Behandeling strafzaak verdachten Mixon, Gambier en Chin Chi Fong van 3 januari 2023

Op dinsdag 3 januari 2023 zijn getuigen gehoord tijdens de voortzetting van de behandeling van de strafzaak tegen de verdachten J. Mixon, J. Chin Chi Fong en R. Gambier. Nadat de tenlastelegging door de kantonrechter, mr. L. Ravenberg, is voorgehouden aan de verdachten zijn de getuigen verhoord.

Verdachte Mixon en Gambier zijn eerst als getuigen verhoord in de strafzaak tegen verdachte Chin Chi Fong. Vervolgens is de waarnemend inspecteur van de douane, C. Girwar, verhoord. Hierna is de chef van het Douane Informatiecentrum (DIC), J. Soeleman verhoord. Voor verdachte Mixon was er een tolk aanwezig.

De advocaten, mr. C. Algoe, mr. R. Lobo, mr. M. Nibte en I. Kanhai BSc waren aanwezig voor verdachte Mixon. Mr. Veira was aanwezig voor verdachte Chin Chi Fong en mr. B. Pick en mr. D. Veira waren er voor verdachte Gambier.

Na het getuigenverhoor ging de kantonrechter ambtshalve ertoe over de verdachten Mixon en Chin Chi Fong in vrijheid te stellen omdat het onderzoek ter terechtzitting op dat moment geen verdere vrijheidsbeneming van genoemde verdachten noodzaakte. Zij stelde wel de voorwaarde dat de verdachten op elke zitting aanwezig zullen zijn.

Het Openbaar Ministerie heeft aangegeven nog enkele getuigen te willen horen, waaronder de Directeur der Belastingen, I. Kalaykhan en ambtenaren van de Forensische Opsporing. De zaak is uitgesteld naar de terechtzitting van maandag 30 januari 2023 voor getuigenverhoor.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-verdachten-mixon-gambier-en-chin-chi-fong-van-2-december-2022/

 

Paramaribo, 10 januari 2023

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Werkbezoek Voorzitter van de Raad voor de rechtspraak

9 januari 2023

Vanaf maandag 9 januari 2023 is de Voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, dhr. mr. Hendrik Naves, op werkbezoek bij de President van het Hof van Justitie Suriname, dhr. mr. Iwan Rasoelbaks, in het kader van de voortzetting van de samenwerking die reeds in werking is tussen de Raad voor de rechtspraak en het Hof van Justitie Suriname. De Raad voor de rechtspraak bestaat sinds januari 2002 in Nederland. Het is een overkoepelend bestuur van rechtbanken, gerechtshoven, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep. De Raad houdt toezicht en zorgt ervoor dat rechters hun werk goed kunnen doen door bijvoorbeeld kennis toegankelijk te maken. Verder komt zij op voor de belangen van de rechtspraak in de politiek. De voorzitter zal tijdens dit werkbezoek vergezeld worden door mevr. Lieke Kosters. Zij is de senior-beleidsmedewerker buitenland.

Voorzitter van de Raad voor de rechtspraak en de President van het Hof van Justitie Suriname

Tijdens het werkbezoek zullen de gebieden van samenwerking breedvoerig worden besproken en uitgewerkt. Het streven is om te komen tot een vijfde addendum. In 2018 was het laatste addendum getekend. De gebieden van samenwerking die toen waren opgenomen in het addendum zijn:

  • Technische bijstand bij het opstellen van het basis-verzelfstandigingsplan
  • Ondersteuning bij de uitvoering van het verzelfstandigingsplan
  • Bedrijfsvoering
  • Invoering integraal management en sectorale inrichting
  • Afdeling Communicatie
  • EU-Project Support Effectiveness of Criminal Justice Systems in the Caribbean

Het Hof van Justitie is reeds geruime tijd bezig met enkele programma’s ter modernisering en verbetering (versnelling van de rechtspraak), vandaar dat het werkbezoek in verband met vermelde ondersteuning van de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak bijzonder op prijs wordt gesteld.

Naast de formele besprekingen tussen de delegatie en het management team van het Hof van Justitie zal er ook een kennismaking zijn met het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR) die als co-applicant belast is met de uitvoering van de verschillende opleidingen voor de Rechterlijke Macht uit het EU-fonds. Verder zullen er rondleidingen worden verzorgd in de gerechtsgebouwen Hof Civiel, Kanton Civiel en Kanton Straf. Op vrijdag 13 januari 2023 zal de delegatie deelnemen aan een panel in het kader van de Raio Opleiding Civiel.

De delegatie vertrekt op 14 januari 2023 terug naar Nederland.


 

Behandeling ‘december strafzaak’ van 5 januari 2023

Op 16 december 2022 is tijdens de behandeling van de december strafzaak in hoger beroep het lid van de hoger beroepskamer kolonel D. Kamperveen gewraakt.

Ingevolge artikel 437 van het Wetboek van Strafvordering kan een rechter door een verdachte of de vervolgingsambtenaar gewraakt worden in het geval dat er ten aanzien van die rechter feiten of omstandigheden bestaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid ernstig schade zou kunnen lijden, anders gezegd, wanneer feiten of omstandigheden bestaan die ertoe leiden dat de rechter niet meer als onpartijdig wordt ervaren. Indien een verdachte of vervolgingsambtenaar van mening is dat daarvan sprake is mag die de rechter wraken tijdens de zitting.

De advocaat van de verdachten heeft op voornoemde zitting namens de verdachten de wraking voorgedragen. Hij beriep zich op drie gronden voor de wraking namelijk, dat het lid en het slachtoffer Andre Kamperveen dezelfde grootvader hebben en daardoor volle neven zijn, voorts dat het lid tijdens de descente slechts vragen stelde met betrekking tot het slachtoffer Andre Kamperveen en dat het lid informatie verkregen zou hebben van de familie van bedoeld slachtoffer. Deze feiten zouden, zo stelde de advocaat, ertoe leiden dat het lid Kamperveen niet meer onbevangen en onpartijdig over de zaken zou kunnen oordelen.

Ingevolge artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering wordt over de wraking beslist door de hofkamer (de wrakingskamer) die de zaak behandelt, met dien verstande dat de gewraakte rechter voor de behandeling van de wraking geen deel uitmaakt van de kamer en waarbij door de President van het Hof een andere rechter in diens plaats wordt aangewezen.

Op 5 januari 2023 is door de wrakingskamer van het Hof, bestaande uit mr. D.D. Sewratan, Fungerend-President, en de leden mr. A. Charan en mr. I.S. Lachitjaran, beslist op de wraking. Op de zitting waren aanwezig de verdachten Bouterse, Dendoe, Dijksteel en Gefferie. De verdachte Brondenstein was afwezig vanwege gezondheidsredenen. De verdachten werden bijgestaan door hun advocaat I.D. Kanhai BSc. Namens de vervolging was aanwezig de waarnemend Procureur-Generaal mr. C. Rasam.

Het Hof heeft beslist dat de wraking ongegrond is. Het Hof kwam tot dit oordeel omdat het is gebleken dat het gewraakte lid en het genoemde slachtoffer niet dezelfde grootvader hebben doch aan elkaar gerelateerd zijn in de zesde graad. Voorts omdat is gebleken dat het niet juist is dat het lid slechts vragen stelde over het genoemde slachtoffer en dat het niet aannemelijk is gemaakt door verdachten dat het lid informatie zou hebben ontvangen van de familie van het genoemde slachtoffer.

Bij de uitspraak is tevens beslist dat de behandeling van de zaken moet worden hervat in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van de wraking. Hierna heeft de hofkamer, bestaande uit Sewratan als kamerpresident en de leden Charan en kolonel Kamperveen, de behandeling van de zaken hervat. De verklaringen van de getuigen P. van Haperen en H. Venoaks, die eerder zijn verhoord, zijn voorgelezen. Na het voorlezen van de getuigenverklaringen zijn nog nadere vragen beantwoord door de verdachte Bouterse, gesteld door de leden van de Hofkamer, de waarnemend Procureur-Generaal en de raadsman. Hierna werd desgevraagd door de verdachten aangegeven dat zij niets meer naar voren hadden te brengen. Het verdachtenverhoor is vervolgens door de kamerpresident gesloten.

De zaak is uitgesteld naar dinsdag 31 januari 2023 om 09:00 uur. Op die dag zal de waarnemend Procureur-Generaal het requisitoir houden.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-december-strafzaak-in-hoger-beroep-van-16-december-2022/

 

Paramaribo, 6 januari 2023

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Vier advocaat-stagiaires beëdigd tot advocaat op 28 december 2022

28 december 2022

Op woensdag 28 december 2022 zijn vier advocaat-stagiaires beëdigd tot advocaat bij het Hof van Justitie. De beëdigden mr. Virendra Bhattoe, mr. Charmaine Campagne-Veldkamp, mr. Alexander Deel en mr. Daniella Berenstein kozen allen voor de aflegging van de belofte.

V.l.n.r. mr. Daniella Berenstein, mr. Alexander Deel, mr. Virendra Bhattoe en mr. Charmaine Campagne-Veldkamp

De President van het Hof van Justitie, mr. Iwan Rasoelbaks, bracht zijn felicitaties uit aan de beëdigden en wees hen op de beroepsverantwoordelijkheden. Hij legde de aanwezigen uit over de nieuwe wet welke in 2023 tot stand moet komen die de inrichting, samenstelling en bevoegdheden van de rechterlijke macht zal moeten weergeven. ‘Er zullen in de nieuwe wet voorzieningen getroffen worden om behalve de deconcentratie van de rechtspraak ook meervoudige kamers samen te stellen in eerste aanleg teneinde meer expertise in zich daartoe lenende civiele en strafzaken in te zetten bij de beslechting van die zaken. In de nieuwe wet zal er ook meer aansturingskracht ontwikkeld worden binnen de sectoren van de rechtspraak naar de units toe middels een formatieplan met drie vicepresidenten en hoofdrechters in de zeven units van de rechtspraak,’ sprak hij de aanwezigen toe. Hij vroeg de pas beëdigden advocaten om deze missie van de rechtspraak ook te omarmen ter versnelling van de procedures van rechtszaken.

De waarnemend Procureur-Generaal, mr. Garcia Paragsingh, vroeg de beëdigden om de ontwikkelingen in wet en recht bij te houden door thema gerichte cursussen te blijven volgen en om de belangen van hun cliënten op deskundige wijze te behartigen. ‘Gedraagt u zich zodanig dat het vertrouwen in uw beroepsuitoefening niet wordt geschaad,’ gaf zij de beëdigden mee.

Mr. Elleson Fraenk achter de katheder, tijdens haar toespraak. Op de voorgrond de beëdigden en op de achtergrond de waarnemend procureur-generaal, de leden en de griffier van het Hof van Justitie

De Deken van de Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA), mr. Elleson Fraenk, wees de beëdigden op de gap die er momenteel bestaat tussen recht en rechtsbeleving waarvan zij hun dagelijkse bezigheid zullen maken. ‘In uw missie, het beroep naar beste vermogen gestalte te geven, ligt onder meer de verplichting besloten, actief uw gedachten en uw handelingen af te stemmen op een verbeterde toegang, voor een beter en breder werkend rechtssysteem. Bij de vooruitgeschoven bevoegdheden van onze beroepsgroep, gegarandeerd door de wet en de verdragen waar Suriname zich aan gecommitteerd heeft hoort de verantwoordelijkheid om waakzaam en assertief te bouwen aan de verbreding van de brug naar het recht,’ legde zij de beëdigden uit.

De beëdigde advocaten ontvangen felicitaties van hun familie

De beëdigden legden tijdens hun speech de nadruk op de verantwoordelijkheid van het beroep. Zij bedankten hun patronen en familie, die ook aanwezig waren, voor de ondersteuning, wensten elkaar succes verder in hun carrière als advocaat en spraken de hoop uit voor een constructieve samenwerking tijdens hun werkzaamheden. Na afloop van de zitting werden de felicitatieboodschappen persoonlijk overgebracht aan de beëdigden.

Toespraak president HvJ

Toespraak waarnemend PG

Toespraak SOvA

Dankwoord Bhattoe, V.

Dankwoord Campagne-Veldkamp, C.

Dankwoord Deel, A.

Dankwoord Berenstein, D.


 

Behandeling ‘december strafzaak’ in hoger beroep van 16 december 2022

Op vrijdag 16 december 2022 werd de behandeling van het hoger beroep van de ‘december strafzaak’ tegen de verdachten Bouterse, Dendoe, Dijksteel, Gefferie en Brondenstein voortgezet. De verdachten Bouterse en Brondenstein waren afwezig op deze zitting wegens gezondheidsredenen. De verdachten werden bijgestaan door hun advocaat I. Kanhai BSc.

De kamer bestond uit kamerpresident, mr. D. Sewratan en de leden mr. A. Charan en Kolonel D. Kamperveen. Als waarnemend Procureur-Generaal was mr. C. Rasam aanwezig.

Door advocaat Kanhai is na de aanvang van de zitting het lid van de kamer, Kolonel Kamperveen, gewraakt. De advocaat voerde als grond voor de wraking aan dat Kamperveen een familieverband heeft met één van de slachtoffers. De advocaat voerde voorts aan dat door het gewraakte lid tijdens de descente slechts vragen zijn gesteld over dat betreffende slachtoffer. Om die reden is volgens de advocaat de onpartijdige behandeling van de zaak door het lid niet gewaarborgd.

Hierna is door het Hof aan de aanwezigen medegedeeld dat de zaak wordt geschorst in verband met de wraking, totdat op de wraking is beslist. De beslissing over de wraking zal worden genomen door de hofkamer met dien verstande dat de gewraakte rechter zal worden vervangen door een andere daartoe door de President van het Hof aangewezen rechter.

De zaak is uitgesteld naar een nader te bepalen datum.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/descente-in-de-december-strafzaak-op-29-november-2022/

 

Paramaribo, 28 december 2022

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Beleefdheidsbezoek Franc Weerwind aan de President van het Hof van Justitie Suriname

27 december 2022

Op dinsdag 20 december 2022 heeft de Nederlandse Minister van Rechtsbescherming, dhr. Franciscus (Franc) Weerwind, met functionarissen van zijn departement een beleefdheidsbezoek gebracht aan de President van het Hof van Justitie, mr. Iwan Rasoelbaks.

De ontmoeting vond plaats in de zittingszaal van het Hof van Justitie. Bij de ontmoeting waren vanuit het Hof tevens aanwezig de directeur Bedrijfsvoering, dhr. Jules de Rijp en het managementteam van het Hof van Justitie. Verder was aanwezig de minister van Justitie en Politie, dhr. Kenneth Amoksi, en directie en stafleden van zijn departement.

V.l.n.r. dhr. Franc Weerwind, mr. Iwan Rasoelbaks en dhr. Kenneth Amoksi

Behalve kennismaking diende de bijeenkomst ook om over de mogelijkheden van samenwerking op het gebied van rechtsbescherming en rechtszekerheid van gedachten te wisselen. De verschillende projecten ten behoeve van de rechterlijke organisatie zijn daarbij ook aan de orde gekomen. Door het Hof is aangegeven op welke wijze de verschillende projecten, zoals het project “wegschrijven achterstanden”, het project “digitalisering van het zaaksregistratiesysteem”, het project “decentralisatie van de rechtspraak” en de projecten die worden gefinancierd uit het EU fonds, ervoor zorgdragen dat de rechtspraak steeds verder aan verbetering kan werken, waardoor de rechtsbescherming en rechtszekerheid gewaarborgd zijn.

De Nederlandse Minister was tot 22 december 2022 op werkbezoek in Suriname.


 

Behandeling kort geding inzake staking personeel AZP op 5 december 2022

Op maandag 5 december 2022 is door de kortgedingrechter mr. I. Sonai een comparitie van partijen gehouden in de zaak met betrekking tot de staking van de Algemene Bond van Personeel in dienst van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (ABPLAZ). De comparitie is op verzoek van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) vervroegd gehouden vanwege de staking. De comparitie was eigenlijk gepland voor 8 december 2022.

Op de zitting waren namens de bond aanwezig advocaat, mr. G. van der San en de voorzitter van de bond, L. Pool. Namens het AZP waren aanwezig de advocaat, mr. S. Essed en de medisch directeur, drs. L. Liauw Kie Fa. De advocaat van de Staat, mr. C. Lachman, en de vertegenwoordigers van de Staat waren verhinderd aanwezig te zijn op de comparitie. Door de advocaat van de Staat is daarover een schrijven gestuurd, waarin ook informatie is gegeven over de stand van zaken met betrekking tot , onder andere, de loonsverhoging.

Tijdens de comparitie van partijen is de afspraak gemaakt dat de acties worden opgeheven. Op 20 december 2022 vindt de voorzetting van de comparitie van partijen plaats om 09:00u. v.m.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-kort-geding-inzake-staking-personeel-azp-van-7-september-2022/

 

Paramaribo, 14 december 2022

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling hoger beroep strafzaak verdachten Angnoe en Hausil op 5 december 2022

Op 5 december 2022 heeft de vervolgbehandeling van de strafzaken in hoger beroep van de verdachten A. Angnoe en F. Hausil plaatsgevonden. Tijdens deze terechtzitting zijn de verdachten verhoord. Het Hof bestond uit de kamerpresident mr. A. Charan en de leden mr. D. Nanhoe en mr. S. Punwasi.

De vragen werden gesteld door de kamerpresident Charan en de waarnemend Procureur-Generaal, mr. S. Mahadew. Ook de advocaten van de verdachten kregen de gelegenheid om vragen te stellen. Verdachte Angnoe werd bijgestaan door mr. B. Pick en I. Kanhai BSc en verdachte Hausil werd bijgestaan door mr. M. Dubois.

Na het verhoor van Hausil en Angnoe werd de zaak uitgesteld naar de zitting van maandag 6 februari 2023 om 09.00 uur. Op die zitting zal de waarnemend Procureur-Generaal het requisitoir houden.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-van-trikt-e-a-van-17-oktober-2022/

 

Paramaribo, 14 december 2022

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling strafzaak verdachten Mixon, Gambier en Chin Chi Fong van 2 december 2022

Op vrijdag 2 december 2022 is de strafzaak van de verdachten J. Mixon, J. Chin Chi Fong en R. Gambier in behandeling genomen door de kantonrechter mr. L. Ravenberg.

De verdachte Mixon werd bijgestaan door de advocaten mr. C. Algoe, mr. R. Lobo, mr. M. Nibte en I. Kanhai BSc. De verdachte Chin Chi Fong werd bijgestaan door mr. M. Dubois en mr. D. Veira en de verdachte Gambier door mr. B. Pick en mr. D. Veira.

De Officier van Justitie in deze zaak is mr. R. Rathipal. De strafbare feiten die ten laste zijn gelegd zijn valsheid in geschrifte en money laundering.

De advocaten van Mixon en Chin Chi Fong deden een verzoek om de voorlopige hechtenis op te schorten en de verdachten in vrijheid te stellen. Nadat mr. Rathipal in de gelegenheid is gesteld om op het verzoek te reageren is het verzoek afgewezen door de kantonrechter waarbij de kantonrechter overwoog dat er nog ernstige bezwaren tegen de verdachten bestaan.

De Officier van Justitie heeft aangegeven op de volgende zitting getuigen te willen horen. Ook de advocaat van verdachte Chin Chi Fong, mr. M. Dubois, heeft aangegeven getuigen te willen horen.

De zaak is hierna uitgesteld naar 3 januari 2023. Op die dag zal de tenlastelegging aan de verdachten worden voorgehouden en zullen getuigen worden gehoord.

 

Paramaribo, 14 december 2022

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak kort geding schuldeiser AELF tegen SLM

Op donderdag 24 november 2022 heeft de kortgedingrechter mr. S.J.S. Bradley, vonnis gewezen in de zaak die een schuldeiser van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM), het Amerikaans bedrijf AELF MSN, 224 LLC (AELF) had aangespannen tegen de SLM, de directeur van de SLM en de leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van de SLM.

AELF werd in dit kort geding bijgestaan door mr. R. Tjon-A-Joe en de SLM door mr. G. Sewcharan.

AELF vorderde van de SLM, de directeur en de leden van de RvC onder andere dat het herstructureringsplan wordt stopgezet en dat de SLM haar schuld aan het bedrijf voldoet.

AELF heeft aangevoerd dat de SLM onrechtmatig jegens haar handelt door willens en wetens na te laten de betalingsverplichtingen aan AELF te voldoen, voorts door handelingen te plegen die bedoeld zijn om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen, verder door de uitspraak van de Engelse rechter te negeren en door willens en wetens een schikkings- en betalingsregeling niet na te komen.

AELF stelt voorts dat ook de directeur en de leden van de RvC onrechtmatig jegens haar handelen, onder andere door te bewerkstelligen dat de SLM handelingen verricht die bedoeld zijn om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen.

De SLM, de directeur en de leden van de RvC hebben tegen de vordering verweer gevoerd. Daarbij hebben zij onder andere aangevoerd dat AELF en de SLM bij het aangaan van de overeenkomst hebben gekozen voor het Engels recht in geval van geschillen. Ook hebben zij aangevoerd dat AELF de directeur en de leden van de Raad van Commissarissen niet in persoon moest betrekken in het geding. Verder dat het herstructureringsplan niet bedoeld is om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen.

De kortgedingrechter heeft in haar oordeel de stellingen en weren van partijen met betrekking tot de rechtzaak die liep voor de Engelse rechter besproken en geoordeeld dat in de zaak die voor de Engelse rechter liep slechts AELF en de SLM partij waren. Om die reden had AELF in dit kort geding de directeur en de leden van de RvC niet moeten betrekken als partij. AELF is om die reden niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen de directeur en de leden van de RvC van de SLM.

Met betrekking tot de vordering van AELF tegen de SLM heeft de kortgedingrechter geoordeeld dat AELF onvoldoende heeft onderbouwd dat de SLM onrechtmatig jegens haar handelt, met name, zo overweegt de kantonrechter, is onvoldoende onderbouwd dat door de SLM handelingen worden gepleegd die bedoeld zijn om AELF verhaalsmogelijkheden te ontnemen. De vordering tegen de SLM is afgewezen.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-kort-geding-schuldeiser-aelf-tegen-slm/

 

Paramaribo, 14 december 2022

Communicatie Unit Hof van Justitie