Behandeling strafzaak verdachte C.L. van 11 juni 2025

Op 11 juni 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte C.L. voortgezet door de kantonrechter. Deze verdachte, die voorganger is bij een religieuze gemeente, wordt een zedenmisdrijf verweten. Het misdrijf is volgens de vervolging gepleegd jegens een lid van een andere gemeente dan die waar de verdachte lid van is. De zaak stond gepland voor het pleidooi van de verdediging.

De advocaat van de verdachte heeft het pleidooi overgelegd en zal het op de volgende zitting toelichten.

Hierna is de zaak uitgesteld naar de zitting van 25 juni 2025 voor de toelichting van het pleidooi van de verdediging en de repliek van de officier van justitie.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-c-l-van-14-mei-2025/

 

Paramaribo, 19 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak 500 kilo cocaïne in cockpit SLM toestel van 11 juni 2025

Op 11 juni 2025 is de strafzaak tegen de verdachten A.O., S.D., E.B., R.T., G.R., G.B., D.P., O.Z. en L.G. behandeld door de kantonrechter. Deze verdachten wordt verweten overtreding van de Wet Verdovende Middelen, namelijk het uitvoeren van cocaïne. In deze zaak was 500 kilo cocaïne verstopt in een ruimte achter de cockpit van het SLM toestel alwaar zich computers bevinden. De zaak stond voor de beslissing van de wijziging van de tenlastelegging en het houden van het requisitoir.

De kantonrechter heeft beslist dat de wijzigingen van de tenlastelegging die zijn gevraagd door het Openbaar Ministerie worden toegelaten. Het betreffen aanpassingen die niets veranderen aan de inhoud van de tenlastelegging.

Tijdens de zitting hield de officier van justitie het requisitoir. Daarbij werd benadrukt dat elke verdachte een uitzonderlijke rol heeft gespeeld in het geheel. Bij het formuleren van het strafvoorstel is rekening gehouden met de mate van betrokkenheid van elke verdachte en de hoeveelheid verdovende middelen. Tegen alle negen verdachten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar geëist, alsmede een geldboete van SRD 50.000. Voor de verdachten O.A. en Z.O., die op het moment van het strafbare feit een publieke functie vervulden of betrokken waren bij de beveiliging van de luchthaven is aanvullend een verbod om de komende vijf jaar dit soort functies uit te oefenen gevraagd.

De zaak wordt voortgezet op 13 augustus 2025 met het pleidooi van de raadslieden van de verdachten.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-500-kilo-cocaine-in-cockpit-slm-toestel-van-14-mei-2025/

 

Paramaribo, 19 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachten R.M. en K.R. van 30 mei 2025

Op 30 mei 2025 is de strafzaak tegen de verdachten R.M. en K.R., in verband met de vermiste toerist, behandeld door de kantonrechter. De zaak stond voor repliek en dupliek in de zaak van K.R. en voor dupliek in de zaak van R.M.

De raadsman van R.M. heeft zijn dupliek gehouden en bleef daarbij bij hetgeen hij naar voren bracht tijdens het eerder gehouden pleidooi.

De verdachte K.R. en haar raadslieden waren niet aanwezig op de zitting. Om die reden is de zaak van haar uitgesteld.

Op 30 juni 2025 om 10.30 uur wordt de strafzaak voortgezet. Het staat dan voor repliek en dupliek in de zaak van K.R.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachten-r-m-en-k-r-van-29-april-2025/

 

Paramaribo, 16 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak in kort gedingzaak OPTSU e.a. tegen RBN en de President

Op 23 mei 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in het kort geding dat door OPTSU samen met anderen is aangespannen tegen Rapar Broadcasting Network (RBN) en de President. De zaak draaide om de maatregelen die de President had getroffen in aanloop naar de algemene vrije- en geheime verkiezingen van zondag 25 mei 2025. Deze maatregelen, vastgelegd in een resolutie, bepaalden onder andere dat vanaf vrijdag 23 mei 2025 tot en met maandag 26 mei 2025 politieke propaganda via de media en publieke bijeenkomsten verboden was. Rapar heeft aangekondigd dat de President op zaterdag 24 mei 2025 om 10.00 uur in het praatprogramma KAAK zou zijn.

De eisers wilden dit voorkomen en stapten daarom naar de rechter. Zij stelden dat deelname van de President aan het programma in strijd zou zijn met de resolutie. Ze vorderden onder meer een verbod op de uitzending. Op de dag van de zitting, 23 mei 2025, liet Rapar per brief aan de rechter weten dat het programma niet zou doorgaan. Hierdoor trokken de eisers een deel van hun vordering in. Zij hielden echter vast aan de rest van hun vordering, waaronder een verbod aan Rapar en de President om op een andere wijze de resolutie te overtreden.

De rechter beoordeelde de zaak en stelde vast dat het programma niet doorging maar dat er toch nog een uitspraak nodig was over de resterende vorderingen.

De eisers benadrukten dat het publiek mogelijk niet zou kunnen onderscheiden in welke hoedanigheid de President in een radioprogramma zou spreken en dat dit verwarring en politieke beïnvloeding zou kunnen veroorzaken. Rapar gaf aan dat het programma bedoeld is voor open gesprekken en dat de resolutie niet met zich meebrengt dat de President niet met de samenleving zou mogen communiceren.  

De kantonrechter oordeelde dat uit de zaken die de eisers aanvoerden niet bleek dat de President of Rapar de resolutie zouden overtreden. De rechter zag daarom geen reden om een verbod op te leggen. De rechter wees de vorderingen af.

 

Paramaribo, 16 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling tweede deel SPSB strafzaak van 29 april, 21 mei en 30 mei 2025

Op 29 april 2025 is het tweede deel van de SPSB strafzaak door de kantonrechter behandeld. Als verdachten in deze strafzaak zijn aangemerkt: A. Hassankhan, G. Kromosoeto, M. Hassankhan, P. Bhiekemsingh, S. Djojobesari, O. Wangabesari, R. Kartoredjo, A. Harpal, W. Sardjo, Twahier Ajoeb NV, Global Equipment NV, Earth Cleaning NV, NV Caremco Holding, Stichting Aanvaardbaar, Multi Electrical System NV. De zaak stond voor voordracht van de officier van justitie. Tijdens de voordracht worden de feiten in de tenlastelegging benoemd en wordt aan de kantonrechter gevraagd de zaak in behandeling te nemen.

In acht van de zaken tegen de verdachten is een bezwaarschrift tegen de dagvaarding ontvangen. Ingevolge artikel 243 van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte die een dagvaarding heeft ontvangen, bij het gerecht dat zijn strafzaak zal behandelen, bezwaar aantekenen tegen die dagvaarding. Het bezwaarschrift zorgt ervoor dat de dagvaarding die door het Openbaar Ministerie is uitgebracht, vervalt. Dat betekent dat de zaak niet meer inhoudelijk kan worden behandeld, zolang op het bezwaarschrift niet onherroepelijk is beslist. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden dan wordt de verdachte niet verder vervolgd. Indien het bezwaar ongegrond wordt beoordeeld dan bepaalt de kantonrechter wanneer de zaak behandeld zal worden. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan hoger beroep aangetekend worden, zowel door het Openbaar Ministerie als de verdachte.

De bezwaarschriften zijn tijdens de zitting behandeld. 

De advocaat van de verdachte A. Hassankhan deed op de zitting van 29 april voorts een verzoek tot opschorting van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De officier van justitie vroeg om het verzoek af te wijzen omdat de ernstige bezwaren nog recht overeind staan.

De kantonrechter heeft beslist dat het verzoek wordt afgewezen en heeft het bevel tot gevangenhouding verleend tegen verdachte A. Hassankhan.

De officier van justitie heeft op die zitting ook aanvullende stukken overgelegd voor het dossier.

Op 21 mei 2025 is de uitspraak gedaan op de acht bezwaarschriften. Op die dag is beslist dat de bezwaren ongegrond zijn verklaard. Tegen dit besluit is de raadsvrouw in beroep gegaan.

Op 30 mei 2025 stond de zaak voor voordracht. Omdat het Hof nog in hoger beroep moet beslissen over de bezwaarschriften, is samen met de advocaten en de officier van justitie besloten om de voordracht van de zaak te doen op 30 juni 2025. Op die dag zullen er ook getuigen worden verhoord.

De vervolgingsambtenaar heeft voor de zitting van 30 mei 2025 ook de verdachte F. Terlaan gedagvaard. De raadsman van verdachte heeft een bezwaarschrift ingediend tegen de dagvaarding. Op 30 mei 2025 is dit in behandeling genomen en zal de kantonrechter op een ander moment een beslissing hierover nemen. Dit, omdat zowel de raadsman als de officier van justitie nog aanvullende informatie zullen opsturen.

 

Paramaribo, 16 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachte Kromosoeto e.a. van 21 maart en 30 mei 2025

Op 21 maart 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachten G. Kromosoeto, G. Hew A Kee, B. Jurgens, R. Putter, W. Sardjo en J. ten Berge voortgezet door de kantonrechter. De zaak stond voor de tweede beurt van de vervolging en de beslissing van de kantonrechter over de invrijheidstellingsverzoeken die waren gedaan door de advocaten van de verdachten op de vorige zitting.

De officier van justitie heeft in haar reactie op de invrijheidstellingsverzoeken gepersisteerd bij hetgeen zij in de eerste beurt had aangehaald. Zij verzette zich tegen de verzoeken.

Het verzoek van de verdachten Hew A Kee en Jurgens om de voorlopige hechtenis op te schorten is door de kantonrechter toegewezen onder de voorwaarden dat de verdachten op elke zitting aanwezig zijn, het land niet verlaten, hun paspoorten inleveren en zich wekelijks aanmelden bij het politie station van hun ressort. Als de verdachten één van de voorwaarden overtreden zullen zij weer in hechtenis worden genomen. Het verzoek van de verdachte Kromosoeto is afgewezen. Daarbij is aangegeven dat de ernstige bezwaren nog recht overeind staan.

Op 30 mei 2025 stond de zaak voor pleidooi van de advocaten. Er is een schrijven gericht naar de kantonrechter waarbij door de raadslieden is gevraagd om uitstel voor het houden van het pleidooi. De kantonrechter heeft dit verzoek gehonoreerd.

Op 30 juni 2025 zal de strafzaak worden voortgezet met het pleidooi van de advocaten, zonder uitstel.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachten-kromosoeto-e-a-van-26-februari-2025/

 

Paramaribo, 16 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachte K.C. van 5 juni 2025

Op 5 juni 2025 is de strafzaak tegen de verdachte K.C. die verdacht wordt van money-laundering, behandeld door de kantonrechter. De zaak stond voor de inhoudelijke behandeling na de uitspraak van de kantonrechter op de opgeworpen verweren.

Vanwege afwezigheid van de zaaksrechter is besloten de zaak uit te stellen naar de zitting van 10 juli 2025. Op die dag zal de strafzaak inhoudelijk worden behandeld.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-k-c-van-30-april-2025/

 

Paramaribo, 9 juni 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak hoger beroep kort gedingzaak de Staat Suriname tegen Stichting Wan Okasi en A. Koendjbiharie van 22 mei 2025

Op 22 mei 2025 is door het Hof van Justitie uitspraak gedaan in het hoger beroep van de zaak van de Staat Suriname tegen de Stichting Wan Okasi en A. Koendjbiharie.

De zaak heeft betrekking op de wijze waarop mensen met een beperking hun stem zouden kunnen uitbrengen tijdens de verkiezingen op 25 mei 2025. In artikel 27 van het Kiesbesluit 2025 is daarover bepaald dat iemand met een beperking bij het stemmen wordt bijgestaan door een door de voorzitter van het stembureau aangewezen plaatsvervangend lid en door een door de kiezer zelf aangewezen persoon. De Stichting en Koendjbiharie hadden bezwaar tegen die werkwijze. Zij waren van mening dat die bepaling in strijd is met de grondrechten opgenomen in de Grondwet en het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Zij vorderden dat die bepaling niet wordt toegepast.

De kantonrechter heeft op 20 mei 2025 Stichting Wan Okasi en Koendjbiharie in het gelijk gesteld en de toepassing van het artikel opgeschort. Tegen dit vonnis van de kantonrechter is de Staat in hoger beroep gegaan. De Staat heeft het Hof gevraagd om het vonnis in eerste aanleg te vernietigen en de vordering van de Stichting en Koendjbiharie in hoger beroep af te wijzen. De Staat voerde onder andere aan dat artikel 27 van het Kiesbesluit nodig was om vrije en eerlijke verkiezingen te garanderen voor lichamelijk hulpbehoevenden omdat er zorgen zouden zijn over beïnvloeding bij het stemmen.

De Stichting en Koendjbiharie waren het niet eens met het standpunt van de Staat en vroegen het Hof om het vonnis in hoger beroep te bevestigen.

Het Hof heeft het volgende overwogen en beslist. Ingevolge artikel 137 van de Grondwet kan de rechter in een concreet geval, waarbij hij van oordeel is dat de toepassing van een bepaling van een wet in strijd is met een of meer in hoofdstuk 5 van de Grondwet genoemde rechten, de toepassing van die bepaling voor dat geval ongeoorloofd verklaren. Hieruit volgt dat de rechter geen bevoegdheid van de wetgever heeft gehad om een wettelijke bepaling te schorsen dan wel op te schorten. Op grond hiervan kan het beroepen vonnis dan ook geen stand houden. De uitvoering van artikel 27 van het Kiesbesluit 2025 zal het recht aan de lichamelijk hulpbehoevenden ontnemen om zelf te bepalen op welke wijze zij hun recht op vrije en geheime verkiezingen prijs wensen te geven en wie zij als vertrouwenspersoon wensen toe te laten. Genoemd artikel is tevens in strijd is met de bepalingen van artikel 29 van het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. In artikel 29 van genoemd VN verdrag wordt namelijk bepaald dat de partijstaten bij dit verdrag niet alleen garanderen dat personen met een handicap op gelijke voet met anderen hun politieke rechten kunnen uitoefenen, maar ook dat zij, partijstaten, zich verplichten tot bescherming van personen met een handicap zodat zij in het geheim hun stem kunnen brengen bij verkiezingen zonder intimidatie. Voorts dat de partijstaten de vrije wilsuiting van personen met een handicap als kiezer waarborgen en daartoe waar nodig, op hun verzoek ondersteuning toestaan bij het uitbrengen van hun stem door een persoon van hun eigen keuze. Hieruit volgt dan ook dat de degene die een persoon met een handicap assisteert, door betrokkene zelf dient te worden gekozen. Artikel 27 van het Kiesbesluit 2025 staat haaks hierop, nu dit artikel de lichamelijk hulpbehoevende verplicht om de assistentie van een door de voorzitter van het stembureau aangewezen plaatsvervangend lid toe te laten in het stemhokje en ook toe te laten dat dit aangewezen plaatsvervangend lid het stembiljet voor de lichamelijk hulpbehoevende inkleurt. Indien de lichamelijk hulpbehoevende niet hieraan meewerkt, bepaalt artikel 103 van de Kiesregeling dat betrokkene wordt uitgesloten van de stemming omdat zij de instructies of voorschriften van het stembureau moeten opvolgen. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de hulpbehoevende kiezer niet geheel vrij is in het bepalen van zijn keuze met betrekking tot de hulpverlener. Artikel 27 van het Kiesbesluit 2025 maakt, naar het oordeel van het Hof in zoverre, ook een inbreuk op de grondrechten van de lichamelijk hulpbehoevende kiezers en wel de grondrechten vermeld in artikel 8 lid 2 en 9 lid 1 van de Grondwet. Op grond van al het voorgaande zal het Hof de toepassing van artikel 27 van het Kiesbesluit 2025 ongeoorloofd verklaren ten aanzien van de lichamelijk hulpbehoevende kiezers, waaronder Koendjbiharie.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/uitspraak-kort-gedingzaak-stichting-wan-okasi-en-a-koendjbiharie-tegen-de-staat-suriname-van-20-mei-2025/

 

Paramaribo, 28 mei 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak kort gedingzaak Real Moengotapoe e.a. tegen SVB van 2 mei 2025

Op 2 mei 2025 heeft de kortgedingrechter uitspraak gedaan in de civiele zaak die was aangespannen door Real Moengotapoe en anderen als eisers, tegen de Surinaamse Voetbal Bond (SVB).

De eisers vorderden dat de kantonrechter voorzieningen treft zodat zij als lid van de SVB  mogen deelnemen aan de verkiezingen van de SVB die gehouden zouden worden op 2 mei 2025. Zij vorderden daarnaast, als het eerste niet kon worden toegewezen, dat de SVB zou worden gelast om de voorgenomen bestuursverkiezingen van 2 mei 2025 te schorsen totdat in een bodemprocedure het lidmaatschap en de stemgerechtigheid van eisers is komen vast te staan. Ook vorderden zij dat aan een veroordeling een dwangsom zou worden verbonden.

Van de SVB heeft zowel de voorzitter als het bestuur verweer gevoerd. In het verweer is onder andere ingegaan op de verschillende artikelen van de Statuten met betrekking tot het royeren van leden, de beroepscommissie, de regels rond de degradatie en de oude en de nieuwe statuten van de SVB.

De kantonrechter heeft beslist dat de SVB de voorgenomen bestuursverkiezing van 2 mei 2025 dient op te schorten totdat een definitieve beslissing is genomen over het lidmaatschap van eisers bij de SVB door een daartoe bevoegde instantie, onder verbeurte van een dwangsom van SRD 50.000,- voor iedere dag dat zij weigert gevolg te geven hieraan. Ook is de SVB veroordeeld in de proceskosten.

De kantonrechter heeft onder andere overwogen dat de vraag over het lidmaatschap van eisers niet alleen op grond van de regels voortvloeiende uit de statuten beantwoord moet worden, doch dat daarbij mede moeten worden meegenomen de regels van redelijkheid en billijkheid. Dit omdat er mogelijk door de inwerkingtreding van de statuten na publicatie in augustus 2024 en de opschorting daarvan in oktober 2024 onduidelijkheden zijn ontstaan niet alleen onder de leden van de SVB, maar zelfs binnen het bestuur van de SVB. Daar komt bij dat eisers zijn aangeschreven als leden om aan hun contributieplicht te voldoen, hetgeen zij ook hebben gedaan. De kantonrechter heeft voorts overwogen dat de verdeeldheid binnen de SVB ook tot verwarring leidt. Deze verdeeldheid kan niet ten nadele werken van de leden. Immers, indien de leden een schrijven ontvangen van de voorzitter van de SVB mogen zij erop vertrouwen en er vanuit gaan dat zulks als een schrijven van de SVB kan worden aangemerkt.

De kantonrechter overwoog dat de status van eisers bij de SVB moet worden vastgesteld. Het is dan ook redelijk en billijk dat aan hen de gelegenheid wordt geboden om de daarvoor bestemde procedure op te starten.

Naar het oordeel van de kantonrechter is de uitkomst van de op te starten procedure van belang voor de toetsing van de rechtsgeldigheid van de afkeuring van één van de kandidatenlijsten, namelijk de lijst Oldenstam. Omdat een ieder belang heeft bij eerlijke en transparante verkiezingen binnen de SVB,  dient dit belang te prevaleren boven elk ander.

 

Paramaribo, 28 mei 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling vrijheidsberovingszaak R. Cairo van 29 april 2025

Op 29 april 2025 is de strafzaak tegen de verdachte I.M., met betrekking tot de poging om Rodney Cairo van zijn vrijheid te beroven, behandeld door de kantonrechter. De zaak stond voor dupliek.

De verdediging heeft de dupliek gehouden en bracht onder andere naar voren dat de verdachte handelingen uitvoerde in het kader van een actie van een overheidsinstantie. Verdachte mocht erop  vertrouwen dat de persoon die het bevel aan hem gaf om de handelingen te plegen, daartoe bevoegd was. Op grond daarvan vroeg de verdediging om de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Als de kantonrechter niet komt tot het ontslag van alle rechtsvervolging, zou de verdachte volgens de verdediging moeten worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

De zaak wordt voortgezet op 30 mei 2025 om 10:00 uur. Op die dag zal uitspraak gedaan worden.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-vrijheidsberovingszaak-r-cairo-van-7-maart-2025/

 

Paramaribo, 28 mei 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie