BEHANDELING STRAFZAAK VERMISTE MANNEN VAN 12 november 2025

Op 12 november 2025 is de strafzaak tegen de verdachten S.S., D.B., G.S., H.K., R.T., L.P., A.K., R.K. en M.M. behandeld door de kantonrechter. Deze zaak heeft betrekking op twee manspersonen van respectievelijk 64 en 47 jaar die sinds 25 mei 2024 worden vermist. Aan de verdachten zijn de navolgende strafbare feiten ten laste gelegd: deelneming aan een criminele organisatie, voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Wet Verdovende Middelen, uitvoer van cocaïne of poging daartoe, dan wel het aanwezig hebben van cocaïne en overtreding van de Vuurwapenwet. De zaak stond voor pleidooi van de raadslieden.

De raadslieden hebben uitstel gevraagd.

Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte D.B. werd afgewezen. De overige verdachten blijven eveneens in voorlopige hechtenis. De verdachte A.K. is overleden.

Op 10 december 2025 wordt het pleidooi gehouden.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-vermiste-mannen-van-19-augustus-2025/

 

Paramaribo, 28 november 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak Sunparklaan van 12 november 2025

Op 12 november 2025 heeft de kantonrechter de strafzaak behandeld tegen de verdachten K.S. en J.A.. Deze zaak betreft een beroving gepleegd aan de Sunparklaan in juni van dit jaar. In deze zaak is ook een verdachte D.L. in beeld gekomen doch die verdachte is op vrije voeten en is nog niet gedagvaard. De verdachten worden beschuldigd van diefstal met geweldpleging, overtreding vuurwapenwet, witwassen en voorbereiding van cocaïnehandel.

De officier van justitie heeft een getuige voorgesteld die gehoord zal worden op de volgende zitting. Ook gaf de officier aan dat nog aanvullende stukken moeten worden ontvangen. 

De advocaten van K.S. en J.A. vroegen om invrijheidstelling van hun cliënten. De rechter besloot dat de verdachten in hechtenis blijven omdat de ernstige bezwaren nog aanwezig zijn.

De zaak is uitgesteld naar 28 januari 2026 voor getuigenverhoor.

 

Paramaribo, 28 november 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Officiële onthulling Bureau Hof van Justitie

6 november 2025

De Rechtspraak Suriname heeft op vrijdag 31 oktober 2025 officiëel het pand aan de Grote Combéweg 7 in gebruik genomen. Het naambord werd onhuld door de president van het Hof van Justitie, de directeur Bedrijfsvoering en het departementsdirecteur van het Ministerie van Justitie en Politie, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de rechterlijke macht en andere genodigden.

Het nieuwe gebouw biedt moderne faciliteiten die bijdragen aan een efficiëntere rechtspraak en een betere dienstverlening aan het publiek. Hierin is de bedrijfsvoering van de rechtspraak ondergebracht. Onder andere vinden het archief, de communicatie unit, de financiele afdeling, legalisatie, ICT en personeelsaangelegenheden hun werkruimten hier.

Het project is tot stand gekomen met ondersteuning van het Ministerie van Justitie en Politie die het oude kantoor van het Bureau Familierechtelijke zaken (BUFAZ) ter beschikking stelde, het Ministerie van Openbare Werken voor het begeleiden vanaf de ontwerpfase tot aan de renovatie, het Architecten en ingenieursbureau Bab die de verantwoordelijkheid had voor het ontwerp en Hua Ro builders voor de fysieke bouwwerkzaamheden.

De President van het Hof benadrukte in zijn toespraak dat met de ingebruikname van dit pand de Rechtspraak een belangrijke stap zet richting de verwezenlijking van tijdige en toegankelijke rechtspraak. “Een visie op een rechtspraak die zich blijft ontwikkelen, die dichter bij de samenleving wil staan, en die blijft bouwen aan de rechtspraak,” aldus de President van het Hof.


 

Beleefdheidsbezoek Caribbean Court of Justice aan het Hof van Justitie

4 november 2025

Op maandag 3 november bracht een delegatie van het Caribbean Court of Justice (CCJ) onder leiding van president Winston Anderson een bezoek aan het Hof van Justitie. Dit bezoek maakt deel uit van de Referral Sensitization Series die het CCJ uitvoert binnen de Caricom.

De president van het Hof van Justitie en de president van het CCJ bij de overhandiging van een exemplaar van de  handleiding verwijzingsprocedures.

De president van het Hof van Justitie sprak zijn grote waardering uit voor het bezoek van de CCJ delegatie en benadrukte het belang van samenwerking binnen de regio op het gebied van de rechtspraak in het bijzonder als het gaat om de originaire jurisdictie van het CCJ, waarbij Suriname reeds middels het verdrag van Chaguaramas is aangesloten.

Hij feliciteerde president Anderson nogmaals met zijn recente benoeming, beëdiging en installatie tot President van het CCJ en ging ook kort in op gedachtenvormingen in Suriname om een derde instantie (third tier) binnen het nationale rechtssysteem te introduceren.

Aan de orde kwamen summier de twee mogelijkheden: een Surinaamse “Hoge Raad” en – onder te bespreken voorwaarden – aansluiting bij het CCJ. Hij informeerde de President van CCJ over het onderzoek van het Hof naar Best practices  binnen reeds bestaande Supreme Courts in de regio (CCJ) en in de rechtsfamilie (Hoge Raad der Nederlanden), die zouden kunnen bijdragen aan versterking van de onafhankelijkheid en stabiliteit van het  Surinaams rechtssysteem en de verdere gedachtenvorming daarover.

“Als belangrijkste voorwaarde van deze of gene model geldt dat het goed aansluit bij de “civil law” traditie van ons nationaal rechtssysteem.”, aldus de president van het Hof.

President Anderson sprak zijn waardering uit voor de betrokkenheid van Suriname binnen de Caribische Gemeenschap (CARICOM) alsook bij de originaire jurisdictie van het CCJ. Hij lichtte het hoofddoel van zijn courtesy call toe, namelijk  het aanbieden en bespreken van de verwijzingsprocedure (referral) binnen het kader van de originaire jurisdictie van het CCJ aan president Rasoelbaks.

Deze procedure maakt het mogelijk dat nationale rechtbanken vragen voorleggen aan het CCJ voor interpretatie van bepalingen uit het Verdrag van Chaguaramas. Om de toegankelijkheid te vergroten, zijn de regels en procedures vastgelegd in een handleiding verwijzingsprocedures die naar het Nederlands is vertaald. Van deze handleiding heeft de President van het Hof van Justitie een aantal exemplaren in ontvangst gehad van de President van CCJ. Deze zullen aan de rechters en andere belanghebbenden uit de organisatie worden gedeeld.

Tot slot nodigde President Anderson de president van het Hof van Justitie uit voor het bijwonen van de conferentie ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van het CCJ, die van 26-28 november a.s. te Trinidad & Tobago wordt gehouden.


 

Behandeling Hoger Beroep strafzaak Pikin Saron 21 oktober 2025

Op 21 oktober 2025 is de behandeling van de strafzaak in hoger beroep voortgezet tegen de verdachten J.A., J.H., G.Z., R.M. en M.W. Deze zaak betreft misdrijven gepleegd te Pikin Saron.

De zaak stond voor getuigenverhoor. De raadslieden hebben eerder een lijst ingediend met vijftien getuigen die zij wensen te horen. Getuigen die op verzoek van de verdediging worden gehoord worden ‘getuigen a décharge’ genoemd. Er zijn op 21 oktober 2025 drie getuigen van de lijst gehoord. Op de volgende zitting zullen vier getuigen gehoord worden.

De advocaten van de verdachten dienden een verzoek tot in vrijheidstelling in. Volgens de verdediging zijn de verdachten ten onrechte veroordeeld. Er werd voorts aangevoerd dat er geen sprake is van vluchtgevaar en dat de verdachten geen strafbare feiten hebben gepleegd.

Het Hof wees het verzoek af en gaf aan dat er nog ernstige bezwaren tegen de verdachten bestaan. Verder moeten nog alle getuigen gehoord worden.

Het getuigenverhoor wordt voortgezet op de volgende zitting op 4 november 2025 om 9.30 uur.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-pikin-saron-18-augustus-2025/

 

Paramaribo, 24 oktober 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak hoger beroep kortgedingzaak Hoefdraad tegen de Staat Suriname van 17 oktober 2025

Op 17 oktober 2025 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in het hoger beroep van de civiele kortgedingzaak die G.A. Hoefdraad had aangespannen tegen de Staat Suriname, met name het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de Nationale Assemblée (DNA) en het Openbaar Ministerie (OM).

Het verzoek tot in staat van beschuldigingstelling van Hoefdraad was door de Procureur-generaal ingediend in april 2020. De DNA heeft dit verzoek afgewezen. In juli 2020 heeft de Procureur-generaal wederom een verzoek tot in staat van beschuldigingstelling van Hoefdraad ingediend. DNA heeft op 6 augustus 2020 toewijzend beslist en is Hoefdraad in staat van beschuldiging gesteld.

Tegen dit tweede besluit heeft Hoefdraad een vordering ingediend bij de kortgedingrechter die vervolgens is afgewezen. Hiertegen is Hoefdraad in hoger beroep gegaan. Het Hof heeft Hoefdraad in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het Hof overwoog hiertoe onder andere dat de civiele rechter in kort geding zich niet zonder meer kan begeven op strafprocesrechtelijk terrein, een oplossing van een geschil op het terrein van het strafrecht moet worden overgelaten aan de strafrechter.

Volgens het Hof biedt het Wetboek van Strafvordering een uitputtend systeem van rechtsbescherming. Hoefdraad heeft in het hoger beroep in de strafzaak tegen hem, zijn bezwaren tegen de in staat van beschuldigingstelling aan de orde gesteld. Het Hof van Justitie in hoger beroep inzake politieke ambtsdragers, dat de strafzaak tegen Hoefdraad behandelt, heeft bij tussenvonnis van 20 mei 2024 inhoudelijk hierover geoordeeld en heeft beslist tot verwerping van het opgeworpen verweer. (voor het tussenvonnis van 20 mei 2024 in de strafzaak zie: SRU-HvJ-2024-3 – Hof van Justitie).

Omdat de wetgeving betrekking hebbende op het strafproces een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang biedt, waarvan door Hoefdraad ook gebruik is gemaakt, heeft het Hof het vonnis in eerste aanleg vernietigd en is Hoefdraad in dit hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

 

Paramaribo, 21 oktober 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak kortgedingzaak landmeter G. Winter tegen de Staat Suriname op 15 september 2025

Op 15 september 2025 deed de kantonrechter uitspraak in de kortgedingzaak van landmeter G.G. Winter tegen de Staat Suriname. Landmeter Winter eiste rectificatie, schadevergoeding en intrekking van een circulaire en tuchtklacht die volgens hem onterecht en schadelijk voor zijn reputatie waren.

Winter beklaagde zich bij de kortgedingrechter over een tuchtklacht die door het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer was ingediend bij het Tuchtcollege voor Landmeters. Deze klacht, samen met een beleidsinstructie waarin richtlijnen werden gegeven aan ondergeschikte diensten, leidde tot het tijdelijk stopzetten van de behandeling van alle verzoeken waarbij kaarten waren gevoegd die Winter had vervaardigd. Volgens Winter waren de beschuldigingen ongegrond en was zijn eer en goede naam ernstig geschaad. Dit door onder meer berichten op de Facebookpagina van het ministerie en in de media, waaronder Starnieuws en Times of Suriname.

Winter stelde dat hij vooraf niet was gehoord en dat de Staat daarmee het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden. Hij eiste onder meer dat de Staat zich publiekelijk zou verontschuldigen en schadevergoeding zou betalen, vermeerderd met rente en advocaatkosten.

De Staat voerde verweer en stelde dat de tuchtklacht niet inhoudelijk door de rechter mag worden beoordeeld omdat die behandeling bij het Tuchtcollege hoort. Daarnaast ontkende de Staat beschuldigingen publiekelijk te hebben geuit en stelde dat uitingen in de media zijn gedaan in het kader van transparantie in het publieke debat.

De rechter oordeelde dat het indienen van een tuchtklacht een bevoegdheid is van de Staat en dat het niet aan de kortgedingrechter is om de gegrondheid van die klacht te toetsen. De Staat hoefde Winter niet vooraf te horen. Ook de betreffende beleidsinstructie is door de rechter niet als onzorgvuldig beoordeeld, aangezien daarin slechts zijdelings werd verwezen naar integriteitskwesties zonder expliciete beschuldigingen.

Wat betreft de publicaties in de media, erkende de rechter dat bepaalde uitspraken van de minister tijdens een persconferentie hebben geleid tot negatieve berichtgeving waarin de integriteit van Winter werd betwijfeld. Volgens de rechter is daarmee wel degelijk een beschuldiging geuit waarvoor de Staat verantwoordelijkheid draagt. Omdat echter niet duidelijk is of deze beschuldigingen op voldoende feiten berusten, is voor een oordeel daarover nader onderzoek nodig. Daarvoor is het kort geding niet de juiste procedure volgens de rechter.

Het vonnis is na te lezen via SRU-K1-2025-8 – Hof van Justitie

 

Paramaribo, 16 oktober 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling krijgsraad strafzaak verdachte Veira van 6 oktober 2025

Op 6 oktober 2025 heeft de krijgsraad de strafzaak tegen de verdachte D. Veira behandeld. De strafzaak heeft betrekking op een poging om Rodney Cairo van zijn vrijheid te beroven. De verdachte was toen als directeur van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) aangesteld en volgens het slachtoffer degene die de opdracht zou hebben gegeven om het slachtoffer te ontvoeren. De zaak stond voor verdachtenverhoor.

De verdediging verzocht tijdens de zitting om de verdere behandeling van de zaak achter gesloten deuren voort te zetten. Dit verzoek was gebaseerd op uitlatingen die door de heer Cairo via een medium zouden zijn gedaan en op redenen die betrekking zouden hebben op de staatsveiligheid.

De krijgsraad heeft het verzoek in beraad genomen. Na het beraad deelde de krijgsraad mee dat de openbaarheid van de rechtspraak een fundamenteel beginsel van de rechtsstaat is. Met betrekking tot de genoemde redenen oordeelde de krijgsraad dat er geen zaken waren aangehaald die van zodanig zwaar gewicht zouden zijn dat van het openbare karakter van de terechtzitting zou moeten worden afgeweken. Het verzoek van de verdediging is afgewezen.

Hierna is eerst de getuige M.L. gehoord. Deze getuige is op verzoek van de verdediging gehoord. Aansluitend hierop vond het verhoor van de verdachte D. Veira plaats.

De strafzaak wordt voortgezet op maandag 3 november 2025 om 10.00 uur en staat op die zittingsdag voor het requisitoir.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-krijgsraad-strafzaak-verdachte-veira-van-1-augustus-en-15-augustus-2025/

 

Paramaribo, 13 oktober 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak kortgedingzaak aannemingsmaatschappij Baitali N.V. tegen de Staat Suriname van 5 augustus 2025

Op 5 augustus 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de kortgedingzaak van aannemingsmaatschappij Baitali N.V. (hierna: Baitali) tegen de Staat Suriname (hierna: de Staat).

De zaak draaide om de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door via het Ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV) een aanbesteding te houden met betrekking tot de rehabilitatie van het wegtraject Southdrain-Apoera en Baitali buiten de aanbesteding te houden.

Het Ministerie van Openbare Werken (OW) had eerder met betrekking tot hetzelfde project een aanbesteding gehouden en Baitali had naar aanleiding daarvan een offertedossier ingediend bij het Ministerie van Openbare werken. Het project werd uiteindelijk opnieuw via LVV heraanbesteed, zonder dat Baitali daarvan op de hoogte was. Toen Baitali om het bestek vroeg heeft de Staat aangegeven dat Baitali te laat was en kon zij niet meer meedoen aan die aanbesteding. Volgens Baitali is de procedure in strijd met het Aanbestedingsreglement Werken (AWS 1996) verlopen. 

Baitali vorderde in het kortgeding onder andere dat het gunningsbesluit, waarbij het werk werd gegund aan Shiwan Tushan Suriname N.V., werd ingetrokken. Ook vorderde zij dat de werkzaamheden van het project stopgezet zouden worden, dat de Staat het project aan haar zou gunnen of anders een nieuwe aanbesteding zou uitschrijven die voldeed aan de regels. Zij vorderde voorts een dwangsom indien de Staat zou worden veroordeeld en zich niet zou houden aan de veroordeling. De regels die volgens Baitali niet zijn gevolgd bij de aanbesteding door LVV waren de regels met betrekking tot de in acht te nemen termijnen en de regels met betrekking tot de verplichte bekendmakingen. Ook was het volgens Baitali in strijd met de regels dat zij niet in de gelegenheid werd gesteld om het bestek te kopen.

De Staat voerde aan dat de aanbesteding wel volgens de regels was verlopen. Vanwege het feit dat de werkzaamheden met spoed uitgevoerd moesten worden werd volgens de Staat een verkorte procedure gevolgd, waarbij de gebruikelijke termijnen mochten worden ingekort. De Staat stelde verder dat Baitali zichzelf had buitengesloten, doordat zij zich niet tijdig had aangemeld bij LVV.

De rechter oordeelde dat bij de aanbestedingsprocedure niet is voldaan aan de wettelijke vereisten van het AWS 1996 en aan de beginselen van behoorlijk bestuur. De rechter overwoog dat de Staat (OW) reeds geruime tijd in overleg met Baitali was over het project en aan Baitali een uitnodiging tot inschrijving had gedaan. Door het plaatsen van een bekendmaking door LVV in de periode waarbinnen Baitali op grond van de uitnodiging, de inschrijving en de prijsofferte zou moeten doen aan OW, heeft de Staat onrechtmatig gehandeld jegens Baitali.

Van de Staat mocht worden verwacht dat Baitali ervan in kennis werd gesteld dat de aanbesteding zoals aangekondigd door OW, geen voortgang zou hebben doch dat het project in een gewijzigde vorm door het Ministerie van LVV zou worden aanbesteed. Dat heeft de Staat niet gedaan en de Staat heeft Baitali tevens ten onrechte uitgesloten om zich in te schrijven voor de aanbesteding volgens de verkorte procedure.

De kantonrechter kwam tot de slotsom dat het op 26 maart 2025 genomen gunningsbesluit tot stand is gekomen op basis van een gebrekkig verlopen procedure, welke niet is gegrond op de algemeen verbindende voorschriften van AWS 1996 en dat door het houden van een heraanbesteding de onjuistheden die zich hebben voorgedaan bij de aanbesteding hersteld kunnen worden. De gunning aan Shiwan Tushan Suriname N.V., werd daarom opgeschort. De kantonrechter heeft de Staat bevolen het gunningsbesluit in te trekken en veroordeeld om, voorzover hij nog tot gunning van het Southdrain-Apoera Werk wenst over te gaan een nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren die volledig voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.

Paramaribo, 13 oktober 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Opening zittingsjaar 2026 Hof van Justitie

3 oktober 2025

Tijdens de officiële opening van het nieuwe zittingsjaar heeft de president van het Hof van Justitie de nadruk gelegd op de verdere modernisering, goed gecommuniceerde en transparante Rechtspraak. Deze pijlers vormen de kern van het meerjarenontwikkelingsplan 2026–2030, die zijn uitgewerkt in diverse programma’s en projecten. Verder gaf hij aan dat het Hof met vertrouwen uitkijkt naar betere vooruitzichten voor het komende jaar.

Het Hof van Justitie tijdens de buitengewone openbare zitting ter gelegenheid van de opening van het zittingsjaar

Het Hof heeft het afgelopen zittingsjaar belangrijke stappen gezet richting modernisering mede door invoering van het nieuwe Surinaamse Burgerlijk Wetboek. De nieuwe organisatiewet, die nog wordt behandeld in De Nationale Assemblée, zal bijdragen aan het toeganklijker maken van gerechtelijke procedures voor burgers. Ook wordt gewerkt aan speciale rechtbanken voor belastingzaken en bestuursrecht, zodat iedereen op een eerlijke en zorgvuldige manier gehoord kan worden.

“Het zijn de kleine korrels zand die maken dat we een strand zien. Zo zullen we ook elke dag kleine stappen blijven zetten om de moderne rechtspraakorganisatie te laten verrijzen,” aldus de president.

Met thans 31 rechters en de beschikbare middelen begint de organisatie met goed gecommuniceerde en transparante Rechtspraak. Door de invoering van Comparitie Na Antwoord, inzet van persrechters, het gebruik van Facebook en het voortzetten van overleg met ketenpartners en de andere Staatsmachten, wordt hier stap voor stap invulling aan gegeven.

De President van de Republiek, Voorzitter van DNA, Minister Justitie en Politie en Minister van Financiën

Door onder andere de reeds ingezette instrumenten te evalueren en bij te stellen, beleid te formuleren voor efficientere doorlooptijden, nieuwe lichting rechters, decentralisatie en deconcentratie beoogt het Hof te voorzien in tijdige en toegankelijke rechtspraak. Verder, pleit ook het Hof van Justitie voor de instelling van een derde hogere rechtspraakinstantie ten gunste van de rechtsbescherming en de rechtsontwikkeling. In overleg met de Hoge Raad der Nederlanden en de Caribbean Court of Justice (CCJ) worden de mogelijke modellen voor Suriname verder onderzocht, waarna de bevindingen zullen worden voorgelegd aan de Regering en DNA.

De president sloot af met een oproep om ook in 2026 met toewijding en integriteit te blijven werken aan een rechtspraak die recht doet aan de samenleving.

 

De toespraken en powerpoint presentaties kunt u nalezen op:

TOESPRAAK_President HvJ_Opening zittingsjaar 2025-2026

HvJ_Opening zittingsjaar 2025-2026

Jaarrede OM 2025-2026_Finale

OM_Jaarrede 2025-2026

Opmerkingen Deken SOVA start zittingsjaar 2025-2026 – 3okt2025

SOVA_Opening Zittingsjaar 2025-2026