrachte strafeis die hij passend en geboden acht omdat het ernstige feiten betreffen.

Op 22 december 2025 hebben de raadslieden de dupliek gehouden. Zij vroegen wederom om vrijspraak voor de verdachte. De verdachte werd ook in de gelegenheid gesteld om het laatste woord te voeren.

Op 30 januari 2026 zal de krijgsraad uitspraak doen in deze strafzaak.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-krijgsraad-strafzaak-verdachte-veira-van-6-oktober-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Slotdocument congres Modernisering Rechterlijke Macht

30 januari 2026

Het slotdocument van het congres Modernisering Rechterlijke Macht is vandaag officieel aangeboden aan vertegenwoordigers van het Hof van Justitie, De Nationale Assemblee en het Openbaar Ministerie. Het slotdocument bevat de belangrijkste bevindingen en inzichten die door inleiders naar voren zijn gebracht tijdens het congres.

V.l.n.r. de directeur van het CDR, president van het Hof van Justitie, voorzitter DNA en vertegenwoordiger OM

Het congres heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026 in Paramaribo en is bedoeld als hulpmiddel voor verdere besluitvorming over de modernisering van de rechterlijke macht in Suriname.

Het congres werd georganiseerd door het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie en De Nationale Assemblee en had als doel om beleidsmakers en betrokken instituties concrete handvatten te bieden voor weloverwogen keuzes met betrekking tot de inrichting van de rechterlijke macht. Centraal stonden de mogelijke instelling van een derde rechterlijke instantie en de versterking en modernisering van het Openbaar Ministerie.

De officiële aanbieding van het eindrapport vond plaats tijdens een bijeenkomst waarin het programma bestond uit een korte duiding van het congres, een presentatie van de kernpunten van het rapport en de formele overhandiging aan de ontvangende partijen. De aanbieding werd afgesloten met een fotomoment.


 

Workshops Social Media and Judicial Ethics

29 januari 2026

Honorable mr. Justice Peter Jamadar heeft op 23 januari 2026 twee workshops verzorgd voor rechters en rechters in opleiding. Jamadar is rechter bij het Caribbean Court of Justice (CCJ) en Voorzitter van de Caribbean Association of Judicial Officers (CAJO).

Rechters en raio’s die hebben deelgenomen aan de workshop “Social Media and Judicial Ethics”

De ene workshop ging over het gebruik van social media door rechters en de andere betrof hoe rechterlijke nederigheid van rechters kan zorgen voor publieke vertrouwen in de rechter en de rechterlijke macht. Volgens Jamadar moeten rechters bewust zijn van hoe zij omgaan met sociale media. Hij geeft aan dat rechters ook voor sociale media altijd de gedragscode in acht moeten nemen. Hij verwees ook naar de 2019 Non-Binding Social Media Guidelines van de United Nations Office on Drugs and Crime. Er werden verscheidene hypothesen gepresenteerd. De deelnemers konden vervolgens in groepjes discussiëren over de hypothesen. Hierna werden de groepen in de gelegenheid gesteld om hun visies te delen. 

Een interactief moment tussen rechter Peter Jamadar en een rechter in opleiding  

Verder gaf hij aan dat rechterlijke nederigheid het vertrouwen van het publiek kan winnen terwijl arrogantie juist het tegenovergestelde teweegbrengt. Tijdens deze workshop werden deelnemers als vorm van zelf-reflectie in de gelegenheid gesteld om een formulier in te vullen om inzicht te krijgen in de mate van nederigheid in het eigen professioneel handelen.

Dwars door beide workshops kwam het belang van publiek vertrouwen als fundamentele bron voor de legitimiteit van de rechterlijke macht duidelijk naar voren. Het dient als een hoeksteen van de rechtsstaat en is essentieel voor het accepteren en respecteren van de beslissingen van rechters. Wanneer het publiek gelooft in de legitimiteit en onpartijdigheid van het gerechtelijk systeem, zijn zij meer geneigd om gerechtelijke uitspraken en bevelen op te volgen, zelfs als zij het er niet mee eens zijn.