VONNIS
IN NAAM VAN DE REPUBLIEK!
Uitspraak: 30 januari 2026
Auditienummer: 01
TEGENSPRAAK
DE KRIJGSRAAD VAN SURINAME
Gezien de stukken van het geding, inzake de Auditeur Militair contra de verdachte:
[VERDACHTE]
geboren te [geboortedatum] te [Plaats], oud [leeftijd],
wonende aan de [Adres 1],
van beroep militair dienende in de rang van Luitenant Kolonel in het Nationaal Leger, niet in detentie.
De verdachte wordt bijgestaan door haar raadslieden, mr.C. Meijnaar, mr.J. Kraag en mr.D. Veira, advocaten bij het Hof van Justitie.
De geldigheid van de inleidende dagvaarding
Tegen de dagvaarding zijn er geen preliminaire verweren gevoerd die strekken tot nietigheid van de dagvaarding. De Krijgsraad is ook ambtshalve niet gebleken van gebreken in de dagvaarding. De dagvaarding is daarom geldig.
Bevoegdheid van de Krijgsraad
De Krijgsraad is krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd om van het ten laste gelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de Auditeur Militair
Er zijn geen omstandigheden gebleken c.q. geen verweren gevoerd die de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie c.q. de Auditeur Militair in de weg staan. Het Openbaar Ministerie kan dus in de vervolging worden ontvangen.
Schorsing van de vervolging
Er zijn geen omstandigheden gebleken c.q. geen verweren gevoerd die nopen tot het schorsen van de vervolging. De vervolging kan dus voortgezet worden.
Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is, overeenkomstig de betrekkelijke artikelen van het Wetboek van Strafvordering, gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen.
De Krijgsraad heeft kennisgenomen van de vordering van de Auditeur Militair en van hetgeen door de verdachte en haar raadslieden naar voren is gebracht.
De Auditeur Militair heeft gevorderd dat de Krijgsraad de verdachte voor de feiten IA ( medeplegen van gijzeling voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 342 a juncto artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht), II ( medeplegen van diefstal met geweldpleging voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 372 juncto artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht), III ( medeplegen van huisvredebreuk voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 186 juncto artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht) en IVA ( het maken van een beroep of gewoonte om vuurwapens af te leveren zonder daartoe bevoegd te zijn voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 16 van de Vuurwapenwet) van de tenlastelegging, zal veroordelen tot een gevangenisstraf van negen jaren onvoorwaardelijk met het bevel van gevangenneming. Tevens is gelast de onttrekking aan het verkeer van vuurwapens, scherpe patronen, wapenpasjes en alle overige documenten, de verbeurdverklaring van wapenkoffers inhoudende accessoires om vuurwapens schoon te maken en de teruggave van een Zebraprinter en een systeemkast aan het DNV.
De verdediging heeft bepleit dat de Krijgsraad de verdachte zal vrijspreken van de algehele tenlastelegging. Daartoe heeft de verdediging – kort en zakelijk weergegeven- bepleit dat uit de door de vervolging opgesomde bewijsmiddelen de nauwe en bewuste samenwerking voor het medeplegen van de delicten genoemd onder I tot en met III, niet is gebleken of aangetoond. Ook was de verdachte niet fysiek bij plaats delict aanwezig en nergens uit de feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte opdracht met betrekking tot gijzeling, diefstal middels geweldpleging en huisvredebreuk van het [Slachtoffer] heeft gegeven. Met betrekking tot feit IV A heeft de verdediging bepleit dat verdachte slechts de handelingen van haar rechtsvoorgangers heeft voortgezet en wordt ook zulks door haar rechtsopvolger voortgezet. Daarbij is verwezen naar de inhoud van de resoluties van 16 augustus 2007 no.5062/07 en 17 december 2019. In het kort komt het erop neer dat de dienst in samenspraak met of in opdracht van de President van de Republiek Suriname bepaalt wat onder nationale veiligheid wordt verstaan en hoe die ook gewaarborgd kan blijven. Een van de taakstellingen is het zorgdragen voor het bevorderen van maatregelen ter beveiliging van gegevens waarvan de geheimhouding voor het belang van Suriname geboden is en van die sectoren van de overheidsdienst en van het bedrijfsleven die van vitaal belang zijn voor het in stand houden van het maatschappelijk bestel in het land. Voorts heeft verdachte een aantal brieven geschreven naar de toenmalige Procureur-Generaal voor de aanschaf van wapens ten behoeve van de dienst. Indien een bedrijf zonder machtiging van de Procureur-Generaal wapens heeft verkocht of verstrekt aan derden, dan kan daarvoor de verdachte niet vervolgd worden. De meeste wapens voorzien van een wapenpasje zijn in kader van nationale veiligheid – zoals door de rechtsvoorgangers van de verdachte een gebruik of gewoonte was – verstrekt.
De tenlastelegging:
Aan dit vonnis is als bijlage I gehecht een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de inleidende dagvaarding van waaruit de inhoud van de tenlastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.
De feiten I tot en met III: Geval van [Slachtoffer].
Casus:
Op 16 april 2020 omstreeks 02.35 uur kwam een melding van het Command Center van het KPS binnen omtrent diefstal/beroving aan de [Straatnaam 2]. De politie is ter plekke aangekomen en werd waargenomen dat vijf/zes manspersonen, waarvan een deel gemaskerd was en enkelen gewapend waren, een manspersoon die gekneveld was aan handen en benen, vermoedelijk de bewoner van pandnr. [nummer] ( (naderhand is gebleken dat het om het [Slachtoffer] ging) vanuit zijn woning werd weggedragen naar de richting van de straatzijde, alwaar een grijsgelakte bestelbus stond geparkeerd. De politie begaf zich op een veilige afstand om waar te nemen wat er gaande was. Terwijl de politie om assistentie vroeg kwam één van de daders uit de woning. Hij ( blijkt later de persoon van [Naam 1] te zijn) toonde een document inhoudende een dispensatiebrief/toestemmingsbrief van het NCCR ondertekend door de verdachte dat hij zich tussen 20.00 uur en 06.00 uur mocht verplaatsen over de openbare weg tijdens de partiële lockdown in verband met de Covid 19 pandemie. Die [Naam 1] bleef aandringen dat zij [Verdachte] konden bellen en dat hij bezig was met een speciale opdracht. De man gaf dit enkele keren door. Op het mobiel van die [Naam 1] verschenen berichten van ene Tool 1. Uit één van de berichten kon worden gelezen dat de bewoner van pand nr. [Nummer 1] ( doelend op het [Slachtoffer]) alwaar de gewapende mannen zich bevonden over informatie beschikte over [Verdachte]. ( vide proces-verbaal van [Naam 2] d.d.16 april 2020 en het verhoor van 21 april 2020).
Op 16 april 2020 in de vroege ochtenduren, kreeg de toenmalige korpschef Roberto Prade een telefoon van Inspecteur van politie Gentle die hem mededeelde dat station Geyersvlijt en RBT zich aan de [Straatnaam 2] bevonden naar aanleiding van een melding dat er gewapende mannen in een woning waren. Naar aanleiding hiervan schakelde hij, Prade, het A Team in onder leiding van Inspecteur van politie Williams. [..]. Op een gegeven moment werd hij, Prade, gebeld door de toenmalige direkteur van DNV [Verdachte],de verdachte, die hem medededeelde dat de dienst DNV bezig was met een operatie en dat de aanwezige manschappen zich konden terugtrekken. [..]. Hij belde toen inspecteur van politie Williams op en gaf aan hem door dat de aanwezige mannen konden vertrekken, omdat DNV bezig was met een operatie. ((vide proces-verbaal van de getuige Roberto Prade ( toenmalig Korpschef) d.d. 27 mei 2020 opgemaakt door onder inspecteur van politie I. Weekers)
Verklaring van het [Slachtoffer]:
Terwijl hij sliep werd hij overrompeld door 4 manspersonen in zijn slaapkamer. Eén van de mannen, gekleed in het zwart, zwart gemaskerd en gewapend met een semi automatisch wapen, sleepte hem uit bed, zodat hij op de vloer kwam te vallen [.]. Hij werd gewurgd en een zwarte trui werd om zijn gezicht vastgebonden. Zijn handen werden ook vastgebonden. Hij werd opgetild en gebracht naar een andere ruimte van de woning. Hij hoorde dat zijn woning overhoop werd gehaald. [..] Hij werd in de woning achtergelaten. Hij rende naar buiten en zag de daders instappen in een voertuig (Toyota Hiace gekentekend [kenteken]). Telefoons en een boek met notities van [Slachtoffer] zijn meegenomen. ( vide processen-verbaal van [Slachtoffer] d.d. 16 april 2020, 20 april 2020, 14 juli 2020 en het proces-verbaal plaatselijk onderzoek d.d. 16 april 2020 alsmede zijn verklaring afgelegd op de terechtzitting van de Krijgsraad van 11 november 2025.
Het onderzoek van de kentekenplaat heeft geleid naar de persoon [Naam 3] die op 12 april 2020 zonder toestemming van de monteur [Naam 4] 4 kentekenplaten van voertuigen van zijn klanten had weggenomen. Bij [Naam 3] is ook een zwarte rugtas met daarin een militaire legitimatiekaart op naam van [Slachtoffer] en een boek met belangrijke informatie aangetroffen. Voorts is ook een toestemmingsbrief van NCCR op naam van [Naam 3] aangetroffen waarin hem toestemming is verleend om zich over de openbare weg omstreeks 20.00 uur – 06.00uur te mogen begeven. Deze toestemmingsbrief is ondertekend door Luitenant Kolonel [Verdachte]. [Naam 3] heeft in zijn verhoor aangegeven dat hij een informant van de DNV is. ( vide de processen-verbaal van diverse onderzoeken d.d. 22 april 2020 en het proces verbaal aanhouding [Naam 3] d.d. 23 april 2020 en 25 april 2020 en proces-verbaal verhoor [Naam 5] d.d. 23 april 2020)
De Krijgsraad oordeelt als volgt:
Uit het onderzoek ter terechtzitting, waarbij ondermeer de personen [Naam 6], [Naam 6], [Naam 7], [Slachtoffer] als getuigen en de verdachte zijn gehoord en ook de camerabeelden zijn bekeken die door de politie beschikbaar zijn gesteld alsook die videobeelden die door de raadsman mr.D. Veira beschikbaar waren gesteld, is het volgende gebleken.
De Krijgsraad merkt vooraf op dat een complicerende factor in deze zaak is het zich terugtrekken van de politie van de plaats delict en dat het onderzoek pas na verloop van tijd is aangevangen en grondig politie-onderzoek achteraf niet meer mogelijk was ondermeer vanwege het naderhand ontbreken van het vereiste bewijsmateriaal.
De camerabeelden van de politie betreffen beeldmateriaal van wat zich op straat en in de omgeving van de woning van [Slachtoffer] heeft afgespeeld: namelijk een bestelbusje, mannen stappen uit, gaan het erf van woning [Slachtoffer] binnen en na enige tijd komt de politie en komt een manspersoon uit het erf van [Slachtoffer] en die gaat naar het busje, pakt wat papierstukken en loopt naar de politie. Na enige tijd komen drie schaars geklede vrouwen uit het erf van [Slachtoffer] en stappen aan de achterkant van het busje ( laadbak) in. Na enige tijd zijn meer manspersonen uit het erf van [Slachtoffer] gekomen en zijn in het busje gestapt. Ook is te zien dat die ene manspersoon ( die met wat documenten naar de politie was gelopen) enige tijd met de politie bezig was en zelf plat lag op de grond. Na enige tijd keert hij terug naar het busje en de politie vertrekt ook van locatie.
Op de videobeelden – zoals door de raadsman overgelegd – is te zien dat het slachtoffer met drie dames in een woonkamer zit en nogal in het engels communiceert met de dames. Plotseling is te zien dat er seks wordt bedreven tussen slachtoffer en met dame(s). En daarna is te zien dat slachtoffer en een dame op bed lagen te slapen.
Opgemerkt moet worden dat de verdediging niet kon aangeven uit welke bron deze beelden afkomstig zijn, zodat deze beelden niet als officiële camerabeelden kunnen worden meegenomen in het proces.
De hamvraag in deze zaak is of het wel een DNV operatie betrof waarbij verdachte als medepleger van de telastegelegde feiten kan worden aangemerkt c.q.de opdracht zou hebben gegeven tot het plegen van de strafbare feiten.
Met betrekking tot voormelde vraag zijn daarbij alle processtukken van de (militaire) politie, het gerechtelijk vooronderzoek alsook van de terechtzittingen van de krijgsraad meegenomen.
De persoon [Naam 1] beschikte over een dispensatiebrief van het NCCR waarop de verdachte heeft getekend. De dispensatiebrief hield in dat hij zich tijdens de lockdownuren tijdens COVID 19 pandemie over straat mocht begeven. Dit heeft hij aan de poltie getoond.
Deze brief heeft ertoe geleid dat de persoon [Naam 6] heeft gebeld naar de verdachte om te informeren of DNV bezig was met een operatie aan de [Straatnaam 2]. Op de terechtzitting van de Krijgsraad van 01 augustus 2025 heeft de getuige [Naam 6] onder meer verklaard dat toen hij de verdachte op 16 april 2020 omstreeks 03.00 uur in de ochtend opbelde, verdachte nogal slaperig klonk. Zij nam niet gelijk op. Het duurde enige tijd voordat [Verdachte] de telefoon opnam. Hij was niet op de hoogte van een bevel en / of van een operatie aan de [Straatnaam 2]. Hij heeft contact gemaakt met [Verdachte] om te verifiëren. [Verdachte] gaf aan dat zij het niet zou weten en dat zij het zou verifiëren. De directeur kan ook bij de Inlichtingen Dienst informeren, maar dat is haar pakje aan. In het verleden kwam een melding binnen dat mensen van CTU ergens bezig waren. Na verificatie bleek dat het geen mensen van CTU waren. Voorts dat personen met valse pasjes bezig waren.
De verdachte heeft in haar verklaringen bij het Gerechtelijk Voor Onderzoek en op de terechtzitting van de Krijgsraad van 11 november 2025 aangegeven dat zij werd opgebeld en aan haar werd gevraagd of DNV met een operatie aan de [Straatnaam 2] bezig was. Zij dacht eerstens wel aan een DNV operatie daar zij wist dat het slachtoffer enige tijd terug als” person of interest” is bestempeld en dat het mogelijk om een observatie zou gaan en om die reden de Korpschef zou hebben gevraagd om zijn manschappen te laten terugtrekken. Ook heeft zij verklaard nimmer opdracht te hebben gegeven dat personen in de woning van het slachtoffer moesten gaan om hem te gijzelen.
Volgens de verklaring van een anonieme getuige Y gedateerd 26 maart 2021 opgemaakt door de brigadier van politie Z. Pierkhan – summier en zakelijk weergegeven – heeft op 09 april 2020 een inbraak plaatsgevonden in een van de kantoren van de DNV, waarbij mogelijk het [Slachtoffer] gelinked werd. Door de toenmalige minister van defensie zou een operatie opgezet zijn tegen het [Slachtoffer]. Er is daarbij gebruik gemaakt van buitenlanders omdat [Verdachte] geen personeel van het DNV beschikbaar wilde stellen. [..] Deze operatie tegen [Slachtoffer] is echter mislukt omdat een alerte buurtbewoner de politie had ingeschakeld. Toen de politie aankwam op de plek waar de operatie gaande was werd die teruggeroepen door de Korpschef, Prade en wel in opdracht van [Verdachte] die aangaf dat het een DNV operatie betrof.
Ook is uit het onderzoek naar voren gekomen dat verdachte de persoon [Naam 9] al geruime tijd kent ( verwijzend naar activiteiten bij vakantieoord Waterland, familieleden van [Naam 9] heeft laten ophalen of bezorgen te Zanderij). [Naam 1] is ook familiair gelinked aan [Naam 9]. Ook heeft verdachte – nadat zij melding heeft gehad over het geval aan de [Straatnaam 2] – rond 03.48 uur naar die [Naam 9] gebeld. In haar verhoor op de zitting heeft zij aangegeven dat zij hem had gebeld voor een informatie omtrent iemand die met een vlucht naar Suriname zou komen. Uit nadere documenten en uit het onderzoek kon niet worden achterhaald wat de precieze conversatie tussen verdachte en die [Naam 9] is geweest. [Naam 9] heeft in zijn verhoor door de rechter-commissaris ( via rechtshulpverzoek) gedateerd 06 december 2021 ook geen nadere informatie daarover verschaft.
Ook hebben zowel de getuige [Naam 7] als getuige [Naam 8] in hun verklaringen op de terechtzittingen van de Krijgsraad van respectievelijk 01 augustus 2025 en 06 oktober 2025 – zakelijk weergegeven – aangegeven dat er ook buitenlanders of personen die niet de Surinaamse nationaliteit bezitten in de DNV werken en dat soms criminelen als infiltranten in de DNV werken. Ook is het niet uitgesloten dat criminelen middels valse pasjes van DNV een “ operatie” plegen onder mom van DNV operatie, maar dat het niet echt om een DNV operatie gaat.
In casu heeft alleen de persoon [Naam 1] ( buiten de verdachte om die aanvankelijk zelf aangaf “is een DNV operatie” om daarna daarop terug te komen op deze verklaring) aangegeven dat het om een speciale opdracht gaat en dat [Verdachte] gebeld kan worden daarbij een dispensatie- brief aangetoond.
Met betrekking tot het ondertekenen van dispensatiebrieven.
In dit kader zijn enkele personen te weten [Naam 10] ( zowel bij politie, gerechtelijk vooronderzoek als op de terechtzitting van de Krijgsraad van 15 augustus 2025 ), [Naam 11] 8 september 2022 ( gerechtelijk vooronderzoek) en [Naam 11] gehoord.
In het kader van dispensatiebrieven gedurende de lockdown tijdens de COVID 19 pandemie konden de verdachte en de afdeling NCCR dergelijke brieven afgeven. Daarbij is het belang van natte en droge stempel benadrukt.
Uit de dispensatie – brief van [Naam 1] is gebleken dat verdachte die heeft ondertekend. De secretaresse [Naam 11] heeft bevestigd dat die brief conform de procedure door verdachte is ondertekend.
Verdachte heeft beaamd dat zij in het kader van het ondertekenen van zoveel dispensatiebrieven gedurende de Lockdown periode mogelijk deze brief ook heeft ondertekend.
De SKY ECC berichten of chats van de SKY – ID, [nummer 2] en [nummer 3] waarvan de gebruiker van de laatstgenoemde ID is geidentificeerd als [Naam 8] van de periode 14 maart 2020 en einddatum 03 juni 2020 die middels rechtshulpverzoek [kenmerk 1]) zijn verkregen betreffende conversatie tussen [Naam 9] en nog een onbekend persoon, waaruit zou zijn gebleken dat het een operatie van nationale security is en dat operatie uit de hand is gelopen tot een politiek ding. Het was een geheime operatie waarbij informatie nodig was van een doelwit. Dames zijn naar binnengebracht om het doelwit te verleiden. Het doelwit bekritiseerde de minister van defensie; de President en nationale security. De buurman heeft iets opgemerkt en de politie ingeschakeld. De meisjes zijn bang geworden. Toen de politie ter plaatse is aangekomen heeft Siri ( doelend op [Naam 1]) zijn paspoort en brief van nationale security getoond. Het doelwit was lid van een politieke partij. De politie vertrouwde de brief niet en heeft assistentie ingeroepen. Toen het speciale team ter plaatse kwam kregen zij een telefoontje van de nationale security en vertrokken ze weer.
Ook de handeling van toenmalige korpschef dat hij zijn manschappen heeft laten terugtrekken omdat de verdachte zou hebben aangegeven dat het om een DNV operatie ging is nogal discutabel. In feite zou hij de opdracht of het verzoek van de verdachte niet moeten hebben honoreren, daar hem al bekend was dat het om zwaar bewapende mannen gingen. Bij een normale DNV inlichtingen – operatie, doet men normaal aan observatie of schaduweringen. De DNV mag pas een woning binnen met behulp van de politie of bij gezamenlijke operatie met de politie. In casu is niet gebleken dat er sprake was van gezamenlijke operatie.
Indien de politie de mannen bij plaatsdelict had meegenomen voor nader verhoor, dan kon mogelijk de daadwerkelijke opdrachtgever in beeld komen namelijk de verdachte of een ander.
Omdat de manschappen door de korpschef zijn teruggeroepen, nadat de verdachte hem heeft gevraagd zulks te doen omdat mogelijk de DNV daar bezig was, kon kennelijk geen nader onderzoek op dit punt meer worden verricht.
Immers kon de politie die [Naam 1] en anderen niet meer in beeld brengen om te worden gehoord. Inmiddels is gebleken dat die [Naam 1] voortvluchtig is.
De Krijgsraad is thans van oordeel dat – hoewel er delen zijn in het onderzoek die in de richting van een mogelijke betrokkenheid van de verdachte wijzen,o.a. het ondertekenen van dispensatiebrieven, haar verzoek aan de Korpschef om zijn manschappen terug te trekken ofschoon door hem aan haar was doorgegeven dat zwaar gewapende mannen ter plekke in het huis van [Slachtoffer] waren, de aanvankelijke verklaring van verdachte in een interview met een journalist verbonden aan ABC Radio en Televisie tijdens een live persconferentie via GOV.TV. in het jaar 2020 (vide proces-verbaal van 18 februari 2021 opgemaakt door R. Ghazi, brigadier van politie inzake beluisteren en analyseren van een persconferentie en interview) dat zij de toenmalige korpschef had gevraagd om zijn manschappen terug te trekken. De DNV is in de pers breedvoering is besproken met betrekking tot dit geval en in een interview in programma TO THE POINT van 6 januari 2021heeft verdachte ontkend dat het om een DNV actie bij de woning van [Slachtoffer] ging en op de terechtzitting van de Krijgsraad van 11 november 2025 heeft verdachte wederom ontkend opdracht aan personen te hebben gegeven om de woning van [Slachtoffer] binnen te dringen en hem te laten of doen gijzelen.
Het is in rechte niet komen vast te staan dat verdachte als toenmalig Hoofd van het D.N.V medepleger is van de strafbare feiten o.a. opzettelijke vrijheidsberoving van [Slachtoffer], diefstal middels geweldpleging en huisvredebreuk.
Voor het medeplegen is immers vereist dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een of meer plegers van de strafbare feiten.
Ook de opzet op het gezamenlijk plegen van de strafbare feiten en op het delict en een bijdrage van voldoende gewicht zijn in rechte niet komen vast te staan, hetgeen volgens vaste jurisprudente vereist is bij medeplegen.
Uit de feiten en omstandigheden kan de Krijgsraad derhalve niet tot het wettig bewijs komen van de sub I,II en III ten laste gelegde feiten.
De Krijgsraad heeft wel de overtuiging dat verdachte achter de schermen wel (bewust) enige faciliterende rol kan hebben gehad door dispensatiebrieven te verstrekken en mogelijk wist of kon weten over de operatie tegen [Slachtoffer], doch kan de Krijgsraad zulks niet wettig hard maken. De indruk bestaat dat er zeer geraffineerd te werk is gegaan. Er is onvoldoende nader ondersteunend bewijs, mede vanwege het feit dat er onvoldoende onderzoekshandelingen zijn verricht vanwege het vertrek van de politie van plaats delict.
Derhalve zal de Krijgsraad verdachte – indachtig het adagium “ in dubio pro reo “ -vrij spreken wegens gebrek aan bewijs van de feiten sub I, II en III van de tenlastelegging.
Bewezenverklaring
De Krijgsraad acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder IV A van de inleidende dagvaarding ten laste is gelegd, zoals aangegeven in bijlage I, met dien verstande, dat zij:
Als militair in de rang van Luitenant – Kolonel in werkelijke dienst van het Ministerie van Defensie en thans ter beschikking is gesteld, in ieder geval als militair in de zin van art 38 of 39 van het Wetboek van Militair Strafrecht
IV.A. Meer tijdstippen in de jaren 2017 en 2018 en 2019 en 2020 te Paramaribo, tezamen en in vereniging met meer tot nog toe onbekend gebleven personen meer vuurwapens hebben afgeleverd, zonder voorzien te zijn van een algemene schriftelijke machtiging van de tot verstrekking daarvan bevoegde ambtenaar, terwijl zij – verdachte – en haar mededaders daarvan een beroep of gewoonte hebben gemaakt.
Door de Kriigsraad gebezigde bewijsmiddelen
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden zoals vervat in de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.
- Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 11 augustus 2021 door de agent van politie eerste klasse J. Arichero, inhoudende de verklaring van de persoon [Naam 13] voor zover van belang – zakelijk weergegeven:
Ik ben in dienst van [Werkgever] waarvan ik de operation manager ben [..] ik ben in bezit van een vuurwapen van het merk GLOCK 19. [..] ik heb het in 2019 gehad. Ik ben een informant van [Naam 14] die werkzaam is bij DNV en rapporteer ik naar hem en doordat ik informant ben, heb ik een verzoek gedaan om in aanmerking te komen voor een vuurwapen. Ik heb het wapen bij DNV in ontvangst genomen en werd door de heer [Naam 14] persoonlijk aan mij overhandigd. Ik moest ook een wapenpasje maken en wel op dezelfde dag heb ik dat wapenpasje gemaakt op DNV. [..] Ik ben niet in dienst van DNV maar wel informant van de heer [Naam 14] die werkzaam is bij DNV. [..] ik ben bereid dat vuurwapen van het merk GLOCK 19 met als serienummer [serienummer 1] dat momenteel onder mijn beheer is, vrijwillig af te staan aan de politie.
2. Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 12 augustus 2021 door de agent van politie derde klasse Vanessa Sarimin, inhoudende de verklaring van de persoon [naam 15] voor zover van belang – zakelijk weergegeven:
[..] ik ben namelijk groothandelaar in basisgoederen en eigenaar van winkel [Naam 15].[..] ik ben in het bezit van een vuistvuurwapen namelijk een CZ 75. [..] ik heb wel mijn DNV wapenbadge bij mij en daarop staat het wapennummer aangegeven. Het wapennummer is [wapennummer] en het wapensoort is CZ 75. Ongeveer drie jaren ben ik het bezit van het vuurwapen. Ongeveer vier jaren geleden had men tot twee keren toe getracht om mijn zaak te beroven.[..] Daar ik onder andere ook voedsel pakketten aanleverde voor DNV [Verdachte] daar de leidinggevende daar was, had ik haar benaderd om te vragen hoe in aanmerking te komen voor een wapen. Aan de hand hiervan had zij mij een dagje uitgenodigd voor een gesprek waar ik haar had verteld dat men getracht heeft om mij te beroven. [..] Na dit te hebben aangehoord heeft [Verdachte] mij aangegeven dat ik gebeld zou worden als het geregeld was. Ik moet u erbij vermelden dat ik vijf (5) vuurwapens had aangevraagd en wel voor mij persoon, voor mijn broer [Naam 16], mijn zoon [Naam 17], mijn neefje [Naam 18] en de vijfde was voor security guard omdat zij voor mij werken. Na ongeveer twee (2) weken na het gesprek met [Verdachte], ontving ik een telefoon van ene [Naam 19] die werkzaam is bij DNV die mij aangaf dat ik en de overige mensen wel in aanmerking konden komen voor vuistvuurwapens, echter dat de DNV niet in het bezit was van vrije vuurwapens. Hij gaf mij aan dat hij het voor mij kon aanschaffen bij Tomahawk maar dat ik zelf ervoor moest betalen. Ik heb dezelfde dag dat geld voor [Naam 19] gebracht waarna hij ze heeft aangeschaft en aan mij heeft overhandigd. [..] ik heb de vuurwapens van [Naam 19] gekregen.[..] Mijn wapenpasje heb ik gehad van [Naam 19]. [..] ik zal deze vuurwapens namelijk twee van het merk GLOCK 17 met serienummers [serienummer 3] en [serienummer 4] en twee shotguns van het merk A-TAC met als serienummers [serienummer 4 EN [serienummer 5] vrijwillig af te staan.
3. Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 20 augustus 2021 door de brigadier van politie Zameer Pierkhan, inhoudende de verklaring van de persoon [Naam 20] voor zover van belang – zakelijk weergegeven:
Ik zit in de goudsector. Ik ben in het bezit van een vuurwapen van het merk Glock en een shotgun.[..] De [merk 5] die ik thans bij mij heb nog geen jaar in mijn bezit. Via de gewezen president Bouterse, D. ben ik in contact gekomen met de gewezen directeur van het DNV, [Verdachte] [..] [Verdachte] heeft mij toen voorgehouden dat het DNV geen vuurwapens heeft, maar dat zij het gedaan zou kunnen krijgen, dat ik via het DNV zelf het vuurwapen zou kunnen kopen bij Tomahawk. Ik heb toen meteen gevraagd of ik ook een shotgun zou kunnen kopen voor de beveiliging van mijn goudconcessies. [Verdachte] heeft toen ingestemd. Op de dag toen ik de twee vuurwapens heb gekocht kwam [Naam 19] van het DNV met een bewijs, waarmee ik de wapens heb kunnen kopen bij Tomahawk. [..] Nadat ik had betaald voor de vuurwapens heeft [Naam 19] die meegenomen om alle papierwerk in orde te maken, alsook de wapenpasjes van het DNV voor deze wapens. Het wapenpasje van de Glock heb ik opgehaald [..] Nadat ik de Glock was kwijtgeraakt heeft [Verdachte] ervoor gezorgd dat ik ergens vorig jaar een ander Glock kreeg met een wapenpasje.[..] ik ben niet in dienst van DNV.
4. Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 01 september 2021 door de brigadier van politie Zameer Pierkhan, inhoudende de verklaring van de persoon [Naam 22] voor zover van belang – zakelijk weergegeven:
Ik kan mij heugen dat ik ergens tussen 2018 en 2019 [Verdachte] tegenkwam en haar de vraag deed om mij te bewapenen. In feite meende ik dat niet. Mij vraag was meer als grap bedoeld [..] ik had niet verwacht dat [Verdachte] mijn vraag serieus zou nemen totdat ik ongeveer een maand na mijn opmerking werd gebeld door iemand van het DNV. De naam van deze persoon is mij niet bekend, maar hij zei tegen mij dat ik naar het DNV kantoor aan de Anton Drachtenweg moest gaan. Ik ben naar daar gereden en van een Javaanse/Indiaanse heer, kreeg ik te horen dat hij in opdracht een foto van mij moest maken. Hij heeft niet gezegd in wiens opdracht [..] maar ik vermoedde dat het in opdracht van [Verdachte] plaatsvond naar aanleiding van mijn vraag om bewapend te worden. Ik heb de foto laten maken en zou terug worden gebeld. [..]
5. Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 01 september 2021 door de agent van politie Vanessa Sarimin inhoudende de verklaring van de persoon [naam 21] voor zover van belang – zakelijk weergegeven:
[..] vanaf het jaar 2019 ben ik het in het bezit van het vuurwapen GLOCK BEZZ 277. [..] Vanaf het jaar 2017, de tijd van meneer [Naam 23], ben ik informant van DNV. Aan de hand hiervan werd ik in eind van het jaar 2019 bewapend voor mijn eigen veiligheid. [..] ik heb het wapen in ontvangst genomen uit handen van de heer [Naam 24]. [..] ik kom niet voor in hun personeelsbestand. Ook heb ik geen badge dat ik een DNV er ben.
Strafbaarheid van het feit:
I. medeplegen van overtreding van artikel 16 Vuurwapenwet juncto artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.
De strafbaarheid van de verdachte
Uit het dossier is gebleken dat informanten/burgers die niet in het bestand van DNV voorkomen, zijn voorzien van wapens en of wapenpasjes ( zie bovenvermelde getuigenverklaringen)
Blijkens de verklaringen van de getuige [Naam 8] op de terechtdzitting van de Krijgsraad d.d. 06 oktober 2025, de getuige [Naam 25] in het kader van het gerechtelijk vooronderzoek gedateerd 09 september 2022 en de pesoon [Naam 25] 28 juni 2021 opgemaakt door de brigadier van politie Z. Pierkhan, is gebleken dat het voorzien van wapens aan personen in dienst en aan burgers een grijs gedoogbeleid is; een situatie die reeds in gebruik was bij de rechtsvoorgangers van verdachte.
Ook is gebleken dat het instituut van de President van de Republiek Suriname verzoeken aan het DNV kan doen om personen te bewapenen. Zie hiervoor de verklaring van [Naam 20] en een zich in het dossier bevindende brief gedateerd 26 augustus 2020 kenmerk [kenmerk 2] en afkomstig van Kabinet van de President en gericht aan de verdachte inhoudende een verzoek om een burger in aanmerking te doen komen voor een vuurwapen en om opgenomen te worden in de dienst van Bureau Nationale Veiligheid.
Het is dan onredelijk en onbillijk om voor handelingen met betrekking tot dit gedoogbeleid alleen deze verdachte verantwoordelijk te houden, terwijl er niet wordt opgetreden tegen de anderen.
De Krijgsraad zal de verdachte terzake van dit feit op grond van het voorgaande ontslaan van alle rechtsvervolging.
Beslag
De reeds inbeslag genomen vuurwapens, scherpe patronen, wapenpasjes en alle overige documenten zoals vermeld in het requistoir van de vervolging worden onttrokken aan het verkeer.
Blijkens processen-verbaal d.d. 11 november 2021 en 23 november 2021 opgemaakt door R. Ghazi, majoor van politie zijn de in beslag genomen goederen te weten printer zebra model ZXP LM en zwarte systeemkast merk onbekend, model Clone reeds teruggegeven aan DNV.
De toepasselijke wettelijke bepalingen
Gezien de voormelde wetsartikelen alsook artikel 54 c van het Wetboek van Strafrecht, het bepaalde in artikel 1 van het Wetboek van Militair Strafrecht alsook artikel 16 van de Vuurwapenwet zoals de bepalingen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde feit.
Beslissing:
De Krijgsraad
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder I, II en III ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder I, II en III meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen hetgeen onder IV A is tenlastegelegd.
Verklaart dat het bewezen verklaarde feit oplevert:
I: medeplegen van overtreding van artikel 16 Vuurwapenwet juncto artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld.
Verklaart verdachte niet strafbaar.
Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging met betrekking tot dit feit.
Onttrekt aan het verkeer reeds in beslag genomen vuurwapens, scherpe patronen, wapenpasjes en alle overige documenten.
Aldus gewezen door: mr. drs. C.C.L.A. Valstein, President, G.A.M. Cooper, Kolonel en C.W. Li Fo Sjoe, Luitenant – Kolonel bijgestaan door mr. G.A. Kisoensingh – Jangbahadoer Singh, Griffier, en uitgesproken te Paramaribo door de President voornoemd op de openbare terechtzitting van de Krijgsraad vrijdag 30 januari 2026.
w.g. G.A. Kisoensingh – Jangbahadoer Singh w.g. C.C.L.A. Valstein – Montnor w.g .G.A.M. Cooper
w.g. C.W. Li Fo Sjoe
Voor eensluidend afschrift,
De Griffier van de Krijgsraad,
( mr. N. Oosterwolde, Griffier)