Behandeling hoger beroep strafzaak Pikin Saron van 23 juli 2025

Op 23 juli 2025 is de strafzaak in hoger beroep tegen de verdachten J.A., J.H., G.Z., R.M. en M.W., met betrekking tot misdrijven gepleegd te Pikin Saron, in behandeling genomen door het Hof. De verdachten zijn tegen het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep gegaan omdat zij willen dat de zaak opnieuw wordt onderzocht. Volgens de verdachten hebben zij zich niet schuldig gemaakt aan hetgeen in de tenlastelegging is opgenomen.

De verdachten R.M. en G.Z. deden een verzoek tot invrijheidsstelling. De raadsman van de verdachten deed mede namens alle verdachten een verzoek tot voorlopige vrijlating. De waarnemend Procureur-generaal vroeg het Hof dit verzoek niet toe te wijzen omdat de ernstige bezwaren nog recht overeind staan en omdat de samenleving het niet zou begrijpen als betrokkenen in vrijheid gesteld zouden worden. Volgens de vervolging is er een aantal getuigen die de verdachten positief hebben herkend. Het hof heeft beslist dat de ernstige bezwaren nog aanwezig zijn en heeft het verzoek tot invrijheidstelling afgewezen.

De zaak is hierna uitgesteld naar 18 augustus 2025. Op die dag zullen twee getuigen worden verhoord.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/uitspraak-strafzaak-pikin-saron-van-17-januari-2024/

 

Paramaribo, 18 augustus 2024

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Minister van Justitie en Politie op kennismakingsbezoek bij het Hof van Justitie

15 augustus 2025

President van het Hof van Justitie, mr. I. Rasoelbaks heette op vrijdag 15 augustus 2025 tijdens het kennismakingsbezoek, de Minister van Justitie en Politie, mr. Harish Monorath, niet alleen welkom als uitvoerende verantwoordelijke van de gehele justitieketen, maar ook als kenner van de Rechterlijke Macht vanuit zijn eerdere hoedanigheden als advocaat en deken van de Surinaamse Orde van Advocaten.

Het bezoek vond plaats in het kader van het versterken van de samenwerking en het verdiepen van onderlinge afstemming tussen het Ministerie en de Rechterlijke Organisatie. Daarbij wordt voortgebouwd op door de vorige ambtsdrager opgestelde conceptwetten voor de Rechterlijke Organisatie en de belastingrechtspraak. Deze wetsvoorstellen zijn ingediend bij De Nationale Assemblée en zullen na goedkeuring worden uitgevoerd.

De president van het Hof, mr. Rasoelbaks, lichtte tijdens deze ontmoeting toe dat in het beleidsplan van De Rechtspraak 2025-2030 onder meer de instelling van een rechtbank waar meervoudige kamers complexe civiele en strafzaken in eerste aanleg behandelen, verzelfstandiging van de bedrijfsvoering voor het Hof en instellen van de belastingrechtspraak. Deze plannen moeten in het zittingsjaar 2027 operationeel zijn, wanneer de 26 juristen die thans de opleiding tot rechter volgen zijn geïnstalleerd. De eerste groep rondt aan het einde van dit jaar af en de tweede groep in 2026.

In het beleidsdocument voor 2025–2030 zijn de contouren opgenomen voor bestuursrechtspraak en de instelling van een derde instantie vergelijkbaar met de Hoge Raad der Nederlanden. De realisatie van deze plannen heeft als voorwaarden instemming van de overige Staatsmachten, verzelfstandiging en digitalisering van de rechtspraak, voldoende financiering, de bouw van een Paleis van Justitie en beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. Het Hof benadrukt dat dit een gezamenlijk proces is in nauwe samenwerking met de uitvoerende macht en het Parlement.

Minister Monorath sprak zijn waardering uit voor de ontvangst door het Hof van Justitie. Hij gaf aan zich vereerd te voelen om samen met het Hof te werken aan de versterking van de rechtsstaat. Daarbij benadrukte hij dat toewijding en zorg op alle niveaus noodzakelijk zijn, zeker gezien de vele uitdagingen waarmee de rechtspleging te maken heeft.

Volgens de minister vormt het waarborgen van voldoende financiële middelen de grootste uitdaging. Hij gaf aan in de toekomst vaker met het Hof in gesprek te willen gaan over deze en andere vraagstukken. Tevens onderstreepte hij zijn steun voor de verzelfstandiging van het Hof en het belang van transparantie over het gebruik van middelen, zodat het publiek begrijpt waaraan deze worden besteed. Goede, directe en horizontale communicatie, evenals samenwerking op het gebied van veiligheid, ziet hij als cruciale factoren voor het succes van de rechtsstaat.

Tijdens het werkbezoek nam de minister verschillende documenten in ontvangst van de president, waaronder het beleidsdocument 2025-2030, een bundel conceptwetten met memorie van toelichting, de gedragscode en klachtenregeling van rechters en een document over de contouren en grondslagen voor overlegmomenten met onderwerpen tussen de drie Staatsmachten. Deze genoemde bestanden werden ook op een USB-stick overhandigd.

Tot slot gaf minister Monorath aan dat hij, naast zijn eerdere ervaring als advocaat en als Deken, in zijn huidige rol als minister uitkijkt naar een nauwe en constructieve samenwerking met het Hof in de komende periode.


 

Jaarvergadering Rechtspraak Suriname 2025

14 augustus 2025

Goed gecommuniceerde, tijdige en toegankelijke rechtspraak is de leidraad voor de komende jaren. Dat benadrukte de president van het Hof van Justitie, mr. Iwan Rasoelbaks, tijdens de jaarvergadering van het Hof van Justitie op vrijdag 25 juli 2025.

In een algemene vergadering kwamen de president, vicepresident, leden en leden-plaatsvervanger van het Hof van Justitie alsook de procureur Generaal bij het Hof van Justitie bijeen. De griffier van het Hof van Justitie, Griffier der Kantongerechten en de griffier van het Kabinet van de Rechter-Commissaris waren ook aanwezig. Tijdens deze jaarlijkse vergadering wordt de werkverdeling vastgesteld voor een ordelijk en efficiënt verloop van het volgende zittingsjaar. Het nieuwe zittingsjaar loopt van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2026.

Voor het komende zittingsjaar zijn de volgende onderdelen in de werkverdeling opgenomen:

  • Aanwijzing van rechters voor civiele zaken in de diverse units, stafzaken en overige bijzondere rechtsgebieden
  • Coördinatoren per rechtsgebied
  • Zittingsroosters in eerste aanleg en hoger beroep
  • Bestuur en Management, invulling tuchtcolleges, raden, commissies en portefeuilles

De volledige Beschikking Werkverdeling 2025–2026 kunt u nalezen via Beschikking Werkverdeling 2025-2026. Deze beschikking wordt tevens gepubliceerd in het Staatsblad en gedeeld met alle relevante actoren.


 

Hof van Justitie spreekt waardering uit aan oud-ministers

13  augustus 2025

Het Hof van Justitie heeft op woensdag 13 augustus 2025 op gepaste wijze, onder dankzegging voor bewezen diensten aan de rechtsstaat Suriname, afscheid genomen van de ministers van het vorig kabinet. Het betrof Kenneth Amoksi van het ministerie van Justitie en Politie en Stanley Raghoebarsing van het ministerie van Financiën en Planning. Met ambtsdragers van deze departementen onderhoudt de rechtspraak nauwe contacten als het gaat om respectievelijk beleid van de rechtspraak en uitvoering (Justitie) en begrotingsondersteuning en financiering (Financiën en Planning).

De gewezen minister van Justitie en Politie bij ontvangst van zijn plakkaat

De ex-minister van Justitie en Politie werd erkend voor zijn bewezen diensten door zijn ondersteuning aan het beleid van de rechtspraak tot versnelling en modernisering alsook decentralisatie naar de districten Marowijne en Brokopondo. Ook heeft deze gewezen ambtsdrager zijn naam weten te verbinden aan de wet Rechtspositie Rechterlijke Macht en het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Volgens de president van het Hof van Justitie, mr. Iwan Rasoelbaks, zullen deze wetten in de toekomst te boek staan als “lex Amoksi”.

De oud-minister van Financiën en Planning bij ontvangst van zijn plakkaat

De minister van Financiën en Planning kreeg waardering van het Hof voor de financiering en ondersteuning bij de institutionele versterking van de rechtspraak onder enerverende financieel-economische omstandigheden. Het Hof van Justitie heeft namelijk sinds het dienstjaar 2022 een eigen begroting die door tussenkomst van het departement van Financiën en Planning en na overlegmomenten, wordt ingediend ter goedkeuring aan De Nationale Assemblée (DNA). Ondanks de vaste afspraak tussen de Staatsmachten over de invulling van de begroting, waarbij de Rechterlijke Macht twee procent van de totale staatsbegroting mag invullen, heeft het Hof, rekening houdende met de Staatsfinanciën jaarlijks gemiddeld 0.6% ingevuld. Hoewel het elk dienstjaar een passen en meten werd met de middelen, heeft de ex-minister zich beijverd om adequaat in te komen met de beleidslasten van de rechtspraak.

De ex-onderminister van Grondbeleid en Bosbeheer bij ontvangst van zijn plakkaat

Voor wat betreft de Bijzondere Rechtscolleges zijn er ook samenwerkingsverbanden met andere departementen zoals het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). Onder aansturing van de gewezen onderminister van dit departement Sieuwkoemar Ramsukul is het Tuchtcollege voor Landmeters ingesteld en thans operationeel, voorgezeten door rechters van het Hof. Dit is het Hof niet ontgaan in verband met de versterking van de rechtsstaat vanuit de executieve en is deze rechtsbescherming voor burgers bestempeld als een mijlpaal op het gebied van grondproblematiek in ons land.

De oud-ministers kregen elk een plakkaat overhandigd uit handen van de President van het Hof van Justitie. Hiermede werd benadrukt door de president dat een goede en constructieve samenwerking tussen de Rechterlijke Macht en de executieve van groot belang is ter versterking van de Rechtsstaat en de rechtsbescherming van de burgers.


 

Ex-parlementariërs ontvangen dankbetuiging voor bijdrage institutionele versterking rechtspraak en rechtsstaat

8 augustus 2025

Het Hof van Justitie heeft de ex-voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA), dhr. M. Bee en de leden dhr. A. Gajadien, mevr. G. Jordan en mevr. C. Dijksteel op 8 augustus 2025 bedankt voor hun bijzondere bijdrage aan de rechtsstaat Suriname tijdens hun afgelopen ambtsperiode. Volgens de president van het Hof van Justitie, mr. I. Rasoelbaks hebben zij geschiedenis geschreven door invulling te geven aan artikel 141 van de Grondwet. Met de aanname van het nieuw Burgerlijk Wetboek en de wet rechtspositie Rechterlijke Macht hebben zij bewerkstelligd wat in de afgelopen 50 jaren nooit eerder is gelukt. ‘Dit noemt men pas, geschiedenis schrijven voor de rechtsstaat Suriname!’, bracht de president van het Hof van Justitie naar voren.

De president van het Hof, mr. I. Rasoelbaks met de gewezen voorzitter van DNA, dhr. M. Bee

Volgens Rasoelbaks is het werk van de rechter niet bijzonder ten opzichte van anderen. Desondanks worden rechters “veroordeeld” voor het leven door vooral de verliezende partij, omdat zij oordelen over de vrijheden en vermogens van anderen. Bee, Gajadien, Jordan en Dijksteel als respectievelijk voorzitter DNA, initiatiefnemer van de wet, mede-initiatiefnemer van de wet en voorzitter van Commissie van Rapporteurs hebben ervoor gestaan dat in het vorige Parlement rechters zekerheid hebben ondanks de veroordeling van de verliezende partij.

Mr. Rasoelbaks met de gewezen initiatiefnemer van de wet, dhr. A. Gajadien

Ook de vernieuwing van het Burgerlijk Wetboek heeft gezorgd voor een stukje rechtsontwikkeling en rechtsbescherming in de samenleving. ‘Burgers en ondernemers/investeerders alsook de rechtspraktijk hebben nu gemoderniseerde regels voor grotere ontwikkelingen in de natie’, hield Rasoelbaks de aanwezigen voor.

Mr. Rasoelbaks met de gewezen voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, mevr. C. Dijksteel

De gewezen parlementariërs kregen voor hun toewijding, bijdrage en inzet ter versterking van de rechtsstaat elk een plakkaat overhandigd. Hiermee beoogt het Hof van Justitie de gewezen leden te inspireren om zich te blijven inzetten voor het recht en zijn instituties.


 

Behandeling strafzaak verdachte Kromosoeto e.a. van 17 juli 2025

Op 17 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachten G. Kromosoeto, G. Hew A Kee, B. Jurgens, R. Putter, W. Sardjo en J. ten Berge voortgezet door de kantonrechter voor het pleidooi van de verdachten Putter en Hew a Kee en de beslissing van de kantonrechter op het verzoek tot opschorting van de voorlopige hechtenis van verdachte Kromosoeto.

De advocaat van de verdachte Putter heeft om uitstel gevraagd voor het houden van het pleidooi. De kantonrechter heeft dit verzoek gehonoreerd omdat er sprake is van klemmende redenen.

De raadsman van de verdachte Hew A Kee heeft tijdens de zitting zijn pleidooi gehouden. Volgens hem heeft de verdachte zich niet schuldig gemaakt aan feiten genoemd in de tenlastelegging. De raadsman van verdachte Hew A Kee heeft daarom de kantonrechter verzocht om Hew A Kee vrij te spreken.

De zaak wordt voortgezet op 13 augustus 2025 en staat dan voor het pleidooi in de strafzaak tegen de verdachte Putter en de beslissing van de kantonrechter op het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van verdachte Kromosoeto.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-kromosoeto-e-a-van-30-juni-2025/

 

Paramaribo, 8 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling tweede deel SPSB strafzaak van 4 juli en 17 juli 2025

Op 4 juli 2025 is het tweede deel van de SPSB strafzaak door de kantonrechter behandeld. Als verdachten in deze strafzaak zijn aangemerkt: A. Hassankhan, G. Kromosoeto, M. Hassankhan, P. Bhiekemsingh, S. Djojobesari, O. Wangabesari, R. Kartoredjo, A. Harpal, W. Sardjo, Twahier Ajoeb NV, Global Equipment NV, Earth Cleaning NV, NV Caremco Holding, Stichting Aanvaardbaar en Multi Electrical System NV. De zaak stond voor voordracht en getuigenverhoor. 

De zaak werd door de officier van justitie formeel voorgedragen aan de kantonrechter. Hierbij somt zij de feiten die de verdachten ten laste zijn gelegd op. De verdachten worden vervolgd voor overtreding van artikel 13 van de Anti Corruptiewet, verduistering, terwijl de schuldige als ambtenaar door het begaan van het strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht schendt, gekwalificeerde verduistering, het aannemen van giften en/of het doen van beloften en/of diensten, overtreding van de Wet Money Laundering en heling.

De raadslieden van de verdachte Kromosoeto hebben een preliminair verweer opgeworpen. De raadslieden voerden aan dat Kromosoeto in fase II, dat is dit tweede deel van de SPSB strafzaak, vervolgd wordt voor dezelfde strafbare feiten, waarvoor hij al terechtstaat in fase I en in de Centrale Bank zaak. Zij voeren aan dat er sprake is van samenloop van meerdere strafbare feiten. Er is geen sprake van een eerlijk proces. Verder voeren de raadslieden aan dat er in strijd is gehandeld met het ne bis in idem beginsel, dat is het beginsel dat een persoon niet twee keer voor hetzelfde mag worden vervolgd. De raadslieden hebben aan de kantonrechter gevraagd om te oordelen over de ontvankelijkheid van de vervolgingsambtenaar.

Vervolgens is de verdachte Kromosoeto verhoord als getuige in de strafzaak tegen verdachte Hassankhan.

De raadsvrouw van de verdachte Hassankhan heeft een verzoek ingediend om de voorlopige hechtenis van haar cliënt op te schorten. De officier van justitie heeft zich verzet tegen dit verzoek en vroeg aan de kantonrechter om het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling af te wijzen. De kantonrechter heeft het verzoek van de raadsvrouw van de verdachte Hassankhan afgewezen omdat er nog ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan en omdat er sprake is van een geschokte maatschappelijke rechtsorde.

Er is verstek verleend tegen verdachten Sardjo en Multi Electrical System N.V. wegens afwezigheid bij de behandeling van de strafzaak. 

De zaak is voortgezet op 17 juli 2025. Op die zitting stond de zaak voor de reactie van de officier van justitie op het preliminaire verweer dat eerder door de verdediging van verdachte Kromosoeto was aangevoerd. De officier van justitie benadrukte in haar reactie dat de strafzaken tegen verdachte Kromosoeto, hoewel beide verband houden met de SPSB-kwestie, inhoudelijk geen direct verband met elkaar hebben. Volgens de officier van justitie is deze omvangrijke en complexe zaak in fasen opgedeeld. Die opdeling is door de rechter-commissaris toegepast om de zaken overzichtelijk te houden. Door de verschillende fases (fase 1 en fase 2) van elkaar te scheiden wordt volgens de officier van justitie getracht om de tenlastelegging voor elke verdachte zo duidelijk mogelijk te maken. In beide fases wordt Kromosoeto als verdachte aangemerkt maar de officier van justitie benadrukt dat het gaat om verschillende strafbare feiten gepleegd op verschillende momenten en met verschillende personen. Hoewel het in beide zaken gaat om soortgelijke artikelen uit het Wetboek van Strafrecht, zoals verduistering en ambtelijke corruptie, verschillen de feitelijke gedragingen inhoudelijk van elkaar volgens de officier van justitie. De officier van justitie concludeerde dat de rechten van de verdachte niet zijn geschonden en verzocht de kantonrechter om de bezwaren van de verdediging te verwerpen.

De zaak wordt voortgezet op 13 augustus 2025. De zaak staat dan voor repliek en dupliek in verband met de gevoerde preliminaire verweren. Tevens zal op die dag het verhoor van getuigen in de zaken tegen de verdachten Sardjo en Multi Electrical System NV, plaatsvinden.

Lees ook het vorige bericht:https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-tweede-deel-spsb-strafzaak-van-29-april-21-mei-en-30-mei-2025/ 

 

Paramaribo, 8 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Certificaatuitreiking RAIO-Opleiding Zittende Magistratuur

4 augustus 2025

‘Een bijzonder moment’, noemde de Directeur van het Centrum voor Democratie en Rechtspleging, mevr. S. Koole, de afronding van het theoretische gedeelte van de opleiding tot Rechterlijke Ambtenaren in Opleiding (RAIO). Gisteren, 28 juli 2025, mochten dertien RAIO’s hun certificaten in ontvangst nemen uit handen van de Directeur, nadat zij de opleiding waren gestart in 2022.

De RAIO’s met hun certificaten

De groep werd geprezen voor hun toewijding, discipline en doorzettingsvermogen. Vanaf het begin heeft de groep zich onderscheiden door serieus, gemotiveerd en uiterst professioneel te werk te gaan. De opleiders en begeleiders konden altijd rekenen op hun aanwezigheid. Volgens Koole getuigt dit van verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Meerdere docenten spraken hun bewondering uit voor de motivatie van de RAIO’s. Ze hebben zich ondanks de vele verleidingen en drukte gefocust op verdieping en kwaliteit volgens Koole. De opleiding tot rechterlijke ambtenaar vergt juridische scherpte, moreel kompas, reflectie en een open blik en de RAIO’s hebben laten zien dat zij deze eigenschappen bezitten.

De RAIO’s zijn inmiddels van start gegaan met de praktijk. De theoretische opleiding werd gefinancierd in het kader van het project ‘Strengthening the Criminal Justice System of Suriname.’ Ook het Hof van Justitie werd bedankt voor de goede samenwerking en coördinatie van de opleiding. Tot slot gaf Koole het volgende mee aan de gecertificeerden: ‘Blijf leren, blijf luisteren en blijf trouw aan de waarden die jullie gevormd hebben.’


 

Uitspraak strafzaak verdachten R.M. en K.R van 24 juli 2025

Op 24 juli 2025 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachten R.M. en K.R., in verband met de vermiste toerist. Aan de verdachten waren de feiten moord (1A), het wegmaken van een stoffelijk overschot (2) en begunstiging (3) ten laste gelegd. Het strafbaar feit begunstiging komt hierop neer dat een verdachte een ander die een misdrijf heeft gepleegd, zou hebben geholpen, onder andere door het verbergen van bewijsmateriaal of het verstrekken van valse informatie aan de autoriteiten.

De officier van justitie heeft ten aanzien van de verdachte R.M. alle drie feiten bewezen geacht en vorderde een gevangenisstraf van 30 jaren onvoorwaardelijk onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, handhaving van de gevangenhouding en teruggave van een inbeslaggenomen telefoon. Voor de verdachte K.R. achtte de vervolging het feit onder 3 van de tenlastelegging bewezen en vorderde een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 5 voorwaardelijk onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en teruggave van een inbeslaggenomen telefoon en auto.

De kantonrechter heeft het formeel verweer van de raadslieden van K.R. verworpen en de officier van justitie ontvankelijk geacht in de vervolging. Zij oordeelde daarbij dat de aanhouding van K.R. niet in strijd is geweest met de artikelen 7 en 8 van het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens en art. 14 van het BUPO Verdrag.

Met betrekking tot het inhoudelijke van de strafzaak had de raadsman van de verdachte R.M. tijdens het pleidooi de kantonrechter primair verzocht om de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging. Als er geen vrijspraak zou kunnen volgen volgens de rechter, vroeg de raadsman dat de verdachte een lagere straf wordt opgelegd dan genoemd door het OM en dat daarbij ook de persoonlijke omstandigheden en de proceshouding van de verdachte mee worden genomen.

De kantonrechter heeft de verdachte R.M. vrijgesproken van de feiten moord en het wegmaken van een stoffelijk overschot. Voor het feit genoemd onder 3 (begunstiging) van de tenlastelegging heeft de kantonrechter R.M. veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De kantonrechter heeft de verdachte K.R. vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Bij de bewijsmotivering heeft de kantonrechter overwogen dat de verdachte R.M. zich schuldig heeft gemaakt aan begunstiging door het helpen vernietigen en wegmaken van de camera box, het weggooien van een horloge en het schoonmaken van de woning. Door zijn handelen is de nasporing of vervolging van een ernstig misdrijf, namelijk doodslag, een stuk moeilijker gemaakt.

Volgens de kantonrechter heeft de verdachte K.R. steeds ontkend iets af te weten van de vermissing van het slachtoffer. Daarnaast is uit het onderzoek niet gebleken dat zij iets kon weten of wist over de vermissing van het slachtoffer.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachten-r-m-en-k-r-van-30-juni-2025/

 

Paramaribo, 1 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachte C.L. van 23 juli 2025

Op 23 juli 2025 is de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte C.L. voortgezet door de kantonrechter. Deze verdachte, die voorganger is bij een religieuze gemeente, wordt een zedenmisdrijf verweten. Het misdrijf is volgens de vervolging gepleegd jegens een lid van een andere gemeente dan die waar de verdachte lid van is. De zaak stond voor repliek van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft de repliek gehouden en blijft erbij dat het wettig en overtuigend bewijs is geleverd voor het tenlastegelegde feit verkrachting. Het strafvoorstel van 4 jaren onvoorwaardelijk onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, zoals verwoord in het requisitoir, blijft volgens de officier van justitie overeind staan.

De behandeling van de zaak wordt voortgezet op 13 augustus 2025 voor dupliek van de raadsman van de verdachte.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachte-c-l-van-25-juni-2025/

 

Paramaribo, 1 augustus 2025

Communicatie Unit Hof van Justitie