Behandeling krijgsraad strafzaak verdachte Veira van 1 augustus en 15 augustus 2025

Op 1 augustus 2025 heeft de krijgsraad de strafzaak tegen de verdachte D. Veira behandeld. De strafzaak heeft betrekking op een poging om Rodney Cairo van zijn vrijheid te beroven. De verdachte was toen als directeur van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) aangesteld en volgens het slachtoffer degene die de opdracht zou hebben gegeven om het slachtoffer te ontvoeren. De strafzaak stond voor getuigenverhoor.

Tijdens de zitting zijn er twee getuigen gehoord, beide gepensioneerde militairen die destijds verbonden waren aan het DNV.

De zaak is hierna uitgesteld naar 15 augustus 2025 voor het verhoor van nog twee getuigen. Op 15 augustus is door de vervolging een verklaring overhandigd over beelden van buiten de woning van Rodney Cairo. In het dossier bevindt zich verder een USB-stick met beelden die eerder zijn ontvangen door de rechter-commissaris. Verder zijn de oud-korpschef R.P. en de getuige S.S. verhoord.

Op 6 oktober 2025 om 12.00 uur zal de behandeling van de zaak worden voortgezet met het verdachtenverhoor.

 

Paramaribo, 25 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak kortgedingzaak Personeelsbond Havenbeheer tegen N.V. Havenbeheer van 17 juli 2025

Op 17 juli 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de kortgedingzaak die was aangespannen door de Bond van Personeel in Dienst van N.V. Havenbeheer Suriname (de Bond) tegen N.V. Havenbeheer Suriname (de NV). Bij deze zaak ging het over de aantrekking van een persoon voor de functie van onderdirecteur. De persoon die door de directie zou worden aangetrokken was niet werkzaam bij de NV. De Bond heeft bezwaar aangetekend en onder meer aan de directie gevraagd om de benoeming aan te houden zolang niet is voldaan aan hetgeen gesteld is in artikel 5.1 van de CAO. In artikel 5.1 van de CAO staat onder andere dat bij de invulling van leidinggevende functies voorrang zal worden gegeven aan personen die geschikt zijn en bij de NV werkzaam zijn.

De Bond vorderde onder andere dat de kantonrechter N.V. Havenbeheer Suriname verbiedt om een externe kandidaat in dienst te nemen voor de functie van onderdirecteur, zolang er geen interne sollicitatieprocedure heeft plaatsgevonden conform de geldende CAO en dat de NV wordt gelast om een interne sollicitatieprocedure op te starten en te doorlopen zodat werknemers binnen het bedrijf ook de gelegenheid krijgen om te solliciteren naar de functie.

De NV heeft in haar verweer aangevoerd dat de functie al jaren vacant is en dat er nimmer interne sollicitaties naar de functie zijn gedaan of ambities kenbaar zijn gemaakt door medewerkers. Volgens de NV is ook niet gebleken dat de vereiste expertise en ervaring aanwezig is binnen de organisatie. Ook is aangevoerd dat de Bond zich diende te wenden tot de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname. De NV voerde verder aan dat de functie al vanaf 1 mei 2025 is ingevuld. De vordering is op 6 mei 2025 door de Bond ingediend en kan daarom niet meer worden toegewezen.

De kantonrechter heeft de Bond niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld om de proceskosten te betalen.

Volgens de kantonrechter is zij wel bevoegd om een beslissing te nemen in een zaak als partijen dat vorderen, ook al is arbitrage via de Bemiddelingsraad overeengekomen. Het hangt in zo een geval af van de spoedeisendheid van de vordering. Verder oordeelde de kantonrechter dat de vordering van de Bond niet kan worden toegewezen omdat bij de indiening van de vordering op 6 mei 2025 de functie reeds was ingevuld. Een verbod om iemand in dienst te nemen nadat de persoon in dienst is genomen, is niet mogelijk.

De kantonrechter heeft met betrekking tot hetgeen de Bond in deze rechtszaak naar voren had gebracht, ten overvloede overwogen dat de NV in strijd heeft gehandeld met artikel 5.1 van de CAO door niet eerst intern een sollicitatieprocedure op te starten. Ook overwoog de kantonrechter dat de NV niet  aannemelijk heeft gemaakt dat er geen kandidaten beschikbaar waren binnen de organisatie die voldoen aan het profiel, omdat de procedure neergelegd in de CAO waaruit zou moeten blijken of er personen in de organisatie aanwezig zijn die voldoen aan het profiel, niet is gevolgd.

 

Paramaribo, 22 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Vijf advocaten en één kandidaat-notaris zijn beëdigd bij het Hof van Justitie

Suriname is vijf advocaten en een kandidaat-notaris rijker. In de zittingszaal van het Hof van Justitie beëdigde Hofpresident mr. I. Rasoelbaks op woensdag 20 augustus eerst mr. J. Foort, mr. R. Ramnares, mr. R. Anandbahadoer, mr. P. Mathoera en mr. K. Jakaoemo tot advocaten bij het Hof van Justitie. Daarna nam hij de eed af van kandidaat-notaris mr. K. Soekhal.

De beëdigde advocaten v.l.n.r. mr. K. Jakaoemo, mr. P. Mathoera, mr. R. Anandbahadoer, mr. R. Ramnares en mr. J. Foort

In zijn toespraak wees de president van het Hof op de kernwaarden uit de eedsformules die gelden voor de advocaten en voor de kandidaat-notaris. De kenwaarden die gelden voor de kandidaat-notaris zijn eerlijkheid, onzijdigheid en geheimhouding. De kernwaarden uit de eedsformule van de advocaten zijn: toewijding, integriteit en deskundigheid. De beëdiging van deze jonge professionals onderstreept volgens mr. Rasoelbaks opnieuw de voortdurende groei van de juridische gemeenschap in Suriname. Hun aantreden zorgt ook voor versterking van het recht aan de samenleving.

De vijf beëdigde advocaten en de kandidaat-notaris blikten in hun dankwoord terug op hun weg naar de balie. Trots en dankbaar dat zij deze mijlpaal hebben behaald, beloofden zij de samenleving naar eer en geweten te zullen dienen. Met de eed hebben zij zich verbonden aan de waarden die het fundament vormen van een rechtvaardige samenleving.

De leden van het Hof van Justitie en de griffier luisteren aandachtig naar het dankwoord van de beëdigde kandidaat-notaris

De Hofpresident, de procureur-generaal, mr. G. Paragsingh en de deken van de Surinaamse Orde van Advocaten, mr. E. Fraenk drukten de beëdigden op het hart om hun werk als advocaat te allen tijde naar eer en geweten te doen. Ook de kandidaat-notaris kreeg dat advies, maar dan van Hofpresident Rasoelbaks en mr. D. Kalisingh, de voorzitter van de Surinaamse Notariële Beroepsorganisatie. Na hun beëdiging kregen de zes beëdigde juristen felicitaties van collega’s, patronen, familie en vrienden.

Toespraak President Beëdiging Advocaten

Toespraak PG Beëdiging Advocaten

Toespraak SOvA

Dankwoord J. Foort

Dankwoord R. Ramnares

Dankwoord R. Anandbahadoer

Dankwoord P. Mathoera

Dankwoord J. Jakaoemo

Toespraak President Beëdiging Notaris

Toespraak SNB

Dankwoord K. Soekhlal


 

Behandeling hoger beroep strafzaak verdachte Stephano ‘’Pakittow’’ Biervliet van 23 juli 2025

Op 23 juli is de strafzaak in hoger beroep tegen de verdachte S. Biervliet alias ‘’Pakittow’’ in behandeling genomen door het Hof. De verdachte was niet aanwezig op de terechtzitting. Het Hof heeft verstek verleend tegen de verdachte. De zaak stond voor voordracht van de waarnemend procureur-generaal.

De waarnemend procureur-generaal heeft de zaak voorgedragen. De vervolging heeft geen behoefte aan het horen van getuigen.

Op 12 november 2025 om 11:30 uur zal de waarnemend procureur-generaal het requisitoir houden.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/uitspraak-in-de-strafzaken-van-de-verdachten-van-de-op-17-februari-2023-gepleegde-strafbare-feiten/

 

Paramaribo, 18 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling hoger beroep strafzaak Pikin Saron van 23 juli 2025

Op 23 juli 2025 is de strafzaak in hoger beroep tegen de verdachten J.A., J.H., G.Z., R.M. en M.W., met betrekking tot misdrijven gepleegd te Pikin Saron, in behandeling genomen door het Hof. De verdachten zijn tegen het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep gegaan omdat zij willen dat de zaak opnieuw wordt onderzocht. Volgens de verdachten hebben zij zich niet schuldig gemaakt aan hetgeen in de tenlastelegging is opgenomen.

De verdachten R.M. en G.Z. deden een verzoek tot invrijheidsstelling. De raadsman van de verdachten deed mede namens alle verdachten een verzoek tot voorlopige vrijlating. De waarnemend Procureur-generaal vroeg het Hof dit verzoek niet toe te wijzen omdat de ernstige bezwaren nog recht overeind staan en omdat de samenleving het niet zou begrijpen als betrokkenen in vrijheid gesteld zouden worden. Volgens de vervolging is er een aantal getuigen die de verdachten positief hebben herkend. Het hof heeft beslist dat de ernstige bezwaren nog aanwezig zijn en heeft het verzoek tot invrijheidstelling afgewezen.

De zaak is hierna uitgesteld naar 18 augustus 2025. Op die dag zullen twee getuigen worden verhoord.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/uitspraak-strafzaak-pikin-saron-van-17-januari-2024/

 

Paramaribo, 18 augustus 2024

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Minister van Justitie en Politie op kennismakingsbezoek bij het Hof van Justitie

15 augustus 2025

President van het Hof van Justitie, mr. I. Rasoelbaks heette op vrijdag 15 augustus 2025 tijdens het kennismakingsbezoek, de Minister van Justitie en Politie, mr. Harish Monorath, niet alleen welkom als uitvoerende verantwoordelijke van de gehele justitieketen, maar ook als kenner van de Rechterlijke Macht vanuit zijn eerdere hoedanigheden als advocaat en deken van de Surinaamse Orde van Advocaten.

Het bezoek vond plaats in het kader van het versterken van de samenwerking en het verdiepen van onderlinge afstemming tussen het Ministerie en de Rechterlijke Organisatie. Daarbij wordt voortgebouwd op door de vorige ambtsdrager opgestelde conceptwetten voor de Rechterlijke Organisatie en de belastingrechtspraak. Deze wetsvoorstellen zijn ingediend bij De Nationale Assemblée en zullen na goedkeuring worden uitgevoerd.

De president van het Hof, mr. Rasoelbaks, lichtte tijdens deze ontmoeting toe dat in het beleidsplan van De Rechtspraak 2025-2030 onder meer de instelling van een rechtbank waar meervoudige kamers complexe civiele en strafzaken in eerste aanleg behandelen, verzelfstandiging van de bedrijfsvoering voor het Hof en instellen van de belastingrechtspraak. Deze plannen moeten in het zittingsjaar 2027 operationeel zijn, wanneer de 26 juristen die thans de opleiding tot rechter volgen zijn geïnstalleerd. De eerste groep rondt aan het einde van dit jaar af en de tweede groep in 2026.

In het beleidsdocument voor 2025–2030 zijn de contouren opgenomen voor bestuursrechtspraak en de instelling van een derde instantie vergelijkbaar met de Hoge Raad der Nederlanden. De realisatie van deze plannen heeft als voorwaarden instemming van de overige Staatsmachten, verzelfstandiging en digitalisering van de rechtspraak, voldoende financiering, de bouw van een Paleis van Justitie en beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. Het Hof benadrukt dat dit een gezamenlijk proces is in nauwe samenwerking met de uitvoerende macht en het Parlement.

Minister Monorath sprak zijn waardering uit voor de ontvangst door het Hof van Justitie. Hij gaf aan zich vereerd te voelen om samen met het Hof te werken aan de versterking van de rechtsstaat. Daarbij benadrukte hij dat toewijding en zorg op alle niveaus noodzakelijk zijn, zeker gezien de vele uitdagingen waarmee de rechtspleging te maken heeft.

Volgens de minister vormt het waarborgen van voldoende financiële middelen de grootste uitdaging. Hij gaf aan in de toekomst vaker met het Hof in gesprek te willen gaan over deze en andere vraagstukken. Tevens onderstreepte hij zijn steun voor de verzelfstandiging van het Hof en het belang van transparantie over het gebruik van middelen, zodat het publiek begrijpt waaraan deze worden besteed. Goede, directe en horizontale communicatie, evenals samenwerking op het gebied van veiligheid, ziet hij als cruciale factoren voor het succes van de rechtsstaat.

Tijdens het werkbezoek nam de minister verschillende documenten in ontvangst van de president, waaronder het beleidsdocument 2025-2030, een bundel conceptwetten met memorie van toelichting, de gedragscode en klachtenregeling van rechters en een document over de contouren en grondslagen voor overlegmomenten met onderwerpen tussen de drie Staatsmachten. Deze genoemde bestanden werden ook op een USB-stick overhandigd.

Tot slot gaf minister Monorath aan dat hij, naast zijn eerdere ervaring als advocaat en als Deken, in zijn huidige rol als minister uitkijkt naar een nauwe en constructieve samenwerking met het Hof in de komende periode.


 

Jaarvergadering Rechtspraak Suriname 2025

14 augustus 2025

Goed gecommuniceerde, tijdige en toegankelijke rechtspraak is de leidraad voor de komende jaren. Dat benadrukte de president van het Hof van Justitie, mr. Iwan Rasoelbaks, tijdens de jaarvergadering van het Hof van Justitie op vrijdag 25 juli 2025.

In een algemene vergadering kwamen de president, vicepresident, leden en leden-plaatsvervanger van het Hof van Justitie alsook de procureur Generaal bij het Hof van Justitie bijeen. De griffier van het Hof van Justitie, Griffier der Kantongerechten en de griffier van het Kabinet van de Rechter-Commissaris waren ook aanwezig. Tijdens deze jaarlijkse vergadering wordt de werkverdeling vastgesteld voor een ordelijk en efficiënt verloop van het volgende zittingsjaar. Het nieuwe zittingsjaar loopt van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2026.

Voor het komende zittingsjaar zijn de volgende onderdelen in de werkverdeling opgenomen:

  • Aanwijzing van rechters voor civiele zaken in de diverse units, stafzaken en overige bijzondere rechtsgebieden
  • Coördinatoren per rechtsgebied
  • Zittingsroosters in eerste aanleg en hoger beroep
  • Bestuur en Management, invulling tuchtcolleges, raden, commissies en portefeuilles

De volledige Beschikking Werkverdeling 2025–2026 kunt u nalezen via Beschikking Werkverdeling 2025-2026. Deze beschikking wordt tevens gepubliceerd in het Staatsblad en gedeeld met alle relevante actoren.


 

Hof van Justitie spreekt waardering uit aan oud-ministers

13  augustus 2025

Het Hof van Justitie heeft op woensdag 13 augustus 2025 op gepaste wijze, onder dankzegging voor bewezen diensten aan de rechtsstaat Suriname, afscheid genomen van de ministers van het vorig kabinet. Het betrof Kenneth Amoksi van het ministerie van Justitie en Politie en Stanley Raghoebarsing van het ministerie van Financiën en Planning. Met ambtsdragers van deze departementen onderhoudt de rechtspraak nauwe contacten als het gaat om respectievelijk beleid van de rechtspraak en uitvoering (Justitie) en begrotingsondersteuning en financiering (Financiën en Planning).

De gewezen minister van Justitie en Politie bij ontvangst van zijn plakkaat

De ex-minister van Justitie en Politie werd erkend voor zijn bewezen diensten door zijn ondersteuning aan het beleid van de rechtspraak tot versnelling en modernisering alsook decentralisatie naar de districten Marowijne en Brokopondo. Ook heeft deze gewezen ambtsdrager zijn naam weten te verbinden aan de wet Rechtspositie Rechterlijke Macht en het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Volgens de president van het Hof van Justitie, mr. Iwan Rasoelbaks, zullen deze wetten in de toekomst te boek staan als “lex Amoksi”.

De oud-minister van Financiën en Planning bij ontvangst van zijn plakkaat

De minister van Financiën en Planning kreeg waardering van het Hof voor de financiering en ondersteuning bij de institutionele versterking van de rechtspraak onder enerverende financieel-economische omstandigheden. Het Hof van Justitie heeft namelijk sinds het dienstjaar 2022 een eigen begroting die door tussenkomst van het departement van Financiën en Planning en na overlegmomenten, wordt ingediend ter goedkeuring aan De Nationale Assemblée (DNA). Ondanks de vaste afspraak tussen de Staatsmachten over de invulling van de begroting, waarbij de Rechterlijke Macht twee procent van de totale staatsbegroting mag invullen, heeft het Hof, rekening houdende met de Staatsfinanciën jaarlijks gemiddeld 0.6% ingevuld. Hoewel het elk dienstjaar een passen en meten werd met de middelen, heeft de ex-minister zich beijverd om adequaat in te komen met de beleidslasten van de rechtspraak.

De ex-onderminister van Grondbeleid en Bosbeheer bij ontvangst van zijn plakkaat

Voor wat betreft de Bijzondere Rechtscolleges zijn er ook samenwerkingsverbanden met andere departementen zoals het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). Onder aansturing van de gewezen onderminister van dit departement Sieuwkoemar Ramsukul is het Tuchtcollege voor Landmeters ingesteld en thans operationeel, voorgezeten door rechters van het Hof. Dit is het Hof niet ontgaan in verband met de versterking van de rechtsstaat vanuit de executieve en is deze rechtsbescherming voor burgers bestempeld als een mijlpaal op het gebied van grondproblematiek in ons land.

De oud-ministers kregen elk een plakkaat overhandigd uit handen van de President van het Hof van Justitie. Hiermede werd benadrukt door de president dat een goede en constructieve samenwerking tussen de Rechterlijke Macht en de executieve van groot belang is ter versterking van de Rechtsstaat en de rechtsbescherming van de burgers.


 

Ex-parlementariërs ontvangen dankbetuiging voor bijdrage institutionele versterking rechtspraak en rechtsstaat

8 augustus 2025

Het Hof van Justitie heeft de ex-voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA), dhr. M. Bee en de leden dhr. A. Gajadien, mevr. G. Jordan en mevr. C. Dijksteel op 8 augustus 2025 bedankt voor hun bijzondere bijdrage aan de rechtsstaat Suriname tijdens hun afgelopen ambtsperiode. Volgens de president van het Hof van Justitie, mr. I. Rasoelbaks hebben zij geschiedenis geschreven door invulling te geven aan artikel 141 van de Grondwet. Met de aanname van het nieuw Burgerlijk Wetboek en de wet rechtspositie Rechterlijke Macht hebben zij bewerkstelligd wat in de afgelopen 50 jaren nooit eerder is gelukt. ‘Dit noemt men pas, geschiedenis schrijven voor de rechtsstaat Suriname!’, bracht de president van het Hof van Justitie naar voren.

De president van het Hof, mr. I. Rasoelbaks met de gewezen voorzitter van DNA, dhr. M. Bee

Volgens Rasoelbaks is het werk van de rechter niet bijzonder ten opzichte van anderen. Desondanks worden rechters “veroordeeld” voor het leven door vooral de verliezende partij, omdat zij oordelen over de vrijheden en vermogens van anderen. Bee, Gajadien, Jordan en Dijksteel als respectievelijk voorzitter DNA, initiatiefnemer van de wet, mede-initiatiefnemer van de wet en voorzitter van Commissie van Rapporteurs hebben ervoor gestaan dat in het vorige Parlement rechters zekerheid hebben ondanks de veroordeling van de verliezende partij.

Mr. Rasoelbaks met de gewezen initiatiefnemer van de wet, dhr. A. Gajadien

Ook de vernieuwing van het Burgerlijk Wetboek heeft gezorgd voor een stukje rechtsontwikkeling en rechtsbescherming in de samenleving. ‘Burgers en ondernemers/investeerders alsook de rechtspraktijk hebben nu gemoderniseerde regels voor grotere ontwikkelingen in de natie’, hield Rasoelbaks de aanwezigen voor.

Mr. Rasoelbaks met de gewezen voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, mevr. C. Dijksteel

De gewezen parlementariërs kregen voor hun toewijding, bijdrage en inzet ter versterking van de rechtsstaat elk een plakkaat overhandigd. Hiermee beoogt het Hof van Justitie de gewezen leden te inspireren om zich te blijven inzetten voor het recht en zijn instituties.


 

Behandeling strafzaak verdachte Kromosoeto e.a. van 17 juli 2025

Op 17 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachten G. Kromosoeto, G. Hew A Kee, B. Jurgens, R. Putter, W. Sardjo en J. ten Berge voortgezet door de kantonrechter voor het pleidooi van de verdachten Putter en Hew a Kee en de beslissing van de kantonrechter op het verzoek tot opschorting van de voorlopige hechtenis van verdachte Kromosoeto.

De advocaat van de verdachte Putter heeft om uitstel gevraagd voor het houden van het pleidooi. De kantonrechter heeft dit verzoek gehonoreerd omdat er sprake is van klemmende redenen.

De raadsman van de verdachte Hew A Kee heeft tijdens de zitting zijn pleidooi gehouden. Volgens hem heeft de verdachte zich niet schuldig gemaakt aan feiten genoemd in de tenlastelegging. De raadsman van verdachte Hew A Kee heeft daarom de kantonrechter verzocht om Hew A Kee vrij te spreken.

De zaak wordt voortgezet op 13 augustus 2025 en staat dan voor het pleidooi in de strafzaak tegen de verdachte Putter en de beslissing van de kantonrechter op het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van verdachte Kromosoeto.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-kromosoeto-e-a-van-30-juni-2025/

 

Paramaribo, 8 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie