De kantonrechter in het Eerste Kanton heeft op 8 juli 2025 uitspraak gedaan in de rechtszaak tussen Stichting Radjie Rijstindustrie (de Stichting) en Radjie Caribbean Argiculture Company N.V. enerzijds en de Staat Suriname, met name het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) anderzijds. De zaak betreft het perceel, bekend als Stalweide 3. Het perceel is 198,27 ha groot en ligt in het district Nickerie. Het perceel maakt deel uit van een groter perceelland van 370 ha dat bij beschikking van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen van 2005 ter beschikking is gesteld van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) voor de ontwikkeling van de veeteeltsector.
Het perceel is bij beschikking van 6 juli 2023 voor de uitoefening van landbouw en veeteelt door GBB in grondhuur uitgegeven aan de Stichting. Op 19 juli 2023 is hypotheek gevestigd op het perceel in kwestie ten behoeve van de N.V.
Naar aanleiding van een verklaring van de waarnemend directeur van het Ministerie van LVV is door het Ministerie van GBB een onderzoek ingesteld, waarbij de grondinspecteur in casu uitgebreid is gehoord en mede op grond van zijn verklaring is bij beschikking van 6 november 2023 van de Minister van GBB het recht vervallen verklaard in het algemeen belang.
Voorafgaand aan deze rechtszaak zijn er in kort geding twee vonnissen gewezen in deze kwestie. Het eerste vonnis is van 22 februari 2024, waarbij de werking van de vervallenverklaringsbeschikking is geschorst. En het vonnis van 9 mei 2024, waarbij de Stichting werd verboden om activiteiten op het perceel in kwestie te ontplooien.
In deze rechtszaak vorderde de Stichting onder andere dat de vervallenverklaring wordt ingetrokken, dat de Staat wordt verboden om het terrein te betreden of beheersdaden uit te oefenen op straffe van een dwangsom en voorts dat de beschikking wordt verwijderd uit de registers van het MI-GLIS.
De Stichting vindt dat de Staat onterecht en onrechtmatig heeft gehandeld door haar grondhuurrecht te laten vervallen. Zij heeft daardoor schade geleden.
De Staat Suriname heeft een tegenvordering ingediend tegen de Stichting. Daarin vroeg de Staat onder andere dat het perceel wordt ontruimd door de Stichting op straffe van een dwangsom. Volgens de Staat is de uitgifte aan Stichting Radjie onrechtmatig omdat het terrein al in gebruik was voor het publieke belang, namelijk de ontwikkeling van de veeteeltsector.
De kantonrechter heeft de vordering van de Stichting afgewezen en de tegenvordering van de Staat Suriname tot ontruiming van het perceel toegewezen. Stichting Radjie is veroordeeld om het perceel binnen twee weken na de betekening van het vonnis te ontruimen op straffe van een dwangsom.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de uitgifte aan de Stichting onrechtmatig was en dat de vervallenverklaring van het recht van grondhuur door de Staat Suriname rechtmatig was. Volgens de kantonrechter was de Stalweide al ter beschikking gesteld van het Ministerie van LVV en had een deel daarvan daardoor niet zonder medeweten en toestemming van LVV kunnen worden uitgegeven aan een ander. Daarnaast overwoog de kantonrechter dat voor de uitgifte aan de Stichting niet de juiste procedure was gevolgd, immers was er geen advies gevraagd van de Districts-Commissaris. Met betrekking tot de vervallenverklaring in het algemeen belang heeft de kantonrechter overwogen dat, indien de belangen afgewogen worden, het algemeen belang om de Stalweide te behouden voor de veeteelt zwaarder moet wegen dan het belang van Stichting.
Paramaribo, 9 september 2025
Communicatie Unit Hof van Justitie