Behandeling strafzaak vermiste mannen van 28 januari 2026

Op 28 januari 2026 is de strafzaak tegen de verdachten D.B., R.T. en L.P. behandeld door de kantonrechter. Deze zaak heeft betrekking op twee manspersonen van respectievelijk 64 en 47 jaar die sinds 25 mei 2024 worden vermist. Aan de verdachten zijn de navolgende strafbare feiten ten laste gelegd: deelneming aan een criminele organisatie, voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Wet Verdovende Middelen, uitvoer van cocaïne of poging daartoe, dan wel het aanwezig hebben van cocaïne en overtreding van de Vuurwapenwet. De zaak stond voor repliek. Alleen de verdachten D.B., R.T. en L.P. waren gedagvaard voor de zitting.

De behandeling van de zaak is uitgesteld vanwege afwezigheid van de rechter die de zaak behandelt.

De zaak is uitgesteld naar 25 februari 2026 voor repliek.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-vermiste-mannen-van-12-november-en-10-december-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Behandeling krijgsraad strafzaak verdachte Veira van 3, 11, 18 en 28 november en 15 en 22 december 2025

Op maandag 3 november 2025 heeft de krijgsraad de strafzaak tegen de verdachte D. Veira behandeld. De strafzaak heeft betrekking op een poging om R. Cairo van zijn vrijheid te beroven. De verdachte was toen als directeur van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV) aangesteld en volgens het slachtoffer degene die de opdracht zou hebben gegeven om hem te ontvoeren. De zaak stond voor requisitoir.

De auditeur-militair verzocht om een kort uitstel, omdat hij nog niet gereed was om het requisitoir te presenteren. Het uitstel is verleend.

Hierna heeft de president van de krijgsraad aangegeven dat het slachtoffer R. Cairo bij de eerst volgende zitting als getuige zal worden gehoord.

Op 11 november 2025 heeft de krijgsraad de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte Veira voortgezet met het getuigenverhoor van het slachtoffer R. Cairo.

Op 18 november 2025 heeft de auditeur-militair het requisitoir gehouden in deze strafzaak. Volgens de auditeur-militair is er wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Hij vorderde een gevangenisstraf van 9 jaar onvoorwaardelijk en eiste de onmiddellijke gevangenneming van de verdachte.

Op 28 november 2025 hebben de raadslieden van de verdachte het pleidooi gehouden. Zij vroegen de kantonrechter om de verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde feiten.

Op 15 december 2025 heeft de auditeur-militair de repliek gehouden. Hij bleef bij zijn eerder uitgebrachte strafeis die hij passend en geboden acht omdat het ernstige feiten betreffen.

Op 22 december 2025 hebben de raadslieden de dupliek gehouden. Zij vroegen wederom om vrijspraak voor de verdachte. De verdachte werd ook in de gelegenheid gesteld om het laatste woord te voeren.

Op 30 januari 2026 zal de krijgsraad uitspraak doen in deze strafzaak.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-krijgsraad-strafzaak-verdachte-veira-van-6-oktober-2025/

 

Paramaribo, 2 februari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Slotdocument congres Modernisering Rechterlijke Macht

30 januari 2026

Het slotdocument van het congres Modernisering Rechterlijke Macht is vandaag officieel aangeboden aan vertegenwoordigers van het Hof van Justitie, De Nationale Assemblee en het Openbaar Ministerie. Het slotdocument bevat de belangrijkste bevindingen en inzichten die door inleiders naar voren zijn gebracht tijdens het congres.

V.l.n.r. de directeur van het CDR, president van het Hof van Justitie, voorzitter DNA en vertegenwoordiger OM

Het congres heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026 in Paramaribo en is bedoeld als hulpmiddel voor verdere besluitvorming over de modernisering van de rechterlijke macht in Suriname.

Het congres werd georganiseerd door het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie en De Nationale Assemblee en had als doel om beleidsmakers en betrokken instituties concrete handvatten te bieden voor weloverwogen keuzes met betrekking tot de inrichting van de rechterlijke macht. Centraal stonden de mogelijke instelling van een derde rechterlijke instantie en de versterking en modernisering van het Openbaar Ministerie.

De officiële aanbieding van het eindrapport vond plaats tijdens een bijeenkomst waarin het programma bestond uit een korte duiding van het congres, een presentatie van de kernpunten van het rapport en de formele overhandiging aan de ontvangende partijen. De aanbieding werd afgesloten met een fotomoment.


 

Workshops Social Media and Judicial Ethics

29 januari 2026

Honorable mr. Justice Peter Jamadar heeft op 23 januari 2026 twee workshops verzorgd voor rechters en rechters in opleiding. Jamadar is rechter bij het Caribbean Court of Justice (CCJ) en Voorzitter van de Caribbean Association of Judicial Officers (CAJO).

Rechters en raio’s die hebben deelgenomen aan de workshop “Social Media and Judicial Ethics”

De ene workshop ging over het gebruik van social media door rechters en de andere betrof hoe rechterlijke nederigheid van rechters kan zorgen voor publieke vertrouwen in de rechter en de rechterlijke macht. Volgens Jamadar moeten rechters bewust zijn van hoe zij omgaan met sociale media. Hij geeft aan dat rechters ook voor sociale media altijd de gedragscode in acht moeten nemen. Hij verwees ook naar de 2019 Non-Binding Social Media Guidelines van de United Nations Office on Drugs and Crime. Er werden verscheidene hypothesen gepresenteerd. De deelnemers konden vervolgens in groepjes discussiëren over de hypothesen. Hierna werden de groepen in de gelegenheid gesteld om hun visies te delen. 

Een interactief moment tussen rechter Peter Jamadar en een rechter in opleiding  

Verder gaf hij aan dat rechterlijke nederigheid het vertrouwen van het publiek kan winnen terwijl arrogantie juist het tegenovergestelde teweegbrengt. Tijdens deze workshop werden deelnemers als vorm van zelf-reflectie in de gelegenheid gesteld om een formulier in te vullen om inzicht te krijgen in de mate van nederigheid in het eigen professioneel handelen.

Dwars door beide workshops kwam het belang van publiek vertrouwen als fundamentele bron voor de legitimiteit van de rechterlijke macht duidelijk naar voren. Het dient als een hoeksteen van de rechtsstaat en is essentieel voor het accepteren en respecteren van de beslissingen van rechters. Wanneer het publiek gelooft in de legitimiteit en onpartijdigheid van het gerechtelijk systeem, zijn zij meer geneigd om gerechtelijke uitspraken en bevelen op te volgen, zelfs als zij het er niet mee eens zijn.


 

Beëdiging van zes advocaten bij het Hof van Justitie

28 januari 2026

Op 28 januari 2026 heeft de president van het Hof van Justitie, mrs. V. Angnoe, M. Ankossie, S. Wongsowikromo, J. Vrede, S. Lens en Z. Eenig gehuwd Ellis beëdigd tot advocaat bij het Hof van Justitie.

De president van het Hof van Justitie heeft het zestal in zijn toespraak gewezen op hun bijzondere verantwoordelijkheid als advocaat, het belang van kwaliteit en specialisatie en de noodzaak om mee te groeien met de digitalisering van de rechtspraak.

De Deken van de SOVA mr. E. Fraenk gaf in haar toespraak aan dat het toetreden  tot de Orde in een tijd van verandering en verantwoordelijkheid is. De SOVA verwacht  niet alleen juridische deskundigheid, maar ook onafhankelijkheid, integriteit en betrokkenheid bij de bescherming en verdere ontwikkeling van de rechtsstaat. “Draag de toga met zorg, moed en discipline, en wees u ervan bewust dat uw handelen het vertrouwen in de advocatuur mede bepaalt.”

De waarnemend procureur-generaal hield de pas beëdigde advocaten voor dat integriteit en naleving van de ereregels het fundament vormen van een geloofwaardige en goed functionerende rechtsstaat.

Ook de nieuw beëdigde advocaten bedankten de verschillende personen die hebben bijgedragen aan hun beëdiging tot advocaat.

Aan het einde van deze plechtige zitting mochten de nieuwe advocaten de felicitaties van het Hof, de waarnemend Procureur-Generaal, de Deken van de Sova, hun patronen en overige aanwezigen in ontvangst nemen.

Toespraak president bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026

Toespraak PG bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026

Toespraak Deken SOVA ter gelegenheid toelating advocaat-stagiaires d.d. 28 januari 2026

Toespraak mevr.mr. V. Angnoe bij beediging advoacten d.d. 28 januari 2026

Toespraak mevr. mr. M. Ankossie bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026

Toespraak mevr.mr. S. Wongsowikromo bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026

Toespraak dhr.mr. J. Vrede bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026

Toespraak mevr.mr. S. Lens bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026

Toespraak mevr.mr. Z. Enig bij beediging advocaten d.d. 28 januari 2026


 

Behandeling hoger beroep strafzaak verdachte Stephano “Pakittow” Biervliet van 12 november 2025

Op 12 november 2025 is de strafzaak in hoger beroep tegen de verdachte S. Biervliet alias “Pakittow” in behandeling genomen door het Hof. De verdachte was niet aanwezig tijdens de zitting. Tegen de verdachte is op een eerdere zitting verstek verleend. De zaak stond voor requisitoir.

De waarnemend procureur-generaal heeft tijdens het requisitoir gevraagd om het vonnis van de kantonrechter van 2 augustus 2024 te bevestigen. Zij verwees daarbij naar de getuigenverklaringen in het dossier.

Op 28 januari 2026 staat de zaak voor uitspraak.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-stephano-pakittow-biervliet-van-23-juli-2025/

 

Paramaribo, 26 januari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Uitspraak hoger beroep strafzaken verdachten Hoefdraad, Kromosoeto, Van Trikt, Angnoe en Hausil van 19 januari 2026

Op 19 januari 2026 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de hoger beroep strafzaken van de verdachten G. Hoefdraad, G. Kromosoeto, R. Van Trikt, A. Angnoe en F. Hausil. Aan de verdachten waren onder meer de feiten deelneming aan een criminele organisatie, opzettelijke overtreding van de Anti-corruptiewet, valsheid in geschrifte en ambtsverduistering ten laste gelegd.

Het Hof heeft in de strafzaak tegen de verdachte Hoefdraad beslist dat het vonnis van het Hof in eerste aanleg van 17 december 2021 wordt bevestigd met uitzondering van de in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf in eerste aanleg is het vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaren met handhaving van het bevel tot gevangenneming. In de strafzaak tegen de verdachte Kromosoeto heeft het Hof beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg, gewezen op 31 januari 2022, wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf is het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Ten aanzien van de verdachte Van Trikt heeft het Hof beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg ook wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf en de uitgesproken verbeurdverklaring van het onroerend goed gelegen aan de Krakalaan no. 11 te Paramaribo. Ten aanzien daarvan is het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Tevens is de teruggave gelast van het inbeslaggenomen onroerend goed gelegen aan de Krakalaan aan de rechthebbende (n). In de strafzaak tegen de verdachte Angnoe is beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg ook wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter uitgesproken verbeurdverklaring van eerdergenoemd onroerend goed gelegen aan de Krakalaan no. 11 te Paramaribo. Ten aanzien daarvan is het vonnis van de kantonrechter vernietigd en opnieuw rechtdoende is de teruggave gelast van het inbeslaggenomen onroerend goed aan de Krakalaan aan de rechthebbende(n). Zowel aan Van Trikt als aan Angnoe is ingevolge het bepaalde in artikel 54e van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opgelegd om het bedrag van Euro 625.000,- (Zeshonderd en vijfentwintigduizend Euro), des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te betalen aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. In de strafzaak van de verdachte Hausil heeft het Hof ook beslist dat het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg wordt bevestigd met uitzondering van de door de kantonrechter opgelegde gevangenisstraf. Ten aanzien daarvan is het beroepen vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Volgens het Hof hebben de verdachten zich gedurende langere periode schuldig gemaakt aan grootschalige corruptie door doelbewust misbruik te maken van hun positie. Zij hadden slechts oog voor hun eigen financieel gewin en hebben daarbij geen rekening gehouden met de gevolgen van hun handelen voor de Staat Suriname.

De waarnemend procureur-generaal had in de strafzaak tegen de verdachte Hoefdraad het Hof gevraagd om het vonnis van 17 december 2021 uitgesproken door het Hof van Justitie in eerste aanleg inzake politieke ambtsdragers te bevestigen. In de strafzaak tegen de verdachten Kromosoeto en Van Trikt werd aan het Hof gevraagd om de verdachte te veroordelen en dezelfde straf op te leggen als was gevraagd in eerste aanleg en ook zijn gevangenneming te gelasten. In de strafzaak tegen de verdachte Angnoe vroeg het Openbaar Ministerie het Hof om het vonnis in eerste aanleg tegen deze verdachte te bevestigen. In eerste aanleg werd de verdachte op 31 januari 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar onder aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest en een geldboete van SRD 150.000,= of subsidiair twaalf maanden hechtenis. In de strafzaak tegen de verdachte Hausil vroeg het Openbaar Ministerie het Hof om het vonnis van de kantonrechter in eerste aanleg van 31 januari 2022 te vernietigen en de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van drie jaar onder aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest en een geldboete van SRD 100.000,= of subsidiair tien maanden hechtenis. De vernietiging werd gevorderd omdat de kantonrechter in eerste aanleg voor twee feiten de deelnemingsfiguur van medeplichtigheid bewezen heeft geacht in plaats van medeplegen, hetgeen de waarnemend procureur-generaal in hoger beroep wel bewezen acht.

De raadsman van de verdachte Hoefdraad vroeg het Hof primair om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren vanwege ne bis in idem doordat DNA voor de tweede keer heeft beslist over de staat van inbeschuldigingstelling van de verdachte terwijl het eerste besluit in stand is gebleven. Daarenboven is de verdachte niet gehoord alvorens het besluit is genomen. Hij vroeg het Hof om het vonnis in eerste aanleg te vernietigen, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging. Door de raadslieden van de verdachte Kromosoeto werd aan het Hof het verzoek gedaan om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde feiten. De raadslieden van de verdachte Van Trikt vroegen primair om nietigverklaring van de dagvaarding en subsidiair om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en ten derde bepleitten zij vrijspraak van de gehele tenlastelegging. De raadslieden van de verdachte Angnoe eisten vrijspraak van de ten laste gelegde feiten en vernietiging van de verbeurdverklaring van het bedrijfspand en het bedrijfsvoertuig van het bedrijf Orion. De raadsman van de verdachte Hausil vroeg tijdens zijn pleidooi dat de dagvaarding van zijn cliënte nietig moet worden verklaard. Hij vroeg het Hof verder om het vonnis in eerste aanleg te vernietigen en zijn cliënte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging.

De verdachte Hoefdraad werd in eerste aanleg op 17 december 2021 door het Hof veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, het betalen van een geldboete van SRD 500.000,- te vervangen door 12 maanden hechtenis. De vordering van het Openbaar Ministerie tot het instellen van een Strafrechtelijk Financieel Onderzoek en de machtiging daartoe werden toegewezen en werd zijn gevangenneming bevolen. De verdachte Kromosoeto werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 150.000,- te vervangen door 12 maanden hechtenis en handhaving van het bevel tot gevangenhouding. De verdachte Van Trikt werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 500.000,- te vervangen door 16 maanden hechtenis, terugbetaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ad Euro 625.000,- door de verdachten Van Trikt en Angnoe, verbeurdverklaring van het pand aan de Krakalaan en een voertuig en handhaving van het bevel tot gevangenhouding. De verdachte Angnoe werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 150.000,- te vervangen door 12 maanden hechtenis, terugbetaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ad Euro 625.000,- door de verdachten Van Trikt en Angnoe, verbeurdverklaring van het pand aan de Krakalaan en een voertuig en handhaving van het bevel tot gevangenhouding. De verdachte Hausil werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren onder aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, een geldboete van SRD 100.000,- te vervangen door 10 maanden hechtenis en handhaving van het bevel tot gevangenhouding.

Lees ook de vorige berichten: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-hoefdraad-van-17-maart-2025/ https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-kromosoeto-van-2l-oktober-2024/ https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-hoger-beroep-strafzaak-verdachte-angnoe-van-21-oktober-2024/

 

Paramaribo, 26 januari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie


 

Slotsessie Hof van Justitie; Strengthening the (criminal) justice system in Suriname

26 januari 2026

Tijdens de slotsessie Strengthening the (criminal) justice system in Suriname op 20 januari 2026 sprak mr. I. Lachitjaran, rechter en Hoofd Opleiding, enorme waardering uit aan de verschillende instituten, rechters en medewerkers van de verschillende organisaties die hebben bijgedragen aan het succes van het door de EU gefinancierde project Verstrekking van het (straf)rechtssysteem in Suriname. Ook de stille krachten werden niet vergeten.

De een deel van de mensen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het project

Volgens Lachitjaran en mr. M. Groenendijk, rechter en Technisch coördinator Opleidingsprogramma’s, zijn de resultaten niet uit te drukken in cijfers. Het project heeft gezorgd voor bevordering van theoretische kennis en praktische vaardigheden bij de verschillende rechters in opleiding. Ook is duurzaamheid verankerd doordat er kennis lokaal is overgedragen. De volgende concrete resultaten zijn bereikt:

  • Er zijn 15 rechters opgeleid in het rechtsgebied civiel;
  • Er zijn 14 rechters versneld opgeleid in de rechtsgebieden straf en civiel;
  • Er is praktijkbegeleiding verzorgt voor rechters in opleiding door rechters uit Nederland;
  • Er zijn 11 schrijfjuristen opgeleid bij civiel;
  • 46 griffiers hebben de opleiding praktische vaardigheden gevolgd;
  • Ook zijn 6 lokale mentoren opgeleid die in de toekomst aan rechters in opleiding praktijkbegeleiding kunnen verzorgen.

De sprekers hebben ingezoomd op hoe het zo ver kwam met het project vanaf de opstart, maar ook de hobbels die zijn doorlopen. Mr. L. Valk gaf in het slotwoord aan waarom de opleiding tot rechter belangrijk is. Volgens hem zullen er met de komst van oil and gas en een derde rechtsinstantie binnen enkele jaren meer rechters nodig zijn waardoor een voortzetting van het project zeker niet overbodig zou zijn.

Mr. dr. L. Valk vertelt over zijn ervaring als praktijkbegeleider

Tijdens de plenaire sessie werden deelnemers van de verschillende opleidingen en cursussen in de gelegenheid gesteld om hun ervaringen te delen. De verschillende actoren spraken de hoop uit dat het project kan worden voortgezet zodat de effectiviteit, efficiëntie en het vertrouwen van de samenleving in de Rechterlijke Macht kan worden verbeterd.

Dit project betrof een samenwerking tussen het Centrum voor Internationale Juridische Samenwerking (CILC), de Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse politie, het Centrum voor Democratie en Rechtspleging (CDR) en het Studiecentrum Rechtspleging (SSR). Het project werd uitgevoerd in de periode mei 2022 tot januari 2026 met als doel het versterken van het Surinaams (straf)rechtssysteem door de professionele capaciteiten te vergroten, institutionele structuren te versterken en de samenwerking binnen de hele justitieketen te bevorderen.


 

Congres Modernisering Rechterlijke Macht

23 januari 2026

Tijdens het congres gehouden op 22 januari 2026 hebben het Hof van Justitie, het Openbaar Ministerie en de Nationale Assemblee discussies gevoerd over het instellen van een derde rechterlijke instantie alsook de versterking van het Openbaar Ministerie. Het congres had als doel om tools aan te reiken zodat er tot een goede besluitvorming kan worden gekomen over de modernisering van de Rechterlijke Macht.

In het eerste blok werden er inleidingen verzorgd over het thema ‘Visie met betrekking tot de instelling, inrichting en werking van een derde instantie’. De inleidingen werden verzorgd door mr. dr. H. Fernandes Mendes, mr. S. Essed, mr. L. Valk, mr. Y. Buruma en Caribbean Court of Justice (CCJ). Het CCJ werd vertegenwoordigd door de President honorable Mr. Justice W. Anderson, honorable Mr. Justice P. Jamadar en G. Figaro-Jones.

Fernandes Mendes, die zich intensief bezighoudt met de constitutionele ontwikkelingen in Suriname, sprak tijdens zijn inleiding over de voor- en nadelen van de instelling van een derde instantie en ook de vormgeving daarvan. Hij is er voorstaander van dat bij de instelling de grondwettelijke relatie met de twee andere machten wordt bevestigd. Ook pleit hij ervoor dat de positie van het Constitutioneel Hof wordt betrokken bij de verschillende wetsvoorstellen en dat deze gelijktijdig worden behandeld. Volgens Fernandes Mendes zal hiermee voorkomen worden dat de Grondwet en andere wetten de Rechterlijke Macht aangaande binnen korte termijn wederom wijziging behoeven.

Een deel van de aanwezigen tijdens het congres

Essed, die namens de Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) haar betoog hield, ging in op de verschillen tussen het instellen van een eigen derde rechterlijke instantie en de aansluiting bij het CCJ. Volgens haar kan het document dat de SOVA heeft opgemaakt helpen bij de institutionele keuzes die er gemaakt moeten worden en vloeien daaruit ook voort de rechtsstatelijke randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden.

Valk ging in zijn presentatie in op de functies die deze derde instantie zou moeten gaan vervullen en waarmee er rekening moet worden gehouden bij de inrichting ervan. Volgens hem kan de instelling van de derde instantie zorgen voor rechtsontwikkeling, rechtseenheid, rechtsbescherming en het vergroten van het vertrouwen in de rechtsstaat. Valk is sinds 2004 betrokken als docent bij de opleiding van rechters en schrijfjuristen in Suriname. Daarnaast heeft hij diverse cursussen en masterclasses verzorgt over het Nieuw Burgerlijk Wetboek en is hij lid van de adviesraad van het Surinaams Juristenblad en van het comité van aanbeveling van de Stichting Vrienden van het Surinaams Recht.

Tijdens zijn inleiding ging Buruma, die gepensioneerd raadsheer van de Hoge Raad der Nederlanden is, in op enkele bijzonderheden in strafrechtelijke zaken bij de invoering van een derde instantie waarbij het belang van onafhankelijke rechtspleging voorop staat. Ook sprak hij over het invoeren van een verlofstelsel en het eventueel instellen van een parket bij deze instantie.

De moderator C. Jadnanansingh luistert samen met de leden van het panel naar de vragen uit de zaal

Het CCJ ging tijdens hun presentatie in op de mogelijkheden voor Suriname om gebruik te maken van de derde instantie van het CCJ en de positie van het CCJ in de regio en internationaal. Zij gaven ook een volledige uiteenzetting hoe de derde instantie (het Surinaams Hooggerechtshof) bij het CCJ eruit zou kunnen gaan zien, volledig ingericht naar de civil law traditie met civil law rechters uit de rechtsfamilie te procederen in het nederlands met zittingsplaats ook in Paramaribo.

Het tweede blok ging over het thema ‘Inrichting en werking van een gemoderniseerd Openbaar Ministerie’. Tijdens deze blok zijn er inleidingen verzorgd door mr. G. van der Burg, mr. G. Paragsingh en mr. E. Bos.

Inleider Van der Burg, die Procureur-Generaal was bij het College van Procureur-Generaals in Nederland, ging in op de totstandkoming en werking van het College van Procureur-Generaals van het Openbaar Ministerie in Nederland met nadruk op het gevolg ervan waarbij er dus ook reorganisatie van het Openbaar Ministerie nodig was. Verder zoomde hij ook in op de wettelijke regeling en de verhouding tussen het College en de Minister van Justitie en Veiligheid in Nederland.

V.l.n.r. mr. S. Essed, mr. G. Paragsingh, mr. E. Bos, mr. dr. H. Fernandes Mendes, hon. mr. Justice P. Jamadar, ms. G. Figaro-Jones en mr. dr. L. Valk

De procureur-generaal van Suriname, Paragsingh, gaf in haar inleiding een weergave van de huidige inrichting en samenstelling van het Openbaar Ministerie. Ook gaf zij een uiteenzetting hoe het Openbaar Ministerie de moderne inrichting voor ogen ziet. Volgens haar is een roulerende procureur-generaal, verruiming van advocaten-generaals en de instelling van een raad ter ondersteuning van het parket de ideale situatie.

Bos, die werkzaam is als Coördinerend Advocaat-Generaal bij het Parket van de Procureur-Generaal in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, ging in op de organisatiestructuur, de taken, bevoegdheden, benoemingen en interne afspraken die gelden binnen het OM Carib. Ook sprak zij over het vervolgingsbeleid en de samenwerking tussen de Procureur-Generaals binnen het Koninkrijk der Nederlanden en de uitdagingen daarbij.

De tools die zijn voortgevloeid uit het congres en nodig zijn voor verdere besluitvorming zijn in een document opgenomen dat zal worden gedeeld met de verschillende betrokken actoren.


 

BEHANDELING STRAFZAAK POLITIEAMBTENAREN PIKIN SARON VAN 14 OKTOBER 2025

Op 14 oktober 2025 heeft de kantonrechter de strafzaak tegen de verdachten  R.A., J.K., K.L., S.W., K.v.B., S.d.J. en R.W. behandeld. Het betreft de politieambtenaren die verdacht worden van het doodschieten van de personen van Wolfjager en Dijksteel bij Pikin Saron op 2 mei 2023. De zaak stond voor getuigenverhoor. Alle zeven verdachten waren aanwezig.

Er waren twee getuigen opgeroepen voor verhoor. Eén getuige is verschenen en is verhoord. De verklaring van de tweede getuige werd voorgelezen door de kantonrechter.

Na afloop van de zitting is bepaald dat de zaak zal worden voortgezet op 18 november 2025 om 9.00 uur met het verhoor van de verdachten.

Lees ook het vorige bericht: https://rechtspraak.sr/actualiteiten/behandeling-strafzaak-politieambtenaren-pikin-saron-van-19-augustus-2025/

 

Paramaribo, 6 januari 2026

Communicatie Unit Hof van Justitie